Lente Equinox     >>

Voorbereiding voor het Paasfeest, Nieuwjaar.

Rond 21 maart staat de zon zo ten opzichte van de aarde dat dag en nacht even lang zijn. Dit vormt een belangrijke datum voor het nieuwjaarsfeest. Het feest kon wel weken duren en begon al in februari. het heeft zijn hoogtepunt rond de eerste volle maan na deze equinox (Pasen). (voor uitleg over Equinoxen zie; 17 Astronomie)

21 maart tot 21 april (eerste maand)

In de prehistorie was eerste sterrenbeeld rond 11.700vChr. de Leeuw. (Zodiak A, zie hoofdstuk Zodiak en hoofdstuk Astronomie) Deze leeuw werd gezien als vechter tegen de koude want in de koude tijd heerste er nog steeds winter. Maar dit was niet zomaar een leeuw maar de gevreesde enorme holen leeuw die eind maart/ begin april uit zijn hol kwam. Ook de holen beren kwamen rond deze tijd uit hun hol. (zie sterrenbeeld van de grote beer en berenhoeder)

Men keek uit naar het verschijnen van de voorjaarsvogel: zoals de ooievaar. Toen was Noord-Europa nog een koude steppe en lag de ijskap nog half over Groot-Brittanië en het noorden van Duitsland en Rusland. Het jachtseizoen begon rond deze tijd. De ooievaar werd odevare, oyvaer, euver of uiver genoemd (oudnoors; audir; "baren").

In vele landen verjaagde men juist de oude wintergodin zodat de lente- of zomergodin kon verschijnen (de wintergodin moest symbolisch worden gedood). De godin veranderde van een Stier (Bizon) in een Leeuw. (hypothetisch)

Het sterrenbeeld Leeuw is nu opnieuw weer te zien aan de hemel in het voorjaar op het noordelijk halfrond. Begin maart begon men al met het eren van de Godin van het voorjaar. Men dacht men dat de Godin rond deze tijd terugkeerde uit de andere wereld/ onderwereld naar de wereld van de mensen. Zij kwam dan als voorjaarsgodin in de vorm van een meisje of jonge vrouw. Dit was het feest van de meisjes of jonge vrouwen. Zij hebben extra bescherming nodig en geluk en vieren hun volwassenheid. Vaak ging men voor de Lente-equinox naar de graven van de voorouders om ze te eren en men vroeg de voorouders bescherming, geluk en voorspoed voor het komende jaar. Soms dacht men dat de mannelijke God van de andere wereld symbolisch verjaagd moest worden door lawaai te maken zodat hij haar niet kon meenemen naar de andere wereld. Dit deed men door te rammelen met kettingen en te slaan met zwepen en stokken. En men probeerde ook haar komst te voorspoedigen door bepaalde handelingen te verrichten zoals het blazen op koeienhoorns. Het lawaai maken begon soms al eind februari en duurde tot Pasen (zie volgende pagina).

De berenjacht vinden we terug in het sterrenbeeld van de Grote Beer en de Berenhoeder. Deze is nu en in de vroege prehistorie zichtbaar. In de Landbouwtijd verplaatste het sterrenbeeld zich naar de winter en werd dus geassocieerd met de maand december.

In andere culturen zoals in Amerika heeft een andere katachtige zoals de jaguar of poema dezelfde functie als het sterrenbeeld leeuw.

Klik op deze link om nog verder terug te gaan naar de vorige periode van Leeuw naar de grot van Chauvet.


(Later schuift de zodiak op en dienen Kreeft (Zodiak B) en Tweeling (Zodiak C) als Lente-equinox).

Herderstijd 8400vChr: Rond deze tijd werden de eerste lammeren geboren.

Toen Tweelingen de nieuwe Lente-equinox werden was het de tijd van de overstroming en Tweelingen werden gekoppeld aan de eerste scheepvaart.

Tijdens de grote landbouwtijd van 5900vChr begon hier het nieuw landbouwjaar op het noordelijk halfrond. Het zodiakteken Stier (Zodiak D) kwam daarvoor in de plaats.

Periode van Stier: Oude Lente-equinox en begin van het jaar in de periode van Stier.

Periode van Ram (2600vChr) (Zodiak E) was het volgende teken waarop het landbouwjaar begon in Midden Europa (zie Pasen).

Egypte: De geboorte van het godenkind uit de lotusbloem. Zie Afrika.

De Grieks-Atheense kalender: de maand Moenichion

Grieks: Elke vier jaar werd in Griekenland in het voorjaar het Brauronia-feest gevierd ter goedmaking van het doden van een van de heilige beren van Artemis (berenjacht). Jonge meisjes dansten een berendans in berenkleding versierd met saffraankleurige gewaden. Ook werd er geofferd aan Artemis (ook geiten en stieren). Rond het altaar werd een hoge ronde palissade aangebracht. Hierbinnen werd hout gelegd en op het altaar boomvruchten gelegd. Hierna werden allerlei levende dieren naar binnen gedreven en opgesloten. Zoals vogels, zwijnen, herten, gazellen, wolven en beren. Daarna ontstak men het vuur om ze te verbranden.

Grieks: In Athene vierde men het feest van de doden rond midden maart. Men geloofde dat de geesten van de doden uit hun graven kwamen en de tempels en huizen probeerden binnen te komen. Daarom werden deze huizen beschermd met touwen, wegedoorn en hars/ pek. De naam van het feest was " het feest van bloemen" (voorjaarsbloemen die hier bloeiden).

De Atheners rekenden de dag die begon van zonsopgang tot zonsopgang.

Omdat het Griekse eiland Lemnos/ Limnos was gewijd aan de smid god Hephaestus (hij zou hier gevallen zijn toen Zeus hem uit de hemel gooide vanaf de Olympus, en vanwege de aanwezigheid van veel ijzer) hield men hier een vuur ceremonie (wat veel gedaan werd als nieuwjaars-ceremonie). Een keer per jaar werden alle vuren op het eiland gedoofd en bleven 9 dagen uit. Tijdens deze dagen offerde men aan de doden en goden. Nieuw vuur werd gebracht in een schip vanuit het heilige eiland van Delos. Men het nieuwe vuur werd symbolisch een nieuw begin van het leven gemaakt. Het mythische eiland stond tevens in verband met de slaap en de dood. Vrouweneiland van Jason en de Argonauten mythe. Zie voor Hephaestus het sterrenbeeld Beker.

Maart is ook de maand van godin Hera (Heraeon), zie ook de maand hierna.

Grieks Ἡραῖα: feest ter ere van godin Hera. Waarbij men atletische wedstrijden voor vrouwen hield vlak vóór de olympische spelen van de mannen. Vaak een loopwedstrijd.

Cerberus: Het mythische driekoppige monster dat de onderwereld Hades bewaakt. (sterrenbeeld bestaat nu niet meer). De Griekse held Heracles moest deze Kerberos vangen. In de vorm van een hond met 3 koppen en een slangen of drakenstaart (soms ook slangenkoppen op de rug). Maar sommigen noemen hem veelkoppig. In Griekenland werden de kleine mysteriën van de terugkeer van graan godin Kore gevierd naar haar moeder Demeter (uit Hades). Heracles moest worden gezuiverd voor hij naar de onderwereld kon gaan. Men bracht offerandes en ging al zingend baden in de rivier de Illissus. Maar seksuele gemeenschap en het eten van vis, bonen en granaatappels waren streng verboden tijdens dit feest.

Tijdens de lente-equinox gingen magistraten onder de titel "koningen" naar de top van de heilige heuvel bij Olympia (wat voor soort koningen dit waren is onbekend). De heuvel was bedekt met eiken en gewijd aan de god Cronos. Hier offerden zij aan de god Cronos in de maand Elaphius (zie vorige maand). Later werd er een tempel van Zeus gebouwd aan de voet van de heuvel (Zeus verving zijn vader Cronos). Cronos was de god die zijn eigen godenkinderen levend opslokte (zie herfst) en werd later vergeleken met de latere Semitische god Baal. Er zijn verhalen van het offeren van baby's aan de voet van deze heuvel en aan de Lycaean Zeus op de Berg Lycaeus in Arcadië. Elaphos betekent; "hert". (Zie ook de middeleeuwse legende van het offeren van de eerstgeborene baby's en de belangrijkste telgen van elke clan, aan het gouden beeld van Cromm Cruach/ Crom Cróich op Magh Slecht/ Fossa Slecht/ Rath Slecht in Ierland).

Griekse Kalender:

De Grieken gebruikten zowel een zonne- als maankalender van elk 12 maanden. Om de 8 jaar (octennial) werden de kalender gelijkgesteld. Om deze periode werden ook de Olympische en Pythische spelen gehouden. De Olympische spelen zijn rond 776 vChr begonnen (maar dat wil niet zeggen dat er geen andere plaatselijke spelen of rituelen werden gehouden voor deze datum). De Olympiaden werden berekend na 50 en respectievelijk 49 maanmaanden die samen Later kwamen er ook allerlei kalenderwijzigingen. En de spelen werden later om de 4 jaar (quadriennial) gehouden.  

Het zonnejaar bestond uit 365 en een kwart dag. Het maanjaar bestond uit 354 dagen. Dus het zonnejaar liep 11 jaar en een kwart dag uit. Dus in 8 zonnejaren is dit 3 maanmaanden van 30 dagen. We zien deze aanpassing van 3 maanden ook in andere landen. Men voegde een maanmaand in in het derde jaar van de cyclus. Een tweede maanmaand in het vijfde jaar en een derde maanmaand in het achtste jaar. Hierdoor zorgde men er voor dat religieuze feesten zoveel mogelijk op hun vaste plek bleven in het jaar en pasten bij het juiste seizoen. Religie en kalenders gingen altijd samen.
Zo hield men de kalenders samen bij 99 maanmaanden op 8 zonnejaren.
Als de volle maan zou samenvallen met de zomerzonnewende in een jaar, zou het weer samenvallen na de 8-jarige cyclus.

Helaas was deze berekening niet geheel nauwkeurig en moest men 3 extra dagen invoegen na elke 16 jaar. Tevens een schrikkel maand in elke periode van 160 jaar. Maar dit werd steeds meer aangepast en wellicht door betere Astronomen zoals:
Eudoxus van Cnidus (rond 400 vChr) of Cleostratus van Tenedos (rond 500-600 vChr). Maar ook door contact met andere culturen zoals het midden oosten en Egypte.
(Bron Sir James George Frazer: The golden Bough deel 5 vol 1, blz 80-82)

Overigens kenden veel Germanen/ Kelten een cyclus van 7 jaar.

Op de berg olympia stond de heilige olijfboom van de Grieken. Van deze takken werden de kronen gemaakt voor de winnaar van de olympische spelen in de volgende periode. De takken moesten worden afgesneden met een gouden sikkel door een jongen wiens ouders beide nog in leven waren. Veel volkeren geloofden dat men het heilige hout zeker niet met ijzer mocht aanraken. Tevens mocht het meestal de grond niet raken, anders zou het zijn kracht verliezen.


We zitten nu in de periode van Vissen (100vChr, Zodiak F)
want dit is onze nieuwe Lente-equinox. De christenen hebben dit teken gekozen als symbool voor hun geloof en voor de vastenperiode. Nu het nieuwe jaar voor de christenen met Kerst begint is het opvallend dat veel mensen in diverse landen vissen eten tijdens dit feest (zie kerst). Later werd de lente-equinox waarschijnlijk Palmpasen genoemd en ook wel de oude vaderdag datum. (In Spanje valt Vaderdag op 20 maart). We kunnen het ook vergelijken met de week voor Pasen vanaf Palmpasen inclusief witte donderdag (Maundy), halfvasten (Mid Lent) of Pretzelzondag/ Bretzelsonndeg/ Laetare, de 4 de zondag van de Vastentijd.

In Nederland:

5 maart: Romeinse Navigium Isidis; Start vaarseizoen van de zeeschepen. Start visserij, later geassocieerd met de periode van Vissen op het noordelijk halfrond. De nieuwe maan in maart was vroeger het Romeinse jaarbegin. Daarom werd 6 maart tijdens kalenderhervormingen (rond 100 vChr. soms als nieuwjaarsdag gekozen. Zie ook de Egyptische kalender van Afrika.

Het stond in het teken van de Godin . Zij stond gelijk aan Anna Parenna; godin van het voorjaar. Het was ook de Romeinse begin van de vastenperiode. De Romeinen vierden feesten ter ere van de god Mars en Juno (vaak al eerder op 11 maart want men dacht dat het nieuwe jaar hier begon, door de kalenderverschuiving). Nu ook St. Jozef of St. Patrick. De godin Juno (godin van de geboortes) en de god Janus stonden standaard voor de eerste dag van iedere maanmaand. Terwijl Jupiter op het midden van de maanmaand stond op de volle maan. De nieuwe Juliaanse kalender van Julius Caesar (100-44 vChr) werd gebaseerd op de Egyptische zonnekalender.

Rond 11 maart was het halfvastenfeest (helft van de vastentijd) en hield men een jaarmarkt in Nederland. ( Romeins feest van Anna Perenna en Mars). De feesten aan de god Mars (Tiw) liepen van 11 tot 21 maart waarbij 21 maart als lente equinox het hoogtepunt vormde. De Romeinen hielden paardenwedstrijden. Tegenwoordig komen de vogels al in maart aan en beginnen de bloemen nu al met bloeien.

De Romeinse tegenhanger van de Griekse Artemis was Diana. Als voorjaarsgodin hielp ze nu bij de geboorten. Aan Diana werden ook talloze dieren geofferd zowel vee als wilde dieren die hiervoor speciaal waren gekweekt. Diana's belangrijkste heiligdom stond bij het meer Nemi in de vulkaankrater in de heuvels bij Rome. Het vulkaanmeer werd ook "Diana's spiegel" genoemd. Zie ook Egeria bij Pasen.

Romeinen: De Romeinen rekenden de dag van middernacht tot middernacht. Latijn 1: Unum. Eerste is Primo.

Als jaarbegin werd op 1 maart het heilige nieuwe vuur gemaakt in de tempel van Vesta. De Vestaalse Maagden zouden dit moeten doen door frictie. Ze boorden een gat in een plank van speciaal hout tot het ging gloeien. Het nieuwe vuur werd naar de tempel gedragen door een van de maagden in een bronzen zeef. Het nieuwe vuur werd het hele jaar brandend gehouden. Plutarchus beschreef ook het ritueel van nieuw vuur maken: Ignis. Maar door het reflecteren van zonnestralen via een holle spiegel. Wellicht een later gebruik of Grieks gebruik.

Romeinen: 17 maart: Liberalia: Later Bacchusfeest . Hierop kregen de zoons de toga virilis. als zij 15 of 16 jaar oud waren. virilis: mannelijk. Libera betekent: vrij, ongehinderd, losbandig, teugelloos. Liberta: vrijgelaten slavin. Libertas/ Leibertas: godin van de vrijheid (afgebeeld op munten). Liber: bast (onder de boomschors): boek, geschrift. Liber of pater Liber was een oud Italiaanse god van de vruchtbaarheid. Later werd hij door Bacchus vervangen, de god van de wijn. Hij zou ook een vrouwelijke tegenhanger hebben: Libera.

Begin maart: Invocabit Zondag (Latijn: "roept hij mij aan"). De eerste zondag van de veertigdagentijd. Eerste van de Quartertemperdagen (woensdag, vrijdag en zaterdag erna). Begin van de Lente. Van quattuor tempora: De vier jaargetijden. Katholieke kerkdagen van bezinning gebed en soms ook vasten. Na hervormingen in 1969 alleen gevierd op de tweede woensdag in maart. Zodat het samenvalt met de Protestantse Biddag voor Gewas en Arbeid.

10 maart: De veertig martelaren van Sebaste of Sebasteia (Zie de Turkse stad Sivas in het centrum van Anatolië). De 40 soldaten zouden aan de vrieskou zijn gestorven. De 40ste was Algaius. Melito de jongste overleefde maar werd toch nog gedood. De bisschop van Sebaste, Petrus (4e eeuw), startte de verering van de 40 martelaren.

12 maart: Sint Gregorius. Armeense heilige (Armenië, Iberië, Albanië, Kaukasus) Paus. Gregorius I, Gregorius de Grote. Ook vereerd op 9 juni en 30 september. Hij werd in een diepe put gegooid waar hij 13 jaar zou blijven. Hij genas en bekeerde Tiridates die leefde met wilde zwijnen. Hij had ook twee zonen: Aristakes en de heilige Vrtanes. De laatste had ook een tweeling; Husik en Grigoris.

Opvallend is over de paus Gregorius I van Rome: Volgens een legende kondigde hij de dood aan van de Heilige Serafina. Fina (ook: Serafina/ seraphina of Josefina) (Fina San Gimignano/ Fina Ciardi, Toscane, 1238 - aldaar 12 maart 1253). De legende vertelt over een meisje uit San Gimignano dat op haar vijftiende stierf na lange tijd ziek te zijn geweest.Tijdens haar ziekte wijdde zij zich echter aan het zorgen voor de armen. Haar dood werd aangekondigd door Gregorius de Grote toen zij op haar bed lag: een houten plank in een kamer vol met ratten. Toen zij stierf groeiden er op de plank witte bloemen, soms ook wordt gesproken van viooltjes. Attributen: rat, een model van San Gimignano of een bos bloemen. Aan het sterfbed ontluiken vaak witte viooltjes. Beschermheilige voor: invaliden, gehandicapten, spinners. Hij wordt ook weergegeven met een duif op zijn schouder.

Op de middeleeuwse kalender staat een schuine Jacobsstaf (Baculus Jacobi). Een lange staf met dwars-latten. Dit is een instrument om hoeken te meten zoals de hoek van de zon ten opzichte van de horizon. Gebruikt als navigatie instrument op zee. Of om de boogafstand tussen twee sterren te meten (vaststellen van de sterrenbeelden) of de hoogte en breedte van bouwwerken. Gregorius in het Noors: Gregos, Gregus, Groår. Op de merkstaaf/primstaf: vogel (duif).

14 maart: Sint Mathilde/ Mathildis van Ringelheim. Afstammelinge van de Saksische leider Widukind/ Wittekind ("kind van het woud"). Vader was de west-Saksische graaf Diederik, Haar moeder is Reginhilde. Bekend als Reinhilda. De dochter van Mathilde trouwde met Wichman de oude en samen kregen zij Wichman II de jongere en Egbert Eenoog. Ze was ook de tweede vrouw van Hendrik de Vogelaar (Heinrich der Vogler/ der Finkler) de hertog van Saksen. Zoon van Otto I van Saksen, hij op zijn beurt was de zoon van Liudolf van Saksen en Oda van Billung. Een bijzonder familie met bijzondere namen.

17 maart: 𓇣𓇣𓇣 Sint Geertruid van Nijvel/ Gertrudis/ Geertrui/ Gertrud(e)/ Gertraud/ Gietere/ Limburgs: Truuj/ Noors: Gjertrud / Oudnoors: Geirþrúðr: Geertruida, Ijslands: Geirþrúður. Zie ook Geertruidenberg. Bekend in Duitsland. Belangrijke heilige van noord Gallië en er zijn veel kerken naar haar vernoemd. Dochter van Pepijn van Landen (hofmeier Pépin-Le-Vieux van Austrasië van de Merovingische koningen, opvoeder van de laatste Merovingische koning Dagobert III) . Dochter van de heilige Ida van Nijvel. Zuster van de heilige Begga.

17 maart valt voor de Lente Equinox (Tijdens de Romeinse Bacchanalia). Ze staat in verband met maagdelijkheid. Ze was ook een kalenderheilige/ weerheilige want op haar dag opende men het nieuwe landbouwjaar. Het werd lichter (uitblazen van de kaarsen), warmer. Men ging ploegen en in de tuin werken. Ze zou de eerste tuinder zijn. Terwijl haar zus Begga het landbouwjaar afsluit op 17 december. Ze stond ook in verband met de dood. Ze zou afgebeeld zijn met muizen en ratten (Daarom werd ze ook rattenheilige genoemd) . Deze zouden de overleden zielen symboliseren. Op de eerste nacht kwamen ze bij Sint Geertrui, op de tweede nacht bij de engelen. En op de derde nacht gingen de zielen naar hun rustplaats. Bekend is ook het Geertrui-minnen. Een heildronk (de Gertrui-minne) uitbrengen op de doden. Maar ook de pelgrims bij hun afscheid (daarom stond ze ook symbool voor pelgrims en reizigers) en als verzoeningsdrank. Volgens het verhaal zou een ridder verliefd op haar geworden zijn. Hij zou zijn ziel verkopen aan de duivel. Om hem te beschermen dat hij na 7 jaar door de duivel zou worden opgehaald, zou ze op hem hebben gedronken. En dat had hem gered. Daarom wordt ze soms afgebeeld met een drinkbeker. Maar ze was ook schutspatroon van de katten. Ze stond symbool voor de spinners . Ook staat ze afgebeeld met een zeilschip. En soms draagt ze 2 ringen aan haar linkerarm.

In het Zweeds betekend haar naam Gertrud(e): speer of kracht. De naam die gegeven zou zijn aan het volk van de Germanen. Maar dat is niet zeker.

Geertrui en haar moeder Ida spelen een belangrijke rol in de Kerstening in Nijvel (Nivelles). In de Sint Geertrudiskerk (zevende eeuw) aldaar werden vrouwen tot ridder geslagen. Daarom draagt ze de habijt en de kromstaf. Voor ze het klooster in ging, knipte haar moeder al haar haren af. Ze stond symbool voor het leren van lezen en schrijven aan meisjes. (Daarom wordt ze afgebeeld met een boek). Die boeken zouden van de 3 Ierse heiligen en broers afkomstig zijn (Foillan/Feuillien, Ultan, Fursa) , die kwamen bekeren in de zevende eeuw (gevlucht of op uitnodiging). Ook namen ze relieken mee. Geertrui zou zich ook al op haar dood hebben voorbereid op haar 30ste terwijl ze pas 3 jaar later overleed. Ze gaf haar werk door aan haar nicht de heilige Wolftrudis/ Wilfetrudis die ook overleed op haar 30ste op 23 november. Engels: Vulfetrude/Wulfetrude)(dochter van Grimoald I).Ook zou ze een leerlinge hebben gehad: Agnes.

Zie voor de betekenis van Trudis: boom, de meifeesten. (In Wattenscheid houdt men de Gertrudis Kermis). Er is ook een Gertrauden-pad tussen Karlsburg en Neustadt am Main in Duitsland (van de Karolingische burcht op de Michaelsberg).

Abdis in de abdij van Nijvel. Bekend van de vlam boven haar hoofd en haar boetekleed. Ida van Nijvel, ook Itta of Iduberga werd vereerd op 8 mei (en 20 mei). Zie de meifeesten. Moeder van Begga en Bavo/ Allowin en Grimoald. Patroon tegen huidziektes en tandpijn. Begga/Gerberge wordt vereerd op 17 december. Zij zou de stammoeder zijn van de Karolingische dynastie. (Ook zou er nog een extra zus zijn, de maagd Viventia van Keulen, met gelijke sterfdag 17 maart, al werd ze niet direct geaccepteerd). Een bijzonder famillie met bijzondere namen.

Op de middeleeuwse kalender staat Gertrude naast een kerk. Noors: Gjertrud. Op de merkstaf/primstav: Rokkesnelle, lilje, bjørkekvist, kapell: Schommelende haspel, lelie, berkentakje, kapel.

19 maart: Sint Jozef dag: "Sint Jozef dag Helder en Klaar; een goed/ vruchtbaar jaar".

20 maart: Sint Jonas hoort al bij deze dag en het vuur. "Als het dondert in de lente wordt de meivis geboren". Dus de vis(zalm) die dood gaat in de herfst wordt herboren in de lente. De christenen hebben de vis als symbool.

21 maart: Sint Benedictus van Nursia (Italiaans: Benedetto di Norcia) . (Later verplaatst naar 11 juli). Hij stierf op 21 maart 547. Duits: Gründonnerstag, Hoher Donnerstag, heiliger Donnerstag, weißer Donnerstag , Palmdonnerstag) Latijn: Feria quinta in coena Domini: vijfde dag, bij het avondmaal van de heer. Gedenking van het laatste avondmaal van Jezus en zijn Apostelen, op de vooravond van zijn kruisiging. Benedikt startte de orde der Benedictijnen in de oude Apollotempel in Italië. (Abdij Montecassino). Zijn tweelingzus was Scholastika (zie 10 februari). Attributen: regelboek, kraai met brood in zijn bek, kelk met slangen, stok of bundels staven, mijter. Op dde middeleeuwse kalender staat een heilige kerkelijke hand met de wijsvinger en middelvinger wijzend. Hiervoor staat een kruis ( Het kruis kan ook eerder geplaatst zijn vanaf de 12 de t/m 21 maart. )

KERK: 25 maart was volgens de oude Juliaanse kalender de lente equinox. De incarnatie en dood van Jezus Christus aan het kruis zou volgens de oude christenen op 25 maart vallen (Dit is ook opgetekend in het jaar 29) Dit werd aangenomen in Frigië, Cappadocië en Gallië. In Cappadocië rekende men de 25 ste van maart van het zonnejaar en de veertiende van de maan (als vrijdag 25 maart valt op 14 Nisan). In Gallië kon het vallen van de 25 ste tot de 27 ste. Sommigen beweerden dat men in Galllië ook de opstanding zou vieren vaak was dit dan op de 27 ste. Volgers van Lactantius plaatsten de dood op de 23 ste en de opstanding op de 25 ste. Later zou Maria op deze dag zwanger worden opdat hij negen maanden later op 25 december geboren zou worden (dit werd pas later door de kerk vastgesteld zie de Kalender). (Bron: Sir James George Frazer, The Golden Bough deel 4, blz 305-309).

25 maart werd Onzer Vrouwen Boodschap genoemd (Maria). Op 25 maart viert men in Griekenland Evangelismós; Aankondiging van de engel Gabriël aan Maria dat ze de Heilige Moeder van de zoon van God zal worden. Ook aan twee andere vrouwen Hagar en Sara in de bijbel werd aangekondigd dat ze een kind zouden verwachten, wanneer precies in het jaar is niet bekend. Als het hoogfeest van de Aankondiging van de Heer valt tussen Palmzondag en Beloken Pasen, wordt het verplaatst naar de 2de maandag of dinsdag na Pasen. Valt 25 maart op een zondag in de Veertigdagentijd, wordt het verplaatst naar 26 maart. De zwaluwen zouden op deze dag terugkomen.

25 maart op de middeleeuwse kalender: Engel Gabriël. Op de merkstaf/ primstav: een soort groot zeil of groot boek. Noors: Marimesse om våren, vårfrumesse, Maria bodskapsdag, vårmess.

Op  24 en 25 maart, hielden de Rederijkers in de Middeleeuwen ook spelen. Zoals op 25 maart ter ere van Onze lieve vrouwe en de zeven weeën.

De plant van de god Attis was ook de klimop (Hedera Helix). De priesters werden getatoeëerd met de bladeren van de klimop. De klimop komt terug in de herfstfeesten (zie periode 6). Van de pijnboom werden in de herfst de zaden geoogst (in de prehistorie een belangrijke voedselbron). In Rome maakte men daar ook wijn van. Het feest van Cybele werd wel eens vergeleken met het feest van Dyonisus. Die ook de klimop als heilige plant bezat. De klimop komt vaak voor op het graf. De pijnboom-appels werden ook wel gezien als vruchtbaarheidssymbool. Tijdens het feest van de Thesmophoria (zie periode 7) gooide men de dennenappels samen met varkens en spullen in de heilige gaten van Demeter om de grond vruchtbaar te maken en de vrouwen vruchtbaar te maken.

Middeleeuwen: Maart: Lentemaand, buienmaand. Germaanse godin Marta. Wellicht nog een wintergodin en geen voorjaarsgodin.

God; Venus, later maand van de Romeinse Mars (god van de oorlog zie vorige periode). Mars (christelijk; Marcus). Marcus is weer verbonden met Sint Petrus. Met zijn symbolen als de sleutel (opener van het jaar) en de lentevogel de haan. Zie 22 februari. Marcus werd gekoppeld aan de Leeuw als symbool.

Voorstelling; Land ploegen, groenten en kruiden planten en zaaien in de moestuin, schop, hark, spade, bleken van het linnen, begin van gevechten. (In Italië; hoornblazen of doorntrekken). Vissen. Soms ook nog snoeien houthakken en wijnranken. Lammeren geboorte. In Roemenië bracht men de schapen al naar de bergweiden.

De kikkers gaan paren. De kikker en pad werd in de oudheid in verband gebracht met baby's. Het kwaken van de kikkers zou het huilen zijn van de ongeboren kinderen. Dat wil zeggen de zielen van de nog niet gereïncarneerde kinderen. De kikker is vaak een symbool van vele godinnen. Zoals de Egyptische godin en de Griekse godin Hekate. De litouwse godin Ragana. Daarom werd verteld dat men de pad nooit mocht aanraken. Soms waren de padden ook helend en soms mochten ze op de Mariadagen van 15 augustus en 8 september gevangen worden in Duits-Beieren. Hierna werden ze op de huizen en stallen vastgespijkerd als afweermiddel. De kikker is ook een symbool van geboorte en nieuw jaarbegin (lente). In de middeleeuwen was het een symbool van de baarmoeder. Op het zuidelijk halfrond staan ze ook voor vernieuwing met de komst van de regen in de droge gebieden. Tegenwoordig is de paddentrek eind februari tot eind april, mits de nachttemperatuur boven de acht graden is. Dan gaan ze naar de poelen om zich voort te planten. Daarna keren ze terug naar hun zomergebied. In de herfst (september) keren ze naar hun beschutte winterverblijf (bij voorkeur vorstvrij).

De jonge herten verliezen hun geweien in de periode van maart-april (de oudere in februari).

"Het zagen van de oude vrouw": Het zagen van de wintergodin (vaak Martha of Maart genoemd). Vroeger op de vierde zondag van de vastentijd (midden-vasten ofwel Mid-Lent, het midden van de lente) in Italië, Frankrijk en Spanje: Een grote lelijke figuur die de oudste vrouw van het dorp moest voorstellen, werd weggedragen en in tweeën gezaagd/ gesplitst. Hierbij maakte men lawaai zoal met koeienbellen, potten en pannen etc. Symbolisch is dit een vorm van beeldspraak en kan staan voor de Lente equinox zelf. De dag is dan even lang als de nacht. Soms was het een gezegde en soms werd het nagespeeld. De kerk veranderde haar in de Vastentijd zie Spanje en Italië. Elke week van de vasten werd er een been afgetrokken van haar pop, daarom had ze ook veel benen (zoals een spin; ze was dan ook als wintergodin de weefster met haar spinrok en spinklos).

Zigeuners van Zuid-Oost Europa: Vroeger op de middag van Palm Zondag: Een pop van stro gekleed in vrouwenkleding, werd gelegd langs een balk op een plein. Eerst werd het geslagen met knuppels. Hierna werd het doormidden gezaagd door een jonge man en een maagd die beiden een vermomming droegen. Tijdens het zagen zong men liederen. De resten werden verbrand en de as in de rivier gegooid. Het zou ter ere zijn van een soort Schaduw Koningin (godin van de winter/ dood) want Palmzondag ging onder de naam van Schaduwendag van alle trekkende Zigeuners van Oost en Zuid Europa. De Schaduw koningin zou ondergrond verdwijnen met de lente en tevoorschijn komen aan het begin van de winter. Zo zou ze de mensen dan plagen met ziekte, honger en dood. De Zigeuners van zuid Hongarije beschouwden de pop als dankoffer aan de Schaduwkoningin omdat ze de mensen gespaard had tijdens de winter. In Transsylvanië trokken de pop de kleding aan van de vrouw die als laatste weduwe was geworden. De weduwe schonk de kleding omdat ze dacht dat tijdens het verbranden ze in het bezit werden van haar overleden man. Hij zou dan niet terug komen uit de andere wereld om haar te bezoeken en rust vinden. De as werd gegooid op de eerste begraafplaats waar ze langs kwamen tijdens hun trektochten.

In de middeleeuwen ging men klokkenluiden, rammelen met koeienbellen, trompetten en met ratels rond om de wintergeest te verjagen. In Nederland begon men met voorjaarsluiden van 26 februari tot 20 maart. (zie ook het klokkenluiden voor Pasen). De oudchristelijke godin van het voorjaar is St. Mathilde. De Lente equinox ging men in het teken stellen van Vaderdag. In vele landen word en werd de wintergeest/ wintergod letterlijk verbrand als een pop van stro of watten (vaak "de dood" genoemd), of in het water gegooid. Deze lijkt veel op de sneeuwpop met hoed, sjaal en bezem. Later kreeg deze de naam "Judas" als de apostel van Jezus en werd vaak op Palmzondag verbrand. Judas is volgens de bijbel de verrader van Jezus. Maar volgens andere de zogenaamde gnostici ( ) was hij juist de meest goede apostel en vroeg Jezus hem te verraden om daarmee zijn ziel te bevrijden (zie het Evangelie van Judas). Het goed overwint zo het kwaad. Want hij hoorde bij de Bijbelkalender en speelde een belangrijke rol. In sommige landen stond ze voor de wintergodin en daarom viert men daar juist Moederdag.

KERK: Palmzondag; de kerk vierde de intocht van Jezus in Jeruzalem door de Palmzondag processie. Ze droegen palm- of olijftakken en vergezelden een ezel met Christus erop. Soms begeleid door de apostelen. Dit werd al snel een wagen op wielen met een namaak ezel. De palmtakken zouden tijdens de intocht in Jeruzalem zijn gebruikt maar kunnen ook verwijzen naar de dadelpalm. Want de dadelpalm en olijfboom zijn van oudsher al heilige bomen. Ook de ezel liep mee tijdens de Carnavalsoptochten. Dit gaat terug op de geboorte van Jezus onder de palmboom.

In het Palazzo della Ragione in Padova is door de beroemde schilder Giotto ook te zien dat het jaar (in de vroege middeleeuwen) begon met maart met het sterrenbeeld ram (toen men dacht dat we nog in de periode van Ram zaten, oude telling). Het werd geschilderd in 1315 en komt overeen met vele oude geschriften. Ook vinden we dit terug op een oude zuil in het abdijmuseum van Souvigny uit de 12e eeuw. Hierop staan de maanden van het jaar en op de achterkant de sterrenbeelden.

Nationale boomfeestdag/ boomplantdag: Modern feest in Nederland sinds 1857 (heringevoerd?) op de derde woensdag in maart of rond de lente equinox. In België ook op 21 maart. Bedoeld als behoud van het bos. Maar dit gaat terug op een ouder gebruik. Want het boomplanten rond deze tijd wordt ook in andere landen gevierd en staat in verband met het planten van de meiboom. Zie ook Arbor Day. In Spanje zou het op 1805 zijn geïntroduceerd op carnavalsdinsdag (op de afsluiting van de Carnaval).

27 maart: Sint Rupert van Salzburg. Bekeerde het gebied van Regensburg en de Donau, apostel van Beieren en Oostenrijk. Hij zou de vernielde stad Iuvavum opgebouwd hebben als Salzburg. Op de Nonnberg stichtte hij daar een vrouwenklooster. Zijn zus Erentrudis (van 30 juni) werd daar de eerste Abdis. Zaai van erwten.

29 maart: Start zaaitijd tot Sint Mach-uit (Machutus/ Malo?) 24 november. Dit gaat over het landbouwjaar. (In Wales staat hij op 29 maart en in Archingeay op 14 november).

31 maart (Orthodox)/ 17 april en 8 mei (later 22 juni): Achatius (Akakios): Deze heilige zou afkomstig zijn van de heilige Ararat berg. Hij wordt uitgebeeld alsof hij gekruisigd wordt als Jezus en draagt daarom een doornenkroon. Hij is een van de 14 heilige noodhelpers.

---------

Periode van Vissen (nu) (Zie hoofdstuk Zodiak F). Het lentepunt ligt nu bij Pegasus. Vanwege de klimaatsverandering en warmte/ licht van de grote steden is de natuur een maand opgeschoven in Nederland. De vogels beginnen al in april met eieren leggen. Uilen eieren en slechtvalk eieren komen soms al uit in april. Adders komen uit hun holen om te zonnen. Bloeiende planten zoals; gele sleutelbloem, witte bosanemonen, paarbladig goudveil. Begin maart; aankomst van de tjiftjaf. De kruisbes staat groen. leverbloempje. Gouden loopkever. Vos uit hol. Half maart: Zanglijster, ganzen schrijven letters en cijfers hoog in de lucht. Lammetjes dansen. De kievit legt al zijn ei. Men kijkt uit naar de roep van de koekoek, zwarte roodstaart en zomertaling. Mussen beginnen met vechten. De maagdenpalm en viooltje gaan bloeien. Zwarte aalbes bloeit. De spreeuw trekt naar het noorden. De bos anemoon. De sering wordt groen, gele narcis bloeit. Eind maart: de merel gaat broeden en de roerdomp. De watersnip ook en maakt een apart geluid in de broedtijd en werd dan ook "hemelgeit" genoemd. De vlier, frambozen, ligusters krijgen blad. De hazelaar springt uit de bast. De blauwborst komt terug en de boerenzwaluw. Vooral de boerenzwaluw werd in veel landen gezien als voorjaarsvogel.

Maart in andere landen, culturen en geloofsrichtingen/ Colligny kalender 1A >>

Ogham Kalender/ schrift en Ierland, Schotland en Groot-Brittannië deel 3 zie 1B >>

Deze periode in de regio Noord-Midden (Midden-Oosten) zie 1C >>

Naar het volgende feest/ periode >>