Kerkelijke/ christelijke feestdagen en gebruiken.      >>

Binnen het christelijk geloof zijn er ook veel verschillen in de vieringen omdat het geloof zich ook gesplitst heeft in Oost-christenen (Orthodox) en West-christenen. En er zit verschil in Protestantse en Rooms-katholieke gebruiken, met name de OudKatholieken en Anglicanen vieren de heiligendagen naast de grote feesten (het opvallende is dat deze juist meer verband houden met de oude heidense feesten vooral als we kijken naar de attributen). Soms word er ook plaatselijk meer aandacht aan bepaalde vieringen besteed en ook zijn er verschillen per land waar bijvoorbeeld de landbouwtradities nog sterk verweven zijn met de kerk. Omdat de Orthodoxe feesten 11 dagen of meer uitliepen op de kalender ga ik uit van de West Katholieke feesten.

Overzicht van de (speciale) dagen voor en na Pasen:

Een handig overzicht (ter naslag) voor de benaming, telling en gebruiken in de lange periode voor en na Pasen.


-Carnaval; bestaat uit 3 dagen die op en na carnavalszondag worden gevierd; dit is de zevende zondag voor de paaszondag. (49 dagen: 7 weken) (Op 11 november begint de Prins Carnaval al met feesten). Het begint op 4 dagen voor het 40-daagse vasten of alleen op de dinsdag voor Aswoensdag. Rooms-katholiek: 40 dagen vasten (zondagen niet vasten) en sober leven. Vroeger geen vlees, snoep en alcohol. Wel vis.

-Carnavalszaterdag; zaterdag voor Vastenavond

-Vastenavondzondag/ Carnavalszondag/ Mannekenszondag/ Rendag/ Vette zondag/ zondag Quinquagesima; zondag voor Vastenavond. (49 dagen/ 7 weken voor Pasen)

-Groene maandag/ Schone maandag/ Duits: Fastnachtsmontag/Engels: Hall Monday/ Peasen Monday/ Frans: Lundi de Carnaval; soms de 1e dag van de vastentijd, 7 weken voor orthodox Pasen. (zie ook "maandag" van de weekdagen)

-Vastenavond/ Cleen Vastenavond/ Kleinen Vastenavond/ Vetten Dinsdag/ Vetten Dyssendach/ Mardi Gras/ Shrove Tuesday / carnavalsdinsdag (of rommelpotdag) is de dinsdag en avond voor Aswoensdag (afsluiting van de carnaval) 47 dagen voor de Paasdatum. Shrove dinsdag; de dag voor de vastentijd (40 dagen, zonder de zondagen te tellen voor goede vrijdag). Middeleeuws: Een andere oude naam van Vastenavond is "Fastelavont". Dit zou slaan op: faseln: zwammen/onzin verkopen. Maar ook "gedijen/ paren/ fokken" een lente term.  Rooms-katholiek: feest met veel drank. Volwassenen en kinderen liepen langs de huizen met een rommelpot of foekepot. Een pot, bespannen met een varkensblaas en een riet er aan bevestigd. Het maakt een zoemend, brommend geluid. Zie Carnaval bij het jaar rond.

-Aswoensdag/ Duits :Mittwochaben, Aschermittwoch; 46 dagen voor de Paasdatum op een woensdag (In België viert men vaak Carnaval op de zondag na Aswoensdag hierna gaat men vasten, In Zwitserland in het weekend na Aswoensdag. (tegenwoordig begint de vastentijd al op Aswoensdag en niet meer op de zondag erna, dit is vastgesteld door Gregorius de Grote). As staat voor het as van het vuur (men hield vuurceremonies). Soms maakte men met as een kruis op het voorhoofd als bescherming (askruisje). De as werd gebruikt van gewijde palmtakjes van het vorige jaar (van Palmpasen) die nu werden verbrand, vermengd met wijwater. Het gewone kruissymbool (X) staat van oorsprong voor "niet aankomen". Men maakte een kruis op het hoofd of op het huis om zich te beschermen tegen kwade machten. Het zou ook zonden vergeven. Een traditioneel maal op deze dag was witte bonen met een haring. Haring als symbool van de vastentijd. De langslapers die te laat waren voor de vroegmis moesten trakteren.

-Vette Donderdag (in Polen)/ Engels: Senseless Thursday (laatste donderdag van de Carnaval); Men doet zich nog even te goed aan zoete meelproducten.

-Vastenavond2/ Groot Vastenavond/ Sotternyensondag/ Woestijnzondag/ Fakkel- of toorts-zondag/ Quadragesima/; 1e zondag van de vastentijd dus de zondag na Aswoensdag. Op deze dag gingen de jongeren/ kinderen rond om lekkers op te halen en legden ze ook een vuur aan.  Op de eerste zondag van de vastentijd werden veel vuurrituelen gehouden. In Duitsland werd deze zondag ook witte zondag genoemd (net als de zondag na de Pasen).

-Duivelsweek/ Vastenavonddagen/ Smetsdage; week van Carnavalszondag tot Groot Vastenavondzondag. Vroeger vierde men tijdens deze hele week Carnaval met optochten, dans, verkleedpartijen en maskerades omdat men pas op de 2e zondag met vasten begon en niet op de woensdag.

-Vastentijd (1ste zondag) Duits: fastenzeit; 42 dagen voor Paasdatum op een zondag (vroeger bestond de vastentijd ook uit 6 zondagen, Gregorius heeft van de 46 dagen 6 afgehaald en nu zijn er nog maar 40 Bijbelse vastendagen over die meteen ingaan na Aswoensdag, van die 40 dagen worden de zondagen niet meer meegerekend dan hoefde men niet te vasten. Men wou graag het heilige getal 40 hebben en omdat er zonder de zondagen 36 dagen overbleven heeft men er 4 voorgezet zodat de tijd op Aswoensdag begon.) Invocabit/ Invocavit Zondag (Latijn: "roept hij mij aan").

Strenggelovigen vastten vroeger wel 130 dagen per jaar. Men mocht geen vlees, eieren, boter en melk. Maar men mocht wel vis en bevers (want deze hadden een vissenstaart), fruit, groente, schelpen, slakken, kreeften en schaaldieren, suiker en marsepein. Ook mocht men wijn en bier drinken. Rond 1500 n Chr. ging men ook weer kip eten in de vastentijd, want men bedacht toen; dat deze op dezelfde dag was geschapen als de vissen. In sommige landen onthield men zich ook van seks tijdens de Vastentijd of onthielden alleen ongetrouwden zich van seks.

-Pannenkoekendinsdag/ Vastendinsdag (Zie Duits: Faschingsdienstag): word nog gevierd in het Verenigd Koninkrijk (op de dinsdag in de vastenweek, 41 dagen voor paaszondag. Men eet veel pannenkoeken en er worden pannenkoekenraces gehouden. Ook in Rusland eet men veel pannenkoeken voor de vasten (soms nog tot Lent). Soms doet men dit al op 2 februari tijdens het Mariafeest. De pannenkoek wordt door de meeste landen gegeten voor de Pasen en zou een oude oorsprong hebben. In veel landen was het ook een soort offer aan de gestorven zielen. Daarom werd het ook wel tijdens het dodenfeest gegeten in de herfst. In de middeleeuwen (1560) bakte men in Nederland en Vlaanderen pannenkoeken en wafels en smeerde deze in met vet of boter of ze werden met kaas belegd. Ook at men witte melkbroodjes. Men deed een spel met het zo hoog mogelijk opgooien van pannenkoeken. Als men ze weer opving betekende dit geluk en een voorspoedig jaar.

-Lent/ Lend: 3 weken voor Pasen (Aswoensdag tot Pasen). Het woord lijkt veel op Nederlands "Lente".

-Passiezondag; de zondag 2 weken voor Pasen, de twee weken heten: passietijd en staat voor het lijden. maar ook Moederzondag; de zondag 2 weken voor Pasen. Moeder verering als moederkerk verering. -Reminiscere Zondag (Latijn: "Gedenk uw barmhartigheden "). De tweede zondag van de veertigdagentijd.

-Oculi Zondag (Latijn: "ogen"). De derde zondag van de veertigdagentijd. "Bevrijden van voeten uit de strik".

-Pretzelzondag/ Bretzelsonndeg/ Laetare (Latijn voor "Verheug U") of Halfvasten/ Mid-Lent/ Midden Lente (Luxemburg): uitwisseling van brood en eieren; op de 4e zondag van de vastentijd. Jeruzalem staat centraal. Soms noemde men de zondag voor Pasen of de vierde zondag van de vasten; Dode Zondag/ zondag van de dood. Diverse doods-rituelen. Ook zondag van de roos genoemd: Romaans: Dominica rosae. Op die dag heiligde de Paus een gouden roos die hij presenteerde aan een adellijke dame.

Soms houdt men hier een carnavalsoptocht.

-Zaterdag voor Pasen: Vroeger besprenkelde de Priester/ Pastoor alle huizen met wijwater.

-Palmzondag/ Passiezondag/ Groene zondag/ Palmpasen/ Judica Zondag (Latijn: "Verschaf mij recht"). De vijfde zondag van de veertigdagentijd. zondag voor Pasen. (1: intocht van Jezus in Jeruzalem die met palmtakken/ bukshout of palmhout/ sparren takken werd begroet; werd voorgesteld als de ezel die werd rondgetrokken (2: Palmpaasstok: versierde tak of stok in kruisvorm, met koek, gedroogd fruit, noten en snoep behangen, met eieren en linten, soms met broodhaantje of zwaan erbovenop, broodjes in de vorm van een wiel, het zonnerad, door kinderen gedragen in processie heeft te maken met oude meiboom viering. Het broodhaantje op de top staat voor het brood dat Jezus brak tijdens het laatste avondmaal. De eieren aan de stok symboliseren een teken van nieuw leven van de Paaszondag) of in Polen zingen ze met de takken de mensen wakker; de zondag vlak voor Pasen, de eerste dag van de Goede week. De goede week eindigt op Paaszaterdag. In Tsjechië verbrand men de stropop (die de winter voorstelt). Vaak laat men wilgentakken en bloemen zegenen in de kerk met wijwater om mee naar huis te nemen als bescherming tegen onheil. In Roemenië heet het bloemenzondag en eet men vaak vis. Men begon hier al met het ophalen van eieren en geld (door de groep jongens onder aanvoering van ene Judas Iskariot/ Kariot of Krioter, de zondebok). Tevens deed men aan eierspelen. Men schonk ook bukshout of palmhout weg als cadeau. Men dacht dat gewijde palmtakken en olijftakken bescherming bood tegen ziekte, dood en duivel. Als vervanging gebruikte men buxus, hulst of wilgentakken. Soms plaatste men deze in de hoeken van de akker of men verbrande deze. De heilige as van de palmbladeren werd bewaard voor Aswoensdag het volgende jaar. Rooms-katholieken nemen ook een gewijd takje buxus mee naar huis en steken het achter het kruisbeeld of wijwaterbakje. Het takje van vorig jaar wordt verbrand.

De week voor Pasen word genoemd; goede week/ heilige week/ grote week/ gouden week/ stille week/ lijdensweek/ boeteweek/ aflaatweek/ week van de kwijtschelding (nieuwe toelating tot de kerk van boetelingen op witte donderdag)/ week van de gratie (wie vastzat vanwege een geldschuld werd vrijgelaten) (Duits: Kartage) .

-Maandag voor Pasen: "ontloken Pasen". Wie zich op deze dag versliep werd voor "kalf" uitgescholden.

-Woensdag voor Pasen/ Schortelwoensdag:

De jeugd in Helvoirt trekt langs de deuren met stokken die in de vorm van een spiraal zijn geschild. Zo verzamelen ze eieren of geld.

In Polen: Tijdens een mis wordt na het zingen van iedere psalm een kaars gedoofd uit verdriet over het lijden van Christus.

Op Schortelwoensdag en Witte donderdag mocht men geen kerkklokken luiden (die zouden zogenaamd "naar Rome zijn gevlogen"). Hiervoor in de plaats gingen de misdienaars rond met kleppers om de uren aan te geven. Eieren en geld werden ook verzameld voor de pastoor en koster, opdat de klokken weer gingen luiden. Een bekend rijmpje hiervan is: Bimbambeieren, de koster lust geen eieren.

-Witte donderdag/ grote of heilige donderdag; donderdag voor Pasen (Laatste avondmaal van Jezus waarbij hij het verraad van Judas en Petrus voorspelde)/ Groene donderdag (Tsjechië, Moravië)/ Gründonnerstag (Duitsland): van "greinen": janken/huilen (vanwege Jezus) of lentegroen/ Engels: Maundy Thursday ("gebod"; Maundies). Jezus word verraden door Judas en gevangen genomen in de olijfhof (op vrijdagochtend). De drie dagen voor Pasen zijn gebedsdagen. Soms speelt men al de kruisiging na. Start van lijdensweg van Jezus: Kruis Pasen. Tot Paaszondag blijven de kerkklokken stil. Soms begint men al met eieren verven/ zoeken. In Duitsland heerst stilte tot paaszondag. In Polen wassen de hoge geestelijken de voeten van 12 oude mannen van eenvoudige komaf ter ere van de voetenwassing van de 12 apostelen door Jezus tijdens het laatste avondmaal. Het kruis in de Rooms-katholieke kerk wordt afgedekt met een witte doek en de priester draagt een wit kazuifel. In de kerken wast men vaak de voeten van arme mensen. Protestants-christelijk houden een avondmaalsviering.

-Goede vrijdag/ Gekruisigde vrijdag/ Karfreitag (in Duitsland) ; vrijdag voor Pasen (Jezus sterft op het kruis) (zie St. Hubertus 3 november, dag van reiniging, rouw en nog strenger vasten. Beelden van Jezus worden versierd en men houd kaarslicht processies. In Polen bedekt men de wonden in Christusbeelden met bloemen. Men speelt het klaaglied van de wenende Maria bij het kruis (Rooms-Katholiek; 7 smarten van Maria). In Frankrijk in Roussillon bij de kerk Saint-Jacques, houdt men een Sanch-processie van de Broederschap van het Kostbaar Bloed van Christus waarbij de boetelingen een opvallend rood gewaad dragen. In België houdt men Les Pénitents Noirs of Graflegging in Lessen waarbij in het donker geklede priesters met kap, het lijk van Jezus afgedekt met een zwart kleed, symbolisch ten grave naar de St. Pieterskerk. De Heilige Maagd is ook bedekt met een rouw-laken. Het is een soort rouw of boete processie waarbij trommelaars de maat aangeven. Dit doet men s' avonds onder begeleiding van toortsen. Overigens is zijn er verschillende meningen over de kruisiging van Jezus in diverse geloofsrichtingen. Sommigen geloofden dat Jezus niet echt werd gekruisigd, dat zou immers niet kunnen omdat hij voor hun goddelijk was. Anderen dachten dat het "leek" alsof hij gekruisigd was of dat er een magische plaatsvervanger was.

-Paaszaterdag/ Stille zaterdag/ Paasnacht; zaterdag voor de Paaszondag/ witte zaterdag (Tsjechië)/ Karsamstag Duitsland/ Sint Lazar/ Engels: Easter Eve, einde van de vastentijd. Eieren werden uitgedeeld/opgehaald/ gezocht. In polen werden het eten en de versierde eieren (Pisanki) gezegend. Er werd s' nachts een paasdienst/ paaswake/ wederopstandingsmis gehouden ter ere van de verrijzenis van Jezus in de nacht. Men mocht geen harde geluiden meer maken (tot Paasochtend). Mensen werden 's nachts gedoopt (in witte kledij). Men ontsteekt de Paaskaars die brand tot Hemelvaartsdag.

-Pasen (Easter: Engels) (Rond 500 n Chr.), Oster/ Ostern (in Duitsland) werd door de Kelten op 21 maart gevierd op de lente equinox en/ of tot op de volle maan erna.

Kerkelijk Paasfeest; van oorsprong duurde het 8 dagen van Paaszondag t/m de volgde zondag. Nu is er alleen paaszondag en paasmaandag. Ook andere bekende feestdagen zijn gekoppeld aan deze paaszondag.

Voor de Pasen vastte men 40 dagen (Quadragesima). De christenen (Katholieken) vierden op 21 maart juist Palmzondag en gingen een week door met vasten tot Paaszondag want men wilde per se dat het feest op een zondag gevierd werd. Sommigen wilden Pasen pas vieren na 3 dagen tijdens de wederopstanding van Jezus er was nogal wat strijd over. Daarnaast was de kalender in 1267 n Chr. al 8 dagen uitgelopen waardoor men 48 dagen aan het vasten was. Soms rekende men 50 dagen voor Pasen: de Quinquagesima, deze vierde men op de zondag voor Aswoensdag.

Paaszondag (opstanding van Jezus, orthodox; "Pascha; heengaan); valt op de eerste zondag na de (14 de dag van de) volle maan, die op of meteen na 21 maart valt. Meestal valt Pasen dus in april, soms al in maart. (tussen 22 maart en 25 april). Deze 14 de dag was afgeleid van de Joodse maankalender, de paaszondag werd uiteindelijk vastgelegd door de christelijke kerk in 325 n Chr. tijdens de synode in Nicea. Niet overal hield men zich aan deze Paasdatum zie Easter. Tot in de 2e eeuw n. Chr. begon Pasen op de dag van de volle maan van de nieuwe maand die na de lente-evening plaats vond.

In 532 n Chr. werd een nieuwe methode bedacht voor het vaststellen van de Paasdatum door de monnik Dionysius Exiguus (in opdracht van paus Johannes I). Omdat het tijdstip van de volle maan niet exact kon worden vastgesteld bedacht men een ingewikkelde berekeningsmethode. De methode werd verder uitgewerkt in 1582 tijdens de kalenderhervormingen door Paus Gregorius XIII. (zie ook Puzzles and Paradoxes van T.H.O' Beirne, Londen 1965). De bewoners van het zuidelijk halfrond moesten zich aanpassen aan het lentefeest van het noordelijk halfrond.

Met Pasen gingen de jongeren in Nederland in Denekamp ook wel de Paasstaak halen onder aanvoering van de Judas Iskariot. Dit was hetzelfde als de meiboom maar dan een kleinere versie voor jongeren. Hierna werd de boom symbolisch verkocht op de Paasweide. In de avond werd er een brandende teerton in gehangen. In Ootmarsum deed men hand in hand aan het rij-lopen door het dorp (Vlöggelen). Hierbij liep men dwars door de huizen.   

Op paaszondag ontsteekt men het paasvuur en s' avonds houd men een gebedsdienst (Vesper) en een processie rond de kerk.

-Paasmaandag/ heldere maandag; dag na Pasen/2e paasdag.

-Heldere week; week na Pasen.

-Woensdag: Rooms-katholiek: wijding van Agnus Dei: de uit was gegoten medaillons met de afbeelding van het lam Gods met staf en kruis. Jezus in de vorm van een lam die zich opoffert voor de zonden. Deze wordt op zaterdag uitgedeeld om te dragen of in huis op te hangen tegen ziekte en als afweermiddel. Het lam vinden we nog terug als boterlam bij het paasontbijt.

-Tweede paaszondag/ Beloken Pasen/ Witte zondag; zondag na Paaszondag. Deze paaszondag noemt men ook wel 'Beloken Pasen' genoemd naar de witte kleding van de nieuwe dopelingen. De luiken voor de altaarstukken van de Christusbeelden werden in de week na Pasen opengeklapt en op zondag weer gesloten. Zie ook de opening op de maandag na Palmzondag. Beloken betekent "sluiten". Het sluiten van de kerkelijke viering. Beloken betekent ook: omringen, begrenzen, aardigheidje, klein cadeau.

-Maria boodschap 25 maart; als Pasen voor 2 april valt, valt deze op de 2e maandag na de Paasdatum.

-Kruisdagen; 3 dagen voor Hemelvaartsdag en Pinksteren. Dit zijn de drie boetedagen voor Hemelvaart waarbij men bescherming afriep tegen bliksem, noodweer, aardbevingen, ziekte, hongersnood en oorlog. Ingevoerd door Sint Mamertus van Vienne ( zie 11 mei)

-4e vrijdag na Pasen; grote verzoendag; In Denemarken eet men warme witte broodjes men luid de kerkklokken en er zijn zangkoren.

-Hemelvaart (Engels: Hemelvaartsdag) (Jezus stijgt op naar de hemel); 40 dagen na de Paasdatum, later op een donderdag. Dag van vasten en rust. Vroeger ging men vroeg wandelen (dauwtrappen of dauwtreden of het dauw slaan) met dansen en zingen, dit had zogenaamd een genezende werking vooral tegen huidaandoeningen en zou tegen ouderdom werken. In Rotterdam moesten langslapers trakteren op Hemelvaartsbollen.

-Cinxenavond: De dag voor Pinksteren. Zie cinc: het getal 5 (Frans: cinq).

-Pinksteren Pentecost/ (feest van de heilige Geest/ Joods Oogstfeest) (de Heilige geest daalt neer over de apostelen) (White Sunday/ Whitsunday / pinkstermaandag (White monday); 49 of 50 dagen na de Paasdatum op een zondag. Vroeger ook Cinxendach/ Sinxendach/ Tsinxendach/ Chinxendach genoemd naar het getal vijf (tig) (Frans: cinquante). De pinksterweek werd ook Cinxenweke genoemd.

Het hangt af van de Hemelvaartsdag; Pinksteren valt op de 9 de of 10 de dag na Hemelvaartsdag. Pinksteren 11 mei!. Het stond voor de Heilige geest die neerdaalde over de apostelen. Rond het huis waarin de Apostelen zaten stak plotseling een hevige wind op die grote vlammen verspreide. Iedereen zou elkaar kunnen verstaan op deze dag. Viering van de stichting van de Katholieke kerk en de eerste prediking van het evangelie. Met pinksterbloem/ bruid. pinksterkroon: bloemenkrans. Omdat de Paasdatum niet vast ligt kan dit feest nu ook pas in juni vallen. Het woord Kermis komt van Kerkmis of het Duitse; Kirchweih. Een feest ter ere van het inwijden van de kerk en latere feest na de mis. In Vlaanderen noemt men de kermis ook "foor". Men liet vroeger witte duiven, symbool van de Heilige geest, in de kerken vliegen. Priesters en schoolkinderen voerden geestelijke drama's op kerkhoven en markten op waarbij de duif in de hoofdrol stond. Later namen de rederijkers dit over maar dan werd het stuk gevolgd door een gekke klucht. Vroeger sprak de koning of keizer recht over zijn burgers.

Op pinkstermaandag ging men een vogel schieten uit een hoge boom (Schuttersfeesten). Degene die de vogel eruit schiet is de nieuwe schutterskoning. Vroeger was deze dag gewijd aan Mars en Bacchus en men schoot op de witte en vergulde duif.

-Pinksterdinsdag/ Pinksterdrie (Luxemburg); processie van Echternach ter ere van Sint-Willibrord. Veel niet-christelijke activiteiten zijn aan Pinksteren gekoppeld b.v.; kermissen, markten, veemarkten, schuttersfeesten, wedstrijden bijvoorbeeld ringrijden processies en bedevaarten; deze werden op pinkstermaandag en vaak op Pinksterdrie(dinsdag) gehouden.

-Week van de drie-eenheid; week na Pinksteren.

-Triniteitsfeest/ Drievuldigheidszondag (Vader, Zoon en Heilige Geest)/ Cinxene, Cinxen, Chinxen, Tsinxen, Beloken Cinxene, De octaaf van Pinksteren, zie de reine octaaf (8) (Cinxene staat ook voor de kraan, zwengel aan een pomp of wip); 1e zondag na Pinksteren of 56 dagen na de Paasdatum op een zondag. Met processies.

-Beloken Pinksteren: De tweede maandag na Pinksteren: In Ootmarsum deelden de boeren roggebrood uit aan de armen. Later hield men een geld inzameling voor de armen.

-Heilig Sacramentsdag/ Corpus Christi/ Fronleichnam (Duits); 63 dagen na de Paasdatum op een zondag/ de tweede donderdag na Pinksteren/ 10 de dag na Pinksteren. Vaak gevierd met bloemenmozaïeken/ bloementapijten en processies en soms ook nog een markt. Jezus Christus geeft zich als brood en wijn en met name de hostie aan de gelovigen. Hij offert zich op (vergelijk hem met het graan).

-Heilig Hart; 68 dagen na de Paasdatum op een vrijdag

-----------------------

* De Orthodoxe kerk heeft iets andere data, zij hanteren de nieuwe juliaanse kalender en de feesten vallen vaak 13 dagen later. De vastentijd als de periode tussen Pasen en Pinksteren duren 7 weken. Kerst en Epifanie vallen ook later. Hun kerkelijk jaar begint in begin september.

Heiligendagen;

De basis bestond uit gedenk- en feestdagen, vaak plaatselijk. Vanaf de tweede eeuw ging men martelaren vereren, zij stonden als grote voorbeeld als christelijke gelovigen die door de heidenen (en Romeinen) gemarteld en gedood werden omdat zij juist het christelijke geloof wilden behouden of verspreiden. Zij waren het grote voorbeeld voor de strijd van het 'goede tegen het kwade' (Heidenen) ook gebeurden er vaak wonderen rond deze personen. Deze personen werden heilig verklaard en hun beenderen werden aanbeden in de kerk (Relieken). Hun sterfdag werd op de kalender gevierd als een soort geboortedag 'dies natalis' omdat het een begin was van hun leven in de hemel. Deze dagen werden met opzet op de belangrijke feestdagen gezet en gevierd met processies en ceremoniën die ook nog wel wat leken op de heidense ceremoniën. Ook de seizoenen werden aangegeven met gedenkdagen (zie de 4 jaargetijden).

Later ging men ook bijzondere heiligen, profeten en evangelisten toevoegen aan de lijst. En weer later voegde men ook de kerkleiders en leraren van de kerk toe tot men zelfs gewone mensen ging vereren die een heel vroom leven hadden gehad, theoloog waren of kerkelijk dichter. Zo zijn er inmiddels wel meer dan tienduizend die vereerd worden.

In veel landen viert men een naamdag aan de hand van de geboortedag die overeenkomt met de naam van een heilige die op die bepaalde dag is geplaatst. Men word dan ook vernoemd naar die heilige en men neemt ook de attributen en eigenschappen van de heilige over. Bijvoorbeeld in Griekenland.

Daarom heb ik alleen de oudste martelaren en heiligen op de kalender gezet die het belangrijkste waren rond de feesten en vereerd werden voor 1000 na Chr. Als er achter de feestdagen een (N)(nieuw) staat is de heilige ingevoerd na 1000 na Chr.

Pas in de twaalfde eeuw werd er vastgelegd wie er in de heiligenkalender (Sanctorale) mocht komen en de Paus kreeg hierover het gezag. In de Middeleeuwen werden de heiligen tot schutspatronen van landen en steden, van beroepsgroepen, gilden of mensen in speciale omstandigheden. Hun hulp werd ingeroepen tegen gevaren of bij problemen (zie Sint Joris), of om vruchtbaarheid af te dwingen. In feite werden ze een vervanging van de vroegere goden. In de zestiende eeuw kwam er verzet van de Protestanten tegen al die heiligenverering en dodenherdenking op Allerheiligen van de Lutheranen (Hervormingen).

Naar markten

>>