10: Midwinterzonnewende, Kerst en Oud en Nieuwgebruiken;

(vaak begon men al op 16 dec)

22 december tot 21 januari (tiende maand)                                      >>

Tijdens de midwinterzonnewende rond 21 december is de dag korter dan de nacht. Het is de kortste dag van het jaar en hierna worden de dagen langer dus het wordt lichter. De zon wordt symbolisch opnieuw geboren dit zag men terug in de oude herfst of wintergod die transformeerde in de jonge voorjaarsgod (Saturnus/ Mercurius veranderd in Mars). In de vroege prehistorie was dit de omslag van de donkere naar de lichtere tijd van het jaar. Het stond in teken van het sterrenbeeld Stier (Maan) Men vierde het volgende grote feest van de Godin. Ze is nu in de onderwereld en heel machtig; de grote Venus. Vroeger dacht men dat de wintergod moest vechten tegen de stier om herboren (Gereïncarneerd) te worden. Men ontstak hier ook een nieuw groot feestvuur en vierde een vrolijk feest die ook wel wat weg had van carnaval. De Plejaden bevinden zich boven Stier en het Sterrenbeeld van Orion staat er naast. Op 6 januari vierde men nog een speciaal feest ter ere van de drie eenheid.

>>10 A




Latere zodiaktekens; ram, vissen.


Landbouwtijd: We zien de Waterman naar voren komen als de belangrijkste wintergod. Later werd tijdens de periode van ram het zodiakteken Steenbok belangrijk. Men dacht dat de jonge wintergod geboren werd: Mars. De wintergod werd belangrijker en zowel de god als heerser werden later gelijkgesteld aan de zon. Omdat de steenbok graag op het hoogste punt klimt staat hij voor de zon die na de Winterzonnewende weer gaat klimmen.
We zien het gevecht tegen de stier terug in de sterrenbeelden van Orion, Duif, Haas en Stier en de grote Hond (neushoorn). Door de verschuiving van de sterrenbeelden is de betekenis later bij eind april-mei terecht gekomen. De stier (Wisent of Bizon) staat meestal in het midden van de grotten afgebeeld op de belangrijkste plaats.

De drie sterren van de riem van Orion zijn al sinds de oudste tijd bekend onder de naam "de drie koningen".

In west Europa werden de ingangen van vele megaliet monumenten uitgericht op de winterzonnewende en de maan.

Het cijfer 10 van de tiende maand vinden we terug in de Romeinse benaming van december. Latijn: Decem. Decimus is tiende.

Grieks: Halcyon- dagen: zie Plejaden. 7 dagen voor en 7 dagen na midwinterzonnewende ter ere van Alcyone. Zij was in de vorm van een Smyrna-ijsvogel aan het broeden op haar eieren. Deze dagen worden rustig en stormvrij genoemd en dagen om feest te vieren. In het voorjaar kwamen haar eieren dan uit.

De Grieks-Atheense kalender: de maand Gamèlion

Wellicht brachten de Grieken nu ook offers aan de wolven in de "plaats van de wolven" of Lyceum in Athene omdat men dacht dat de wolven de kuddes dan met rust zouden laten. Dit deed men in de vorstperiode volgens Aristoteles. Dit idee ziet men ook in het Romeinse feest (zie ook Letland).

Klokkenluiden/Sint-Thomasluiden (21-31dec)/ Kerstfeest:

Vanaf de midwinterzonnewende (21dec Sint Thomas) werd onafgebroken, zowel dag en nacht de klokken geluid tot en met 31 december, vooral in Friesland. Het klokkenluiden moest wel in een bepaald ritme gedaan worden.

De Nieuwjaarsbrenger (Hansje Plus of knecht van Sint Pieter) werd geboren In de vrijdagnacht voor kerst. Men hield kerstvuren en klokkenluiden van middernacht tot ochtendlicht. Daarna werd op de hoorn geblazen. Hiermee verjoeg men de boze geesten zodat hij geboren kan worden. Hans en Piet zijn algemene oude namen maar ze komen wel steeds weer terug in het jaar tijdens de feesten (in de plaats van godennamen).

21 december is de kortste dag. Hierop viert men het Joelfeest. Nu is het St. Thomasdag. Naar de apostel Thomas (zie ook 3 juli). Vroeger duurde het feest tot de 25e. Na deze dag werden de dagen langer maar de nachten kouder. In Duitsland noemt men de nachten tussen 21 december en 3 januari, door kalenderwijzigingen van 25 december tot 6 januari: Rauhächte. De "wilde" of "harige" 12 nachten. Dit sloeg op de demonen die rondwaarden en nagespeeld werden door mannen in kostuums. Het getal 12 sloeg ook op de 12 maanden van het jaar (in het christendom werden ze vaak vergeleken met de 12 apostelen). In Engeland, Schotland, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk geloofde men ook dat het weer op deze 12 dagen, het weer voorspelde voor de 12 komende maanden (door de Germanen en Kelten). Daarom werden ze ook wel de 12 lotsdagen genoemd. Ook in Vedisch- India kende men 12 speciale dagen in midwinter. Tijdens deze dagen rusten de 3 Righus of genii (geesten) van het seizoen van hun werk in het huis van de zonnegod. Deze twaalf rustdagen werden genoemd; "een beeld of kopie van het jaar".

21 december: Op de merkstaf/ Primstaf: Een hand/ handschoen met ringen om de vingers. Soms een grote ketel. Soms letter H. Noors: Tomas.

22 december: Op de merkstaf/ Primstaf: Een kleine zon: Noors: Vintersolkverv: Winterzonnewende

23 december, oude spreuk: "Kijk eens uit naar oranje stompen van behakte zwarte elzen".

*25 december was een belangrijke dag, hierop kwam de zon weer terug of werd sterker, het heet ook 'dag van de zon'. Want volgens de oude Juliaanse kalender was dit de midwinterzonnewende (Natalis Solis Invicti). Het was ook een soort overgang naar een nieuw jaar. Later is het oud en nieuw verschoven en word gevierd op 31 december. Geboortedag van vele goden (de belangrijkste mannelijke): De Egyptische Zon geboren uit de maagd godin, Mithras en Dionysus, Janus, en later ook van Jezus Christus (Zon van rechtvaardigheid). De Slavische volken zoals de Kryvici vereerden Yaryla, de zonnegod. De Noorse zonnegod/ lichtgod Baldur/ Balder werd tijdens kerst hergeboren. Tegenwoordig Kerstmis, Santa Claus genoemd. Tevens viert men hier het winterfeest van St. Jan, wat recht tegenover het zomerfeest van St. Jan is geplaatst. Ook voor de vrouwelijke wintergodin was dit een belangrijk feest; Perchta, Carmenta, Maria. Zij begeleid nog steeds de wintergod in sommige landen. In Rusland is zij de wintermaagd die vadertje vorst begeleid. Na kerst zouden de rapen hun smaak verliezen (als ze te lang lagen).

De geboorte van het Egyptisch godenkind op het zuidelijk halfrond (zie Afrika) zou de basis kunnen zijn voor de geboorte van Jezus Christus tijdens Pasen. Later is die geboorte verplaatst naar de winterzonnewende. Op het noordelijk halfrond werd het godenkind geboren/ god getransformeerd in deze periode. Dit komt overeen met de 5 schrikkeldagen van Egypte.

25 december was ook de dag van Sint Anastasia; een van de 7 belangrijkste vrouwelijke heiligen. Vereerd als genezer en exorcist. Haar attribuut is de palmtak.

GERMANEN Bij de overgang van elk jaargetijde doofden ze het bestaand vuur en ontstaken nieuw vuur door hout op hout te wrijven; zo ontstond "zuiver vuur" of "noodvuur" ("nood: ­nuan": stuk­wrijven) Men dacht ook wel dat het vuur een hogere kracht had als het werd gestolen. Dit werd gedaan de nacht voor de 12 nachten dus op 24 december.

Men geloofde dat de kwade geesten der overledenen in de 12 nachten op aarde terugkwamen en men probeerden hen door geraas te verjagen. De geesten konden ook vruchtbaarheid brengen, daarom werd er ook geofferd, die men dan tijdens grote maaltijden weer opat. Hoe meer men gaf en hoe meer men at, hoe vruchtbaarder het nieuwe jaar. Het offer bestond meestal uit een zwarte kater die levend werd begraven of verbrand om het land vruchtbaar te maken, later maakte men de kater na van brood (duivelkater). Zie ook bij oogstfeesten oogstpop en oogstdieren.

De Germanen riepen elkaar "heil" toe als nieuwjaarswens. Germanen: Men geloofde aan de "wilde jacht". In de wolken die bij de najaarsstormen langs de hemel joegen, zag men wilde jagers met huilende honden; de vervloekte zielen die voor eeuwig moeten dolen. Hun aanvoerder was wellicht "Wode", de "woedende/ woede", later vergeleken met de duivel.

GERMANEN: Weken van tevoren werd lawaai gemaakt om de boze geesten die in midwintertijd (joeltijd) op aarde rondzwierven op afstand te houden. Er werden ook offers aan de geesten gebracht. Men reed over de akkers om hun vruchtbaarheid in het nieuwe oogstjaar te bevorderen. Voor kerst werden takken in huis gehaald (kersen-, bessen- of berken twijgen) en in water gezet die op kerstdag bloeiden. Kwam er volop blad en bloesem aan de tak, dan betekende dit een goede oogst volgend jaar. Met spar of hulst versierden zij hun heiligdommen. Hulst zou ook geluk brengen en dit leidde tot het maken van de kerstkrans.

De Baltische vrouwelijke Raganas vliegen tijdens de midwinterzonnewende rond en verzamelen zich op een heuvel. Een van hen is de leidster. In de wintertijd baden ze in de ijsgaten of zitten in de berkenbomen en kammen hun lange haar. Men moest ze respecteren zodat ze in de lente en zomer de mensen niet zouden straffen.

SCANDINAVIË: De Noorse zonnegod/ lichtgod Baldur/ Balder zou tijdens kerst worden hergeboren. Zijn naam betekent gewoon "koning". Hij is gehuwd met Nanna ( letterlijk "moeder") en samen hebben ze een zoon Forseti. Forseti zou ook de "schijnende" of "verschijnende" genoemd worden en speciaal vereerd worden op het eiland Helgoland ten noorden van Duitsland. Hij was ook de god van de gerechtigheid en een luchtgod net als zijn vader. De Friezen uit Nederland en Duitsland zouden hem Fosite hebben genoemd.

Gelijk aan Hans en buiten Scandinavië Jan (zie de midzomerzonnewende). Jan is in het Engels: John maar wordt ook uitgesproken als Johannes. Zie de Latijnse naam Janus.

ROMEINEN:

Latijn: brūma: De kortste dag van het jaar, winnterzonnestilstand, winter (koude) soms "jaar". brūmālis: van de winterzonnewendestilstand, winter, dies brūmālis: korste dag.

Compitalia feest (Compitalicii) gehouden een paar dagen na de Saturnalia feesten van december. Een oud feest. Ter ere van de Griekse Lares Compitales, de huishoud geesten van de kruiswegen en godin Mania/ Manea van de onderwereld. Zo zou zij ook als Larunda de moeder zijn van de Lares en tevens later vrouw zijn van de god Janus. Op de kruiswegen werden offers gebracht (Compitum; kruising) zoals honingkoeken. De slaven kregen op deze dag meer vrije rechten. Men hing buiten figuren van wol op opdat de geesten en godin hen voor mensen aan zouden zien en ze de bewoners met rust zouden laten. Men denkt ook wel dat het speciale brood in de vorm van een mens dat gebakken werd in Aricia dat Maniae genoemd werd bij het feest hoorde. Vele Manii in Aricia zouden zich vernoemd hebben naar de heilige Manius die het heilige bos stichtte. Men kent ook de uitdrukking er zijn vele Manii in Aricia".

Voor 25 december vierde men de Saturnalia ter ere van Saturnus. Als versiering ter ere van Saturnus gebruikten de Romeinen meestal hulst. Op 25 decemer vierde men de dag waarop de god Mithra (Mars) als een lichtgod uit een steenrots werd geboren (soms afgebeeld als stierendoder, zie sterrenbeeld Orion). In 274 n. Chr. werd de dag ter ere van Mithras het feest van de 'Sol Invictus' / "Soli invicto Mithrae" (Onoverwinnelijke zon ofwel zonnegod). Op 1 januari was het bij de Romeinen nieuwjaarsdag ter ere van de god Janus (de god met de twee gezichten, dit kunnen we ook terugvinden in de tweekoppige arend). Wellicht zou de god die naar het oude en nieuwe jaar keek afkomstig/ vergelijkbaar zijn aan de Egyptische Boogschutter, zie het sterrenbeeld (mithra werd soms ook gezien als boogschutter). Het was een luidruchtig feest wat leek op carnaval (zie ook Carnaval). Er werd veel gedronken en er werden geschenken uitgedeeld. De Romeinse Janus bestond uit 2 delen; zon (oude deel van het jaar) en maan (nieuwe deel van het jaar). Zie ook de "Percht" in Duitsland bij de midwinter-zonnewende. Numa Pompilius (rond 715-673 v. Chr, de tweede keizer van Rome, noemde de maand Ianuarius (Januari, naar de hemelgod Janus). Janua betekende "deur". De Christelijke keizer Constantijn vond de zonnegod te heidens en probeerde deze te onderdrukken. In 153 vChr. hernoemde men nieuwjaarsdag van maart naar 1 januari. Tevens was deze dag belangrijk omdat nieuwgekozen politieke leiders hun ambt begonnen ( gelijk aan de god).

KERK: Johannes de Doper kondigt de komst van Jezus als Messias aan. Na zijn geboorte werd hij na 8 dagen besneden en na 40 dagen pas gepresenteerd aan God in de tempel. En "toevallig"valt rond 1 februari een belangrijke feestdag (Maria Lichtmis, Zie Engelsnd: St. Bridgit, Imbolc). Een andere datum van Jezus conceptie (soms ook Jezus sterfdag genoemd) werd gezet en berekend op 25 maart (Maria Boodschap), want op die dag viel Goede vrijdag in het jaar 33n. Chr. En het viel ook rond het lentepunt (bovendien was het natuurlijk ook beter voor kinderen om in het voorjaar te worden geboren dan in de winter maar dat geldt dan ook voor mensenkinderen en niet voor goden). Pas rond 350 n. Chr werd Jezus geboorte vastgesteld op 25 december want dat was 9 maanden na 25 maart. En hij werd ook genoemd 'Zon der gerechtigheid' (net als het Romeinse feest). Er was later ook veel strijd tussen diverse gelovigen of Jezus al dan niet zelf een god was, goddelijk of een heel bijzonder mens. In 325 n. Chr. Liet men daarom tijdens het Concilie van Nicea vastleggen dat Christus was geboren uit God en niet was geschapen. Soms werd Jezus ook wel vergeleken met een roos die weer ging bloeien 'als bloed zo rood' en soms werd er al verwezen naar zijn dood op goede vrijdag. Men houd 3 samenkomsten met kerst; de nachtmis, de dageraad-mis en de dag-mis (in Rome wel in 3 verschillende kerken; Mariakerk, Kerk van St. Anastasia en in de Sint-Pieter). In de middeleeuwen begon men op 25 december de koningen te kronen als politieke en christelijke boodschap.Vroeger werd de nachtmis "kindjewiegen"genoemd omdat er op het altaar een schommelwieg stond met het beeldje van Jezus erin. Jezus zou ook in de nacht de cadeautjes uitdelen.

De laatste zondag van het 'kerkelijk jaar', heet ook wel 'zondag van de voleinding' of 'Christus Koning'

Kerk Nieuwjaar: Om de drukke heidense feesten uit te bannen heeft men al in de vijfde eeuw of eerder besloten om van 1 januari een Mariafeestdag te maken. Het was de achtste dag na kerst (5e week). En Jezus werd op de achtste levensdag besneden als joods jongetje. Tevens kreeg hij ook zijn naam. In sommige kerken ging men een oudejaarsavond dienst houden.

25 december op de merkstok/ primstav: een grote drinkhoorn. Noors: Juledag, Kerstdag. Op sommigen zien we ook een soort boom

MIDDELEEUWEN: De eerste naam van kerstmis werd genoemd in de kalender van Philocalus in Rome van 336 na Christus . In de middeleeuwen hield men kerst- en Nieuwjaarsvuren op stadsmarkten en pleinen op 25 december. Op nieuwjaarsnacht werden schoten gelost, op horens geblazen, ratels gebruikt en de klokken geluid. Men ging geschenken geven aan elkaar. In de vroege middeleeuwen vierde men het feest nog een beetje als de Romeinse Saturnalia. De koning werd uitgebeeld als nar en de nar als koning. Er waren optochten van narren/ verklede figuren en men zong dubbelzinnige liederen over de adel/ koning waarbij men narren-streken mocht uithalen (doen wat verboden was). Er kwamen aanplakbiljetten en brieven met nieuwjaarswensen en verlangen. Vaak liet men kinderen de nieuwjaarswensen rondbrengen, het ging er ook om wie elkaar voor was en natuurlijk kregen ze er een traktatie voor. Ze zongen ook liedjes met de rommelpot (foekepot) Om te trakteren werd nieuwjaarskoek gebakken tussen versierd ijzer. Vroeger was dat brood in de vorm van een kat (duivekater), in andere landen ook in de vorm van een bok of wild zwijn. Het brood werd als offer ook in de vorm van een scheenbeen gemaakt. Vaak ook optochten met Nieuwjaarsliederen. In Scandinavië gingen sommige mannen als bokken langs de huizen. Ze droegen een stok en zak en eisten eten en drinken en misdroegen zich (de Jule-bok/ Yule-bok mocht alles, zie ook het oude sinterklaasfeest).

MIDDELEEUWEN: Om de geesten te verjagen werden klokken geluid en op hoorns geblazen. Het hoornblazen begon al vanaf de eerste zondag van Advent tot en met Driekoningen. De kerk zei dat dit een vreugdebetoon was aan de geboorte van Jezus. In Nederland is de midwinterhoorn nog te horen in Twente bv. in Oldenzijl. Er zijn ook wedstrijden voor de beste hoornblazer. Sommige klokkenluidersgilden luiden ook nog de klokken.

Op Kerstavond vaarden de vissers niet uit want dit zou ongeluk brengen. "Kerstnacht Helder en Klaar; een goed/ gezegend jaar".

Op midwinteravond 24 december, mocht niemand meer naar buiten want dan gebeurden er bovennatuurlijke dingen. De landbouwspullen moeten binnen zijn, de hekken open en er mogen geen raderen draaien. Er werd op kerstavond enorm veel gegeten. Later werd er meer met kerst geschenken gegeven dan met Sinterklaas. Pas rond 1600 begon men kerstbomen in huis te halen (dit gebruik kwam vanuit Duitsland). De vruchten en noten die men erin hing symboliseerden de vruchtbaarheid van het nieuwe jaar. Vanaf 1223 zou de eerste levende kerststal zijn gemaakt door Franciscus van Assisi om het echte verhaal te laten zien van de geboorte van Jezus. Volgens een oud verhaal zouden die dieren op kerstavond met elkaar praten. Alleen degene die goed van hart was en een zuiver geweten had kon dit horen. Men geloofde dat de bijen in Kerstnacht in hun korven Kerstliederen zongen. Kerkhoven en kruiswegen werden gemeden vanwege boze geesten.

Rond 1520 tijdens de reformatie van de protestanten werd het kerstfeest geminimaliseerd. Geen heilige maar alleen het kerstkind mocht nog geschenken rondbrengen. We zien dan op afbeeldingen het kerstkind op zijn kleine slee geschenken rondbrengen onder begeleiding van engelen. Veel mensen vonden het jammer dat de dualiteit (goede en slechte kant) was verdwenen. Vooral in Nederland en de afgelegen gebieden bleef de winterman gehandhaafd in de vorm van Sinterklaas, zie de feesten van begin december. In 1640 werd het hele kerstfeest in Groot-Brittannië en Schotland door de extreme protestanten helemaal verboden waarbij men elkaar geen geschenken meer mocht geven. In de buitenlandse koloniën ontwikkelde zich een soort buitenfeest voor de lagere klassen.

De Nederlandse Sinterklaas veranderde later in de Amerikaanse Santa Claus (Kerstman). Toen de eerste Nederlandse kolonisten deze meenamen naar New York rond 1600. Wel kende men de winterman of "Koning winter". In de middeleeuwen uitgebeeld als een oude man die langs kwam. Hij was dan nergens welkom (volgens de centsprenten). Maar misschien was hij vooral voor de kerk niet welkom. In veel andere landen kennen we wel de kerstdwerg (Wichtel), een soort kabouter, deze was eigenlijk het hulpje van de wintergodin. Meestal verwachtte men hem door de schoorsteen te komen en daarom zette men een schotel melk neer om hem tevreden te houden. Maar ook vele andere magische en heilige figuren kwamen nog voor die cadeaus bracht (zowel man als vrouw) gedurende de decembermaand (of zelfs al vanaf november).

In Amerika verscheen in 1821 voor het eerst een gedicht van "De kindervriend" Santa Claus waarbij deze kerstman als kleine dwerg op een slee met 1 rendier de cadeaus rondbrengt (het gedicht is anoniem). In 1822 verschijnt een gedicht van Clement Moore "De nacht voor kerst". Hij beschrijft de kerstman op zijn slee met 8 rendieren die van het dak af komt. Rond 1860 was hij nog een kleine dwerg en later is hij groter en dikker geworden (met name door de verhalen en afbeeldingen van Thomas Nast). Vanaf 1870 werd steeds meer speelgoed verkocht. De verhalen van Charles Dickens hebben veel bijgedragen aan de kerstsfeer. In 1890 werd Santa Claus in Amerika gestandaardiseerd als rood-wit figuur. Rond 1930 keerde de Kerstman weer terug naar Europa dankzij kerstfilms uit Hollywood en reclame. De films zijn nog steeds familiefilms die graag een morele waarde willen meegeven. De kerstboom en groen stond nog steeds symbool voor de terugkeer van het groen in het voorjaar. Na de oorlog rond 1950 ging men steeds meer cadeaus geven en stond het kerstfeest vooral voor consumeren. Maar het feest wordt in diverse landen en lokaal nog steeds op eigen manier gevierd met eigen kerstfiguren (man of vrouw) en soms nog met oude tradities.

Kerstboom: Sparrentakken stonden voor het altijd blijvende groen. In de hoop op het voorjaar. In de winter konden ze ook op allerlei manieren werden verwerkt, zoals ook het in de grond steken om een omheining,veekraal of heiligdom af te sluiten of een heiligdom te versieren zoals de indianen in Amerika deden. Hierna werd het verbrand (zie ook het Yule blok). In Scandinavië maakte men van oudsher al driehoeken van hout omwonden met groene takken met een lichtje erin in de Joeltijd. Op schrift vertelt het eerste gebruik van de kerstboom in de Elzas van 1521. Ongeveer honderd jaar later begon men met het versieren van de boom met bladgoud, papieren roosjes, appels en koekjes. In 1737 wordt melding gemaakt van het branden van kaarsjes in de boom.

Middeleeuwen: December: Kerstmaand, donkere maand, wintermaand. Voorstelling; Vee naar de stal brengen, varkensslacht, graan dorsen, kou, brood bakken. Maar vaak werd er in november een varken geslacht en in december een vette koe. Uit het buikvet van de slachtkoe maakte men dan zelf kaarsen.(Niet iedereen kon zich een koe veroorloven).

De feestperiode kunnen we dus indelen in:

1: het feest vlak voor de 12 nachten (Sinterklaas, St. Barbara, St Lucia)

De twaalf nachten voor oud en nieuw. (Jul)

2: het kerstfeest of zonnewendefeest (kerstavond , 1e kerstdag, 2e kerstdag). (St. Stefanus, St. Steffen, San Estaban). Men eet met de eigen familie vooral vis ( vooral karper), ook vaak vanwege het vasten voor kerst. De vis staat ook voor Christus, soms gans, vruchten en noten. In Denemarken krijgen de kinderen met kerst ook pepernoten. Ook Amandelen (en Marsepein: brood van Mars en Marcus zie Sinterklaas) worden gegeten.

3: oud en nieuw

4: het eerste feest in het nieuwe jaar (Driekoningen)

Twaalfnachten/ luchtgeesten

(12 nachten tussen kerst en driekoningen) (met oud en nieuw)

12 feest nachten

In Scandinavië en de omringende landen kende men de wintergeest of god als een geit ofwel bok: Yule-bok/ De Julbuck. Rond kerst werd een man geheel in huiden gewikkeld of in stro gewikkeld en droeg bokkenhoorns op zijn hoofd. In sommige delen van Zweden hield men een optreden waarbij de yulebok werd gevangen en geslacht maar hij kwam weer tot leven en sprong plotseling weer op. Zoals de god van het gewas (soms ook als ram of zwijn). Men at koeken of brood in de vorm van deze dieren die vaak waren gemaakt van het graan uit de laatst geoogste schoof en waarvan een gedeelte werd bewaard voor de zaai in het voorjaar. Zodat de vruchtbare kracht behouden bleef door het jaar heen en de god/ geest steeds kon reïncarneren (zie The golden bough, part V, vol II, blz 327-328).

Winterkoninkje (Engels; Wren). Dit kleine schuwe vogeltje wat goed te zien was in de winter, was voor de meeste Europese volkeren; van de oude Grieken, Romeinen, Italianen, Spanjaarden, Fransen, Duitsers, Nederlanders, Denen, Zweden, engelsen en Welsen, een heilige vogel. Aan geduid als "koning, kleine koning, koning van de vogels, heggenkoning". Vergelijkbaar met een godin/ god (of boodschapper der goden). Daarom was het normaal verboden om hem te doden. Iemand die hem zou doden of zijn nest zou leeghalen zou ongeluk krijgen binnen het jaar. Zoals een ziekte krijgen (ziekte van sint Laurentius zie 10 augustus), de vingers verliezen, het huis door bliksem getroffen zou worden. Zelfs zijn koeien zouden bloedige melk gaan geven en het vee zou ziek worden. Toch mocht men een keer per jaar in sommige landen deze vogel wel doden zoals in Groot Brittanië en Frankrijk. De vogel werd dan gedood en vereerd als een als martelaar.

Sint Stefanus/ St. Steffen/ St. Stephen/San Estaban/ Stephanos 26dec "de kroon":

Ook de heilige Sint Stefanus (Sint Steffen/ Sint Steven) die de eerste martelaar was is de heilige van de maand augustus (zie oogstfeest). Zijn naamdag was op 3 augustus (liep in sommige landen uit naar 13 augustus). Hij was zo populair dat men zijn feest met opzet heeft verplaatst naar 26 december. Sint Stefanus was de eerste van de 7 diaken van Rome en zou ook de eerste martelaar zijn. Niet toevallig werd hij met het graan in verbinding gebracht. En later met het winterkoninkje (zie andere landen).

Vroeger was dit een dag van spelletjes zoals "het Steffen uit de ton jagen"; hierbij werd een kat uit een vat gejaagd en vervolgens doodgeknuppeld. Of men probeerde alleen de ton die aan een touw hing tussen twee bomen stuk te gooien. Dit werd later verboden. In Drenthe gingen de jongeren langs de boerderijen met hooi en oud brood om de koeien te voeren. Ze zongen en zeiden tegen de boer; "ik Steffen jou koe". Wellicht sloegen ze de koe met de levensroede waarna de boer de jeugd moest betalen met geld of met een goed belegde boterham (Stoetbrugg). Wellicht stamt dit uit de tijd waaruit het vee werd beschermd door Sint Steffen broodjes te voeren. Ook het Sint Stefenrijden deed men op deze dag; het paard werd afgereden. Wellicht ook weer van de traditie van het vruchtbaar maken van het land. (zie voor meer informatie over Sint Stefanus bij 3 augustus). Als weerheilige: 26 december was gemiddeld de koudste dag van de maand in de late middeleeuwen. Als het windstil was zou het komend jaar een goede oogst zijn.

Verbranden van het Yule blok of de Yule-boom:

Om de Yule-tijd af te sluiten werd een houten blok of boom door het dorp gesleept en hierna verbrand. Dit deed en doet men nog in noord- en centraal Europa. Ze werd vaak vergeleken met de oude vrouw. Ook kende men in Engeland de Yule stam (Yule log), Yule blok (Yule block) of Yule stopper (Yule clog). Schots; Cailléach; "de oude vrouw". Soms ook slang genoemd; Litouwen; Kaladé: "blok". Grieks; Geras: "oud mens"/ "het doden van de slang". Omdat de speciale boom ook vergeleken wordt met een slang (zie Sint Joris en de Draak). Door symbolisch de oude slang te doden was men verzekerd van de komende lente. Een zware bultige boomstronk die meerdere dagen brandde vergeleek men met de oude heks. Dus opnieuw offerde de godin zichzelf op. Men verzamelde ook het as van de verbranding omdat het helend zou zijn voor het vee. En het vee beter geboren laten worden en het land vruchtbaar zou maken. Hierbij gebruikte men bij voorkeur weer eikenhout voor de magische werking voor vruchtbaarheid en bliksemafweer of algemene bescherming. Later werd het Christus-blok of Kerstavond-blok genoemd en verbrand op de haard op Kerstavond. Later zou Maria op het blok zitten. Zie ook het franse woord voor Kerst en de betekenis bij Frankrijk. Volgens Frazer zou het verbranden van de Yule stam ook dienen om de zon opnieuw op gang te brengen na de kortste dag, na de geboorte van de zon.

In Limburg in Nederland liet men vroeger de Yule-stam of blok meerdere nachten branden. Het gemalen houtskool hiervan werd bewaard als geneesmiddel tegen tandpijn (zoals het in België werd gebruikt als geneesmiddel tegen consumptie of tuberculose).

De wilde zwaan en de kleine zwaan komen in Nederland overwinteren. Ze klinken met een melancholiek geluid. Van de kleine zwaan wordt dit "joelen" genoemd. Volgens de mythologie zingt een stervende zwaan zijn zwanenzang.

Conclusie; alle mannelijke wintergoden werden paardheiligen (In de 8ste eeuw voor christus kwam het paard naar midden Europa als symbool van Keltische ridderadel) . Zij droegen een staf/scepter en of dubbele bijl (Labrys) of roede. Zij worden vaak begeleid door een vogel. Net als een koning werd afgebeeld op zijn paard met zijn ambtsteken en een valk als machtshebber hoog verheven boven de mensen. Ze controleerden of de mensen goed waren, deelden lekkers en geschenken uit en beschermden het land tegen ziekten en onheil. Vroeger waren zij angstaanjagend en machtig en de mensen waren bang voor hem en hadden ontzag (ze werden ook gevolgd door demonen). De kerk veranderde hem in een heilige of goedheiligman (Sinterklaas) die wonderlijke taken kon verrichten en niemand meer kwaad deed en alleen de kinderen nog strafte.

  1. Zabazios, op zijn paard met staf
  2. Zeus (Zeus Labraunda), op zijn vliegend paard ook Pegasus, heeft een adelaar, scepter en dubbele bijl.
  3. Poseidon als paard of op zijn door waterpaarden getrokken wagen
  4. Belenus op zijn paard
  5. Rudiobus
  6. Svantovit op zijn witte paard
  7. Sint Pieter
  8. Apostel Johannes de Evangelist (Adelaar, 27 december)
  9. Sint Stefanus/ St Stephen, op zijn paard, en het winterkoninkje
  10. Sint Nicolaas, op zijn vliegend paard, soms begeleid door een engel, draagt een staf en vroeger een dubbele bijl. (Later werd hij de Kerstman in Amerika)
  11. Sint Maarten, op zijn paard, ook met vogel
  12. Mohammed, op zijn vliegend paard Buraq, heeft een adelaar

Het schip; vaak hadden zij ook een schip waarmee ze reisden

Apostel Johannes de Evangelist 27 december (ook wel Sint Jan genoemd) heeft ook naast de adelaar als attribuut de slang in de kelk. Opvallend is zijn overeenkomst met de heilige Johannes de Doper die zijn feest heeft op de zomerzonnewende tegenover de midwinterzonnewende. De Oosters-orthodoxe kerk plaatst zijn naamdag niet op 27 december maar op 26 september (zie september) en 8 mei.

Offer-drinken (midwinter 26dec en 13jan)

Het Yule/ joel-zwijn in Scandinavië rond de kerst. Van het koren van de laatste schoof bakte men meestal het brood in de vorm van de Yule zwijn/ varken met dezelfde naam. Tijdens de hele joeltijd staat deze op de tafel. Vaak bewaard tot de zaaitijd, wanneer een gedeelte werd gemixt met het zaaizaad en ander gedeelte werd gegeven aan de ploeg-man en ploegossen of ploegpaardekinderen op kersn om een goede oogst te krijgen. Zo legde men in Scandinavië ook het lange Yule stro, meestal van haver van de laatste korenschoof, op de vloer met kerst. Door het gooien kon men voorspellen hoeveel oogst men zou krijgen het volgende jaar. Met dit Yule stro werden de fruit bomen omwonden om ze vruchtbaarder te maken. In Zweden sliepen de kinderen op kerstnacht op een bed van het Yule stro. Wellicht als bescherming. Een man droeg een huid en de stro in zijn mond stak uit als de borstels van de everzwijn. Een mes werd gebracht en een oude vrouw, met haar gezicht zwart gemaakt, deed alsof ze hem offerde. Zie ook Estland. (het zwijn komt terug in de varkens van marsepijn)

Van oudsher dronk men Mede; een honingdrank vermengd met kruiden (soms ook appels). Oudnoors: "Ves Heil, Oud Engels ; Was Hál, Drink: "Op je heil, Op je gezondheid!" (heal). Vooral gedronken tijdens de Yuletijd. Engeland op de 12de dag: "Wassailing "("to wassail"; een heildronk uitbrengen). Dit zou een positieve werking op het gewas hebben.

Later maakte men een mengsel van bier en sterke drank dat verwarmd werd in een ketel en werd gedronken uit een drinkhoorn.

De kerk veranderde dit in het ‘minnen’; gewijd water drinken ter ere van heiligen bv. Sint-Jan, Sint-Stephanus/Steffen.

Tegenwoordig viert men in Nederland als volgt Kerstfeest:

In de christelijke kerk/ scholen houden de kinderen een kerstspel waarbij het verhaal van de geboorte van Jezus wordt nagespeeld. Men zingt kerstliederen. In de kerk is er een speciale kerstmis.

Modern kerstfeest in Nederland: Men haalt na Sinterklaas een kerstboom (eigenlijk een spar en geen den) in huis die men versiert met lichtjes, kerstballen en sparrentakken slingers. Soms met piek erop. Sommigen christenen plaatsen hierbij een mini-kerststal en in veel plaatsen is nog een levende kerststal te bewonderen. Soms spuit men de ramen in met namaak sneeuw. Ook worden veel tuinen versierd met lichtjes en ingericht in Amerikaanse stijl met de Kerstman en arrenslee. Men stuurt elkaar kerstkaarten met kerstwensen en nieuwjaarswensen (dit kaartgebruik zou pas rond 1450 in Duitsland zijn begonnen). Bekend is het kerstbrood of de kerststol: brood met krenten/ rozijnen en amandelspijs en eventueel noten. Soms eet men nog steeds de Noordhollandse Duivekater; een soort cakebrood (zie het vorige feest). Op eerste en tweede kerstdag heeft men vrij en wordt er uitgebreid getafeld. Ook aan de armen, zieken en ouderen wordt er nog steeds extra eten uitgedeeld. Op veel scholen en op eerste kerstdag thuis heeft men een uitgebreid kerstontbijt met kerstbrood. Tijdens eerste kerstdag wenst men elkaar een fijne kerst. Tijdens de eerste en tweede kerstdag wordt er veel gezamenlijk gegeten met familie.

28 december; Feest van de onschuldige kinderen (Alderkindere). Engels: Holy Innocents Day. Feest van de onschuldigen.

Het "feest van de gekken", Festival of Fools, werd o.a. gedaan in Engeland, Frankrijk, Nederland, Duisland en Bohemen gedurende de kersttijd. Wellicht gaat dit terug op een veel ouder gebruik (bijvoorbeeld het verkleed en gemaskerd rondgaan met levensroeden).

Het feest wordt in vele landen gevierd onder verschillende namen: Het was een zottenfeest die in tweeën was gedeeld een voor volwassenen en een voor kinderen. Waarschijnlijk is het kinderritueel een afgeleide van die van volwassenen. Een feest waarbij alle rollen werden omgedraaid net als bij carnaval met een nar, gevierd durende de kersttijd.

De kinderen mochten op een dag baas zijn over de volwassenen, ze mochten thuis bepalen wat er gebeurde en eten wat ze maar wilden. Ook gingen ze zich verkleden als volwassenen (soms begint dit feest al met Sinterklaas op 6 december, in Engeland, Spanje en Frankrijk werd de jongen die optrad als scherts-bisschop al gekozen op 6 december). Soms volgde een tocht door de straten met muziek. Het feest van de volwassenen bestond vooral uit een parodie op hogere functies en vooral personen uit de kerk. Daarom werd het feest ook wel Bisschopsdag genoemd. Iemand van lage komaf werd benoemd tot scherts-bisschop. In de kerk mocht men lol maken, rommel maken en gooien met as en andere dingen, vooral de leerling-priesters/ nonnen (Zie Frankrijk). In Duitsland en Oostenrijk mochten de kinderen iedereen met de levensroede slaan. Daarom werd het feest door de kerk al snel verboden. (zie ook Luilakdag bij de meifeesten).

Volgens de kerk zou dit de herdenking zijn van de kindermoord te Bethlehem. Koning Herodes liet, na dat hij hoorde van de geboorte van het koningskind Jezus, alle jongetjes doden. Ze werden 'onnozele kinderen' genoemd ("rozen in de knop"). Maar in Matteüs 2 volgt de kindermoord pas op het bezoek van de 3 wijzen aan het kind Jezus (dus tijdens driekoningen). Verder is er nog geen enkel echt bewijs te vinden van de kindermoord door Koning Herodus.

30 december: Sint David (ook vereerd op andere dagen in december). David van Jeruzalem; koning, profeet, voorvader van Jezus. David als jongste van de zonen, schaapsherder en harp- of citerspeler. Patroon van de zangers, muzikanten en dichters. Weerheilige. Kans op grote koude van -10 graden. Op deze dag zette men een vliertak in het water. Als hij open sprong kwam de zomer sneller dichterbij.

31 December Oudejaarsavond:

Overgangsnacht naar het nieuwe jaar. Deze dag is ook naar Bisschop Silvester en St. Sylvester dag of vooravond genoemd. Men eet oliebollen, appelflappen, linzen (brengen geluk). Offer-drinken. vroeger dronk men Mede (honingdrank). In Friesland is het in sommige plaatsen de gewoonte om te gaan "slepen". Jongeren nemen spullen mee die los zitten en verplaatsen deze stiekem naar een centrale plaats als grap. Bijvoorbeeld een boerenkar op een dak zetten. In Drenthe werd er ook door de jeugd "gesleept". Zij verzamelden de losse spullen vaak naar de brink of soms op het schoolplein. Dan konden de eigenaren deze op Nieuwjaarsdag komen ophalen.

Er is ook een luilak op deze dag: De laatste die uit bed komt krijgt de bijnaam Sylvester en moet de andere kinderen trakteren. Volgens bijgeloof mocht een vrouwelijke dienster die haar werk niet af had op St. Sylvester's dag niet trouwen in het komende jaar. Vroeger gingen de kinderen langs de deuren om liedjes te zingen en goede wensen te brengen voor het nieuwe jaar. Hiervoor kregen ze soms lekkers.

31 december en 2 januari (Oosterse kerk) de eerste paus Silvester. Deze paus zou de eerste opvolger zijn van apostel Petrus in Rome. Hij daalde af in een gat met twee priesters om een draak (voorgesteld als het boze en heidense; Satan) de mond te snoeren en aan de ketting te leggen. Dit zou de heidenen niet zijn gelukt. Dit staat in verband met het nieuwe Christelijke begin van het jaar op 1 januari. Zie de overwinning op de draak bij het feest van Sint Joris en de draak en het jaarbegin op 1 april.

Spreuken: "Sint-Steffen maakt alles effen, nieuwjaar maakt alles klaar. Zijn er in januari veel mollen, dan laat de winter met zich sollen (is eerder voorbij)".

Tegenwoordig viert men in Nederland als volgt Oudjaarsavond:

Met familie zit men het jaar uit. Men eet lekkere hapjes zoals: belegd toast, oliebollen en appelflappen of appelbeignets. Om middernacht telt men af tot twaalf uur. Hierna wenst men elkaar gelukkig nieuwjaar. Daarna schenkt men champagne uit (in een fluitglas of flute) en gaat men buiten vuurwerk afsteken.

Op nieuwjaarsdag wenst men elkaar ook nog gelukkig nieuwjaar en springen sommigen in het water (nieuwjaarsduik). Naast oliebollen en appelflappen eet men soms nieuwjaarsrolletjes (opgerolde dunne harde wafelkoekjes, obliewafels, gevuld met slagroom, "kniepertjes).

-----------------------------

Periode van Boogschutter (nu). Als 't roodborstje 's winters op de vensterbank komt zitten, mag men een stevige vorst verwachten. December vol mist, geeft goud in de kist. Eind december: klappert en vlucht de tamme gans; wees op buien.

----------------------------

Nieuwjaar Driekoningen en Januari    >>

In de vroege prehistorie in het sterrenbeeld Stier, hield men na de midwinterzonnewende tot 22 januari nog een speciaal feest ter ere van de 3 eenheid. De drie jaargetijden of drie godinnen van het voorjaar, de zomer en de herfst. Alle drie aspecten van de grote godin Venus. Deze godinnen werden waarschijnlijk nagespeeld en de mensen gaven hun offergaven. Het is de periode waarin een extra schrikkelmaand werd ingevoegd en staat in het teken van de reiniging. Een tweede feest is nog rond begin februari. Vaak begon men hier al met het verkleden als demonen (zie Carnaval).


In de prehistorie was dit een symbool voor de maan. Het aantal volle of nieuwe maanden werd hiermee geteld. De drie bogen staan ook voor de 3-eenheid.

In de Landbouwtijd werd dit feest toegeschreven aan de belangrijkste god. In de periode van ram werd dit het feest van de koning. De koning ging zich gelijkstellen aan de god en zou dus zijn geboren rond deze periode (zie de Romeinse keizers in geschiedenis).

Vandaag de dag is de planeet Venus veel te zien in de winter rond kerst zowel in de ochtend als avond.

ritueel bad:

Tussen het latere sterrenbeeld steenbok en waterman ging men zich ritueel baden of reinigen. Dit komt voor in vrijwel alle culturen en dit reinigen duurt voort tot Carnaval. Reinigen deed men vaak als overgang van het oude naar het nieuwe jaar dus sommige volkeren deden dit ook rond de lente/ of herfst equinox.

Germanen: In een mythe zou dit de verhuisnacht zijn van de elfjes die ieder voorspellingen deden of het komende jaar geluk zou brengen.

Zie ook de Romeinse term "Ianua"= deur waarvan de naam van de maand januari is afgeleid ofwel de godin en waternimf van de bronnen Iuturna/ juturna en god Ianus/Janus (met zijn tweekoppige hoofd). En het feest op 11 januari ter ere van haar: Iuturnalia. Ze was een van de drie zussen. Hun zoon was Fontus. Soms werd zij ook gezien als de vrouw van Jupiter (men schrijft het dan ook als Iupiter). De maand Januari is dan de deur naar het nieuwe jaar.

Romeinen: Compitalia: compitaliën. Jaarlijks feest rond eind december begin januari, na de Saturnalia. Genoemd naar Compitum: kruispunt (van wegen). Want hierop bevond zich vaak een Larenschrijn (lares compitalis). Gewijd aan de Laris/Lares/Lar: de beschermgoden van de weg. Maar ook de huisgoden van huis en haard werden geëerd, zoals Fortuna (vaak te vinden op de huisaltaren met haar Cornu copiae: hoorn van overvloed: voorraad). Een familiefeest met eten en wijn en spelletjes. De slaven mochten ook meedoen en hadden meer vrijheden.  Als offer plaatste men wollen poppen voor de familie en bollen wol voor de slaven. (Zie wellicht ook van compta: een spinrokken met wol. )

1 januari het feest van Maria, moeder van god. Waarschijnlijk was dit het oudste Mariafeest  

Kerk; Op 1 en 2 februari eert men Basilius de Grote, (zijn broer Gregorius van Nyssa) en Gregorius van Nazianze. Zij bekeerden Oost Europa en legden de grondslag voor de Orthodoxe leer van de Drievuldigheid; God is één wezen in drie personen. In de Russisch Orthodoxe kerk is deze herdenking uitgelopen naar 14 januari door de kalenderverschuiving. In Rusland wodt Basilius; Vasiliy Blashenniy genoemd. Een soort dwaas maar wel een die in de toekomst kon kijken.

Op 1 januari zou Jezus Cristus zijn besneden. Later een bid- en boetedag.

Op de merkstaf/ primstav: een 3-schepige kerk. Noors: Nyårsdag: nieuwjaarsdag, åttandedage: de achtste dag.

Middeleeuwen: Januari: Lauwmaand, looimaand, ijsmaand, hardmaand. Romeinse god: Janus (2-gezicht) stond voor het oude en nieuwe jaar.

Voorstelling/ werkzaamheden; aan tafel zittend etend en warmend bij het vuur. Spelend en schaatsend op het ijs. (In Duitsland; hazenjacht) Het was een rustmaand waarin weinig tot geen werk werd verricht (behalve leerlooien?).

1 januari Oud en Nieuw;

Nieuwjaarsduik; IJsduik vele landen zoals in Nederland, Rusland, Bulgarije en Roemenië.

Vroeger werd wilder gevierd en zong men in Nederland ook wel Nieuwjaarsliederen aan elkaar. Later werden dit nieuwjaarskaartjes met afbeeldingen waarbij de brenger op een beloning kon rekenen. Men probeerde te voorspellen of het een goed jaar zou worden aan de hand van de heersende wind of van dromen. In Drenthe dacht men dat men aan de binnenlopende Nieuwjaarswensers te kunnen zien of het te verwachte kalveren vrouwelijk of mannelijke was. De vrouw stond voor de vrouwelijke kalveren dus vrouwen werden het liefst als eerste gezien. Tegenwoordig slaapt men op nieuwjaarsdag in Nederland graag uit en de nieuwjaarswensen zijn al verstuurd met de kerstkaarten. Vaak houdt men nog wel een Nieuwjaarsborrel of maaltijd via het bedrijf maar dit valt dan na de kerstvakantie.

Met oud en nieuw draagt men in een aantal landen al speciale kleding en maskers; Hongarije, Roemenië, Polen en Bulgarije.

Nieuwjaarsblazen: Vroeger probeerde men de boze geesten met lawaai te verjagen (al vanaf 5 december). Vroeger deed men dit met lange hoorns Tegenwoordig zijn er nog blaasensembles die van de kerktorens blazen met nieuwjaar in Duitsland, Zwitserland/ Oostenrijk en Scandinavië.

Nieuwjaarsdonderdag:

In Walcheren kende men vroeger een feest op de donderdag na Nieuwjaar. Alle rekeningen werden op deze dag persoonlijk uitgeschreven en betaald. Men stuurde dan de kinderen of personeel rond bij de leveranciers om de rekening op te halen waarna de baas of vader zelf langsging bij de leverancier om deze te betalen.

De jongeren maakten van de vrije dag gebruik om kennis met elkaar te maken onder een drankje.

3 januari: gewijd aan Sint Genoveva/ Genovefa (Geneviève). Franse heilige vooral van Parijs maar ook vereerd in Nederland en België. Ze zou de aanval van Atilla de Hun hebben tegengehouden. Genezer van ziekten, vooral oogziekten met heilig water. Haar teken is de brandende kaars. Vroeger snoeide men op deze dag de boomgaard want dan zou het extra goed bloeien.

Driekoningen 5/ 6 januari (kerk: doop van Jezus Christus).

Wellicht ging men vroeger met toortsen rondrennen op de avond van 5 januari: Men geloofde dat ze de aarde hiermee reinigden (van ongedierte) en vruchtbaar maakten. Daarna feeste men en danste men wild rond een vuur op een feestheuvel (Zie Frankrijk). (Het rondrennen met fakkels deden de Romeinen ook met het feest van Cotyttia, ter ere van de Thracische godin Cotytto, wanneer precies is niet bekend).

6 januari zou de dag van Nativity zijn door de uitgelopen kalender in Egypte (dus 11 dagen na 25 december). Dit werd wel aangenomen in de oostelijke kerk maar niet in de westelijke kerk.

Noordwijk: Op 5 januari gingen de jongeren vroeger met grote linnen zakken voor aan het lichaam vastgemaakt langs de huizen en riepen; "vrouw geef je wen". Ze verzamelden zo brood, kaas en geld. Volgens een legende zou dit afstammen van: In Leeuwenhorst deelde de Abdis lijnwaad, eten en kleding (ook schoenen) uit aan de inwoners van Noordwijk en Noordwijkerhout. Men riep; "vrouw abdis, geef je er wat in" met zakken voor het lichaam. De jongeren in Noordwijk gingen ook langs de boeren voor kaas.

Nederland: Driekoningen werd ook wel "dertienavond" genoemd. Dit was de dertiende nacht vanaf de kerkelijke kerstavond, vaak viert men het feest ook al op de 12de avond na kerst. Er werden veel geschenken uitgedeeld aan elkaar. Zowel koningsbrood als geld. Degene die de boon in de bonenkoek/ Driekoningentaart vond, moest voor koning spelen. Het zogenaamde "heilig boontje" (de onschuldige, omdat hij mocht doen wat hij wou en grappen uithalen). Hij was de drinkkoning of ceremoniemeester en mocht een koningin kiezen. De koning mocht zijn koningin kiezen door haar een boon aan te bieden. Samen openden ze de dans. Er werd gefeest en gezongen. Men speelde een koningsspel waarbij ieder een rol kreeg die hij moest opvoeren (men trok uit een grabbelton briefjes met hierop de rol/functie aan het hof van de koning/koningin). De vorm van de ronde driekoningentaart met gat in een tulband zou volgens de kerk afstammen van de tulbandhoed van de Driekoningen. In Engeland bijvoorbeeld werd het gebruikt om het op de hoorns te plaatsen van de beste os die werd vereerd. In De boon vinden en koning en of koningin spelen werd gedaan in vele landen. Ook deed men veel aan toekomstvoorspellen.

In Nederland, kennen we de tulbandcake als Boffert of in Friesland bekend als Trommelkoek. En in Groningen bekend als Poffert of Ketelkoek. Gekookt pannenkoekbeslag met rozijnen en geserveerd met gesmolten boter en stroop.

Middeleeuwse kalender: 6 januari: 3 kronen. Op de merkstaf/ primstav: 3 kruizen op elkaar (onderste als ster) met een puntig symbool erop en een kroontje?: Noors: Heilage tre kongar, trettandedagen: 13de avond. (Opvallend is dat de hoed van de Paus vroeger ook bestond uit  3 kronen).

Op een oude schilderij uit de late middeleeuwen zien we de koning met een papieren kroon drinken uit een lang en smal nieuwjaarsglas (fluitglas of flute). Op de achtergrond staat de nar. In de 15de en 16de eeuw deelde men op deze feestdag ook ruim uit aan de armen. Zoals bier, wijn, brood, duivekaters, schoenen.

In de veertiende eeuw werd op de vroege morgen van 6 januari de "vroed koning"of "de prins Belsesar" (Balthasar?) gekozen door de kloosterlingen. Hij werd in praalgewaad door de stad gevoerd en mocht aan het hoofd zitten aan de tafel en op kosten van het klooster, de geestelijkheid en de wetsdienaren van de stad onthalen als scherts-bisschop. Sommigen vermaakten de kloosters en gestichten om grappen uit te halen; bellechieren. Leerlingen kregen van hun meesters vrij en benoemden een koning met wie zij langs de huizen gingen om koningsgeld op te halen. Enkele steden schonken aan kloosters, ambtenaren
(stads officieren), priesters, kosters, de magistraat en vreemdelingen van aanzien een koningsbrood. Dit werd op de middag en soms als in de ochtend gesneden. Wie in zijn snede (deel) de koningsboon vond was koning.
Of men wierp vaak met bonen wie de koning zou worden. Ook hij die het lot had getrokken was koning. Soms werd de koningsboon (het heilig boontje) getrokken uit een busje. De koning kreeg de kroon en scepter. Soms bakte men drie  stukken geld in een koek, en hij die in zijn gedeelte het "cruustic"(kruis-stuk/munt met kruis) vond was koning.

In de veertiende en vijftiende eeuw organiseerden de rederijkers op Driekoningen een optocht met wagens. Hierop stonden poppen van de drie koningen, de twaalf apostelen, de reus
Goliath etc. Voetgangers met brandende kaarsen en blote voeten volgden de optocht en offerden aan de koning goud, zilver en wierook. Ook hielden de priesters toneelvoorstellingen in
de kerk, op hun vergaderplaatsen en op de markt. Soms nodigden ze hiervoor toneelspelers (retrosijns) uit, die de drie koningen naspeelden. Vaak was het een vrolijk en gek spel met parodiën op het Heilige schrift en de legenden der Heiligen.  De Rederijkers beleven ook na de kerkelijke Hervorming toneelspelen opvoeren.

Kerk: Epifanie: zou ook "plotselinge, verwarrende openbaring" betekenen of "openbaring van de heer". De Katholieken plaatsten het later op de zondag na 1 januari.

Het zingen voor de deur werd "sterrenzingen" genoemd waarbij de kinderen verkleed als koningen, sterren en versieringen ronddroegen. Men zong natuurlijk over de drie koningen maar soms zong men ook over het krijgen van een nieuwe hoed. Dit zou herinneren aan het feit dat ambtenaren op driekoningendag op het stadhuis een nieuwe hoed kregen. In Amsterdam werden hele toneelstukken opgevoerd en men verlootte dan de rollen door middel van een trekbrief. Er werden vooral wafels gegeten en verder pannenkoeken. Vooral het licht was belangrijk en er werden ook kaarsen uitgedeeld (deze waren gezegend met wijwater). Men moest over de drie kaarsen springen om voorspoed te krijgen en om onheil af te weren. (Waarschijnlijk stamt dit weer af van de Nieuwjaarsvuren of maakte men er een apart vuur voor, zie andere landen ) Later werd het driekoningenfeest verboden om dat het uit de hand liep en niet kerkelijk genoeg was.

In de 17de eeuw gingen kinderen verkleed als 3 koningen. Twee in het wit en een in het zwart (met roet besmeurd), de Moor. Ze droegen stangen met een papieren ster erop en een brandende kaars er achter. Ze zongen liederen en werden vaak gevolgd door andere kinderen. Langs huizen en herberg waar ze elkaar met bier met suiker en oliekoeken onthaalden. Midden op de stang werd soms het versierde paleis van Herodes geplaatst. Met goud en groen van taxus of eikenloof. Achter het venster van het paleis kon Herodes verschijnen. Aan de ene zijde de 3 koningen, aan de andere zijde Jezus, Maria en Jozef in de stal. De miniaturen konden bewegen. Ze zongen het verhaal van de 3 wijzen die op een berg klommen en toen de ster zagen. En van Lauwerier de Cransio. De andere volwassen feestgangers die toekeken bij de voorstelling droegen ook papieren kronen.

De 3 kaarsen: De grootste was zwart en heette "Moorke" of "Melkert" naar Melchior. Hij zou koning zijn van Kranganor uit het geslacht van de Brachmanen.

Amersfoort: Vroeger gingen rond vijftig van de rijke burgers naar het raadhuis/ stadhuis "te loot" (voor de loterij). Zij vonden daar; "sooveel kleyne klootgens ofte ballen als daar persoenen waeren, onder welke klootgens waeren verborgen derthien ijsere teerlingen". Vertaald: Ze vonden kleine ballen (klootjes) naar het aantal aanwezigen. Hieronder waren 13 ijzeren dobbelstenen verstopt. Zij die de ballen met de teerlingen trokken bleven bij elkaar op het stadhuis. Uit de andere deelnemers werd een nieuwe wet gekozen (wethouder/ wetgever?).

Na Driekoningen verbrand men massaal de opgehaalde kerstbomen als Nieuwjaarsvuur. Hierna begon men al met de aanloop naar Carnaval. In Haarlem liepen vroeger 7 reuzenfiguren door de straten (volgens Hildebrand).


KERK: Het feest 12 dagen na Kerst (6 januari). Epifanie('Verschijning' van Christus). Voor de West-Christenen; Driekoningen (toegift bij het kerstfeest). Voor de Oosters-Orthodoxe Christenen is het de centrale dag en belangrijkste feest in de kerstcyclus nl: de Doop van Jezus. Rond 300n. Chr. vierde men alleen op 6 januari in Egypte en omgeving het feest van de geboorte en doop van Jezus terwijl men in Rome alleen zijn geboorte vierde op 25 december.  In de derde eeuw ontstond het verhaal van de wijzen om de koning hulde te brengen naar aanleiding van de ster. De engel Gabriël zou de wijzen hebben verteld over de geboorte. De eerste die over de drie koningen vertelt is Mattheüs (2:1-12). Hij heeft het over Magoi; wijze mannen of magiërs. Zij zagen de 6- puntige ster (zie het rad) van Bethlehem in het oosten. Maar het is niet bekend of ze zich daar ook bevonden (of ze zelf uit het oosten kwamen). Vervolgens gingen ze eerst naar Jeruzalem om verder te vragen. Daar hoorde koning Herodes hen uit en zou later door hun verhaal de kinderen in Bethlehem hebben laten vermoorden (waar geen echt bewijs voor is). Er is aanvankelijk wel een huis maar nog geen stal. De Herders worden ook gezien als de Israëlieten en de magiërs (wijzen) als de heidenen die beiden Christus herkenden en aanbidden. De volkeren begonnen later beide feesten te vieren. Vanaf de 6 de eeuw werden de wijzen 'koningen' genoemd en kregen zij de namen; Melchior, Gathaspa (Caspar) en Bithisarea (Balthasar). Zij zouden uit Seba komen en brachten wierook, goud en mirre mee. Waarschijnlijk betekende het woord voor goud genezende kruidenzalf maar werd dit verkeerd vertaald.

In de Middeleeuwen vertegenwoordigden zij alle volkeren van verschillende rassen (Caspar werd in de 15 de eeuw zwart omdat dit handig was als voorbeeld voor het bekeren van de donkere volkeren) en tevens stelden zij de 3 fasen van het leven voor; oude wijze, volwassen man en jongeling. Maar later dus ook voor de drie continenten; Europa, Azië en Afrika. Toch verschilt het aantal koningen later per geloofsrichting. Zo zijn er in de Oriënt 4 koningen te vinden, in de Santa Maria Magiore traditie zijn er maar 2 koningen (want zij vormen samen met Maria een drietal). En in de Syrische kerk spreekt men van 12 koningen naar de 12 stammen uit Israël of naar de 12 apostelen. In het Westen ligt de nadruk op het menselijke gebeuren van kerst, het nederige begin, en zelfs al de aankondiging van het lijden van Christus. In het Oosten ligt de nadruk op de Epifanie en ook de Theofanie en is het kerstfeest zelf minder belangrijk. In de Oost-orthodoxe kerken viert men de verschijning van Christus en de doop door Johannes de Doper in de Jordaan. Dit dopen werd soms ook ritueel nagebootst.
KERK: De drie koningen (let ook op de 3 dadelpalmen erachter). Waarschijnlijk stond de heldere ster voor de Poolster zowel voor de planeet Venus, de Noordpoolster als het rad en de Plejaden in een.

In het Westen word de doop van Jezus gevierd op de eerste zondag na de Epifanie ( 6 januari). Op de zondag erna ('tweede na Epifanie') Leest men vaak nog een verhaal over het openbaar worden van Jezus maar dan over 'de bruiloft in Kana' waarin Jezus water in Wijn veranderde. (Dit komt wel overeen met de vroegere periode waarin huwelijken werden gesloten en het Romeinse wijnfeest). Het liefst viert men Epifanie op een zondag voor of na 6 januari. Dit dopen komt terug in het feest op 7 januari (Johannes de Doper).

Latere betekenis van de Driekoningen: Koning Kaspar draagt bruin haar en baard. Heeft een groene cape en groene kroon vol edelstenen. Hij gaf Jezus wierrook voor de eredienst zodat de mensen hem konden eren. Hierna komt Melchior met zijn lange witte baard. Hij gaf Jezus goud als teken voor koning. Dan komt Balthazar zonder baard. Hij gaf Jezus mirre, een parfum waarmee de doden werden ingewreven, dit zou betekenen dat Jezus zou lijden en sterven.

Mirre is bekend onder de naam Balsam (Grieks Balsamo). Deze balsem of hars dat tevens gebruikt werd als parfum werd ook Bdéllion genoemd (bdellium). Bedólah staat in de Bijbel en zou afkomtig zijn uit het hof van Eden (Plejadentuin) in de vorm van kristal. Zie plantfamilie Burseraceae en Commiphora (ook voor wierrook). Zie ook de berg van Gilead en het balsem onder de naam Guggul.

Driekoningen werd in sommige plaatsen ook vereerd als de dag van 'de onnozele kinderen' (zie 28 december). Dit word nog herdacht in de kinderoptochten met sterren of fakkels. Maar kan van oorsprong bedoeld zijn als strijd van het goede tegen het kwade om de duisternis te verjagen.

Oost Boeddhistische kalender: 8 januari: De verlichting van Buddha toen hij onder een bodhi boom zat. (in Japan al gevierd op 8 december)

Middeleeuwse kalender: 7 januari. Een zwaard. Wellicht gewijd aan de mythische held en legeraanvoerder Widukind of Wittekind. (743-807) was de leider van het Saksische volk en tegenstander van de Frankische koning Karel de Grote ten tijde van de Saksenoorlogen (772-804). Hij stond ook symbool voor het niet-christelijke. Zijn naam zou kind van het woud betekenen. In Enger in Herford (nu Noordrijn-Westfalen) wordt op zijn feestdag 6 januari nog ieder jaar brood uitgedeeld (de Wittekindspende). Hij zou ook een magisch paard (Saksenros) hebben dat met zijn hoef een bron liet ontstaan. Diverse plaatsen in Duitsland claimen deze bron te hebben. Gehuwd met Geva van Vestfold, zuster van de Deense koning Siegfried I. Siegfried was ook tegen de Franken.

11 januari: 18 de dag (Oorspronkelijk wellicht Luturnalia). Op de merkstok/primstav: Een speciaal symbool. Betekenis onbekend. Wellicht een soort verschoven of tweede feest van Epifanie. Ook een afbeelding van een paard, zie Epona.

Verloren maandag of Verzworen maandag (Frans lundi perdu of lundi parjuré) is een Belgische traditie die over het algemeen op de maandag na de zondag na Driekoningen gevierd wordt. Deze traditie is vooral standvastig in de provincie Antwerpen en in Doornik gebleven. Er werden 'hete broodjes' gegeten: broodkoeken nog warm uit de oven, vaak ging dit vergezeld met vlees. De dag waarop sommige ambtenaren hun eed aflegden. Gildeleden gingen van deur tot deur de nieuwjaarswensen aanbieden, in naam van hun patroon. Deze aanduiding bleef echter niet beperkt tot de maandag na de eerste zondag na Driekoningen. Er wordt immers ook gesproken over de “verzworen maandag van Pasen“ of de “verzworen maandag van Kerstmis“.

---

De aanloop naar Carnaval:

Zondag na Driekoningen (of 13 januari).

Romeinen: Op 13 januari liepen fluitspelers door Rome in de kleding van vrouwen.  In de Romeinse tijd was dit het begin van het nieuwe jaar.

In de middeleeuwen was de kalender al uitgelopen en zat men al in het sterrenbeeld van Waterman.

In de middeleeuwse steden werd op deze dag de nieuwe schepenen gekozen (bestuur). Maar echt democratisch ging dit niet omdat de afgetreden schepenen als "raden" werden gekozen en het jaar erop de aftredenden uit de raden weer tot verkozen werden tot schepen. De gewone burger had ook weinig belangstelling om te kiezen.

Koppermaandag: maandag na Driekoningen. (boombernersdach: boomverbrandingsdag)

De Zetters en boekdrukkers boden op deze dag vroeger een proeve van hun werk als nieuwjaarsgeschenk aan. In Oost-Vlaanderen mochten de leerlingen hun schoolmeester vastbinden. In Friesland trokken de kinderen met veel lawaai door de straten. Ze zongen en maakten lawaai met kettingen. Ook gingen ze rond met de rommelpot/ foekepot vanaf deze periode tot en met carnaval (om de boze demonen te verjagen). Het werd gemaakt door een vel of blaas over een pot te spannen en in het midden een stokje te plaatsen. Door het stokje op en neer te bewegen ontstaat een kenmerkend geluid. Later gebruikte men alleen potdeksels.

13 januari; Werd ook wel koppertjesmaandag of boerenvastenavond genoemd in Nederland. (Op sommige plaatsen hield men het Sinterklaas-melken; gratis melken van de koeien). Begin van de vorst (koppen) waarbij de koeien op stal kwamen te staan.

13 januari: Op de middeleeuwse kalender een cirkel of halve cirkel een staf met twee horizontale dwarsstokken waarbij de onderste iets korter is. Sint Hilarius van Poitiers? Zie 14 januari

Op de merkstok/primstav: Een grote brede bijl. Noors: Tjuandedag jul: 20 ste dag van Jul, Tjuandedagen, avfaredag, gamle nyårsdagen. Knutsdag. Koning Knud zou de feestdagen hebben verlengd naar 19/20 dagen. Wie deze knut/knud nu werkelijk was is niet helmaal duidelijk. Sommigen noemen ook prins Knoet Lavard van 7 januari. Finland: Op Nuutinpäivä, zoals Sint-Knoetsdag in Finland heet, is een traditie bekend met overeenkomsten met de moderne kerstman. Jonge mannen kleden zich als een geit (Fins: Nuuttipukki) en bezoeken huizen. Vaak is het kostuum gemaakt van een omgekeerde donzen jas, een leren of berken masker en hoorns. Nuuttipukki is een eng personage (vergelijk Krampus, Sunderum, Ouwe Sunderklaas, Sinterklaaslopen en Klozum). De mannen verkleed als Nuuttipukki dolen van huis tot huis, komen binnen en eisen eten van het huishouden (voornamelijk alcoholische dranken).Tegenwoordig wordt dit door de kinderen gedaan. Spreuk: Hyvä Tuomas joulun tua, paha Knuuti poijes viä : "Goede (St)] Tomas brengt Kerst, kwade Knoet neemt (het) weg".

Op 14 januari (St. Pontiaen) hield men een jaarmarkt in Nederland. De Pontiaansmarkt. Eind Januari hield men ook nog een oude markt in Zweden (in Örebro). Sint Pontianus van Spoleto. In Italië vereerd als beschermer tegen aardbevingen (San Ponziano).

14 januari was gewijd aan bisschop Sint Hilarius van Poitiers. Later werd het verplaatst naar 13 januari. Of omgekeerd van 13 naar 14 januari verzet?. Hij zou geschreven hebben over de Trinitatie (Drievuldigheid). Wintervoorspellingen. Als de zon schijnt op deze dag dan zou de winter langer duren. Tevens het zingen van het winterkoninkje.

15 januari: "Heden zijn de 6 donkere weken voorbij, geef de arme een duit, een druppel en een pannenkoek." Sint Pauwel is de eerste van drie harde koppen zie 17 januari.

17 januari was een belangrijke overgangsdatum, bij ons het koudst maar in de zuidelijke landen al de dag dat de zon meer kracht kreeg. Bij ons in Nederland is dat pas hierna vanaf ongeveer de 20 ste. Hier werd ook het weer voorspeld voor het komende jaar. Feest van Concordia en Felicitas. Carmentalia. Nu St. Antonius Abt, St,. Paulus/ St. Pauwel (eerste van de harde koppen). Dit voorspellen duurde wel tot 1 februari.

Drenthe: In Dwingeloo was 17 januari oorsprongelijk "gildedag". Eerst bestond deze uit vier vicariën maar na de Reformatie resteerde alleen het Sint Antoniusgilde. Deze stond in teken van de armenzorg. Rond 1672: Op deze dag kwamen de 12 gildebroeders samen voor een vergadering en maaltijd. Een nieuw lid moest veel betalen. De Sint-Anthoniepacht op deze dag werd meestal voldaan in rogge en boter. En de gildebroeders gingen deze verdelen voor de behoeftigen.

Op Sint Antonius (Sint Tunnis, tweede van de harde koppen) hield men al een vroeg lentefeest als carnaval, Hierbij werd een gemeenschappelijke maaltijd gehouden van geitenvlees met bokbier (als eerste bierbrouwsel) door het Sint Antoniusgilde. ook werd de "Sint Tunnis" als stropop verbrand. Normaal doet men dit pas met Carnaval of Pasen (zie Carnaval). Wellicht dat het feest gewoon doorliep in het Carnavalsfeest. Hierna werd een inzameling gehouden voor het gilde en voor de armen. Sint Antonius werd ook aangeroepen als hulp bij ziekten, vooral voor het zogenaamde Sint Antoniusvuur/ Sint Anthony's fire (Ergotisme of Kriebelziekte). Dit stond in verband met giftige stoffen in koren, met name in rogge wat vooral door de armere bevolking werd gegeten. Zijn symbool is het Anthonius-teken, het Tau-teken ofwel de letter T (van de griekse Tau), het varken (voor de armen), het Anthoniusklokje (bel) en de kleur rood. Demonen staan in verband met zijn betekenis. Op zijn dag werden weersvoorspellingen gedaan, net als op de 20 ste . Ook de kruisbek-vogel werd hierdoor symbool van het kruis. Vanwege zijn verandering naar rode kleur en de kruisvorm van zijn snavel. Meestal kwamen deze vogels onvoorspelbaar net als de ziekte van Antoniusvuur, die ze zouden genezen (ook zouden ze bloedende wonden stelpen, onweer tegengaan etc). Ze worden ook in verband gebracht met het kruis en bloed van Jezus. Ze broeden ook al in januari. De Antonieten waren geneesheren met veel plantenkennis, later werden ze stichters van ziekenhuizen. Het was tevens een ridderorde. Weersvoorspelling: Sint Antonius Schoon (Rein) en Helder, vult het vat en ook de kelder (gunstig jaar).

17 januari of 19 januari: Sint Sulpitius/ Sulpicius/ Pius: weers-voorspellende heilige

17 of 18 januari: Sint Petrus/ Sint Pieter, van de Sint Petrus stoel (derde van de harde koppen).

Soms ging men ook trouwen tussen Kerst/ driekoningen en Aswoensdag (bv. in Moravië). Ook in Bulgarije trouwde men met oud en nieuw of op 21 juni. Traditioneel moest de vrouw dan zogenaamd gevangen worden (veroverd) door de bruidegom. Men trouwde normaal gesproken niet in de vastentijd dus moest men wachten tot na de de kerst.

20 Januari: Sint Sebastiaan en Febiaan. Op de maandag na deze datum (dus al bij de volgende periode van Carnaval) eerde men de heilige met worst. De jonge mannen trekken in Arcen met een trommelaar en een worstdrager langs de boeren om geld of worsten op te halen. Deze worst werd gegeten met zuurkool aardappelen en bier. Het sap zou nu in de bomen gaan.

-------------

Periode van Boogschutter (nu).

Modern Driekoningen in Nederland:

Tegenwoordig wordt dit feest bijna niet meer gevierd alleen soms nog thuis met een brood met boon erin verstopt. Men laat alleen de kerstboom staan tot na Driekoningen. Hierna laat men de bomen ophalen waarna ze op een grote stapel worden verbrand (in sommige plaatsen). Maar veel mensen hebben tegenwoordig een plastic boom. Verder kent men nog de nieuwjaarsduik en de nieuwjaarsborrel. Men drinkt een drankje en eet een hapje in elkaars gezelschap (vaak met collega's op het werk of in een vereniging) zodat men elkaar nieuwjaar kan wensen. Soms eet men nog nieuwjaars rolletjes (opgerold wafelkoekje gevuld met slagroom, "kniepertjes").

Naar het volgende feest