Berenhoeder, Jachthonden




Berenhoeder, zie ook Grote Beer

BERENHOEDER: Alpen en dan met name het gebied waar de vele mijnen zijn te vinden (ook goudmijnen): Oostenrijk, Zwitserland en Noord Italië (Dolomieten). Het lam die hij op zijn rug draagt (in een rugzak) in Zwitserland bevat ook barnsteen(uit diepe mijnen). In Zwitserland loopt nog een soort beer achter hem aan. Daarom wordt hij ook berenhoeder genoemd dus niet alleen omdat hij achter de grote beer staat. (tijdens de voorlaatste ijstijd lag dit sterrenbeeld gedeeltelijk onder het ijs). Het gebied werd bewoond door de, Räten/ Rhaeten/ Rhaeto (Raetië/ Raetia)?. De Romeinen hebben dit gebied langzaam ingenomen maar ondervonden veel weerstand en er zijn vandaag de dag nog afstammelingen te vinden die een mengeling spreken van Latijn-Raëtisch; de Ladiniërs. Latijn: Ladinia?.

Wellicht in de prehistorie ook honden voor een slee.

Al sinds 7000 vChr. werd er naar bergkristal gezocht voor het maken (ter plaatse) van doorzichtige pijlpunten en andere werktuigen.
Deze zijn gevonden in de omgeving van Innsbruck naar beneden tot en met Bozen in Italië.  Daarom denkt men dat er ook een handelsroute liep van Innsbruck via Bozen naar Trente.

(Sinds 7000 VChr. werd er ook al jade voor stenen bijlen gemijnd in monte viso en de Aegeïsche zee, deze werden al verhandeld naar de kust van Bretagne).

Door dit gebied lopen ook belangrijke routes naar Duitsland en het Barnsteengebied. Deze routes werden al minstens sinds 2000 voor Christus gebruikt. De oudste route liep via de Résiapas (Romeinse weg; Via Claudia Augusta) maar de andere passen werden ook gebruikt. Vlakbij is het Ötzdal waar de prehistorische oude ijsmummie genaamd; Ötzie is gevonden. Voor de Berenhoeder lopen twee honden of wolfshonden. In de Dolomieten volgt de vorm van de benen het graniet of gneis gesteente waar men porfier, tufsteen en vulkanisch glas kon vinden. Het is duidelijk gescheiden van het kalkgesteente. Ook zijn er weer rotsgraveringen te vinden in Zwitserland en recent ontdekt in de Dolomieten. In het dal van Camonica (Valle Camonica) zijn 200.000 rotsgraveringen te vinden die gemaakt zijn vanaf rond 8.000 voor Christus. Ze vormen de linkerbeen van de Berenhoeder. In de Dolomieten zijn ook erg veel mijnen en genezende bronnen te vinden. We vinden bewoning uit 6000 voor Christus en bekend is ook de vondst van het graf van de "Mondeval man" in Selva di Cadore. Opvallend zijn ook de aardpiramiden in de Dolomieten; piramiden gevormd door stenen die afgedekt zijn met een grote deksteen van porfier (deze zouden ontstaan zijn door gletsjers). Ze zijn op diverse plaatsen te vinden en ook in het oude Pustertal (Val Pusteria).

Belangrijke oude plaats: Chiuro, Italië (ongeveer in de poot van de kleine beer, de welp) vooral vanwege de naam. Hier zijn vele geogliefen gevonden vanaf rond 6000 vChr. Zie Val Camonica.

In het Ortles gebied zag men "een koning waar de bevolking de maaltijd met beren deelde en de jeugd op wolven reed". Men kent ook het verhaal van de kluizenaar van Romedio (bij Clés): Hij woonde in een grot en temde een beer waarna hij het dier bereed. Hetzelfde verhaal van de getemde beer komt terug in de heilige Corbinarius/ Corbinian (Waldegiso) en zijn oorsprong is ook te vinden bij de Dolomieten. Hier komen van oudsher ook holenberen voor.

Prehistorie: De beergodin was van oorsprong vrouwelijk. Rond 5000vChr (In de periode van Stier). vereerden de Grieken haar al; er is een ritueel beeldje van een beer gevonden die een kom vasthoudt. Ook kennen we de Keltische beergodin Dea Artio in Europa. De stad Bern in in Zwitserland koos haar uit als symbool. Hier is ook een bronzen beeld gevonden. Er zijn ook beren gevonden in de Vinca cultuur. Zie ook het sterrenbeeld van de Berenhoeder.

In deze figuur zagen de Romeinen hun Jupiter. Eigenlijk hoorde de hoge muts er eerst niet bij en de berenhoeder zelf zou ook een grote beer voor kunnen stellen in de vroege prehistorie. Het hart van deze beer zou dan gevormd worden door het vulkanisch gebied onder Brunico. Deze vulkaan zelf is ook bron van een mythe; In een grot op de Santa Croce zou een gevaarlijke draak wonen die de mensen belaagde. Later werd hij verslagen door de volksheld Gran Bracun.

De muts van de berenoeder bestaat uit een grote meteoriet spoor (van Salzburg tot Munchen). Men heeft sinds kort ontdekt dat op 467 voor Christus een zeer grote Meteoriet is geëxplodeerd en ingeslagen in Chiemgau (Beiern). Hierbij heeft het wel 80 enorme kraters nagelaten en het landschap en zijn inwoners voor een groot deel verwoest. Pas 100-200 jaar later zijn de mensen weer teruggekeerd. Deze inslag is pas 100 na Christus opgetekend door de Grieken. In de prehistorie hakten ook de Indianen en Inuit al stukjes van meteorieten af om koud te bewerken tot messen. Later begonnen de Kelten de meteorietsteen warm te smeden tot edelstaal vooral voor langzwaarden maar ook voor helmen en wapenuitrusting. Dit harde staal werd Latijn: "Ferrum Noricum" (zwart metaal) genoemd door de Romeinen en was zeer gewild. Ook het gebied van het lichaam van de berenhoeder werd zo genoemd (men dacht dat dit kwam vanwege de mijnen). Men denkt dat deze meteorietinslag een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis en mogelijkheden van de Kelten (bron: uitzending van Terra-X, 17 mei 2013)

Soms draagt de berenhoeder ook een sikkel. Wellicht staat hij dan voor Saturnus en wijst hij naar de paar mijnen rechtsboven hem of linksboven hem. Dit komt terug in het winterfeest van Sint Nicolaas waarbij de Krampusz figuur rondwaart. In de Dolomieten vinden we in het noorden het Pustertal; het dal van de Pust.

Hij is vrij gedrongen en lijkt ook wel wat op een dwerg. Dwergen zijn van oudsher degene die de ertsen uit de bergen haalden (denk aan Kobold, Knocker, Knacker, Kaolmenke, Caspar). Dwergen zouden veel voordeel hebben bij hun geringe lichaamsbouw om in de nauwe mijnen te delven. In prehistorische mijnen vinden we ook doorgangen die te klein zijn voor normale volwassenen. Deze dwergen zien we ook terug in de feesten van December en dit gebied stond later ook in het teken van het kerstfeest (nu nog; zie de vele heiligen waarnaar de plaatsen zijn vernoemd). Vele legenden in de dolomieten gaan over de mijnwerkende dwergen. Zelfs het latere verhaal van sneeuwwitje en de 7 dwergen is terug te vinden in de oude Ladinische mythen (zie de mythe van "de bleke bergen" met de maangodin). Sommige dwergen hebben het Zvi-laron syndroom en opvallend is dat ze veel langer leven dan doorsnee mensen en resistenter zijn tegen ziekten zoals diabetis, kanker en alzheimer. Hierdoor zouden ze vroeger wellicht een opvallende reputatie hebben gekregen. Deze dwergen zouden in Zuid Ecuador in Zuid Amerika terecht zijn gekomen via Spanje.

Al rond 5000 vChr won men zout in de mijnen bij Hallstatt. Rond 2300vChr trokken de metaalbewerkers uit het alpengebied naar Groot-Brittannië (zoals de vondst van de Amesbury Archer in Wiltshire. In de Middeleeuwen zochten de Venetianen in dit gebied naar kostbare ertsen en Kobalt om hun beroemd glas blauw te kleuren.(Zie ook de grote middeleeuwse zilvermijn in Schwaz).

Meestal kwamen de mijndelvers in mei en de bewoners van de alpen bemoeiden zich niet met deze mensen. Later vonden ze mangaan voor het maken van Venetiaanse spiegels. De Venitianen worden dan ook hierdoor in verband gebracht met de mijnbouw maar ook met dwergen. Ook zien we Venetië in verband met de Zodiak (zie ook het sterrenbeeld Leeuw). In dit gebied vinden we ook veel Wählwegen en Wählen is een andere term voor "mijn" maar ook voor "dwerg" .Ook staat het in verband met "draaien" zie de meifeesten waarbij een brandend rad van de hellingen werd gerold, op sommige plaatsen nu nog. Bij de mijnen vinden we zogenaamde Wählenzeichen, een soort symbolen. Wählen betekent tegenwoordig ook "aankruisen" bij kiezen. Van de mijnen zouden in de latere middeleeuwen boekjes zijn uitgebracht (Wählbucher) om de mijnen makkelijker te vinden.

Onder de Beer zien we het sterrenbeeld van "Het haar van Berenice" (zie het sterrenbeeld). "Toevallig" is dit gebied al sinds de oudheid bewoond door een Illyrische stam. Op sommige sterrenkaarten draagt de berenhoeder een sikkel in de linkerhand, en herdersstaf in de rechter(en is hij de oogster). Hiermee zou hij het graan snijden wat dan naar beneden valt als het haar van Berenice (Venus) zie sterrenbeeld Maagd. Afgebeeld op een houtsnede in 1485 door Hyginus als een garve korenaren. En door Bayer in 1603 als een garve korenaren.


----------------

Ossenhoeder/ Berenhoeder: Grieks: Boötes De helderste sterren vormen samen een soort vlieger. De onderste ster, Arcturus is heel helder. Tevens ligt in het midden de ster Epsilon/ Pulcherrima "de mooiste".

Denderah: man met staf?

OudGrieks: ἀρκτ-oûρος: berenhoeder , (de ster) Arcturus; herfst.

Grieks; Arctophylax; "de berenhoeder". De hoofdster is in het Grieks: Arktouros/Arcturus en betekent "Beer". (naam van de helderste ster in Boötes). Het is Arcas de zoon van Callisto, de grote beer. Hij lijkt de grote beer te bewaken of de grote en de kleine beer rond de hemel te drijven als herder. Hij heeft ook twee jachthonden bij zich aan de lijn rechts. Zie sterrenbeeld Jachthonden.

Bij de Grieken stond het rijzen van de ster Arcturus voor de druivenoogst en de tijd van midden herfst. Het rijzen of dalen van de ster Arcturus stond ook voor de ploegtijd voor de nieuwe zaai. De feesten zijn gekoppeld aan het sterrenbeeld van Maagd/ Weegschaal wat er onder ligt ofwel aan godin van het graan Demeter en haar dochter. Als de ster zou verdwijnen dan zouden ook de beren verdwijnen en hun winterslaap houden.

Romeins: Plinius de oudere ( ongeveer 23-79 na Chr.). schrijft dat het rijzen van de ster Arcturus stond voor het begin van het paarseizoen van de herten (valwege het burlen van de herten?). Maar dit is echter wel heel vroeg op de kalender.

Arabisch:راعي الشاه :raei alshah: "herder van de shah (sjah). (العواء): aleiwa': gehuil, huil (Engels: howl)(العواء): al-eawa'/alhiwa

Zie ook Urdu: (حواء)hawa: vooravond Urdu: (نگران)bezorgd, Perzisch: (گاوران).(گاوران یا عوّا)Gavaran of Awa.


Arabisch: Op de sterrenkaart uit het badhuis van Qusayr 'Amra in Jordanië (rond 723-743 nChr). Is een blad weergegeven boven de staart van sterrenbeeld Leeuw in de vorm van het teken schoppen (klimop-blad). De punt wijst naar de achterpoot van Grote Beer. In het boek van Al-Sûfi en latere kopiën is een bladvormige sterrenbeeld aangegeven onder de voorpoten van de Grote Beer. Boven de kop van Leeuw; Zie kleine Leeuw: Leo Minor.

JACHTHONDEN: Oostenrijk en stukje van Balkan. De wolfsberg is ook een naam die hiernaar verwijst. Onder de jachthonden is ook nog een kleine strook met mijnen. Een bijzondere streep met heilige plaatsen en prehistorische bewoning.

-----------

Jachthonden: Latijn: Canes Venatici;

Ze hoorden van oorsprong juist bij de Grote beer en later bij de Ossenhoeder/ Berenhoeder. Ze werden al afgebeeld door cartografen uit de 16e eeuw maar werden bekender door het werk van Johannes Hevelius rond 1690. Boötes houdt de honden vast.

De helderste ster, Alfa, werd ook wel Cor Coroli (Karels hart) genoemd naar Karel I (1600-1649). Naar de Engelse koning die werd terechtgesteld. Deze stond voor het eerst op een sterrenkaart van Francis Lamb uit 1673. Op een sterrenkaart van James Barlow uit rond 1790 werd deze weergegeven als hart met kroon en lag op de plaats van de jachthonden.

Grieks; Chara en Asterion, de jachthonden waarmee Boötes de Grote en de Kleine beer langs de hemel jaagt.

Arabisch; meute honden die achter de staart van de Grote beer aan jaagden.