Göbekli Tepe





Op een afgelegen heuveltop in Zuid Turkije vinden we de oude plaats Göbekli Tepe uit rond 10.000 v Chr. Het is een verzameling van meerdere oude tempels en steencirkels. De plaats wordt ook navelberg genoemd (als centrum van de wereld). Tevens is het een plaats die bij het sterrenbeeld Orion behoort (zie sterrenbeeld Orion). De site wordt opgegraven door Archeoloog Klaus Schmidt. Hier volgt mijn interpretatie:

De belangrijkste steencirkels bevatten versierde stenen die de tekens van de zodiak en sterrenbeelden van de kalender weergeven. Aangezien de mensen direct uit Afrika kwamen naar dit gebied van de vruchtbare halve maan, bevatten deze veel verwijzingen naar de zuidelijke Afrikaanse Zodiak/ kalender. Zie hoofdstuk Het jaar rond, onderaan Afrika. De kalender van Göbekli Tepe zit op de grens tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond (klimatologisch gezien) en bevat hierdoor elementen van zowel de noordelijke als zuidelijke kalender.

Rond 11.700 v Chr. is dit de Zodiak van Leeuw (A): Lente equinox is Leeuw, Zomerzonnewende is slangen, Herfst equinox is Waterman en winter zonnewende is Stier. De Noordpool ster stond toen in het teken van Lier (vlak bij sterrenbeeld Zwaan van de Zomerdriehoek).

(In Afrika is de herfst equinox de Leeuw)

De oudste steencirkel is waarschijnlijk 1 (C). Men komt hier binnen volgens een soort tunnel (Een 3D wandeling is te vinden op YouTube; zie Walkthrough Göbekli Tepe Stone Circle C). De binnencirkel was vroeger bereikbaar via een trap over de muur. Echter niet alle stenen zijn versierd, de versierde/ bijzonders stenen zijn op de afbeelding iets donker van kleur. In het midden van elke steencirkel staan twee grote T-vormige zuilen in de vorm van een soort godheid maar zonder gezicht. Hiervoor werden offers neergelegd.

Men komt binnen via het ingangsportaal in het zuiden. Dan komt men als eerste bij steen 12. Deze steen staat op wellicht op de zomerzonnewende uitgericht maar kan ook duiden op het jaarbegin vanwege de vele dierenafbeeldingen (3 vogels in net, zwijn en vos). De grote T-steen (37) is uitgericht op de winter zonnewende. 37 draagt het teken van de vos. Overigens kan met de vos ook een jakhals of hond bedoeld worden.

De lente equinox (of herfst equinox) is uitgericht op de steen met de leeuwenversiering (27) en dat klopt want de lente equinox stond in sterrenbeeld Leeuw. Dit was tevens het uitgangspunt voor de algemene prehistorische kalender. In dit gebied vormde de lente equinox/ herfst equinox het belangrijkste jaarfeest want het stond voor de oogsttijd van het graan en de start van het visseizoen. Nu nog te vinden in het nieuwjaarsfeest van No-Ruz/ No Rooz ofwel het Paasfeest . Men verzamelde zich hier wellicht voor de gezamenlijke oogst van het graan dat rond mei zou plaatsvinden. Tevens kon men zo gezamenlijk een drijfjacht houden zoals op wilde zwijnen die hier toen voorkwamen en wellicht werden bejaagd. Zij zullen ook op het rijpe graan afgekomen zijn (zwijnen staan in meerdere landen voor de oogsttijd van het graan of rijst). Maar omdat ze verbonden waren met de graanoogst kunnen ze ook als heilig dier werden gezien zoals later in Israël/ Jordanië en Anatolië (zie Adonis en Astarte en Cybelen en Attis, godin Ma). Het eten van zwijn/ varken was daar verboden: Het is voor de Moslims niet Halal en voor de Joden niet Koosjer (zie ook: oogstvarken). Veel landen zien het zwijn of varken als god(in) van het gewas. En op vogels met netten (zoals afgebeeld op de stenen). Te denken valt dan vooral aan migrerende watervogels en de manier waarop de Australische Aboriginals de dieren in de netten vingen.

In steencirkel 2 (D) die het beste is bewaard, zijn gaten aangebracht om de zonne-eveningen te kunnen waarnemen (steen 43, 30 en de steen achter steen 20). In de cirkel staat de winter zonnewende uitgericht langs de steen met de stierenversiering (20) van sterrenbeeld Stier, naar de grote T-steen (31) en 43?. Op de front van de grote stenen plaat van T-steen 18 zijn 7 zittende vogels aangebracht. Ze kijken van oost naar west en volgen de lijn van de zomerzonnewende (22 naar 38). Waarschijnlijk is dit een verwijzing naar de Plejaden en we moeten dan vooral aan struisvogels denken maar het kunnen ook eenden voorstellen. Lente equinox van steencirkel 2 (D) zou ik de steen 43 als belangrijkste steen duiden. Hierop staan vele afbeeldingen van dieren waaronder de gieren, de gier met ei; wat tevens een aanduiding is voor sterrenbeeld Lier, Zwaan en Zomerdriehoek. Dit heeft zijn oorsprong in Afrika. Tevens vinden we op de voorzijde een leeuw. Als jaarbeginsteen heeft 38 dezelfde positie en afbeeldingen als steen 12 van steencirkel 1 (C): vos, zwijn en 3 vogels. Hiervoor staat steen 33. Dit was een erg belangrijke steen met vele afbeeldingen van o.a. kraanvogels als hemelvogels (mier: zeer waarschijnlijk een termiet omdat deze vaak in de kalender werd gebruikt en een belangrijke voedingsbron vormde) en een spin. De spin staat meestal ook voor de Plejaden.

Deze steen komt overeen met steen 6 in steencirkel 3 (B). Beide T-stenen 31 en 18 dragen het teken van de vos door middel van een vossenvel op de voorzijde. De vos past ook bij deze periode. Vossen kunnen ook in verband staan met graan (zie oogstvos bij de oogstfeesten Het jaar rond Noord).

Steencirkel 3 (B) is een stuk eenvoudiger geworden. Op beide T-stenen 9 en 10 staat het teken van de vos (langgerekte vossen).

Steencirkel 4 (A) lijkt een vereenvoudigde compacte versie van voorgaande cirkels. Op beide T-stenen 1 en 2 staan nu het teken van de leeuw. Alsof het sterrenbeeld van de Leeuw vereenzelvigd met de godheid. Op de rechterzijde van steen 1 staat een net met een schaap/ geit. Op de achterzijde van steen 2 staan stierhorens (winter zonnewende?). De beide T-stenen staan nu iets gedraaid.

Rond 8400 v Chr. schoof de zodiak op en ontstond de Zodiak van Kreeft (B). Lente equinox werd Kreeft, Zomerzonnewende werd Schorpioen, Herfst equinox werd Steenbok en winter zonnewende werd Ram (zie Zodiak). Aangezien de menselijke aanwezigheid tot 8200 v Chr. voortduurde in Göbekli Tepe, heeft men waarschijnlijk deze wijziging waargenomen. Hierdoor is waarschijnlijk het heiligdom in onbruik geraakt rond 8200 vChr. Tevens ging men dorpen stichten aan de grote rivieren met eigen tempels in o.a. Mesopotamië.

--------------