Astronomie weetjes:


Zonnestanden:

Omdat de Aarde in een schuine stand ten opzichte van de zon staat tijdens de draaiing om de zon heen ontstaan er verschillen in dag- en nachtlengten op bepaalde tijden van het jaar. Vier van deze standen komen elk jaar weer terug.


Lente-equinox/ Lente-evening: dag en nacht zijn even lang (van: Latijn: aequi-noctium: gelijke nacht, Engels: equal night)

Zomerzonnewende: dag is langer dan nacht, langste dag van het jaar (hierna worden de dagen steeds korter). Dit geld voor het noordelijk halfrond.

Herfst-equinox/ Herfst-evening: dag en nacht zijn even lang

Winterzonnewende: de dag is korter dan de nacht, kortste dag van het jaar (hierna worden de dagen steeds langer). Op het noordelijk halfrond.

In Nederland komt de zon tijdens de Lente- en Herfst evening pal in het oosten op. Zo kon men in de prehistorie gemakkelijker deze dagen bepalen. De precieze eveningen van bijvoorbeeld het lentepunt (21 maart) schommelen; tot 2 dagen ervoor of tot 2 dagen erna.

De zonnestanden gelden natuurlijk niet voor de polen. In de zomer blijft de zon daar de hele dag boven de horizon en in de winter blijft de maan de hele dag boven de horizon.


Precessie:

Doordat de aarde minder of meer wordt aangetrokken door de zon en maan gaat hij anders tollen om zijn as. De aarde gaat dus anders staan ten opzichte van de planeten en sterren dan dat hij nu doet. Vroeger keken de mensen dus tegen een iets andere sterrenhemel aan dan nu. De aardas verschuift een beetje (schommelt). Nu staat hij ongeveer 23,5 graad uit het lood maar verschuift in een grote periode tussen 21,5 en 24,5 graden. De mensen in de prehistorie en natuurvolkeren, die hun feesten afgestemd hadden/ hebben op de sterrenbeelden of volkeren die nog dagelijks naar de sterren kijken merken dit wel!

Ook de Griekse Astronoom Hipparchus had dit gezien maar schreef het toe aan een geringe draaiing van de sterren. De astronomen uit Babylon en Egypte hadden genoeg gegevens om dit te kunnen berekenen en de Assyriërs waren hiermee zeker bekend (zie het jaar rond naar mijn nieuwe vertaling). Copernicus herkende de precessie ook maar dit werd nog niet door iedereen geaccepteerd. De geleerde Milutin Milanković zou dit ook al hebben bedacht rond 1900 en berekende de schuinte van de aardas tussen 22,1 en 24,5. Hij noemde dit Obliquiteit en deze cyclus zou zich herhalen om de 41.000 jaar, dit klopt niet, zie mijn berekening onder! Ook het klimaat zou zich dan iets wijzigen. Zijn idee werd pas erkend in 1976.

Uitleg en gevolg van de Precessie:


De aarde maakt dus niet alleen een soort tol beweging maar ook de ringen/ cirkels rond de aarde verschuiven iets (de denkbeeldige hemel-meridianen). Die verschuivingen noem ik hier kleine precessies. Voor ons is dit tegenwoordig niet zo belangrijk (verschil van paar graden/ paar dagen) maar vroeger hechtte men echter veel waarde aan deze kleine verschuivingen/ schommelingen. Omdat ook de duur van de feesten hierop was afgesteld. Maar het was ook belangrijk voor het maken van kaarten en de scheepvaart. Tegenwoordig liggen deze meridianen op een vaste plek op de aarde zelf gefixeerd.

Poolcirkels (donkergroen) 66,5°: Één dag per jaar gaat de zon niet op en één dag gaat de zon niet onder , hij blijft dan als het ware reizen langs de horizon.(Als men naar de polen gaat wordt dit aantal dagen groter). Poolcirkel verschuiving: A: 68,5/ B:66,5/ C:65,5. Door deze verschuiving wijzigt de plaats en dag van het moment dat de zon niet op of ondergaat. We zien dat deze lijn even groot is als de pool precessie.

Keerkring: De ecliptica maken bij de zonnewende een hoek van 24 graden met de aardequator (berekend door de Grieken). Daarom bracht men op 24 graden ten noorden en ten zuiden van de evenaar twee denkbeeldige lijnen aan rond de aarde. Het gebied in het zuiden was nog niet in kaart gebracht.

De Noorderkeerkring, ook Kreeftskeerkring genoemd. Deze staat nu vast op ongeveer 23,5 graden Noorderbreedte. Met de zomerzonnewende staat de zon het dichtst op deze lijn, hierdoor is het zomer op het noordelijke halfrond van de aarde. En winter op het zuidelijk halfrond van de aarde.

De Zuiderkeerkring, ook Steenbokskeerkring genoemd. Deze staat nu vast op ongeveer 23,5 graden Zuiderbreedte. Met de winterzonnewende staat de zon het dichtst op deze lijn, hierdoor is het winter op het noordelijk halfrond van de aarde. En zomer op het zuidelijk halfrond van de aarde.

Keerkring verschuiving (kleine precessie 2): A: 21,5/ B: 23,5/ C: 24,5

Evenaar, Equator. Op 0 graden, de middellijn. Tijdens de lente- en herfstequinox staat de zon het dichtst op deze lijn. Hierdoor zijn de dag en nacht even lang op de hele aarde. Evenaar verschuiving (kleine precessie 3): A: 1 NB/ B:0/ C: 2 ZB (totale precessie ongeveer 20.000 jaar).

Pool-precessie: Ook de noord en zuidpool hebben nog een kleine verschuiving van 3 graden.

Door de Precessie verschuift de baan van de Zonne-ecliptica ook mee. Dit is de denkbeeldige lijn waarlangs de sterrenbeelden van de dierenriem te vinden zijn achter de zon gedurende de dag. Als de zon dus niet zou schijnen zou je deze sterrenbeelden kunnen zien. De Zonne-ecliptica lijn is dus nu naar het noorden verschoven. Daarom staat het dierenriem sterrenbeeld Slangendrager nu ook op de lijn.

Poolster precessie 1:

De aarde draait normaal om zijn as in ongeveer 360 graden (de aarde is niet helemaal rond). Maar hij draait ook nog een klein beetje tegen de klok in. Dit is precies 1 graad per 71,6 jaar of 50 inch per jaar. Hierdoor staat hij anders ten opzichte van de sterren (beelden). In ieder geval is hij helemaal rond in 25.771,5 jaar (totale precessie ongeveer 26.000 jaar). (Overigens berekende Milutin Milanković de precessie op 23.000 jaar).

Hierdoor krijgen andere sterren de functie als Poolster.

Precessie Noordpoolster: (Gezien op de noorderbreedte):


We staan nu bij +2000 n Chr. We bewegen tegen de klok in via de dikke blauwe cirkel. 50.000 v Chr. stond de Noordpoolster ook in Polaris (kleine beer). Ongeveer 42.000 v Chr./ 16.000 v Chr. stond ster Deneb (van Zwaan) in de buurt van de Pool. Rond 38.000 v Chr. en 12.000 v Chr. was de Poolster Wega in de constellatie Lyra van sterrenbeeld Lier (een zeer heldere ster). 23.600 Voor Christus was de ster Polaris (van Kleine beer) dichter bij de pool dan nu. Rond 29.000 v Chr. en 3000 v Chr. was Thuban (Alpha Draconis, sterrenbeeld Draak) onze Poolster. Rond 7500 voor Christus vormde de rechterbeen van Hercules de noordelijke Poolster. Rond 10.000 na Christus komt Deneb weer in de buurt en 14.000 na Chr. wordt Wega weer Poolster maar komt niet dichter dan 5 graden tot de pool. Rond 27.800 n Chr. wordt Polaris opnieuw onze Poolster maar staat verder van de pool af dan nu.

De witte (zicht) lijn is van rond 33.500 voor Christus; rechterbeen van Hercules vormde de Poolster. Over zo'n 16.000 jaar na nu staat de Poolster daar weer. We kijken dus van linksonder naar rechtsboven (de linker onder hoek is het belangrijkste).   

Precessie Zuidpoolster: (Gezien op de noorderbreedte)


We staan nu bij +2000 n Chr. We bewegen met de klok mee via de dikke blauwe cirkel. 50.000 v Chr.: De sterren van het Zuiderkruis wijzen toen en nu naar de Zuidpool, er is daar nu geen Zuidpoolster. 22.000 v Chr.; Chamaeleontis, Kameleon( 4200 n Chr.). 20.000 v Chr. was de heldere ster van Carina (kiel van het schip) helderste Zuidpoolster (vlak bij de vliegende vis). Daarna volgde de rest van het schip tot 38.000/12000 v Chr.; de andere kant van de kiel (grootste ster Canopus). (29.200 v Chr.) ongeveer 3200vChr de heldere ster vlak bij Achernar (het eindpunt van de Eridanus rivier). En tevens de ster van de kop van Hydrus ( van de kleine waterslang). Daarna weer de sterren van de kiel: I Carinae, Omega Carinae 5800 n Chr. Upsilon Carinae en Lota Carinae 8100 n Chr.

De witte (zicht) lijn staat rond 33.500 voor Christus; We kijken nu van linksboven naar rechtsonder (de linkerbovenhoek is het belangrijkste).

(De Poolster gegevens heb ik ook ingevoegd in het hoofdstuk van Geschiedenis).

Precessie van het Lentepunt: (Gezien op de noorderbreedte)

De zon loopt dus als het ware voor de twaalf tekens van de dierenriem/ zodiak langs. Wij kunnen dit overdag niet zien door de atmosfeer rond de aarde. Aangezien de werkelijke sterrenbeelden niet precies op iedere 30 graden vallen zoals vroeger werd gedacht; sommige zijn groter en soms zit er ook lege ruimte tussen, kan je de plaats van de sterrenbeelden alleen visueel zien op een grote sterrenkaart (dus aan de hand van waarnemingen). Tegenwoordig hebben we een goede waarneming met behulp van grote telescopen en computers.

Het pad van de precessie van de Lente equinox in het pad van de zon (Zonne-ecliptica). Tussen elke lentepunt (rode stip) zit duizend jaar.


Deze afbeelding van internet heb ik overgenomen op een andere sterrenkaart (hierbij deel je de hemelcirkel door 26 stukken van elk 1000 jaar). Je kan rekenen vanaf de hoofdster waaraan het sterrenbeeld ook zijn naam dankt of aan de plaats van de eerste ster die verschijnt evenwijdig aan het lentepunt (de meest linker-ster van het sterrenbeeld). De Herfst equinox en eveningen kan je opzoeken door de tegenoverliggende sterrenbeelden te nemen op de zodiak-cirkel (zoals aangegeven in het hoofdstuk zodiak).

Lente equinox en Plaats van meest linker-ster

  • Pisces (Vissen)53.900 v Chr.
  • Aquarius (Waterman) 50.900 v Chr.
  • Capricornus (Steenbok) 48.650 v Chr.
  • Sagittarius (Boogschutter) 46.600 v Chr.
  • Scorpius (Schorpioen) 44.850 v Chr.
  • Libra (Weegschaal) 42.750 v Chr.
  • Virgo (Maagd) 40.200 v Chr.
  • Leo (Leeuw) (A-1) 37.700 v Chr.
  • Cancer (Kreeft) 34.400 v Chr.
  • Gemini (Tweeling) 33.800 v Chr.
  • Taurus (Stier) 31.900 v Chr.
  • (Plejaden) 29.700 v Chr.
  • Aries (Ram) 28.600 v Chr.
  • Pisces (Vissen) 27.900 v Chr.
  • Aquarius (Waterman) 24.900 v Chr.
  • Capricornus (Steenbok) 22.650 v Chr.
  • Sagittarius (Boogschutter) 20.600 v Chr.
  • Scorpius (Schorpioen) 18.850 v Chr.
  • Libra (Weegschaal) 16.750 v Chr.
  • Virgo (Maagd) 14.200 v Chr.
  • Leo (Leeuw) (A) 11.700 v Chr.
  • Cancer (Kreeft) (B) 8400 v Chr.
  • Gemini (Tweeling) (C) 7800 v Chr.
  • Taurus (Stier) (D) 5900 v Chr.
  • (Plejaden) 3700 v Chr.
  • Aries (Ram) (E) 2600 v Chr.
  • Pisces (Vissen) heden (F) 100 v Chr.
  • Aquarius (Waterman) 2900 n Chr.

Nu volgen de sterrenbeelden het pad van de zon. De 12 sterrenbeelden van de dierenriem zijn elk op een deel van het jaar te zien achter de zon. We zitten nu in de periode van Vissen maar we zijn al op weg naar Waterman (en zitten al op Pegasus).

In Europa kennen we 12 zonnetekens van de dierenriem maar de Chinese sterrenkunde kent wel 28 tekens, zogenaamde maanhuizen of Maanhutten. Deze vertegenwoordigen het deel waardoor de maan zich in de loop van een maand doorheen lijkt te verplaatsen in de nacht. Het pad van de maan wijkt ongeveer 5 graden af van het pad van de zon. (De islamitische- en Hindoeïstische astronomie gebruiken beide soorten tekens). In de Vedische sterrenkunde kennen we de 12 zonnetekens met daarnaast nog 27 maanhuizen. Bij het pad van de maan (maanhuizen) zijn de Zonne-eveningen en equinoxen precies het tegenovergestelde van het pad van de zon. De midzomerzonnewende = midwinterzonnewende etc.

Ook het rijzen en dalen van belangrijke sterren zoals de Plejaden en de ster Sirius zijn verschoven door de Precessie, tevens hangt de datum af van de plaats waar zich men tijdens het observeren bevind.

Sterren kijken vanaf het zuidelijk halfrond/ Zuiderbreedte:

Gaat alles echter tegenovergesteld dan op het noordelijk halfrond. De sterren bewegen zich daar van links naar rechts, net als de zon. De maan is tijdens zijn wassende fase juist aan de linkerkant belicht. Ook staat de maan daar omgekeerd aan de hemel. De bekende noordelijke sterrenbeelden verdwijnen vanaf 15 graden Zuiderbreedte uit het zicht en de belangrijkste zoals; Cassiopeia, Cepheus en de Draak zijn op 35 graden zuiderbreedte niet meer te zien. Daarvoor in de plaats komen de Zuidelijke sterrenbeelden. De meeste sterrenbeelden vlak bij de Zuidpool zouden pas na de 16de eeuw zijn bedacht door ontdekkingsreizigers. Maar de volkeren die erg zuidelijk wonen hadden hun eigen sterrenbeelden. En het is makkelijker om deze gewoon over te nemen. Bij sommige volken keek men naar de figuren die als schaduwen te zien zijn in de Melkweg.

Meridianen:

De aarde is op de kaart verdeeld in 360 graden (maar is eigenlijk niet precies rond). De Meridianen komen samen in de Noord- en Zuidpool (niet de magnetische polen). (Latijn: meridianus/meridi: middag, ante meridianus/meridi: vóór de middag).

Nulmeridiaan:

Bij het maken van kaarten stelde elk land zijn eigen hoofdstad het liefst als Nulmeridiaan. Dit zien we terug in de oudheid zoals bij de Grieken en Romeinen. Elke Verticale Meridiaan komt namelijk uit bij de noord en zuid pool omdat de aarde een bol is. Vanaf deze meridiaan kan men makkelijk de afstanden en positie berekenen tezamen met de andere meridianen. Bekende steden met Nulmeridianen zijn : Jeruzalem, Rome, Pisa, Kopenhagen, Sint-Petersburg en Philadelphia. De voorgaande veelgebruikte Meridiaan liep door Parijs (sinds 1667). Sinds 1884 heeft men in Amerika samen met 25 staten afgesproken dat de Nulmeridiaan door Greenwich (bij Londen gaat).

Evenaar, evennachtslijn of equator: denkbeeldinge lijn om het midden van de aarde tussen de polen (hemelse equator of horizontale nulmeridiaan):

Op de evenaar staat de zon er tweemaal per jaar precies recht boven (in het zenit). (ook het gehele gebied tussen de beide keerkringen). De zonkracht is op de evenaar gemiddeld het grootst. De dag en de nacht rond de evenaar zijn vrijwel even lang. De sterren aan de hemel beschrijven alle een halve cirkel, net als de zon. De Poolster, die in noordelijke gebieden vrijwel stil staat doordat de aardas erdoorheen wijst, is op en ten zuiden van de evenaar niet te zien. Op de  evenaar/equator zijn de lente- en herfst equinox makkelijker vast te stellen omdat de zon dan precies langs deze lijn gaat. (dat wisten de inheemse volkeren ook). De twee schuine lijnen die de evenaar kruisen (zie afbeelding boven) zijn de zonnewenden.

Meest Westelijke Meridiaan:

Voor Europa en Azië gold sinds oude tijden een speciale Meridiaan die aangaf wat de meest westelijke punt was van de wereld die men toen kende. Deze lijn liep door het Canarische eiland El Hierro: 27,45 Noorderbreedte 18 Westerlengte. Men bedacht later dat deze ongeveer 20 graden ten westen van de Parijse Nulmeridiaan lag. Het is een onstabiel vulkaaneiland en wordt ook "ijzereiland genoemd". (Hier leven zeldzame reuzenhagedissen).

De 90 graden Meridianen:

Deze geven een kwart aan van de aarde immers 4 x 90 = 360 graden. En daarom zijn deze ook belangrijk.

Kreeftskeerkring:

Ongeveer 23,5 Graad Noorderbreedte. Rond 21 juni staat de zon loodrecht boven deze denkbeeldige cirkel. De zon stond vroeger dan in sterrenbeeld Kreeft (Door de Precessie staat hij nu in Stier). Hierdoor moet deze kring al erg oud zijn (tijdens de periode/ zodiak van Stier: 5900 vChr-2600 v Chr.), wellicht door de Egyptenaren omdat dit tevens een belangrijke grenslijn was. Op het noorderbreedte begint de zomer en op het zuiderbreedte van de aarde begint de winter.

Steenbokskeerkring:

Ongeveer 23,5 Graad Zuiderbreedte. Rond 22 december staat de zon loodrecht boven deze denkbeeldige cirkel. De zon stond vroeger dan in sterrenbeeld Steenbok (Door de Precessie staat hij nu in Boogschutter). Op het noorderbreedte begint de winter en op het zuiderbreedte van de aarde begint de zomer.

Aarde baan rond zon: De aarde draait in een ellips baan om de zon. Om de 100.000 jaar staat de aarde dichter of verder van de zon, dit noemt men Excentriciteit. Dit zou ook van invloed zijn op het klimaat

Zonnecyclus: De zon zelf heeft ook een 11 jarige cyclus van zonneactiviteit waarbij de magnetische pool verwisselt. Deze cyclus zou ook van invloed zijn op het klimaat.

De Maan:

De nieuwe maan is niet te zien.

3 dagen wassende maan

7 dagen/ eerste kwartier

9 dagen

14 dagen/ volle maan. Op de 17de dag neemt de maan af. Het getal 17 is daarom ook belangrijk

19 dagen

21 dagen/ laatste kwartier

24 dagen/ afnemende maan

1 Maand is 29,5 dagen, van volle maan tot volle maan (maanfase). 12 x 29,5 = 254 dagen. Dit loopt niet gelijk met het zonnejaar van rond 365 dagen (11 dagen of 12 nachten te kort). Daarom werd er om de zoveel jaren in de maankalender een extra maand tussengevoegd zodat de maan- en zonnekalender weer gelijk liepen. In China bijvoorbeeld deed men dit om de drie jaar maar elk land en cultuur had zijn eigen telling. Meestal werd de extra maand ingevoegd tussen oud- en nieuwjaar.

Maar 19 zonnejaren zijn wel precies gelijk aan 235 maanfasen. Men is dan weer op een nulpunt waarbij de maan synchroon loopt met de zon. Dit had de Griek Meton al 500 voor Christus ontdekt en beschreven (Methonische kalender).

Maanomloop rond de aarde: het duurt 29,5 dagen tot de maan de zon opnieuw passeert.

Het duurt 27,3 dagen tot de maan een bepaalde ster in de hemel opnieuw passeert. De maan en de zon staan dan op een lijn. Maar omdat de aarde zelf ook nog een ellipsvormige baan heeft is dit niet constant.

19 zonnejaren zijn 254 maan omlopen ( de helft is 127).

De maan gaat in een ellipsbaan om de aarde maar als hij dichterbij de aarde komt dan versnelt de maan iets.

De ellipsvormige baan van de maan verschuift elk jaar iets op. Deze vormt een cyclus van 9 jaar (ongeveer 26,5, en 2 x 26,5 = 53). De maan kent ook een zuidelijke maanwende (maan-stilstand: Engels: lunar standstil) die om de 18,6 jaar plaats vindt. Tijdens een paar weken komt de maan net boven de horizon en blijft laag. De eerste opkomst wordt noordelijkste opkomst genoemd en de tweede opkomst (ongeveer 2 weken later) markeert de zuidelijkste positie. De Keltisch-Germaanse grafheuvel; Glauberg van een vorst; Duitsland Glauburg (rond 500vChr) met zijn processieweg zou hiernaar zijn uitgericht.
Dit zou ook gelden voor de Callendish steencirkel op de Hebriden. Waar de maan dan opkomt en ondergaat tussen bepaalde stenen/menhirs. En de palencirkel in Noord Amerika in Cahokia.
De laatste maanstilstand was in 2006, volgende in 2024.

* De menstruatie van de vrouw komt het meest voor bij de groeiende maan. De naam menstruatie is dan ook afgeleid van "maan". Een algemeen geloof was dat men moest zaaien, planten en enten vanaf nieuwe maan omdat de planten dan het beste zouden groeien en de sapstroom omhoog zou gaan. En meer vocht zou bevatten. En men na volle maan moest snijden, omhakken en oogsten, de sapstroom zou dan naar beneden gaan in de wortels. Maar men geloofde in sommige delen in Europa ook dat planten, nagels, haar en koren die werden gesneden als de maan juist toenam, sneller weer zou aangroeien. Zo geloofde men ook dat de groeiende en volle maan gunstiger was voor reizen, handelen en oorlog voeren. De groeiende maan zou kracht geven voor de jacht en bescherming met name aan de jonge baby's en kinderen. Zo geloofden sommige volkeren dat de afnemende maan schadelijk zou zijn voor jonge baby's en kinderen.

Schrikkeljaar:

De maankalender wordt nog steeds toegepast en wordt naast de zonnekalender gebruikt vanwege de 4 belangrijke zonnestanden in het jaar. Het nadeel is dat een maanjaar niet in de pas loopt met de seizoenen. Om de zoveel tijd kwam men dan vroeger ook samen om de kalenders te vergelijken en aan de hand van astronomie en waarnemingen de kalender weer bij te stellen zodat hij gelijk liep met de stand van de zon. Net als er tegenwoordig nog een extra schrikkeldag of maand word toegevoegd. Zo kreeg men een Luni-solaire kalender, een kalender die de maan als basis heeft en ook gelijk loopt met de zon. Meestal werd de maand voor of nabij de lente-equinox ingevoerd.

Meton Cyclus (Genoemd naar de Griek Meton uit 500 v Chr.): Schrikkeljaar door invoeren van 7 extra schrikkelmaanden in 19 tropische jaren (234,997 maanden) om de maankalender te synchroniseren met de seizoenen. In gebruik in China rond 600 v Chr. Wellicht al bedacht door de Mesopotamiërs.

Vanaf 1582 voerde men een algemene regel in voor een schrikkeljaar: Elk jaartal dat door vier deelbaar is, krijgt een dag extra. Behalve de jaren die door honderd deelbaar zijn tenzij ze door vierhonderd deelbaar zijn. Hierdoor werd het kalenderjaar 365,2425 dagen lang. Het kan dus voorkomen dat een geboortedag (verjaardag) in een bepaald jaar ontbreekt.

Tegenwoordig is het astronomisch jaar 365,2422 dagen lang. Daarom zal men nog een correctie moeten gaan doorvoeren.


Eclipsen:

zonsverduistering: Eén of twee keer per jaar staat de maan tussen de zon en aarde in. Het zonlicht wordt geheel of gedeeltelijk tegengehouden en meestal zien we dan alleen een lichte cirkelvormige rand. Een klein stukje van de aarde staat in de schaduw van de maan. Dit heet een zonsverduistering. Het hangt dus sterk af of je je op de precieze schaduwplek bevind om een volledige zonsverduistering te kunnen waarnemen. Het gebied eromheen ziet dan een gedeeltelijke zonsverduistering. Volledige zonsverduisteringen zijn ongeveer om de achttien maanden zichtbaar. Het kan echter tientallen jaren duren voor er op dezelfde plaats op aarde een zonsverduistering te zien is.

Bij de meeste volkeren was een eclips een slecht voorteken. Vaak werd het gezien als een monster die de zon aanviel.

China: Men dacht dat de zon opgeslokt werd door een draak en daarom probeerden ze deze met zoveel mogelijk lawaai te verjagen. Ook zou het invloed hebben op de heerser van het land dus moest dit nauwkeurig voorspeld worden. Hoe beter de Keizer de zonsverduistering kon voorspellen, hoe meer macht hij zou hebben.

Hindoe: Een zwanger vrouw mag niet naar een zonsverduistering kijken want dat zou slecht zijn voor haar ongeboren baby.

Bij de Inuit van de lagere Yukon rivier in Alaska zou de eclips een slechte invloed hebben en ziektes brengen. Daarom draaide men alle potten, emmers en kommen op de kop zodat ze vrij zouden zijn van eventuele schadelijke straling.

De Zwabische bewoners van zuid Duitsland geloofden vroeger dat tijdens een zonsverduistering gif op de aarde zou vallen. Tijdens de eclips ging men niet zaaien, maaien fruit plukken of fruit eten. Het vee werd in de stallen gebracht en men mocht niet werken. De inwoners van Beieren geloofden vroeger dat het water giftig zou zijn tijdens een eclips. In Thüringen sloot men de bronnen af en bracht het vee naar de stallen tijdens een eclips van zon of maan. Het zou vooral schadelijk zijn als het op een woensdag viel.

Maansverduistering: Als de aarde tussen de zon en maan instaat zodat de maan helemaal in de schaduw ligt van de aarde noemen we dat een maansverduistering. We kunnen dit vanaf een groot deel van de aarde zien. De maan krijgt een rozige tint als maan, aarde en zon op één lijn staan. Vroeger was de kleur van de schaduw op de maan belangrijk; zwart of rood. Rood zou staan voor extra ongeluk. Veel volkeren zoals de Grieken zagen hier een onheilsteken in dus was het van belang de exacte datum te weten wanneer deze zou vallen.

Een eclips van Venus betekent dat Venus tussen de zon en aarde inschuift waardoor we een kleine zwarte schaduw van Venus zien. De eclips komt vaak voor maar heeft echter een onregelmatige cyclus omdat de baan die de planeet maakt een aantal graden schuin staat. Hierdoor is de eclips niet altijd volledig of helemaal te zien. In Nieuw-Zeeland verbrand men tijdens de eclips dan gras als volksgebruik.

De Mesopotamiërs hadden wellicht een periode berekend van 18 jaar waarin een van de eclipsen zou vallen (bekend onder de naam Saros Cyclus). Zoals 682vChr-664vChr-646vChr-628vChr. Tijdens deze verduisteringen zou een plaatsvervanger met zijn vrouw de plaats in genomen hebben van de Koning en Koningin. Hierdoor werd al het ongeluk afgewend op de plaatsvervangers. Ze werden vorstelijk behandeld maar na de eclips werden zij echter gedood waarna de oorspronkelijke heersers weer op de troon plaatsnamen (maar deze vertaling is niet zeker).

Sinds de achttiende eeuw is het kijken naar eclipsen een populaire bezigheid geworden en men reist hier speciaal voor naar de beste plaats om de eclips te bekijken.

De Planeet Venus:

Bij vrijwel alle natuurvolkeren neemt de verschijning en positie van de planeet Venus een belangrijke plaats in tijdens hun feesten (ook in verband met de Plejaden). Deze planeet noemt men een ster en zij wordt vaak in tweeën gedeeld en Avondster of morgenster genoemd. Zie ook het hoofdstuk van de drie jaargetijden. Volgens het volk van de Sami in het noorden heerst de morgenster tot kerst en de Avondster na kerst. In het noorden is Venus circumpolair en kan dag en nacht gezien worden. Hier brengt ze ook regen, gezondheid en vruchtbaarheid. Bij de Maya's werd de planeet vereerd en sommige gebouwen zijn op Venus uitgericht.

Zie ook het hoofdstuk van de Decanen voor de planeten.

Conjunctie:

Om de zoveel jaren komen de planeten dicht bij elkaar te staan, alsof ze op een rij staan, gezien vanaf de aarde. Dit werd ook waargenomen door de oude astronomen zoals die in China en konden worden gebruikt voor bijzondere voorspellingen voor speciale gebeurtenissen. De 5 planeten (Mercurius, Venus, mars, Jupiter en Saturnus) staan in conjunctie met de aarde en de maan om de 516 jaar. Zo zou de laatste Shang keizer wreed regeren. En toen de planeten op 24 mei 1059 vChr op de historische kalender extreem dicht in conjunctie stonden bedacht men dat hij vervangen zou worden door een goede nieuwe rechtschapen koning (Wen van de Zhou). De verdeelde stammen sloten een verbond. Een helderrode hemelvogel zou geland zijn op het altaar van de heilige berg met een jaden scepter in zijn bek als goedkeurings-teken van de hemel. De nieuwe koning moest de harmonie tussen de mens en kosmos herstellen. We zien dit thema vaker terugkomen.

Meteoren en Meteorieten:

Meteorieten zijn kilometers groot, bolvormig en verbranden niet helemaal als ze in onze atmosfeer komen. Ze zijn van steen, stof, ijs en bevroren gas. De Meteorieten (of kometen) vliegen in een vaste ellipsvormige baan rond de zon en langs de planeten. Achter de meteorieten hangt meestal ook een spoor van meteoren als een staart. Deze meteoren zijn stukken stof en ijs die soms langs de aarde vliegen en een deel daarvan komt in de atmosfeer en verbrand. Door het felle licht wat de meteoren afgeven tijdens het verbranden noemt men ze vallende sterren en als er veel tegelijk langskomen noemt men het een meteorenregen. De meteoren komen op vaste tijden in het jaar en ze lijken zelfs uit vaste sterrenbeelden te vallen. Al valt er niet elk jaar evenveel te zien. Soms valt er zoveel dat het sterren lijkt te regenen, vandaar dat de vroege volkeren ze als voortekens zagen. Een meteorenregen of komeet was volgens de meeste volkeren en de Grieken en de Romeinen meestal een slecht voorteken. Vooral de Komeet van Halley werd als onheils-teken gezien voor koningen en heersers. Het woord "desastreus" (Desaster/ rampspoed) betekent "slechte ster" in het Grieks. Deze komt om de 75 jaar dicht langs de aarde vliegen en is met het blote oog te zien (1986, 2061). Hij veroorzaakt een meteorenregen in de sterrenbeelden Waterman en Orion. De komeet Tempel-Tuttle doet er 33 jaar over en komt dus in 2033 weer langs (zie sterrenbeeld leeuw). Er zijn nog veel meer kometen die te zien zijn met een telescoop. Rond 1400 voor Christus begonnen de Chinezen de komst van kometen vast te leggen. Een Asteroïde is een vaste compacte steen die door de ruimte zweeft en kan onderdeel zijn van een komeet. Edmond Halley ontdekte dat de Halley komeet steeds weer terugkwam. Vallende sterren werden door de meeste volkeren als negatief gezien; als ziel die wegvliegt van de dode, teken van oorlog of bode van slechte tovenaar.

>>