10) De volgende periode is van 22 september tot 21 oktober   >>

(midden lente, in oktober begint het vroege storm seizoen)

(Sterrenbeeld: Nog kangoeroe en een Vis of vogel)

Zie zodiak E Periode: 9, groen

De dagen rond *1 oktober zijn ook belangrijk. Het is de Engelendag. Deze dag staat tegenover 1 april.


De grote Kraanvogels (Brolga Grus Rubicundra) vliegen van Zuid (Melbourne) naar Noord-Australië  (Queensland: koninginland, nieuwe naam) om te gaan baltsen en broeden van september tot december na de regenval in het noorden.

Van september tot maart gaan de grote barramundi vissen (Lates Calcarifer, of Aziatische zeebaars) in noord Australië stroomafwaarts naar de riviermondingen om zich voort te planten. Dit doen ze na de regen als het land overstroomt. Dus ook vanuit meren (leeft in zoet en brak water). De barramundi is ook afgebeeld als rotskunst. De barramundi komt ook voor in Nieuw-Guinee tot aan China. Aangezien het land pas later begint met overstromen kan ook het visseizoen soms pas in de volgende periode 11 beginnen. Dit is gelijk aan Afrika

De Barramundi vissen worden in het Thaïs: pla kapong genoemd.

Van oktober tot april/ mei komen de Trepangvissers/ Macassan vanuit Indonesië naar Noord-Oost Australië om zeekomkommers (Holothuroidea) en parels te zoeken (zie periode 5). Ze gebruiken hiervoor de noord-westenwind: Bara. De vissers kregen een plek in de seizoenskalender en religieuze riten/symbolen van de Aboriginals en stonden voor de komst van de regen. Na de regen kleurt het land groen.


In de Australische Alpen en Zuid Australië: Voor de vogels is het tijd om te zingen en baltsen (Willy wagtails, wrens, magpies). Waarschijnlijk werden er veel vogeleieren geraapt in deze tijd vooral van ganzen en eenden.


Ook de kookaburra (lachvogel), een soort ijsvogel gaat nu broeden. Zijn lach in de ochtend was een teken voor de luchtgeesten om de zon naar de hemel te sturen.

De Dollarvogel, Eurystomus orientalis, een soort scharrelaar, komt in september (vanuit Nieuw-Guinea) naar noord- en oost Australië om te broeden. De vogel is blauw en heeft ronde vlekken op de vleugels die lijken op dollarmunten. Daarom werd hij in deze periode met de komst van de regen in verband gebracht.

Arnhemland; Mirarr Koenjai: mi-stam: Begin oktober; start regentijd Gonoemelong, hierbij overstroomt het land. De regentijd Gudjewa loopt nog door tot eind maart. Magpie-Ganzen (ganzen met zwart-witte veren als de Magpie; een kraaiensoort) leggen veel eieren. De grote hagedis Goënna begint te roepen uit de bomen. De stammen uit Arnhemland komen samen om ganzeneieren te rapen en te jagen. Hierbij roept men ook de hemelslang aan in verband met het water (zoals bij Deaf Adder Creek). Men viert feest met dans en zang.


Een mythe voor het aanroepen van de regen gaat over de regenboogslang Jarapiri en de bliksembroeders.


Arnhemland. Om de regen te krijgen werden er diverse rituelen uitgevoerd ter ere van regenboogslang/ Aarde- Moeder Kunapipi. Soms werden hierbij de meisjes geïnitieerd als maagd naar volwassen vrouw. Ze werden dan vaak besneden en door de mannen ontmaagd (in een soort cirkelvormige plek nonggaru). Hierna kregen ze hun vaste levenspartner.  En het maken en gooien van de houten boemerangs naar de heilige plek. Het bloed en zaad moest dan symbolisch zorgen voor de regen en vernieuwing. Vogelgeluiden en de ochtendduif (kookaburra?) worden ook genoemd en vissen die weer tevoorschijn komen na het ritueel.

In oktober in Alice Springs; een “bootrace” in de droge rivier de Todd.

Begin van het aalvissen in de rivier in de lente. Bij het Gunditjmara volk in het zuidoosten, had men een uitgebreid visdammen systeem aangelegd met een kanalensysteem.

Tijdens de volle maan in september zou men het beste de grote Mulloway vissen kunnen vangen in de Swan River (zwanenrivier, nieuwe naam) maar dit hangt ook af van de komst van de regen.


Ook nog bloemenfeesten (Canberra, Zuid Australië). In Grafton bloei van de Jacarandabomen. Ook in Afrika is de paarse bloei van de Jacarandabomen in deze periode belangrijk.

Bloei van de Pepperberry (peperbes).


Oogst van de Quandong (Santalum Acuminatum), een soort wilde rode perzik die in de vroege lente al onrijp werd gegeten. Van oktober tot februari is de vrucht rijp en kan dan ook gedroogd worden om bewaard te worden. Deze vrucht komt ook voor in de mythologie. De Emoes eten deze vruchten ook graag en poepen de hele zaden dan weer uit zodat de planten werden verspreid. De olie in de zaden werden gebruikt voor huidziekten en voor de onderhoud van hoofdhaar. Het hout van de boom werd gebruikt voor “rookceremonies” vanwege de zoete geur, ook het blad is eetbaar.

Een soort wortel (Microseris Forsteri) werd geroosterd en verzameld vooral in de vallei van de Lower Murray (maar groeide overal) in de lente en vroege zomer.

De Australische Aboriginals zagen in het sterrenbeeld van zwaan een Thermometervogel, als dit sterrenbeeld (wat in juli aan de hemel staat) rond oktober (op het zuidelijk halfrond is het dan lente) begint te verdwijnen is dat voor de Boorong mensen het teken om de eieren te verzamelen van een bepaalde vogel die in de Australische Mallee-regio voorkomt. Zie ook periode 1.


Het sterrenbeeld op de plaats van de Europese Vissen lijkt op een soort vogel. Het ligt bij Mount Isa en geeft het gebied aan van de Kalkadoon-stam. Deze Aboriginals gebruikten al meer dan 6000 jaar de Kalkadoonmijnen om basalt en kwarts te delven voor hun speerpunten en bijlen. In het gebied leeft ook de Kalkadoongrassluiper (Amytornis Bullarea), een kleine vogel. En de Kalkadoonstam gaf hun gebied aan met de pootafdrukken van een vogel (soms emu, soms kraanvogel genoemd maar in ieder geval van een vogel) zie 11/12. Ze maakten ook rotskunst in hun gebied vanaf 15.000 vChr. Omdat het gebied bijzonder rijk is aan mineralen verscheen in 1875 de plaats Burketown. Uiteindelijk zijn de meeste Aboriginals van deze stam omgekomen tijdens het gevecht met de Europeanen op Battle Mountain.


Regentijd en Plejaden: Sommige Aboriginals beschouwden de bepaalde stand van de Plejaden ook als "de brengers van regen". Ze zouden gevloekt hebben tegen de Plejaden als de verschijning van het sterrenbeeld niet gevolgd werd door de verwachte regen. Zie ook 10A

13/ 14 oktober (niet elk jaar): Girringun Cultural Festival in Cardwell, Queensland. Girringun is de goddelijke voorouder die heerste over het huwelijk en de jacht. Feest naar de corroboree gehouden door de Warangnu, Jirrbal, Warrgamay and Girramay volkeren van de Hinchinbrook regio.

Zie eind oktober/beging november als verschijning van de Plejaden in Fiji (Melanesië), Zie 10A

Kersteiland (gelegen onder Java): Vanaf oktober begint het regenseizoen (moesson). De rode landkrabben (Gecarcoidea natalis) trekken massaal uit het oerwoud naar het strand om te paren. Ze wachten tot de regen of hoge luchtvochtigheid zodat ze niet te snel uitdrogen in de hete zon. Twaalf dagen na de bevruchting brengen de vrouwtjes de eieren naar zee die direct in jongen veranderen.

Melanesië: Eind oktober: De verschijning van de Plejaden (in dit gebied) stond voor de tijd van planten, en het oogsten van de Yam en Taro wortel . Zie Melanesië. Maar ook de initiatieriten van jongens.

Zie voor de oogst van de Yam op de Solomon eilanden ook 6A

Nieuw Guinea: De wind ging waaien uit het noordwesten. De regenwolken hangen aan de noordzijde van de bergen en geven meer regen dan gewoonlijk.

Feest van de heilige wilde mango boom. In Bartle Bay van Nieuw-Guinea: Taniwaga volk en andere omringende volkeren.

Men koos vijf tot zes weken een wilde mango boom uit voor het Walaga feest. Men maakte een cirkel vrij rond de jonge boom. Een speciale feestgroep werd hiervoor benoemd met leider en zij werden als heilig beschouwd. Ze moesten apart slapen in een apart huis die ze bouwden (7 huizen met versieringen van zon en kruis). Ze mochten zich niet wassen of water drinken. Geen gekookte groenten eten en mango's eten. Ze mochten alleen kokosnootwater drinken en bepaalde vruchten en groenten zoals; pawpaws (Carica papaya) en suikerriet zolang het gebakken was. Zo vormde zich een speciale mannengroep en een speciale vrouwengroep. Voor het feest werd een platform gebouwd. De palen hiervoor werden door de feestgroep ontdaan van eventuele zielen van overledenen. De dag voor het feest kapten de mannen de mangoboom met een speciale heilige stenen bijl. Men ving alle bladeren en splinters op zodat deze niet op de grond vielen van de heilige boom. Ook de boom mocht de grond niet raken, anders zou hij zijn kracht verliezen. In het midden van het dorp werd de boom opgesteld en met slingers aan de top met de huizen verbonden. De slingers werden versierd met calico en glanzende dingen. In de middag gaan de feestgroepen dansen. De mannen versierd met veren, slingers en arm en enkelversiering. De vrouwen in vele kleuren van sago en kokosblad en takjes met croton bladeren. Men danst tot zonsondergang. Wanneer de maan opkwam boven de schouder van de oostelijke heuvel, het was de dag na de volle maan (precies op de dag van dit feest, wanneer?). Beklommen de leiders de daken van twee huizen en baden dat de slechte geesten weggingen en de mensen niet kwaad deden. Daarna vervolgde men met dansen en zingen. De volgende dag werden vele varkens langzaam gespeerd opdat ze hard en veel zouden gillen. Want men geloofde dat de mangobomen dit hoorden en veel vruchten zouden dragen. Men at een feestmaal van de varkens tezamen met jonge spruiten van kokosnoot en de nieuwe geoogste yams en taro wortels.

Volgens de beschrijving in het boek: The Melanesians of British new guinea, C.G. Seligmann, zou het grote Soi feest tijdens de zuid-oost moessonwind. Men danste de dans van de hagedissen en zong over de reis met de kano en de harde storm wind. In Tubetube hield men ook zangdansen over de terugkeer van kano's na een overwinnings gevecht. Ook zong men het gumgum lied. En Kubona tete, de morgenster, komt en daalt neer. Wellicht stond Kubona voor de Plejaden.

De mangoboom werd na het feestmaal in matten gewikkeld en in het huis van de mannen bewaard en opgehangen aan het plafond. De feestgroepen keerden terug naar hun gewone huizen en moesten zich vroeger nog steeds aan de vastenregels houden en mochten nog geen seks hebben. Na een tijd, wellicht vele maanden, werd de boom weer tevoorschijn gehaald (Hij zou weer trek hebben in varken). Men bouwde weer een tijdelijk slaaphuis. De mannen droegen hun dans kostuum in de processie. Ze droegen al hun potten, lepels en bekers die ze tijdens hun vastentijd hadden gebruikt. Tevens alle voedselresten die ze hadden verzameld en de bewaarde bladeren en houtsplinters. Ook met het stof wreven zij zich in. Een van de mannen geeft de anderen jonge groene mango's te eten. Ze spuwden de brij uit in de richting van de ondergaande zon. Opdat de zon de resten van de mango zou verspreiden over het land en iedereen wist dat de tijd aangebroken was. Men maakte een groot vuur met een deel van de mango boom en alle resten. Het resterende deel van de boom hing men terug in het huis van de ceremonieleider. Deze zou het steeds naar buiten brengen en in gedeeltes verbranden tot het op was (en het jaar rond was) en de nieuwe mangoboom werd geveld. Ook de as van de heilige boom werd bewaard voor ceremonies.

Nieuw-Guinea en Solomon eilanden:

Begin oktober; In Kundiawa is het Simbu feest.

Eind oktober; In Lae is het Morobe feest.

Eilanden ten westen van Nieuw-Guinea en ten noorden van Australië, Tussen Timor en Tanimbar (zoals westelijk Maluku Tenggara):

Porka feest van vernieuwing aan het begin van de regentijd. De zonnegod in de vorm van een lamp van kokosbladeren werd overal opgehangen. Hij zou via de heilige vijgenboom (lees hemelboom) naar de aarde komen om het land vruchtbaar te maken. Hiervoor zette men een ladder met 7 spijlen onder de heilige boom. De ladder is versierd met vogels die de komst van de zon aankondigen in het oosten. Voor het feest werden honden en zwijnen geslacht. Onder de boom werd gemeenschap gehouden als vernieuwingsritueel om vruchtbaarheid te krijgen en een goede oogst. Het houten symbool (paal), vaan met fallussymbolen, van de hemel godheid werd vernieuwd en werd bij de steen of schelp (doopvontschelp: Tridacna gigas) die de aardegodin voorstelde, in de grond geplaatst. Als een groot kosmisch huwelijk. In termen van de bootsymboliek; "de roerganger kwam aan boord en dichtte het loosgat".  Men dacht ook dat door het koppensnellen van andere volkeren men een betere jager was en de hoofden werden op de stenen tafel gelegd onder de boom. Ten teken van de koppensneljacht hees men een speciale vlag, soms in de vorm van een fallus.

In Nieuw Guinea bij het Kai volk: ging men schommelen aan de bomen. Dit zou ook een goed effect hebben op de groei van nieuw geplante Yam. Iedereen ging schommelen jong en oud en men zong speciale liedjes. Door de naam van de Yam (bv. Kakulili) te schreeuwen terwijl men van de schommel sprong, dacht men dat ze sneller uit de grond groeiden. Tijdens de groei van de Yam raakt men de jonge scheuten aan met een kleine speciale boog (tawatawa) als de yam gaat afwikkelen. Opdat de Yam beter groeit. En om de bladeren beter te laten groeien speelt men het hand-touw figuren spel. Er bestonden vele figuren (Ook gekoppeld aan de mythen, en dus ook aan de sterrenbeelden). De Yabim en Simbang offeren sago-drank en varken aan de geesten van de vorige eigenaren van het land als de taro planten bladeren krijgen. De geesten zouden vriendelijk zijn en de vruchten laten rijpen. Ook voor de Taro plant werden rituelen gedaan opdat ze beter groeit zoals het ronddraaien van de vruchtzaden van een soort wilde vijg en gooi-spel van mini speren. Wanneer de planten net uitkomen mogen alleen dan de verhalen verteld worden van de volkslegenden. Ook Het Bukaua volk en Yabim volk van Nieuw Guinea vertellen de verhalen als de Taro en Yam rijp zijn (Tevens bad men om een goede oogst van suikerriet en bananen aan de geesten).

Yabim volk van Nieuw Guinea draaien het snor hout aan een touw rond (Engels: bull roarers) en noemen de namen van de voorouders opdat de Yam en Taro beter groeien. Het Kiwai volk gebruikt ook het snor hout voor een betere oogst van Yam, zoete aardappels en bananen. Ze noemen het "De moeder van de Yams". Ook in Mabuiag, een eiland in de Torres Straits, is het snor hout in gebruik om de yam en zoete aardappels te laten groeien. De geesten zouden het snorhout geluiden laten maken. Ook de Muraena (een soort Murene vis die lijkt op een aal en is is eetbaar) werd betrokken bij een spreuk met de twijgen van de boom van de kalelong om de Taro beter te laten uitgroeien.

Het hand-touw-figuren/ spel (Engels: Cat's Cradle) werd over de hele wereld gespeeld en had ook vaak een magisch/ religieuze functie. Bij vele volkeren werd het gebruikt om de zon of planten te beïnvloeden of om de mythen en dus ook sterrenbeelden tot leven te laten komen (Zie het boek van: Miss Kathleen Haddon; Cat's Cradles from Many Lands (Londen 1911)

In Kiriwina in zuid Nieuw Guinea; na de oogst van yams hield men een groot feest met veel dans dat dagen kon duren. Offers van armbanden en geld werd op een platform gelegd. Na het feest joegen de mensen de geesten uit het dorp door te schreeuwen, op de deurposten te slaan en alles om te keren waar de geesten zich konden verstoppen. Ze hadden gefeest voor de geesten en hun spullen gegeven dus nu zou het tijd zijn om te vertrekken. Dit deed men ook in west Afrika aan de goudkust.

Bij de Tugeri of Kaya-Kaya, op de zuidkust van nederlands Nieuw-Guinea noemde men de snorrehout; sosom, de naam van een mythische reus. Deze zou elk jaar verschijnen met de zuid-oostelijke moesson. Men hield een feest in zijn ere met het draaien van snorrehout. Jongens werden ook door hem gedood en weer tot leven gewekt. De geest of god stond dus voor een soort regengod.

De Kiwai van voormalig Brits Nieuw Guinea: De grote vuurceremonie mimia. De mannen dansten in het mannenhuis en hielden takken van croton (Codiaeum variegatum) in hun handen. Daarna renden ze met de takken naar buiten en naar de kust waar ze de takken in het zand staken. Het hoge tij nam deze dan mee. De bedoeling was om zo de  ziektes / gevaren uit het dorp te verdrijven. De noord-west moesson nam deze dan mee naar de Torres Strait eilanden. En wanneer ze hoorden dat daar een ziekte was uitgebroken wisten zijn dat die van hun kwam en waren blij dat ze op deze manier ontkomen waren.

Na het begin van elke moesson was het gewoonlijk om een ritueel uit te voeren om zich vrij te houden van ziekten/  gevaren voor het komende seizoen. Ouders gingen met hun kinderen in het bos. Bij een klimplant die van een boom hing maakten ze een spleet er in. De moeder ging voor de klimplant staan en hield deze open als een poort. Ze keek in de richting van het dorp en het oudste kind kroop als eerste tussen haar benen door en door de opening van de klimplant. De vader spuugde een kruid; manababa naar elk kind. En wanneer het kind erdoor was en opstond, duwde hij ze voort door hun hielen op te tillen en hij hield hierbbij een warakara blad in elke hand. Daarna volgde hij de kinderen en als laatste kroop de moeder erdoor waarna ze het gat sloot. Ze plaatste onder haar hielen twee delen van oivo (fossiel hout). Deze liet ze achter om de weg te sluiten. Hierna gingen ze allen in zee baden. Voor de poort zie ook Plejaden en Pi. Noord meifeesten. De ceremonie werd ook gedaan wanneer een Kiwai man een weduwe trouwde om te zorgen dat hij niet werd achtervolgd door de boze geest van de vorige echtgenoot van de vrouw
("het sluiten van de deur". Ze kropen door de ju-rude klimplant. Ook wanneer een man een weduwe trouwde wiens echtgenoot door een slang was doodgebeten. Kropen ze door een nipa blad die werd opengehouden door een dwarsstok. De man
kroop als eerste door het blad waarbij hij de stok weg duwde zodat het blad zich weer sloot achter hem. De vrouw deed hetzelfde na hem. Wanneer ze in huis kwamen deden ze de deur
achter hun dicht. Als de vorige echtgenoot door een krokodil was gedood zou het voldoen dat de man alleen van achter naar voren tussen haar benen doorkroop om niet achtervolgd te voren door de geest van de vorige echtgenoot. Wel sloten ze de deur van het huis
tot de volgende ochtend.

De Kiwai van voormalig Brits Nieuw Guinea: Tijdens het planten van de yams, zoete aardappel, suikerriet, banaan. Vroeger dacht men dat seks met anderen dan de partner goed zou zijn voor het bevorderen van het gewas (zoals in vele landen). Het vocht werd direct aan de wortel van de Sago palm
geschonken.

Rook Island bij Nieuw Guinea: Feest met een of twee gemaskerde mannen. Ze gingen dansend door het dorp en werden gevolgd door alle andere mannen. Ze eisten dat de besneden jongens die nog niet opgeslokt waren door de grote geest/ god Marsaba aan hen gegeven moesten worden (voor de initiatie). De jongens die tegenstribbelden werden aan hen gegeven en moesten symbolisch tussen de benen van de mannen met maskers doorkruipen. Daarna ging de processie verder waarbij men riep dat de jongens nu waren opgegeten door Marsaba. Hij zal hen uitspugen als hij offers krijgt van varkens, taro en ander eten. Dus het hele dorp droeg bij die daarna werden gegeten in de naam van Marsaba.

New Britain Island (rechts van Nieuw Guinea): Alle mannen zijn lid van een gemeenschap die Duk-duk werd genoemd. De jongens werden als jong toegelaten maar zijn pas volledig geïnitieerd tot hun veertiende jaar. Ze ontvingen dan van de Tubuvan of Tubuan een verschrikkelijke klap met een stok. Dit zou ze symbolisch doden. De Tubuan en Duk-duk werden gerepresenteerd door twee vermomde mannen die tevens Casuarius vogels voorstelden (de hemelvogel). Ze dansten met een soort springende stap zoals de Casuarius vogel. Ieder droeg een hoge hoed van gras of palmvezels van 6 voet hoog en aflopend tot de schouders zodat het zijn hoofd en gezicht bedekte. Van nek tot de knieën waren ze bedekt met hoepels bedekt met bladeren. Tubuan werd als vrouwelijk beschouwd en Duk-duk als mannelijk. Ze zouden samen gaan broeden en geboorte geven aan de jongens als man. Zodat ze als het ware herboren werden. (Men geloofde dat de Casuaris het kosmische ei legde waaruit alle mensen afstamden). De maskers werden bewaard voor de initiatie. Vrouwen en kinderen mochten de initiatie niet zien anders zouden ze sterven. Dus verstopten zij zich al ze het hoge schelle geluid hoorden. In het district van Berara is de Duk-duk kleur rood. De Duk-duk kwam ook voor op de omringende eilanden zoals New Ireland en Duke of York.

Nieuw-Brittannië (Engels: New Britain) eiland: Wanneer de Plejaden verschenen tijdens een bepaalde positie in de lucht, ging men planten.

Halmahera Island (noord Molukken): Bij de Galelareese en Tobelorese: Initiatieriten. Men maakt een feesthut met wee lange tafels, een voor de vrouwen en een voor de mannen. Men bracht huiden van roggen en stukken hout die een rode kleur aan water gaven. De priester of oudere schuurt het hout tegen de roggenhuid in een bak waardoor er rood poeder in valt. Hij noemde de naam van de jongens op die initiatie kregen. Daarna werden bakken gevuld met water. Bij de derde schreeuw van de haan, smeerde de priester de lichamen van de jongens in met het rode water. Dit stelde bloed voor dat door de gezangen vrij gekomen was. Tegen het breken van de dag werden de jongens naar het bos gebracht en de mannen die bewapend waren met zwaard en schild begeleiden de jongens al dansend en zingend. De jongens moesten zich achter de grote bomen verstoppen. De priester klopt drie keer op de boom. De jongens blijven in het bos waar het warm was. In de avond mochten ze baden en kregen ze eten van de vrouwen in het feesthuis.

Eilanden in de Ceramzee/ Seramzee ten westen van Nieuw Guinea (Formosa en Ceram eilanden). Initiatie van jongens tot de Kakia groep. De jongens kregen een taboe opgelegd over bepaald eten. De mannen maken het geluid van bamboe trompetten in het speciale feesthuis terwijl de jongens er geblinddoekt heen werden geleid. Men deed alsof het hoofd van de jongen werd afgesneden en stak een bloedende zwaard of speer ten teken hiervan door het dak naar buiten. De moeders huilden dat hun kind was omgebracht. In sommige plaatsen werden de jongens door een opening geduwd in de vorm van een krokodillenbek of een casuarius bek. Men zei dat de duivel ze had opgeslokt. De jongens bleven in de donkere hut voor vijf tot negen dagen. Naast het lawaai van trompetten, zwaarden of musketten die men afschoot. Elke dag mochten ze baden en werd hun lichaam ingesmeerd met gele verf zodat ze ingeslikt leken door het monster. Elke jongen kreeg een of twee kruizen getatoëerd door middel van doorns op zijn borst of arm. De leider sprak door zijn trompet in aparte tonen alsof hij de stem van geesten was. De tradities en geheimen van de stam werden doorgegeven aan de jongens. Ze kregen een stok die aan beide uiteinden was versierd met hanenveren of casuarius veren als bewijs dat ze in de andere wereld waren bij het monster (god/geest). Als ze terugkeren lopen ze achterwaarts en zijn zogenaamd alle dingen vergeten. Alsof ze pasgeboren kinderen zijn die alles weer geleerd moeten worden. Voor twintig of dertig dagen mocht hun haren niet gekamd worden door moeders of zusters. De priester nam ze mee in een plaats in het bos en sneed een lok haar af van de jongens. Hierna werden ze beschouwd als mannen en mochten trouwen.

>>