Markten:

Rond de feesten waarbij veel mensen zich verzamelden uit alle plaatsen uit de regio ontstonden logischerwijs markten. In de Prehistorie koos men hiervoor een belangrijke centrale en heilige plaats uit zoals bijvoorbeeld Stonehenge in Groot Brittannië. Zie ook de feestheuvels. Later werden de feesten verplaatst naar het dorps/ stadsplein.

Van heinde en verre kwamen boeren en handelaren hun koopwaren aanbieden op de markt die steeds groter groeide. Alle grondstoffen werden nog rechtstreeks in- en verkocht, men had dus 1e keus en het eten werd ook direct op de markt verwerkt en bereid. Men had wel 4 of 5 grote markten per jaar die een aantal weken duurden (soms wel 6 weken) gelijk aan de festiviteiten. Ook kon men op de markt een werkgever vinden of een huwelijkspartner. Het was een belangrijke samenkomst voor nieuws, koopwaar en vermaak.

Ook de markten waren ingedeeld zodat zij verband hielden met de jaargetijden bv; de Pontiaansmarkt in januari, de Halfvastenmarkt voor Pasen, de Paasmarkt met Pasen, de magere Beestenmarkt in april, de Pinkstermarkt/ Wildemarkt/ Kermis in mei, de paardenmarkt in juni, de kaasmarkt in juli, de oogstmarkt in augustus/ september, de vette Beestenmarkt in oktober en de Koudemarkt in november. Verder waren er nog meer jaarmarkten zoals de bijenmarkt (honing), linnen en leermarkt en korenmarkt.

Maar de grote steden wilden graag een monopolypositie , handelaren die langskwamen met bv. schepen waren verplicht om hun koopwaar eerst in de stad aan te bieden. Ook de dorpen werd het verboden om nog grote markten te houden omdat de steden er dan niets aan konden verdienen.

De markten werden ook op andere data gezet die verbonden waren met heiligen of handiger voor de stad. Zo werd de kermis verbonden aan de wijdings dag van de patroonheilige van een plaats. Vaak werd er een processie aan zo'n markt/kermisfeest voorafgegaan met beelden, hostie en/of relikwieën. Men bedacht allerlei regels en wetten om de festiviteiten rustiger te maken en te regelen. Men wilde dat de feesten niet te lang duurden en zo werden ze ingekort opdat de mensen moesten werken.

Later veranderde de markt door tussenhandelaren en veilingen. De scheepvaart verminderde waardoor de handel en welvaart terugliep en er mocht aan de deur worden verkocht. Ook de processies verdwenen en de mensen kwamen niet meer samen. Hierdoor verdwenen de markten en automatisch ook de feesten. Men vergat wat de oorsprong was en waartoe ze dienden.

>>