Melkweg & Meridianen


Als we naar de sterrenhemel kijken zien we de Melkweg van de zijaanzicht.


Door berekeningen en door met grote telescopen naar andere Melkwegstelsels te kijken kunnen we tegenwoordig de vorm van onze eigen Melkweg herkennen. De vier armen van de Melkweg hebben ook namen van sterrenbeelden gekregen.

De Melkweg vormde de mythische rivier die de wereld van de doden scheidde van de levenden ( Grieks: Styx). Het is dus een poort naar de andere wereld. De goden in de onderwereld reizen dus ook letterlijk en figuurlijk over deze Melkweg. Zoals de sterrenbeelden van voerman en Adelaar/ Zwaan/Zomerdriehoek. Bij veel volkeren kiest men ook graag een rivier in de buurt die dezelfde functie heeft bv. de Ganges rivier in India. Men dacht ook dat de geesten van de overleden mensen over deze Melkweg reisden naar de andere wereld (boven of onderwereld).

Maar de Melkweg is tevens ook een migratie route voor vogels op de aarde zelf. Met name de route van de heilige ooievaars en kraanvogels (maar ook die van de Ibis, kwartel, reiger, grauwe gans, trompetzwaan, Canadese kraanvogel, trompetkraanvogel, zwarte ibis, Indische gans; Anser indicus, sneeuwgans, zwaluw). Deze vogels migreren in het voorjaar naar het noorden waar ze gezien werden als de brengers van kinderen en in de herfst terug naar het zuiden waar ze gezien werden als ophalers van de dode zielen (in de zuidelijke landen is dit precies andersom). Hun route gaat letterlijk en figuurlijk langs de Plejaden en het kruispunt ligt in het sterrenbeeld van Duif. Dus elk jaar als de vogels de dode zielen halen op een halfrond veranderen deze in de Plejaden in de zielen van de kinderen die geboren worden op het andere halfrond van de aarde en vice versa, als een eeuwige cyclus. Toen in de ijstijd de zeespiegel nog veel lager was, en de zwarte zee nog een meer was, lagen de trekroutes iets anders als vandaag de dag. Maar komen grotendeels nog overeen. Er is dus een extra lus die onder Turkije langs naar de Bosporus afbuigt en die rond de zwarte zee weer naar rechts afbuigt. Verder gaat de trekroute langs het sterrenbeeld van Adelaar/ Zwaan/ Zomerdriehoek, die dus ook door vrijwel alle culturen als een voorjaar- of najaarsvogel wordt gezien. Zie ook de Phoenix of Feniks.

Vooral het getrompetter van de zwaan en kraanvogel die kilometers ver te horen is maakt veel indruk.

Recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat dieren de Melkweg gebruiken om zich s' nachts te oriënteren. Zelfs insecten zoals mestkevers zouden hiervan gebruikmaken. Verder navigeren de dieren op de sterren (met name de Poolster), zon en maan (en hun reflectie of lichtgolven als ze achter de wolken verscholen zijn), het landschap en magneetvelden. De Redenen om te trekken zijn; voortplanting en voedsel, om extreme temperaturen te ontlopen, bescherming tegen vijanden en regulering van ziekteverwekkers en parasieten.

De islamieten vereren de Ibis (Kaalkopibis) en volgen zijn trekroute die naar Mekka zou leiden. Een van zijn overwinteringsplaatsen ligt op de buik van het sterrenbeeld Orion.

Later zag men in de Melkweg de rook van het heilige offer-kruid zie Altaar.

De oude volken die op het zuidelijk halfrond wonen gebruiken juist de Melkweg gebruiken om hun weg te zoeken. Zoals de Afrikaanse nomaden; Toeareg, de Aboriginals en de indianen in het zuiden. Zij gebruiken de sterren of de donkere delen van de zuidelijke Melkweg omdat dat de helderste sterren en vormen zijn die ze op het zuidelijk halfrond kunnen waarnemen.

Bij de Sámi uit het noorden vormde de Melkweg de vogel trekroute van de kraanvogels. De Koningskraanvogel vertelde aan de Godin Barbmoakka hoeveel vogels er gestorven en doodgegaan waren aan het einde van de winter als zij teruggingen. Ook zou men aan de positie van de Melkweg en sterren of hemellichamen het weer kunnen voorspellen.

Opvallend is dat in Noord Amerika ook de trekroute van de vogels (Kraanvogels) en Monarchvlinders (de centrale soort) via eenzelfde soort weg lopen (Melkweg van Noord-Amerika) langs de sterrenbeelden aldaar.

In Australië migreert de kraanvogel en de geelkuif kaketoe van noord naar zuid binnen het jaar en vervullen zo de functie van zielenhaler/ zielenbrenger. Maar zij kennen ook andere vogels zoals de honingvogel en de kraai. Zie Australië

Deze bijzondere vogels zijn vaak de boodschapper van de goden en zitten meestal boven op de levensboom.

Verder kent men vele soorten hemelvogels naast de kraanvogel zoals de gans, ibis, reiger, gier, gele kwikstaart, havik, hop en valk. Zie Afrika en Egypte en sterrenbeelden van de Denderah Zodiak.

Sommige Grieken dachten dat de Melkweg de sporen was van een brand, door Phaëthon aangestoken, toen de Zonnewagen, door de onkundige wagenmenner werd bestuurd, het heelal dreigde te verschroeien.

Bij de Grieken vertelde men het volgende: De oppergod Zeus legde stiekem zijn zoon aan de borst van de grote godin Hera. Ze rukte hem los en de melk zweefde rond en werd de kosmos (Cyclos Galaxias). De borsten vinden we terug in het sterrenbeeld van Cassiopeia. Pas rond 400 v Chr. bedacht de Griekse Democritus dat er zich zwakke sterren in de Melkstraat zouden bevinden.

De Romeinen maakte de Melkweg de borst van Juno waar de melk uit druppelde toen Hercules zich hiervan los maakte.

Bij de Kelten kennen we de raaf/ kraai als zielen-haler en boodschapper van de goden. Dit was ook logisch aangezien ze letterlijk de doden van hun vlees ontdeden.

Zie ook de Magelhaense wolk

Zonnelijn/ Ecliptica:

De denkbeeldige cirkel waarlangs de zodiak-figuren liggen staat enigszins schuin op de aarde en dit zien we goed terug op de oude lijn.

De lijn waarlangs de sterrenbeelden zich bewegen begon van oorsprong midden in de Plejaden boven de stier; op de heilige berg Kazbek (rond de 40 graden NB lijn). De lijn loopt onder de Zwarte zee door (toen nog een meer). Over Griekenland en onder Leeuw en Maagd. Hier voegt de waterslang zich bij de zonnelijn. Daarna buigt de lijn naar het zuiden af om in het midden van de Atlantische Oceaan te komen. Dit vormt een kruispunt en is hetzelfde kruispunt van de scheepsroutes die op oude globes werd aangegeven. Lijnen op globes lopen namelijk gebogen als een slang en niet recht met de meridianen want de lijn is tevens een route (zie sterrenbeeld waterslang) naar Zuid Amerika naar het eiland Trinidad. De punten op 20'NB tussen 40' WL en 140'OL). (het getal 40 is overigens een heilig getal). De lijn aan de rechterkant gaat over Ram en vertrekt later onder Sjanghai in China richting Zuid Amerika. Ook dit gebied kent prehistorische bewoning.

Als we een rechte lijn trekken over 40 graden Noorderbreedte komen we door het sterrenbeeld Slangendrager en de belangrijkste steden in Turkije en tussen de twee heilige bergen naar Yerevan in het Midden-Oosten en over Noord-Korea en Japan. Deze twee bergen vormen een soort poort van de belangrijkste handelsroute en komt uit in het oog van de Stier. Dus dit is wederom een belangrijke lijn en zou de verschuiving van de Precessie van de sterrenbeelden kunnen weergeven; dus van horizontaal en recht; naar afbuigend-rond. Men vergat waarschijnlijk dat de lijn schuin moest lopen. Dus plaatste men de figuren er opnieuw naast zoals schorpioen.

Meridianen:

Rond 300 v Chr.: Door de Griekse geleerde Desargues van Messana werden de eerste geografische lengte en breedte graden op de kaart aangebracht (Meridianen). De eerste lag op 36 graden Noorderbreedte en het Griekse eiland Rhodos vormde het middelpunt. Zo ging de lijn precies tussen Afrika en Spanje door. Eratosthenes gebruikte de Meridiaan van Rhodos om de omtrek van de aarde te berekenen.

Nulmeridianen (prime meridian/ referentiemeridiaan) of Middellijnen (verticaal):

Iedere Cultuur vond zijn eigen land en hoofdstad of meest heilige plek (sterrenwacht) natuurlijk het belangrijkste. Het noordelijkste puntje van de middellijn zagen de mensen als hun ware Noordpoolster. Wellicht lag daar ook hun Poolster van dat moment; nu is dat ongeveer de ster Polaris van kleine beer (zie precessie Poolster Astronomie) of was dit gewoon de meest rechter ster van de precessie. De meest linker ster van de precessie is dan de grote ster Wega van het sterrenbeeld Lier (toevallig vlak bij de huidige 0 gradenlijn). Ten zuiden van de lijn zagen de mensen hun Zuidpoolster. Naar het westen van de nulmeridiaan noemt men westerlengte, en naar het oosten van de nulmeridiaan noemt men oosterlengte.

1: 44, 31 graden Oost: 29.000vChr en 3000vChr. De lijn gaat vanaf de grote plaats, bekend onder de oude term Babylon (Zuidpoolster), dwars door de Plejaden (berg Kazbek) naar het noorden naar Mezen in Rusland en het schiereiland Kanin Nos (waarschijnlijk vroeger een eiland met het wapen van een poolvos, op de plaats van het sterrenbeeld van de kleine beer). Deze lijn vormde tevens het midden van de 12 sterrenbeelden van de zodiak (zie Zonnelijn). Naar het zuiden gaat de lijn door Madagaskar (waar ook menhirs zijn te vinden). De Noordpoolster was 3000vChr de ster Thuban in de staart van Draak.

We zien dat deze middellijn later is verschoven naar links door de Egyptenaren, gevolgd door de Grieken, de Romeinen en vele andere naties. Voorheen op 22,3 graad (vanaf het heiligdom Delphi) en later: 23,43 graden Oosterlengte. Lijn gaat precies door kreeft (nu Athene, 3500vChr en Cycladen 7000vChr.) en komt uit bij noordelijke eilanden, feestplaats 2000vchr. Deze gaat door het sterrenbeeld Draak. De Romeinen hadden : 25,3 graden als huidige middellijn. Langs het Griekse eiland Thera, 3500vChr. Komt uit bij de noordelijke eilanden. Ook de Romeinen waren bekend met deze lijn en stichtten er een stad.  

Vroegere bekende nulmeridianen:

Alexandrië (Egypte) en Rhodos, Ujjain (India), Athene, Canarische eilanden (Ferro), Pisa, Genua, Warschau, Jeruzalem, Istanbul, Kyoto (Japan), Oradea (Roemenië), Bern, Sint Petersburg (Pulkov observatorium), Kopenhagen (Rundetaarn), Antwerpen, Parijs (observatorium), Toledo, Azoren (Santa Maria), Rome (observatorium), Philadelphia en Washington D.C. in Amerika en nu het tegenwoordige Londen (Greenwich observatorium). Tegenwoordig hebben we ook Greenwich als tijdstandaard afgesproken. Diverse landen in Azië hebben nog hun eigen nulmeridiaan.

Andere Meridianen:

Hiernaast zijn er nog anderen Meridianen die de werelddelen verder verdelen. In Oost-Azië kent men ook nog diverse oude lijnen.

0: 5,22 graden Oost : 34.000vChr. Begint in de grot bij Marseille. Links van de voet van Hercules (Noordpoolster van dat moment, zie precessie Astronomie) gaat door tot de uiterste linkerkant van Noorwegen (drakenkop). In het zuiden door het Haggar gebergte. Als het door de voet van Hercules gaat is het 7 graden (33.500 v Chr.), en in de voet zit ook bewoning op dat punt van dezelfde tijd. Maar Noorwegen lag toen nog onder het IJs net als Noord Brittannië dus zonder de draak. Deze zelfde lijn herhaalde echter zich rond 7.500 voor Christus toen lag er dus geen landijs in Noorwegen. En komt weer overeen met nummer 1

3: 30 graden of 30,5 graden. Van de Egyptische steencirkel Nabta in de woestijn. 3000 v Chr. Maar ook over de hoofdstad Sardis bij Izmir in Anatolië (zie Tweelingen), zowel 3000 v Chr. als van het Achaemenid Perzische rijk 550-330 v Chr. Deze komt uit rechts van Sint Petersburg in Rusland (staart van de nieuwe draak).

Noordpoolster:

Als noordpool kiest men graag voor een eiland, dit zien we ook terug op oude kaarten. Eilanden zijn voor de mensen bijzondere plaatsen met veel mystiek. Een ideale plek voor een heiligdom zoals vandaag de dag nog steeds op vele eilanden. Door de Precessie verschoof de positie van de Noordpoolster en dus ook het Noordpooleiland. Maar we moeten ook rekening houden met de ijstijd. Doordat het ijs zich toen naar het zuiden uitstrekte over de Noordelijke landen kwam de noordpool zuidelijker te liggen. Toen het ijs zich terugtrok ging deze weer naar het noorden.

Zuidpoolster:  In de tijd van de Mesopotamiërs lag hun hoofdstad precies aan het einde van de Eridanusrivier (de Eufraat)

Meest Westelijke Meridiaan:

95 graden Oosterlengte; grens van de steenbok, grens van India, grens van de rotskunst en latere steppevolken ( bv. Scythen) in het noorden.

Meest Oostelijke Meridiaan:

Canarische eiland. Vroegere nulmeridiaan.

De oude Poolcirkel: Lang geleden lag deze lijn wellicht op 68,5 graden of 65,5 graden. (Verschoven door de precessie zie Astronomie maar ook door het klimaat).

Officieel zouden de keerkringen vastgesteld zijn rond 2600 v Chr. (zie Zodiak E). Omdat toen de Steenbok in de winterzonnewende stond (het hoogst) en Kreeft in de zomerzonnewende (het laagst). Dit is later benadrukt door Griekse astronomen. Op aardglobes en kaarten werd een cirkel op 23 graden ten zuiden van de evenaar getekend: Steenbokskeerkring. Op de lijn 23 ten noorden van de evenaar: De Kreeftskeerkring. Op deze cirkels komen de plaatsen voor waar de zon op 21 december en 21 juni in het zenit komt. Maar de sterrenbeelden en de precessie zijn veel ouder.

De oude Kreeftskeerkring: Deze lijn is afhankelijk van de zonnestand op de aarde en belangrijk voor de zomerzonnewende (zie Astronomie). We zien door de precessie ook een verschuiving in deze lijn. Lang geleden lag deze lijn wellicht wel op 21,5 graad Noorderbreedte. De Kreeftskeerkring gaf tevens de grens aan tussen het Egyptische rijk en Nubië. De grens ligt iets onder Abu Simbel want tot hier konden schepen varen over de Nijl. Ook de grens van 22 graden was een belangrijke grens in Afrika. Vanaf 6000 voor Christus was dit de klimatologische grens tussen de sedentaire landbouwers en de semi-nomadische veehouders van Nubië. Rond 2000 voor Christus was dit de grens tussen Egypte en het zuidelijk koninkrijk , en vanaf de 7de eeuw de grens tussen het islamitische Egypte en het christelijke Nubië. Vandaar dat de Kreeftskeerkring al lang op kaarten staat aangegeven.

De Griek Eratosthenes gebruikte de keerkring om de afstand van Syene tot Alexandrië in Egypte te meten. En zo de omtrek van de aarde. De zon stond in zijn tijd loodrecht op de aarde rond 23 graden. De keerkring is na zijn tijd steeds dichter naar de evenaar opgeschoven (bron: Hans van Maanen, tijdschrift Eos).

De oude Evenaar: Lag vroeger waarschijnlijk op 1 graden Noorderbreedte. De lijn is afhankelijk van de zonnestand. Vanaf de Evenaar noemt men de lijnen breedtegraden.

De oude Steenbokskeerkring: Ook deze lijn hoorde erbij of was van betekenis voor de sterrenbeelden/ kalender van het Zuidelijk halfrond, en lag waarschijnlijk op 21,5 ZB. Vooral in Madagascar (valt tussen 21,5-23,5), vinden we veel menhirs. Vlak bij de lijn vinden we in Twyfelfontein in Afrika petroglieven (4000 v Chr). Ook petroglieven in Botswana; Tsodilo (late steentijd). Zie ook het officiële monument in Oost Afrika.

Wie de lijn bedacht heeft is niet bekend. Rond 500 v.Chr. Gingen de Grieken zoals Pythagoras er al van uit dat er een Zuidland moest bestaan als tegenhanger op de landen van het noordelijk halfrond. Daarom werd dit al op kaarten getekend maar het zat wel vast aan Afrika en/ of China dacht men. Sommigen waren van mening dat dit land bewoond moest zijn met vreemde mensen (Tegenvoeters). Zo staat de steenbok in de zodiak recht tegenover de kreeft.

Planten bij mijnen

Rond de winning van metaalmijnen zijn speciale planten te vinden die vernoemd zijn naar de mijnen. Ook oude rivierbeddingen die vervuild werden door mijnbouwgrond en afval bevatten deze speciale planten (Calaminarian grassland) die zware metalen tolereren.

De bekendste zijn het zinkviooltje (Viola Calaminaria), Veldmuur (Minuartia Verna), Zinkboerenkers (Thlaspi Caerulescens Calaminare), en Steentijm of Bergsteentijm (Calamintha Nepeta). De naam Calamine betekent zinkplaats maar ook munt. Calare betekent "zakken of afzakken" (kleiner worden). Mengsels van zinkoxides worden ook gebruikt als geneesmiddel voor huidziekten en infecties. Opvallend is de overeenkomst tussen de naam "Calanda" berg in Zwitserland (waar goud werd gewonnen).

Ook het Barbarakruid (Barbarea Vulgaris), vernoemd naar de heilige sint Barbara (patrones van de mijnwerkers) werd gebruikt voor het afdekken en genezen van wonden. Op haar naamdag ( 4 december) zou deze plant nog steeds frisgroen zijn terwijl andere planten al zijn verwelkt. Deze plant groeit niet op mijngrond.

Op Hawaï groeit de ijzerhoutboom (Casuarine, naar Casuarisvogel van Nieuw-Guinea vernoemd) direct op de lava. De boom levert ijzersterk hout maar kan arme grond ook omzetten in vruchtbare grond als natuurlijke bemester. De boom komt voor op alle eilanden in Oost Azië. Verder kent Hawaï diverse bloemen (zoals de Protea?).

In Australië zijn er speciale planten die alleen op nikkel- of op koperhoudende grond voorkomen. Zo houden de grote oude Jarrah bomen van bauxiet ertsgrond. Met deze kennis is het dus makkelijker om de mineralen op te sporen. Helaas worden de mooie en nuttige planten tijdens het mijnen vernietigd.

Mijn-winnende planten (Hyperaccumulating plants)

Sinds kort kent men ook veel planten die niet alleen op grond met zware metalen groeien maar die de metalen en mineralen, met behulp van bacteriën, uit de grond halen en opslaan in hun bladeren. Hierdoor kan men de open mijnen met hun vervuilde grond herbeplanten en reinigen (vooral in Nieuw- Caledonië). Arabidopsis halleri ontgift de grond van zink, lood en cadmium (al is dit wel een langdurig proces).

En zelfs kan men deze planten gebruiken om metalen uit hun blad te winnen. Voor zeldzame metalen is dit zelfs winstgevend. Dus een mooi toekomstperspectief (zie Fyto-mijnbouw). Zoals het muursteenkruid (Allysum Morale) in Albanië. Vroeger een onkruid, nu geoogst om nikkel te winnen (Dit komt vrij na verbranding). De Berkheya coddii, uit Zuid Afrika kan ook veel metalen opnemen. Er zijn meer dan 500 plantensoorten bekend.