8) De volgende periode is van 23 juli tot 21 augustus    >>


(In augustus is het in midden Australië heet en droog) (Sterrenbeelden: Orion, Plejaden+ Regenboogslang (en) (wellicht ook een of twee kraaien, kaketoe?)

Zie zodiak E Periode: 7, zwart: Y

Boorong Aboriginals: Zagen twee dansende mannen vlak bij elkaar in het sterrenbeeld van Orion. “Kulkunbulla” is de riem en zwaard van Orion. Ze staan wijdbeens met geheven armen boven elkaar en op de kop.

De Australische Aboriginals (Yolngu mensen) noemden Orion Julpan de kano. De drie sterren van de gordel van Orion vormen het brede middenstuk van de kano. De mythe gaat over twee broers die gaan vissen en een vis aten waar een taboe op rustte. Als straf stuurde de zon een wilde rivier (Eridanus) waardoor ze met kano en al meegesleurd werden naar de hemel.

Vele mythen gaan over de reuzenboom.

De Baobab of apenbroodboom noemt men in Australië ook Boab. In de droge tijd kon men water uit deze boom winnen.


Voor het sterrenbeeld van de Plejaden in Australië hoeven we ook niet ver te zoeken. Deze ligt ook precies in het centrum van Australië op en rond Mount Conner/ Atilla (Berg Conner). Dit wordt ook letterlijk genoemd in de mythe van de Aboriginal's over de zeven zusters Kungarankalpa. Zij worden achtervolgd door de man Nyiru (Orion) die het gemunt heeft op de oudste zus. Zijn voetafdruk is te zien in de sterren; zijn tenen vormen de riem van Orion en de hiel van de voet; de punt van Orion's zwaard. De Plejaden noemt men Kurialya. Mount Connor is een grote hoge tafelberg en werd gebruikt als oriëntatiepunt in het landschap. Hij is bijzonder omdat alle winden van Australië hier omheen draaien tegen de klok in. Deze winden nemen al het zand mee waardoor er een stenige bodem overblijft waar weinig planten op kunnen groeien. Hierdoor konden de Aboriginals ook geen normale landbouw bedrijven.

Als iemand overlijd wordt deze persoon ook begraven in een holle boom (vaak eucalyptusboom) die wordt beschilderd met symbolen van de clan. Het binnenste van de boom (de kern) is heilig.



In een andere mythe bewaarde de vrouw van de Plejaden het eerste enige vuur in haar graafstok. Een kraai wilde het vuur hebben en verstopte slangen in een mierenhoop. Hij moedigde haar aan om naar miereneieren te graven waar ze dol op was en toen ze de slangen zag raadde hij haar aan om ze te doden met haar graafstok. Toen viel het vuur eruit en de kraai ging ermee vandoor. Maar omdat hij het niet wilde delen werd de luchtgeest en maker van de mensen boos en bracht hem ertoe het los te laten. Ook in andere mythes zien we het vuur naar de mensen gebracht via de Plejaden zoals via de reuzen eucalyptusboom door de half menselijke en half dierlijke wezens uit de voortijd. Onderweg tijdens de afdaling langs de boom verzamelden ze grote rupsenlarven. In veel verhalen brandde de reuzenboom af (meestal aangestoken) tijdens zijn val ontstonden soms landschappen. Er is ook een verhaal van een koala (Koob-boor) die het water van de mensen stal en zich in de reuzenboom verstopte. Hierna klommen de zonen (Ta-jerr en Tarrn-nin) van de machtige Pun-jel in spiraalbeweging in de hemelboom (anders lukte niet) . Ze straften de Koala en gooiden hem weg. Zij kapten vervolgens de reuzenboom om zodat het water weer terugstroomde naar de mensen. De koala staat ook in verband met de droogte omdat het lijkt alsof hij nooit water drinkt.

Sommige Aboriginals zouden de Plejaden Mormodellick noemen. Volgens de Aboriginals van New South Wales zouden de Plejaden voor de meeste hitte zorgen. Omdat terwijl het warmer werd ook het sterrenbeeld hoger steeg in de lucht en op zijn hoogst in de lucht stond wanneer het het warmste was. Bij de Spring Creek tribe van Victoria; "Wanneer de Plejaden in het oosten zichtbaar waren, een uur voor zonsopgang, zou het de periode zijn om vrienden en buurvolkeren te bezoeken". Er was een algemeen geloof van de Aboriginals van midden en zuidoost Australië dat de Plejaden vrouwen waren die eerst op aarde leefden maar later in de hemel kwamen. Sommige stammen van Victoria geloofden dat de Plejaden een koningin was met zes begeleiders. En dat de kraai (Waa) verliefd werd op de koningin en met haar wegvluchtte. Sindsdien zouden er nog maar zes Plejaden zijn.

De Aboriginals kennen vele mythen over de Plejaden, soms in de vorm van een boom of meerdere bomen, soms als kristallen en vaak als een trap of draad naar de hemel. Zo gingen zielen soms langs een koord van buidelratpels (opposum) naar de hemel om de sterren in de Melkweg te vormen. Heilige mannen zouden zelf een touw (maulwe) uit hun lichaam (testikels) konden maken om zo zichzelf naar boven te hijsen als een spin langs een draad. Wellicht gebruikten de sjamanen hiervoor werkelijk getwijnd spinnendraad dat ze daar hadden verstopt. In deze droge tijd verzamelden de aboriginals van het binnenland zich bij een bron (Zoals de Afrikaanse Bushmen). Op de rotskunst worden bronnen die permanent water bevatten aangegeven door grote concentrische cirkels met een spinnenweb symbool er op. Men maakte zo ook hele luchtkaarten van wegen naar bronnen op de rotsen die men uit het hoofd moest leren door ze te verbinden aan mythen. Zo kon wist iedereen in tijden van droogte waar het kostbare water was te vinden.

Mythe van de gezusters Plejaden uit WONG-GU-THA, Op de grens van: Northern Territory. Docker River, De vertelster zegt dat de grotten waar de verhalen verteld werden van de Plejaden volledig vernield zijn door de moderne mijnbouwers. (Josie Boyle and Mimbardda. Kalgoorlie, Western Australia, 1997): De twee wijze mannen en de zeven zusters. In het begin van de schepping van Yulbrada de aarde maakte de creator Jindoo de zon, 2 geest mannen (een soort goden): Woddee Gooth-tha-rra om de aarde vorm te geven. Ze kwamen van het verre einde van de melkweg. Ze maakten de heuvels, valleien, meren en oceaan. Toen ze bijna klaar waren met hun werk stuurde Jindoo de grote creator, 7 zusters, sterren van de Melkweg om de aarde mooi te maken. Met bomen, vogels, dieren en andere kruipende wezens. De zeven zusters maakten de honing mieren toen ze allen dorst kregen. De zusters zeiden tegen de jongste: "ga en zoek gubbee, wat helder water". "Daar in de heuvels, ga in die richting". De kleinste jongste zus nam de yandee schaal en ging op zoek naar water. De Woddee Gooth-tha-rra, de twee geest mannen zaten in de bosjes en bespioneerden de vrouwen. Ze volgden minyma Goothoo, de jongste zus. En toen ze het door had werd ze verliefd op de mannen. De andere zusters zochten haar omdat ze zo lang weg bleef. Ze waren heel dorstig en hadden water nodig. Na een tijdje vonden ze haar samen met de twee geest mannen. De creator had gewaarschuwd dat als er iets zou overkomen met een van de zussen, ze niet zouden kunnen terugkeren naar de Melkweg. De twee mannen en de zus bleven op de aarde en verloren hun speciale krachten en werden gewone mensen. Ze werden de voorouders van de mensen op aarde en maakten de wetten. Ze waren de voorouders en wetmakers van de woestijnmensen. Zij leven nog bij deze wetten. Dit is waarom de mensen van de woestijn zo veel kennis hebben van en voor de sterren van het universum.

Mythe van de Unda Gnoora-stam uit de Cooperregio (midden Australië). Vroeger was de woestijn een vruchtbaar en vochten gebied met reuzengombomen (Eucalyptussen). De hemelhelden (Kadimakara) kwamen langs de 3 gombomen (hemelpijlers) naar de aarde. Helaas werden de 3 bomen vernietigd waardoor de reuzen op de aarde moesten blijven. De gaten van de bomen werden een groot gat dat "Puri Wilpanina" werd genoemd. Hierdoor ontstonden grote droogtes afgewisseld met overstromingen. Soms ontstond er een groot meer in Australië (Lake Walloon) met dolfijnen, longvissen en flamingo's. De hemelhelden namen teveel voedsel en stierven uiteindelijk in het zoutmeer van Callabonna.

Mythe uit Menzies/ Lake Ballard: De 7 zusters (Plejaden) kwamen op de aarde om te jagen. Ze kregen bezoek van een man die een vrouw zocht.
Een van de meisjes werd verliefd om hem. Zij bleef terug. Daarom zie je een ster van de Plejaden in de hemel iets verder naar achteren dan de rest. (het thema huwelijk past hier ook bij).

De 7 zusters Minmara (in de mythe van Njirana)

Zondvloedmythe van de Murinbatastam (Noordelijk Territorium). Door aanhoudende regen verdween het land onder de stijgende zeespiegel. Alleen een bergtop stak nog boven het water uit en de grielman Karen leidde alle mannen van de vogeltotems hierheen. Ze wierpen een stenen dam op rond hun eiland tegen het water. De dieren die naar het eiland zwommen dienden hen als voedsel. Karen vroeg aan de vogelmensen verkenningsvluchten uit te voeren om te kijken of er land was. Twee honingzuigermannen werden uitgezonden en vlogen terug met een groene twijg in hun snavel. Karen steeg op naar de hemel en werd een ster vlak bij de maan. Hierna daalde het water en werden de vogelmensen weer vogels.

Het sterrenbeeld tweeling komt terug in de mythe over de berg Uluru (Ayer's Rock). Zij jagen op de emoe vogel. Beide bergen zijn erg heilig voor de Aboriginals en bevatten vulkanisch gesteenten. Ook kwartskristallen waren van symbolisch belang bij de Aboriginals.


De mythe van het Adnyamathanhavolk uit de Flinders Ranges vertelt over de spin (Adambara) en een spinetend insect (Artapudapuda). Waarbij ze de reden van de dood (en herrijzenis) van de mens (Yura, zwarte man) uitlegden doordat ze het er niet over eens waren.

Regenboogslang: Bij Noordpoolster in Arnhemland. Hier zijn de oudste rotstekeningen te vinden. Wellicht ook nog een slang rond Alice Springs en op het Kimberley plateau. Hierover vertellen de mythes van het land. Er werd ook een slangen-route gelopen (tevens als initiatie van de jongens tot man) langs deze slangen-sterrenbeelden (de Jarapiri route genoemd naar de regenboogslang). Dit was een soort pelgrimstocht vanaf het noorden (wellicht al vanuit Arnhemland) langs de heilige plaatsen zoals de eieren van de slang rotsen (Devil's marbles) door de bergen naar het zuiden. Ook langs de Iukiuta grot en Mount Zeil. En kwam uit bij het sterrenbeeld van tweelingen (rond de Warburton Range). Of het liep in een cirkel terug naar het noorden via het Kimberley Plateau en hierna weer naar Arnhemland. Tegenwoordig vinden we deze route nog terug in de Jarapiri road van Alice Springs naar Uluru (Ayer's Rock). De weg van de slang in de Droomtijd werd nagelopen langs de watergaten die de slang gemaakt zou hebben. Sommige slangen zouden ontstaan zijn uit meteoriet inslag plekken zoals die bij Wolf Creek. De route en slangen zelf bevatten naast mijnen, rotskunst, heilige plaatsen en meteoriet inslagplekken. Bij alle Aboriginals maakten de regenboogslangen het landschap door middel van watergaten, rivieren en hierna verstopten ze zich op een heilige plek. De plekken waar de slangen rusten liggen vooral in de slang-vormige-sterrenbeelden in het landschap die overigens ook op grote wormen/ rupsen lijken. Dit is niet toevallig want de grote larven spelen een rol in deze periode en bij initiatie, ook in Nieuw-Guinea. In de grotten (met rotskunst) hield men ceremonies waarbij men de droomtijd verhalen vertelde, danste en soms ook bloedoffers bracht door zichzelf te snijden (of de jongens werden als initiatie soms besneden) De jongens kregen bij de vuurinitiatie de verhalen en liederen van de stam ingeprent en hun persoonlijke snorhout (bull roarer; bolewana), (ook als heilig voorwerp; Churinga hier stonden wellicht de rivieren en bronnen uit de omgeving op). Tijdens het maken van de rotskunst vermaalde men het zaad van de waterlelies tot een soort meel waar brood "Damper" van werd gebakken (dit deden ook de Bushmen van Afrika).

De regenboogslang die in het centrum van Australië woonde reisde de Wanambi van Aneri Spring op de grens van Zuid Australië en het Northern territory
naar de Musgrave Ranges. Ook reisde hij rond Mount Connor.

In Centraal Australië gelooft men vaak in de oermoeder als oude vrouw: Kunapipi, Mumuna of Kliarin-Kliari. De regenboogslang zou de weg hebben bereid naar de baarmoeder,
zodat de vooroudergeesten aan de mensen levenskrachten kunnen geven als deze geboren worden.

Vele verhalen van regenboogslangen gaan ook over het vuur zoals "The Dreaming of Kunukban". De Kurukura; zwarte koekoek, stormzwaluw of Koel. Verstopte zich bij de Djun-Gurra-Gurrobron bij Tennant Creek (hier werd ook goud en mineralen gewonnen) en dit ligt ook langs de slangen-route naar het noorden.

Bij het watergat van Yimiri van Port Headland maakte men tekeningen van slangen in de zoutpannen opdat de god Ymiri het liet regenen.

*1 augustus was ook een belangrijke dag. Het was 40 dagen na de midwinterzonnewende.

Rond 24 augustus zien we Het feest van de held en de draak. Dit feest begon al rond 15 augustus en liep door tot 10 oktober.

  

In het uiterste noorden beginnen in juli de bloemen met hun bloei, langzaam schuift dit op naar het zuiden. Rond deze tijd bloeien de bloemen in het midden van Australië. Na de bloementijd begon men met het verzamelen van wilde bijenhoning (dit hangt af van de regio). In de woestijn leven ook reuzenbijen, zij maken hun nesten in de grond. Wellicht is deze bij ook als sterrenbeeld te zien als " de bij" Musca in de buurt van het Zuiderkruis (zie het sterrenbeeld).

Begin van het rode zandstormen seizoen (Beewees of Iguana's; Corroborree (dans met vogelimitatie) van de Euahlayi Aboriginal stam in Oost-Australië) . Het rode stof werd symbolisch gezien als de pollen van de Acaciabomen.

Sommigen Aboriginals vereerden de yarran boom (Acacia homalophylla) met zijn bijenhoning (Die in oost-Australië groeit).  Deze begint meestal te bloeien in augustus- oktober (soms pas vanaf november). Het hout werd gebruikt voor speren. Uit de bast komen druppels rode gummi. Scheppingsmythe uit Zuidoost Australië: Baime/ Baiame, schiep de eerste man Beer-rok-born en zijn vrouw. Hij gaf ze land en voedsel. Toen zette hij zijn teken op een boom en zei dat deze boom heilig was en ze er geen eten uit mochten halen anders zou er een ramp gebeuren. Maar toen de vrouw hout verzamelde bij de boom kon ze de verleiding niet weerstaan om de vele honing te gaan halen in de boom. Toen kwam de reuzen vleermuis Narahdarn die de boom moest bewaken van Baime, hij liet een koude wind waaien met zijn vleugels. Ze viel naar beneden en rende weg. Maar door haar actie had ze de dood in de wereld gebracht (in de vorm van de vleermuis). De yarran boom huilde tranen om de mensen en deze werden hard en veranderden in de gummi. De scheppergod of scheppergeest Baime/Baiame komt voor bij de volkeren van Zuidoost Australië: Wonnarua, Kamilaroi, Eora, Darkinjung, Wiradjuri. Hij creërde alles voor de mensen, ook hun regels en wetten. En de eerste initiatie site: Bora, voor jongens. Hij had 2 vrouwen: , Ganhanbili en Birrangulu. Birrangulu kwam voor in de vorm van een emoe (zie Sterrenbeeld Emoe). Volgens sommigen was Dharramalan/Daramulum ("één-been") hun zoon of hij was de broer van Baime/Baiame. Zijn stem kon gehoord worden via het snorre-hout. Dat gebruikt werd bij de initiatierites. Hij verstopt zich in de boom als warrelknoest, bolvormige vergroeiing. Hij kon zich in diverse dingen veranderen (trickster).

Volgens het Guringai volk was Dharramalan/Daramulum ("één-been"), het sterrenbeeld Zuiderkruis. Met in het kruis ook de Emoe hoofd (Van zijn moeder of vrouw).

15 augustus: Arnhemland in noord Australië; Mirarr Koenjai: mi-stam: Begin bloeiseizoen van vruchtbomen zoals groene pruim en witte appel. Begin van hete en droge tijd; Gurrung.

Arnhemland: Clan van de wilde honing vertellen de scheppingsmythe van Djareware (regenboogslang) in hun droomtijd dans. Djareware vormde het landschap; de rivieren, meren, bronnen, rotsen waar hij zijn kracht en ziel in achterliet. Gele oker-aarde werd aangeduid als zijn ontlasting. De honingvogel; Geganggië of Wilog (Friar-bird) zit op de holle eucalyptusboom; Gundui (waarin de bijenhoning is te vinden en oogsten). De honingvogel brengt de mensen kennis zoals de speer. Honing werd gebruikt als medicijn en liefdeselixer (tijd van ceremoniële paring tussen getrouwde mannen en vrouwen). De bijen werden voorgesteld als een touw die versierd was met oranje parkietenveren. Dit kon tevens zonnestralen en bloemen (stuifmeel of nectar) voorstellen. De zon stond voor de droge tijd. Voor de initiatieriten van kinderen die ook "geboorteriten" worden genoemd omdat ze symbolisch opnieuw geboren zouden worden verzamelde men na de geboorte een stukje haar of navelstreng. Voor de ceremonie als het kind minstens vijf jaar oud was kapte men een paal uit een jonge eucalyptusboom. Deze paal werd versierd met de afbeeldingen van Djareware, bijen (witte verenringen en witte stippen) en honing (donker oranje parkietenveren). Geganggië werd gemaakt uit de bast van de papierboom. Maanden voor de ceremonie mochten de kinderen in de ceremoniële hut de dansen en Dreaming verhalen leren. Op de dag van de ceremonie zelf bracht men de paal naar buiten voor de familie en plaatste men het stukje haar of navelstreng aan de paal. Soms noemt men deze riten ook wel "morgenster" riten.

Imberombera: De vruchtbaarheidsgodin van Noord-Australië, rees op uit de Oceaan, maakte het land en de dieren, planten en mensen die ze uit haar lichaam vormde. Ze droeg veel kinderen in haar reuzenmaag. Ze vroeg aan Wuraka de vruchtbaarheidsgod of hij mee wou reizen. Maar voor hem was de reis te lang en zijn penis te zwaar, hij zakte in elkaar en veranderde in een tors rock (Uluru?). De godin baarde vele kinderen en leerde ze de taal en het verbouwen van bataten. Ze is de stammoeder van 10 aboriginalgroepen en hun talen.

De godin Kalwadi speelt een rol bij de inwijdingsriten van jongens. Ze verslindt de jongens symbolisch en braakt ze weer uit als mannen. Volgens een mythe was ze een soort kannibaal en toen mannen haar doden en opensneden zaten de jongens niet in haar maag maar in haar baarmoeder om opnieuw geboren te worden. Dit wordt nagespeeld.

De geelkuif kaketoe broedt in het zuiden van augustus tot januari. De geelkuif kaketoe broedt in het noorden van mei tot september. Hierdoor kreeg deze vogel een speciale betekenis. Zie periode 5.

Almond Blossom Festival: Amandelbloeifestival op Mount Lofty in de eerste week van augustus. Ook een wedstrijd amandel kraken.





Rivieren en meren drogen op in Centraal Australië en er is alleen nog water te vinden in speciale plaatsen (bij een bron of tussen rotsen) zoals de natuurlijke poelen “Billabongs”. Het was van levensbelang om deze water plaatsen uit het hoofd te kennen voor de droge periode in de woestijn. In Australië zijn ook de oudste routekaarten ter wereld afgebeeld op de rotsen. Bij de grote waterpoelen en bronnen zou de mythische regenboogslang (python Julunggul/ Marnguny, zie ook periode 11) leven als beschermer van het kostbare water en tevens maker van waterpoelen. Tevens leven er bij de waterpoelen veel slangen. Soms draagt de regenboogslang hoorns.  Vaak zien we ook 4-5 watergaten (Plejaden?). Om regen te vragen worden ceremonies gehouden (o.a. Djunggewon, Ngurlmag, Kunapipi en Marndiella). Men vroeg ook om regen aan de bliksemman (nen) en hierbij werden de rotskunsttekeningen/schilderingen vernieuwd. Er werden ook initiatieriten gehouden voor jongens (jongens werden dan symbolisch ontvoerd, opgeslokt door de slang julunggul om later weer uitgespuugd te worden net als in de mythe met de twee zusters Wawilak. In deze mythe wordt het verhaal van de zondvloed verteld. En de zondvloed staat ook in relatie tot de Plejaden (zie het sterrenbeeld). Ook de krokodil speelt bij deze initiatieriten een grote rol. In een mythe is hij degene die het eerste vuur heeft voor de regenboogvogel het aan de mensen gaf.

Bij het Dieri volk van centraal Australië werden de jongens geïnitieerd waarbij hun rug werd ingekerfd. Hierna ontving de jongen een snor hout aan een touw. Hiermee stond hij in verband met zijn voorouders. Door het te draaien, voor zijn wonden waren geheeld (dus in deze periode), kreeg hij de kracht om veel hagedissen, slangen en andere reptielen te vangen. Dit voorwerp komt ook terug bij de start van de regentijd (en Plejaden) in Nieuw Guinea en de Torres-Strait volkeren, zie periode 9 en 10 voor hen staat het voor de oogst van plantenvoedsel.

Arunta volk van centraal Australië: vereerden hun lange paal (rond 20 voet hoog) met bovenop de afbeelding van een mensenhoofd van hout. De paal werd ingesmeerd met mensenbloed en speelde een rol bij de initiatie ceremonies van de jonge mannen. Hiervoor werd een Eucalyptus boom gekapt en gedragen zonder dat het de grond raakte, anders zou het zijn kracht verliezen. Op heilige grond werd het in de grond gezet. De paal vertegenwoordigde de oude voorouder (als de levensboom).

Op te rotskunst zien we vele dansende figuren die rijk zijn uitgedost. Hun hoge/ lange hoofdversiering maken ze met behulp van de bijenwas. Aan het einde zit een vaal een bal waarin emoe veren werden gestoken als versiering.

De emoes (met jonge kuikens), grote rode kangoeroes en grote trapvogel (otis tarda) trekken uit de woestijn weg naar vochtigere gebieden en het zuiden. De westelijke emoes trekken naar het koele zuiden. Hierdoor zijn er in het centrum van Australië minder dieren te vangen. Sommige aboriginals van Victoria beschouwden de Emoe als heilige vooroudervogel (zoals de struisvogel van Afrika). Wanneer het dier was gedood mocht de huid, vlees of vet de grond niet raken. In Nieuw-Guinea vereerde de Papua's de Kasuaris (Casuarius) loopvogel als vooroudervogel. De eerste mens zou uit zijn ei zijn gekomen.

In de winter snijd men de boemerangs uit de blackwood boom deze zullen ook ingewijd worden tijdens de ceremonies.

De combinatie van honing, besnijdenis en Plejaden is ook vrij algemeen bij de natuurvolkeren in Afrika in deze periode.

De gedachte hierachter is dat de Plejaden de poort vormt naar de andere wereld (zie hoofdstuk sterrenbeelden). De jonge kinderen gaan symbolisch dood (worden zodanig beschilderd) ritueel gedood, waarna ze een nieuwe soort ziel krijgen (bezield, levenskracht en kennis van de voorouders en de stam) via de Plejaden. Hierna worden ze symbolisch opnieuw geboren (vaak wordt hij ook letterlijk eerst behandeld als een baby). Dit gebeurt met veel rituelen en optredens want het is ook een manier voor de ouders en familie om dit te verwerken. Een volwassen jongen mag vaak niet meer bij zijn moeder zitten of haar rechtstreeks benaderen/ aanspreken. Ook zijn er vele taboes en regels die hij moet leren. Tevens moet hij de dansen en symbolen leren van de Dreamings. Een meisje kreeg haar riten en opleiding na haar eerste menstruatie (en dat viel niet op een vast tijdstip).

Elke stam (clan) is toegewezen aan een deel van de seizoenskalender en leert de liederen en dansen van de figuren en dieren van die bepaalde periode (de sterrenbeelden; uit de droomtijd als hun religie). Zo leren meerdere stammen gezamenlijk het hele verhaal en hoeven ze maar een deel te onthouden. Door het gebruik van metaforen kon men abstracte begrippen beter onthouden. Hun land/ gebied waarop ze wonen en rondtrekken is tevens een mini-versie van de grote kalender. Bijzonderheden zoals bepaalde rotsen en struiken krijgen een speciale betekenis en dit is belangrijk voor de oriëntatie. Zo heeft elk leefgebied ook zijn eigen Plejadenplaats als centrum. Bijzondere mannen zoals de sjamanen die vaak arts/ genezer, priester/ wijze, astronoom en maatschappelijk werker in een waren, reisden rond door grotere gebieden. Zij zullen wel het hele verhaal hebben moeten leren en kregen hiervoor ook een lange opleiding.

Rituelen in verband met bloed zoals; aderlating, besnijdenis en oker staan in direct verband met de centrale Plejadenplaats en dus ook deze periode. Zij dienden zowel voor reïncarnatie van de ziel als voor de regeneratie van het land en de zielen van dieren. Kinderen gaven soms ook bloed aan ouderen om kracht te geven of men gaf bloed aan zieken. Het bloed werd ook geofferd aan het land en dan met name onder de grote heilige boom, bij de heilige bron (met waterlelies) of in het gat van de wichetty grub (grote eetbare rups, gegeten in het droge seizoen).

Bij de initiaties van zuidoost Australië sloeg men na het tot leven wekken meestal een tand uit (in plaats van besnijding) en hierbij of erna werd met de snorrebot/ snorrehout: Engels bull-roarer , Duits: Schwirrholz, gedraaid. Deze bestond uit een plat stuk hout met een gezaagde rand met aan een kant een gat waardoor een touw werd vastgebonden. Door het rondzwaaien maakte het een zoemend geluid. Kinderen die nog niet waren ingewijd en vrouwen mochten de snorrebot niet zien en niet bij de initiatie aanwezig zijn.

Ook in de Torres Straits eilanden werd de snorrehout gebruikt bij initiaties en om de wind te laten doen waaien. Tevens bij de besnijdenisfeesten op de franse eilanden ten westen van New Britain. Tevens bij rituelen van de Melanesiërs. Ook bij de Nandi van oost Afrika en de Bushongo van de Congo regio in Afrika werd het snorrebot gebruikt bij initaties.

Bij de Dieri stam van centraal Australië gebruikte men het snorrehout nadat de rug van de jongen bij de initiatie was besneden. Hij kreeg deze en moest hem laten draaien opdat hij veel geluk kreeg tijdens de jacht op slangen, hagedissen en andere reptielen.

De ceremoniële grond in Zuidoost Australië: werd naast Bora (door de Kamilaroi) ook genoemd: burbung (door de Wiradjuri), and kuringal (Yuin).Het woord zou afstammen van de riem die gedragen werd door de mannen tijdens de initiatie. Een riem met voorhang voor het mannelijk lid. Soms maakte men aarden heuvels of richels (ook in de vorm van een mens). Er werden vaak twee cirkels op de grond getekend, een grote voor de toeschouwers en een kleine voor de ceremonie. Of vroeger waren deze al gemarkeerd met stenen (dolmen), wellicht waren er meer cirkels. Sommigen zijn nog bewaard gebleven. (vaak verbonden aan de melkweg in de hemel, waar het gelijke hemelpad liep). De jongens liepen langs het heilige pad naar de kleine cirkel (van de geïnitieerden). Het pad werd gemarkeerd door stenen of geest-voetafdrukken (mundowa) die in de rots waren gekerfd.

Bij initiaties van de jongens in Nieuw Guinea en Australië liet men de jongens ook vaak onder een gebogen tak doorkruipen, een juk: een poort (twee rechtopstaande pijlers en een dwarshout) of door een gat. Dit deed men in het algemeen om zich te reinigen. Soms deed men dit ook in Afrika tijdens de initiatie.

Clan van de wilde honing, Arnhemland: De ziel bestond uit twee delen; een Dreaming deel van het oerwezen en daarnaast een persoonlijk deel met eigen karakter, vaak schaduw genoemd. Deze delen komen afzonderlijk bij elkaar en gaan na de dood weer uit elkaar.

Bij de Arunta stam geloofde men dat de voorouders hun geesten bewaarden in bepaalde heilige stokken en stenen (churinga). Deie vergelijkbaar waren met de heilige snorrenbotten, Engels: bull-roarers Deze hingen aan speciale heilige palen (nurtunjas) die hun totems representeerden. Wanneer iemand ziek was at men van de afschrapingen van de churinga stok om zich weer heel te maken. Een totem kon een dier zijn maar ook een plant, deze kreeg men toegewezen bij de initiatie (soms meer dan een). Men was zo sterk met zijn totem verbonden dat men soms geloofde dat als een van hen stierf ook de andere zou moeten sterven.

De initiatiegeest of god die de jongens zogenaamd doodde en later weer tot leven bracht: Bij de Wonghi/ Wonghibon stam in New South Wales was: Thuremlin. Bij de stammen aan de Lower Lachlan en Murray Rivers was het Thrumalun. De stem van de snorrehout was van het luchtwezen Daramulun die toezicht hield op de riten en gelijk aan de donder. De god van de donder en regen kon later in het jaar dan ook worden opgeroepen met behulp van het snorrehout. Dit geloofden ook vele stammen van noord Amerikaanse Indianen. Tevens werd snorrehout gedraaid bij begrafenissen en feesten ter ere van de doden.

Het Arunta volk in centraal Australië geloofden de vrouwen die de snorrehout (Tjurunga) hoorden bij de besnijdenis van de jongens dat het de geest van Twanyirika was. Ze dachten dat deze na de operatie de jongens wegdroeg in de bush en hem daar hield tot zijn wonden waren genezen. De jongen moest daar ook zijn snorrehout draaien tot hij was genezen buiten het zicht van de vrouwen en kleine kinderen. Vlak na zijn besnijdenis kreeg de jongen van een oudere broer de heilige stokken of stenen (churinga) en zei: "Hier is Twanyirika over wie je zoveel hebt gehoord (en geleerd)". "Deze Churinga zullen je helpen snel te genezen, bescherm ze goed anders zullen je moeders en zusters moeten worden omgebracht" (alle vrouwen en kinderen mochten ze niet zien). Dit deed men ook bij andere stammen in centraal Australië. Bij de Urabunna kreeg de jongen ook zijn snorrehout (chimbaliri). Het geluid zou de geest zijn genaamd Witurna. Bij de Binbinga stam aan de westkust van de golf van Carpentaria geloofden de vrouwen en kinderen dat het de geest Katajalina was, die leefde in een mierenheuvel. De Anula geloofden dat het de geest van Gnabaia was.

(Ik vind de namen van de geest of god opvallend veel lijken op Thor, en dan bedoel ik de Egyptische Taweret). Die ook zijn basis heeft in het woord voor donder, het engelse Thunder. Dit zien we terug aan het gebruik van de snorrehout in periode 10 bij de regentijd (moesson)

Als het water opdroogt verzamelen de vissen zich soms in kleinere ruimtes en zijn soms makkelijker te vangen zoals de grote barramoendi vissen (zie ook periode 10). Soms gebruikten de Aboriginals getwist draad van spinnen om de vissen te vangen. Arnhemland; Wilde honing stam: de mythische vissen Morgol (soort slijkspringer) en Wurdebal vragen om regen. Ze wachten op de noord-west moesson van oktober.


Verder maakte men nu ook jacht op grote varanen (Goanna’s) en hagedissen in Centraal Australië. De grote varanen zoals de Perentie eten zelf ook slangen en ze zitten graag op bomen. Ze hebben een opvallende tekening op hun huid. De Aboriginals aten graag de vette hagedissen en beschouwden ze als delicatesse. Vooral een welkom voedsel in het droge seizoen. Ook de bluetongueskink (blauwtonghagedis) speelt in de mythen als "vuurmaker" een belangrijke rol (te vinden rond Alice Springs). De varaan en de slang is ook een motief bij de Plejaden van Afrika. De hagedis is een meester in regeneratie.

In een mythe van de Goana; Koockard genoemd vertelt men over het maken van vuur met de vuurstokken. En over de intiatie van twee jongens door hun ooms om ze te leren speren te maken, woomerah's en boomerangs. Over het leren jagen en diersporen zoeken.

Men maakte opnieuw een heilig vuur aan door middel van speciale vuurstokken (zie Plejaden en vuur). Het vuur werd daarna door de vrouwen bewaard in de stam of tak van de Banksia boom ( zoals Banksia Integrifolia), bekend als honing-zuig plant van de kust van Australië. De zoete nectar en dauw werd zo van de bloemen gezogen. Er zijn vele soorten. Sommigen bloeien van augustus tot december. Zie ook Prometheus.


In de woestijn graaft men in de droge tijd naar honingmieren onder de Mulga bomen (Acacia Aneura). Van het boomsap maken ze een soort honing (nectar) die ze opslaan in hun achterlijf. Zo hebben ze een voorraad vocht voor de droge tijd om de andere mieren te voeden. Voor de Aboriginals was dit ook een lekkernij en geliefd bij kinderen. Het werd vooral gegeven als ze ziek waren omdat het veel vitaminen bevat.  Uit het hout van de boom maakte men de “woomera”, de brede holle speerwerper zie ook periode 9 met het sterrenbeeld woomera.

Broedtijd Australische raaf (Corvus Coronoides) juli-september in zuid Australië.

In veel verhalen vinden we de kraai (lijkt op de raaf). De kraai Wahn wordt genoemd als de brenger van meisjesbaby's/ meisjesgeest (als hulpje van de maan Bahloo die ze maakt) en de boshagedis Bu-maya-mul als maker van jongensbaby's/ jongensgeest (soms met behulp van de maan). Op een dag gingen ze larven zoeken in een boom en terwijl de maan erin klom en de larven eruit haalde en omlaag gooide maakte de kraai de boom reuzen groot tot aan de hemel. Dit deed hij omdat de maan weigerde de doden weer tot leven te brengen wat de kraai graag wilde. In de hemel kon hij niet meer naar beneden omdat hij langs de zonnevrouw moest (ze hadden ruzie). Hiervan baalde hij omdat hij goede meisjesbaby's wilde maken (kraai kon alleen slechte maken). Uiteindelijk kwam hij in de vorm van de emoe weer terug naar de aarde.  Nadat hij weer baby's gemaakt had stuurde hij de geesten van de kinderen naar Walla-gudjail-Wan (zij houdt ook veel van mosselen, deze worden ook nu verzameld). En naar Walla-guroon-bu-an die de geesten verder stuurt naar de aarde en ze in de bomen verstopt (als rupsen?). De vrouwen die onder de bomen lopen ontvangen zo hun kindgeesten en raken zwanger. Kindgeesten die te lang moeten wachten veranderen in maretak-bosjes die rood bloeien. De kraai veranderd de meisjes ook in jonge vrouwen. Als zij geïnitieerd worden moeten zij de kraai nadoen. De maan beïnvloed het hele leven van de vrouwen tot aan de dood.

In een mythe wordt gesproken van de opossumman Kapali met zijn twee kraaienvrouwen Tjakara en Wapanpri die aan de hemel komen als sterrenbeelden.

In Australië brengt de maan en de kraai de zielen van de meisjes en de boshagedis de zielen van de jongens. zie periode 11.

De kraai speelt ook een rol in deze periode hij staat voor de dood. Bij de clan van de wilde honingbij in Arnhemland kregen de honingvogel en kraai ruzie. Daarom kreeg de honingvogel de regie over de levende zielen en de kraai de regie over de dode zielen (dodenriten). De honingvogel brengt dus de nieuwe ziel (spiritchild) van het kind in de vrouw. Soms zag men ook vissen als brengers van die ziel (periode11). Het is ook logisch dat de kraai in verband staat met de dood aangezien deze aaseter de doden van hun vlees ontdoet. Ook de nachtvogel (een soort grondvogel die in het bos leeft) en de opposum worden genoemd.

Verder werd de kraai ook in verband gebracht met het vuur. De kraai zou ook waarschuwen voor vuur.

Behalve in de Australische Alpen in het zuidoosten; hier sneeuwt/ vriest het tot -16 graden). De wombat blijft hier in de winter van juni tot september de hele dag actief en werd dus veel bejaagd.

De Arunta van Centraal Australië: Om een eind te maken aan de winterkou en om de zon kracht te geven : Ze maakten op een heilige plek een groot gekleurd patroon die de zon moest voorstellen. Met rode en witte groentevezels werden lijnen getrokken uit het centrum die de stralen van de zon moesten voorstellen. Tevens een aantal concentrische cirkels die de vaders van de stam symboliseerden. In het midden stond een stok die de zonnegeest/god moest voorstellen: Knaninja Arrerreka.

Melanesië: Eind juli: De Plejaden (in dit gebied) stond voor de tijd van planten van de Yam en Taro wortel. Zie Melanesië, oogst in oktober.

Nieuw-Guinea en Solomon eilanden:

Eerste twee weken van juli: Warwagira feest in Kokopo of Rabaul op de eilanden. Feest van de gemaskerde bosgeesten (Dukduks en Tumbuans). Ze komen uit de zee in hun kano's om te dansen. S'nachts ook vuurdansen. Een vuurloop en levende slangen.

In West Nieuw Guinea in het zuiden: In juli is het het droogst. Korowai volk. In de droge tijd komen de schildpadden en leggen hun eieren in het zand. Dan begint ook het seizoen van de rode vruchten.

Eind juli Malagan feest in Kavieng of Namatanai. Malagan kunst zoals totems om voorouders en gestorvenen te vereren.

In Augustus is het heet en vochtig behalve in Lae is er een regenseizoen van mei tot oktober.

Ambunti krokodilfeest in Sepik regio 5-7 augustus: Sinds 2007, singsing (feest en dansgroepen).De krokodil als symbool van initiatie komt veel voor in Nieuw-Guinea. In het gebied van de Sepik rivier en Ambunti rivier stonden vroeger de grote heilige Tambaran huizen. Meestal gebruikt voor de initiatie van mannen. Mooi versierd en er stonden boomstam trommels in in de vorm van de krokodil. Tambaran is ook de naam voor de geestfiguur-beeld. De heilige boom is de Lontarpalm. De vrouwen en kinderen mochten de Tumbuan masker wel zien. De stem van de drager werd vervormd door middel van een holle bamboestok. Tabak was inheems in Nieuw Guinea. De betel werd gekauwd met kalk om deze iets minder scherp te maken.Naast de Kasuaris vogel werd de neushoornvogel als meeste vereerd. Verder ook de papagaai, slang en de hagedis. Deze leefden op heilige plekken zoals bronnen, moerassen
etc. Zij zouden de kennis hebben gebracht naar de mensen.In Mapik was het verbouwen van de yam, het werk van de man (vrouwen mochten alleen soms wieden).

Orchideën show in Port Moresby

Enga feest in Wabag ongeveer 11-13 augustus. Viering van de Enga cultuur. Mooi geklede dansers (Singsing).

Tufi feest

Paiya Village, Western Highlands Province 18 augustus

Eind augustus Mount Hagen feest 19/ 20 augustus

Volgens de mythen van de Arawaks van Nieuw Guinea: De mensen zouden gemaakt zijn door Kururumany. Eens kwam hij naar de aarde om te zien hoe de mens het verging maar men was zo ondankbaar dat ze Kururumany probeerden te doden. Daarop ontnam hij hun de onsterfelijkheid. Hij gaf deze aan de dieren zodat ze hun huid konden verwisselen zoals slangen, hagedissen en kevers. Want met geloofde dat ze door het verjongen/ vernieuwen van de huid onsterfelijk waren.

Zie de heilige wilde mango boom in Bartle Bay van Nieuw-Guinea: Taniwaga volk en andere omringende volkeren tijdens het feest in oktober en bij andere ceremonies.

In Nieuw-Guinea vereerde de Papua's de Kasuaris (Casuarius) loopvogel als vooroudervogel. De eerste mens zou uit zijn ei zijn gekomen.De zwarte veren werden vaak als hoofdtooi gebruikt.

Het snorrehout werd in het eiland van Kiwai in de mond van de Fly River gebruikt om een goed oogst van yams, zoete aardappels en bananen te krijgen. Het Yabim volk van Nieuw Guinea draaiden het en noemden de namen van de dode famlie opdat ze een goede oogst van taro kregen.

Nieuw Guinea en initiatie: Bij de volkeren rond de Finsch Harbour en Huon Golf: Yabim, Bukaua, Tami en Kai. Zoals in Australië werden de jongens besneden. Tevens werden ze opgegeten of gedood door een geest of god, wiens geluid door de snorrehout werd gehoord. De initiatie was verboden voor vrouwen en kinderen. Men bouwde een grote hut van wel honderd voet lang in het dorp of in het bos. Het werd gevormd in de vorm van de geest of god, met hoofd en voeten. Een betel-palm die uit de grond werd getrokken met wortel en al stond voor de rug bot en zijn vezels voor het haar. Tevens kreeg hij ogen en mond. Men liet de snorrehouten draaien in de buik van het wezen. De mannen deden met slikbewegingen na dat de jongens werden opgeslokt door het wezen. Een varken werd gebracht als offer waarna de jongens weer werden uitgebraakt. Hierbij spuugde men het water weer uit op de jongen. Hierna werd hij besneden en men zei dat dit de sporen waren van de tanden of klauwen van het monster toen hij hem uitspuwde. Tijdens de operatie liet men de snorrehouten weer draaien. Wanneer een jongen stierf bij de operatie werd hij in het geheim in het bos begraven. Men zei tegen zijn moeder dat het monster een varkensmaag had naast een mensenmaag en dat haar zoon per ongeluk in de verkeerde maag was terecht gekomen. Ze konden hem niet er uit krijgen. De jongens bleven een paar maanden in afzondering. Ze leefden in de hut in het buikgedeelte. Bij de Yabim moesten ze manden weven en op bepaalde heilige fluiten spelen. Deze fluiten werden alleen nu bespeeld. Een stond voor de vrouw en de ander voor de man en ze vormden een getrouwd stel. Vrouwen mochten ze niet zien, evenals de snorrehout anders zouden ze sterven. Na de periode werden ze met ceremonie teruggebracht naar het dorp. Maar de jonge mannen hielden hun ogen dicht of ze waren verzegeld met kalkpleister. Ze deden of ze niet zichzelf waren en niets begrepen. Na een bad werden ze weer normaal. De snorrehout werd vernoemd naar het monster zelf; In de Yabim en Bukaua: balum, Tami: kani, Kai: ngosa. Dit woord betekent tevens; "geest van de dode" en bij de Kai; "grootvader". Bij de Bukaua stond elke afzonderlijke snorrehout voor een bepaalde dode voorouder. Kleine met hoge geluiden stonden voor de vrouwen van de oude helden.

Het Asmat volk kweekt voor het initiatiefeest speciaal grote arven van de rode palmkever uit de sago palmboom. Deze staan symbool voor de voorouders. Als hemelvogel zien we de toekan. Ook in Indonesië. De nootmuskaatboom is ook een veelgebruikte hemelboom, ook voor heilige beelden.

Bij de Tugeri of Kaya-Kaya, op de zuidkust van nederlands Nieuw-Guinea noemde men de snorrehout; sosom, de naam van een mythische reus. Deze zou elk jaar verschijnen met de zuid-oostelijke moesson. Men hield een feest in zijn ere met het draaien van snorrehout. Jongens werden ook door hem gedood en weer tot leven gewekt. De geest of god stond dus voor een soort regengod want dit zien we terug met de komst van de moesson in periode 10A

Murray Island/ Mer island in de Torres Strait: 15 augustus is het Yam feest. Wanneer de sobe, wiawi, meaur en kud bomen beginnen te bloeien (nu of 14 juni?) en wanneer de sterren Usiam (De Plejaden) oprezen in de noordoostelijke horizon voordat de Seg sterren (De riem van Orion) verrezen was het tijd om de velden schoon te maken. Usiam stond dan 9
graden boven de horizon. Men begon al bij het zien van de Seg sterren en de hele term was: "Usiam tijd". Voor de oostelijke volken van de Torres Strait betekende een bepaalde stand van de Plejaden (Usiam) het begin van het schildpadden seizoen en vroege voedsel. De tuinen werden voorbereid.

Solomon eilanden: Op Buin, Om regen te maken gooide men bladeren van bepaalde palmboomsoorten in water. (Om te veel regen te stoppen gooiden ze deze juist in het vuur).

Op San Chritoval, een van de Solomon eilanden, vereerde men de grote maranuri boom (met witte bloemen) in het heilige bos au bungu (van bamboe). Bij Hawaa zou een gevleugelde slang wonen die zich kon veranderen in een mens. Men offerde varkens en pudding aan dit wezen.

>>