Lentefeest rond Carnaval eind februari:   >>

22 februari tot 20 maart (twaalfde maand)

>>12A

In de vroege prehistorie vierde men een groot feest op eind februari en dit duurde tot de lente equinox. Het is het teken van de zodiak Kreeft. Kreeft bracht symbolisch de zielen naar de pasgeboren kinderen. Men probeerde de wintergod of god van de onderwereld te verjagen door te slaan met stokken en zwepen en de lentegodin te lokken met vruchtbaarheidsrituelen. Het stelt de overwinning voor op de koude winter periode (zie Pasen). De jonge kinderen worden geboren (symbolisch ook de jonge godenzoon) maar als zij overleven worden ze pas met Pasen levensvatbaar verklaard. Hiervoor was het ook van belang om de demonen uit te buurt van de kinderen te houden en zich streng aan taboes te houden. Men mocht na de bevalling bijvoorbeeld geen vlees en dierlijke producten eten tot de "Pasen". De demonen worden symbolisch nagespeeld door zich te verkleden met maskers. Bij sommige volkeren zat daar de wintergod als figuur ook tussen (De Boe-man). Hij wordt nu al (eerder in januari) of later tijdens het voorjaar/ Pasen symbolisch verbrand (zijn kostuum). Zie voor de geboortetijd ook de sterrenbeelden van Afrika.

Kreeft staat voor de brenger van de zielen van de ongeboren kinderen op het noordelijk halfrond. Sommige volkeren zien in sterrenbeeld Kreeft de voederbak/ krib of mand en ezel.

Wellicht de mand waarin de baby op reis gaat over een rivier of zee (Melkweg). Want van de baby is voorspeld dat hij een gevaar vormt voor de oude koning of heerser. Dit idee komt terug over de hele wereld. Zie het feest van de Toren en de draak.

Bijbel: Zoals het verhaal van Mozes en Egypte, als baby in de mand op het water (de ark van Mozes) en Mozes die het water splijt door zijn staf er op te slaan. De symboliek hiervan is onmiskenbaar. Zie periode 3 Zuidelijk halfrond. De ark verwijst naar het schip wat onder Kreta ligt in de zee; zie Argo Navis (Het sterrenbeeld van het grote schip van Jason en de Argonauten).

Andere volgende zodiaktekens zijn: tweeling en stier.

In de landbouwtijd 5900 vChr werd dit sterrenbeeld een Ram. In de periode van Ram werd dit sterrenbeeld Vissen. Vissen werd later geassocieerd met de geboorte, het zou moeder en kind voorstellen verbonden door een navelstreng. Tevens ging men ook letterlijk in deze tijd weer uitvaren om te vissen (zoals in Egypte). Daarom besloot men dat men wel vissen mocht eten tijdens de vastentijd (de vis werd zelfs symbool van de vastentijd). Men kijkt tijdens de warmere tijd uit naar de voorjaarsvogel (zoals de ooievaar, kraanvogel en zwaluw, zie hoofdstuk Melkweg). In sommige landen houdt men een ploegfeest. In vele culturen vaste men ook voor het zaaien. Men deed boete en reinigde zich opdat de oogst goed zou zijn en een nieuw jaar cyclus in kon gaan. Sommige volkeren hielden al nieuwjaarsfeesten. Men vereerde hierbij de maan omdat de nieuwe of volle maan een nieuwe jaarcyclus inluidde van maanmaanden (zoals China, Vietnam, Cambodja, Thailand, Korea, Taiwan etc de maan vereren in periode 8 na hun rijstoogst).

Het omdraaien van rollen is typisch voor nieuwjaarsfeesten bij vele culturen.

Griekenland: De Attische maand: Elafèbolion (Elaphius/ Elafius). Wellicht ook de maand Taureon (naar Taurus: Stier en in verband met de god Poseidon). Genoemd naar: ἐλαφη-βολια: Elaphe bolia: "hertenjacht". (elapheios: van een hert, Elaphos betekent; "hert", modern grieks: ελάφι: elaphi. Zie ook elephas: ivoor, olifant). Wellicht ook de maand Geraestius (tevens in verband met de god Poseidon).

Op de 15de dag van de maand Elafèbolion werd een speciale cake geofferd door de Atheners aan de oude god Cronos (man van Rhea). Deze cake had 12 knoppen (wellicht voor de 12 maanden van het jaar). Maar gelijksoortige cakes werden ook geofferd aan andere goden zoals Zeus, Poseidon en Heracles op andere feesten.

Tijdens de lente-equinox gingen magistraten onder de titel "koningen" naar de top van de heilige heuvel bij Olympia (wat voor soort koningen dit waren is onbekend). De heuvel was bedekt met eiken en gewijd aan de god Cronos. Hier offerden zij aan de god Cronos in de maand Elaphius. Later werd er een tempel van Zeus gebouwd aan de voet van de heuvel (Zeus verving zijn vader Cronos). Cronos was de god die zijn eigen godenkinderen levend opslokte (zie herfst). Er zijn verhalen van het offeren van baby's aan de voet van deze heuvel en aan de Lycaean Zeus op de Berg Lycaeus in Arcadië.

In Griekenland viert men 3 weken carnaval voor de vastentijd. Het feest heet "Apokriés"en staan in verband met de wijngod Dionysus want de wijn is dan gerijpt. het verhaal van de baby overeen met Dionysus (ook als geit, en verbonden met de ploeg en wijn) die te vroeg geboren werd in zijn zesde of zevende maand als nakomeling van een intrige van een sterfelijke moeder en een mysterieuze hemelse vader. Dionysus is naast werd ook "hij van de graan wan mand" genoemd als graangod. Zie ook Persephone als graan en voorjaarsgodin Kore die nu als het ware hergeboren werd en uit de onderwereld terugkeerde in haar gouden wagen. In Mantinea vierde men het feest van Koragia. Haar voorgangster was haar moeder de graangodin Demeter. In het voorjaar werd ze vereerd als groene Demeter. In Athene en andere plaatsen werden aan haar zeugen met jonge biggen geofferd. Men denkt ook dat godin Persephone/ Demeter als een zeug in de onderwereld verbleef gedurende de winter. In sommige plaatsen werd het beeld van Persephone uit een boom gesneden en elk jaar in de steden gebracht. Voor haar werd gedurende 40 dagen gerouwd, hierna werd het beeld verbrand.

Het snijden van het beeld komt ook terug in het feest van Daedala dat gehouden werd om de zoveel jaar (sommigen om de 4 jaar of 6 jaar, anderen beweren 60 jaar wat overeen zou komen met een cyclus van de planeet Jupiter. In Boetië , Plataea zou men naar een heilig eikenbos gaan en eerst vlees voor raven neerlegeen. Men deed voorspellingen naar de manier waarop de raven aten. Daarna een heilige eik omkappen. Hieruit werd een beeld (daedala) gesneden en aangekleed als een bruid en op een ossenwagen gezet met een bruidsmeisje als begeleider. De wagen werd rondgereden (soms ging men naar de berg cithaeron/ kithairon om een vaars en stier te offeren met andere dieren en wijn etc aan Hera en Zeus. Het beeld of geheel zou ook gebaad worden in de rivier de Asopus. Volgens een mythe was Hera boos op Zeus. Zeus volgde het advies op van de priester van de berg Cithaeron/ kithairon (volgens anderen was het Alalcomenes, de opvoeder van godin Athena) om een beeld te maken van zijn tijfelijke geliefde Plataia, de dochter van de riviergod van Asopus. Wanneer de jaloerse Hera toesnelde om de sluier op te tillen van Plataia was ze niet boos meer maar opgelucht omdat ze niet echt was en vergaf Zeus. Daedalus betekent ook: "kundig gemaakt" (zie de mythe van Daedalus en Icarus).

In de maand Geraestius vierden de Griekse Troezen uitgebreid feest. Op een van de feestdagen mochten de slaven spelen doen met schijven met de gewone burgers en kregen een banket geserveerd door hun meesters. Ook eerden de Grieken de god Hermes in Kreta. Waarbij de rollen werden omgedraaid. De slaven mochten op een dag van deze feestperiode aan tafel zitten en werden door hun meesters bediend. De Thessaliërs hielden een groot feest dat Peloria (monster) werd genoemd. Tijdens dit feest werden offers gegeven aan Pelorian Zeus (Zeus als de monsterdraak, zie sterrenbeeld Draak). Alle vreemden werden uitgenodigd aan tafels met eten. Gevangenen werden bevrijd. Slaven mochten aan het banket deelnemen. Ze mochten zeggen wat ze wilden en werden bediend door hun meesters. Maar wellicht werd een van hen uitgekozen om geofferd te worden in deze of de volgende periode. De Pelorian kliffen van Sicilië zijn bekend van de mythe waarin graangodin Demeter haar dochter Persephone verstopte, bewaakt door een draak en waar ze het wol kon spinnen zoals Pallas Athena. Door het huwelijk met de hemelse draak was ze zwanger geworden en ze baarde Zagreos/ Zagreus, "de gehoornde" baby (ofwel Dionysos van de lente). Deze kleine god wou de troon van Zeus innemen.Vertaling onzeker.

Men houd ook optochten en verkleedpartijen en rituelen. Zie ook de rituelen van Thracië. In de 2e week (kreatini; vleesweek) mag elke dag vlees worden gegeten. De donderdag (Tsiknopempti; rookdonderdag) is het hoogtepunt met markten, gemaskerde optochten waarbij ook veel mannen zich als vrouw verkleden. Op de zaterdag van de 2e week viert men een soort Allerzielen (psihosavato). Men leest in de kerk de namen van degenen die het voorgaande jaar zijn gestorven en men bezoekt dan hun graven. In de 3e week (tyrini; kaasweek) eet men vooral zuivel en worden de grootste optochten gehouden. Op schone maandag gaat men uit picknicken en houd men vliegerwedstrijden (brengt geluk) men mag alleen vis eten en geen vlees of zuivel meer. De vastenweek erna werd besteed aan de voorjaarsschoonmaak. Ook word er in Griekenland aan het eind van de carnaval in Galaxidi gestreden met gekleurd meel.

In Pylos in 1895 op de avond van de eerste dag van de Griekse vasten, die dat jaar viel op 25 februari. Een pop met een grotesk masker als gezicht werd op een draagbaar rondgedragen. Gevolgd bij een spot-priester met een lange witte baard. Voor het beeld liepen twee toortsdragers en ook andere figuren liepen mee onder melancholieke muziek. Op het dorpsplein werd een groot vuur aangestoken en de priester danste hier omheen zijn wilde dans. Daarna werd het beeld in brand gestoken. De priester gooide zijn baard in het vuur. Ook in Tarsus in Sicilië verbrandde men een keer per jaar het beeld van de god Sandan (wellicht van Sandes) die door de Grieken gelijk werd gesteld met Heracles. In de mythe van Heracles zou hij zichzelf aan het eind ook op een brandstapel hebben geworpen. Maar Heracles zei wel dat de brandstapel gemaakt moest zijn van eik en wilde olijfhout. Zie ook Noord-Midden (12c en 1c) Libanon. Over de kwartel als voorjaarsvogel (behorende bij Heracles en zijn moeder). Heracles dood en directe werderopstanding.

Wellicht hield men in deze periode in Griekenland de heilige ploeg ceremonie (In Nederland pas met april/mei) zoals in Thracië. In Athene hield men de ossen ploeg ceremonie in een veld aan de voet van de Acropolis tempel. De Grieken zongen liederen van de kraai en de zwaluw. Waarbij ze de vogels of afbeeldingen daarvan ronddroegen (dit deed men meestal om giften op te halen, zie de meifeesten in Europa). Nu nog steeds gedaan. De kraai stond symbool voor de winter (zie 1c) en de zwaluw voor de lente.

Het was ook de Romeinse begin van de vastenperiode. De Romeinen vierden feesten ter ere van de god Mars en Juno (vaak al eerder op 11 maart want men dacht dat het nieuwe jaar hier begon, door de kalenderverschuiving). Nu ook St. Jozef of St. Patrick. De godin Juno (godin van de geboortes) en de god Janus stonden standaard voor de eerste dag van iedere maanmaand. Terwijl Jupiter op het midden van de maanmaand stond op de volle maan (zie midden van het jaar juni). De nieuwe Juliaanse kalender van Julius Caesar (100-44 vChr) werd gebaseerd op de Egyptische zonnekalender.

De maand maart (van de Romeinse Martius of planeetgod Mars) stond in het teken van de oorlogsgoden; Mars, Minerva en ook Juno.

De Romeinen hielden ook paardenrennen ter ere van Mars. De mythische Numa Pompilius (rond 715-673 vChr, de tweede keizer van Rome, noemde de maand Februarius (Februari). Wellicht van "februa"; een geitenleren riem die gebruikt werd tijdens de vruchtbaarheidsriten in deze perioden. Of het zou afstammen van "februare"; "reiniging". Destijds was Februarius de laatste maand van het jaar voor de kalenderhervormingen. Na 23 februari werd soms de 13de schrikkelmaand Mercedonius ingevoegd (Deze periode). Dit zou afstammen van "Merces"; lonen. Want de arbeiders kregen in deze periode uitbetaald. Maar staat natuurlijk ook voor de god Mars, zie hieronder. Mercedonius bevatte 22 of 23 dagen en zou om de 24 jaar worden ingevoegd om de korte maankalender aan te vullen. Later is dit gewijzigd door de kalenderhervormingen.

Tijdens de regering van Claudius werden in Rome krijgsgevangenen, zoals Vercingetorix, zes jaar onder het Capitool in de kerker opgespaard voor ze uiteindelijk (in het zevende jaar?) aan Mars in grote getalen werden geofferd.

Latijn: 12: Duodecim

Op 1 maart was het feest van de Matronalia: Op deze dag werden de slavinnen vereerd en bediend door hun meesteressen (rollen omgekeerd). Ook het feest van de vernieuwing van de lauwerenkronen zo op 1 maart hebben plaatsgevonden en later verplaatst zijn naar 1 januari. Zoals de Saturnalia gevierd worden in de wintertijd. Zie ook het feest van Driekoningen waarbij de rollen worden omgedraaid.

Op 14 maart werd een man gekleed in huiden in processie door de straten van Rome geleid. Hij werd gelagen met lange witte stokken/ takken en uit de stad gejaagd (richting het land van de Oscanen, de vijanden van Rome). Hij werd Mamurius Veturius genoemd; "De oude Mars" (Ofwel; de Mars van het oude jaar). De dansende priesters van Mars; de Salii mochten op de huid van Mamurius Veturius slaan. Deze ceremonie had plaats op de dag voor de eerste volle maan van het oude Romeinse jaar (Het nieuwe Romeinse jaar zou beginnen op 1 maart). Deze riten van het verjagen van de demon(en) of god van het oude jaar komt terug bij vele culturen. Deze volle maan kon dus ook vallen op eind februari. Nu was Mars eerst een god van het gewas, aan wie de boeren baden voor een goede oogst. Pas later werd hij god van de oorlog. (Zie ook: The Golden Bough:Sir James George Frazer, part VI The Scapegoat (zondebok) blz. 229-235). Tijdens de herfstfeesten werd aan hem een paard geofferd als dank voor een goede oogst. De dansende priesters van Mars; de Salii maakten hoge sprongen voor hem in de Comitium, het politieke centrum dit deden ze twee keer per jaar; in de lente maand van maart en in de herstmaand van oktober. Dit waren tevens de Romeinse zaaimaanden (In Italië zaait men eerder door de zuidelijke ligging ten opzichte van Noord Europa). Ze vroegen ook hulp aan Saturnus, de god van het zaaien. In Rome waren de Salii verdeeld in twee groepen van elk 12 leden. Wellicht een verwijzing naar de 12 maanmaanden. De Fratres Arvales; "Broeders van de geploegde velden" was een Priestergroep van twaalf leden die ook voor het gewas dienst deed. Ze droegen een kans van korenaren. De Salii droegen een puntige bronzen helm en een zwaard aan de zijde. Op de linkerarm een speciaal schild en in de rechterhand een staf met knop op de uiteindes om op de schild te slaan voor het ringende geluid. Ze zongen en maakten lawaai op hun schilden op verschillende plaatsen en op verschillende dagen in de stad (dus zal dit ook op de Idus van 15 maart zijn gevierd). Wellicht om de demonen te verjagen waarbij het schild meer dienstdeed als een soort gong. Maar het idee van strijd (en strijdtenue) was ook symbolisch voor de strijd van goed tegen kwaad (demonen en slechte geesten) voor er gezaaid kon worden en een algemeen idee bij vele volkeren over de hele wereld.

15 februari: Lupercalia: Vruchtbaarheidsfeest dat door de kalenderverschuiving in Nederland nog werd gevierd als Carnaval: Spurcalia in Februario".
Deze naam werd later door het kerkelijke concilie verboden.

21 februari: feralia/ feralium: "van de doden". Feest waarbij de doden offers werden gebracht.

22 februari: Grieks: Charistia: familiefeest, jaarlijks gevierd. Grieks: káris, Latijn: charites. De 3 gratiën. Zie Grieks: charisma: genade(gave) , charis: genade(gave), bekoorlijkheid, schoonheid, bevalligheid, lieflijkheid, blijdschap, gunst, vriendelijke stemming, liefdesdienst. Charisterion: teken van dankbaarheid; dank (offer).

Op 24 februari (vroeger rond 6 maart, door de uitgelopen kalender) het feest in Rome: Regifugium; "vlucht van de koning". Een offer werd gegeven in het Comitium en daarna vluchtte de koning van de heilige riten van het forum. Wat het precies betekende is onbekend. Het zou kunnen slaan op het carnaval waarbij de koninklijke taken tijdelijk werden overgenomen door de leider van het carnavalsfeest.

17 maart: Liberalia feest ter ere van de god Liber en godin Libera (zie ook de oogstfeesten). Liber werd vergeleken met de Griekse Dionysos/ Romeinse Bacchus. En Libera met de graangodin Ceres.

GERMANEN Vruchtbaarheidsfeest om de lente te lokken. De godin "Nerthus", moeder aarde, rondgevoerd op een heilige wagen door koeien getrokken en afkomstig van een woudrijk eiland in de Oceaan (wellicht verwant aan de Griekse groene graangodin Demeter of haar dochter Persephone als Kore die in het voorjaar terugkeert). Alle plaatsen die de Nerthuswagen bezocht vierden vrolijk feest. Er werd geen oorlog gevoerd of wapens gedragen. Alles wat van staal is werd opgeborgen. Na het feest werd ze teruggebracht naar de tempel waarna het beeld, de wagen en het stof van de wagen werden gereinigd in een heilige bron. ( in de antieke wereld vinden we ook veel van deze heilige wagens). We kunnen de wagen van Nerthus ook vergelijken met een beeld van de barende godin op de stoel of troon. Tacitus zou vermelden dat de wagen en ambtsgewaden/ stof van de wagen van Nerthus werd gewasen in een meer en dat direct daarna de slaven die haar dienaar waren werden opgezwolgen door het meer. Wat het precies betekende is onbekend. Wellicht reinigden zij zichzelf ook. Vertaling onzeker.

Noord Germanen hielden op de grafheuvels een soort dodenfeest waarbij offers en offerbroden werden aangeboden ter ere van hun god (Later ook door Romeinen gevierd 17-22 februari).

Tijdens de Vastenavond/ carnaval werd veel worst gegeten. Het is nog altijd het feest voor de vastenperiode 'Carne vale'/ "Carne Levare" betekent "vlees vaarwel" of "vlees wegnemen". En "carnelevale"zou opheffing van vlees betekenen. Maar het gewone volk at doorgaans geen vlees maar vis (zoals haring). Het zou ook van 'carrus navalis' kunnen komen waarbij het slaat op het Romeinse voorjaarsfeest waarbij het schip op de wagen word vervoerd (met de afbeelding van Bacchus). Zie ook Argo Navis, het grote schip of de ark. In het frans is "carême"; onthouding (vasten). Zie ook de Griekse Cronus

Vastenavond komt van het oude woord 'Vastelavond' (faselavond). Middeleeuws: "Fastelavont". Dit zou slaan op: faseln: zwammen/onzin verkopen. Maar ook "gedijen/paren/fokken" een lente term. Het oudgermaanse 'Faseln'. Het Duitse woord "faselen" staat gelijk aan het Franse woord "déliren": dit betekent; kolderen of raaskallen. In Zwitserland noemt men de Carnaval ook wel Faselnacht, Deens Fastelvan, Slowakije Fasiangy en in Duitsland heet het Fasching. Het staat dus ook voor "gek doen" en "uit de band springen". Het Duitse Faseln zou ook afstammen van fast shank; "de laatste alcohol" , voor het vasten. Maar lijkt ook "laatste maand" te betekenen.

Ook ons woord voor voorjaar; "lente" stamt uit de vastentijd; Lent of Lend.

Van Maangod naar nar:

In Nederland kennen wij de Manus figuur als maangod (maanduider) en carnavalsfiguur (Nar). Dit komt terug in het spreekwoord; "Manusje van alles". Dat wil zeggen; iemand die alle rollen kan aannemen of allerlei handigheden heeft.. Symbolen van de nar zijn de spiegel en de haan (Dit stamt af van de spiegel, kam, maan en de uil van de godin). De nar gaat rond met Prins Carnaval en zijn gevolg. Vaak draagt hij een speciaal pak (vroeger met dieren-oortjes) met bellen en een staf (marot). De maan is ook symbool van de maandag. De maan zou helpen bij een makkelijkere geboorte.

De griekse god Dionysus in de vorm van Zagreus (het gehoornde kind). Geboren uit Zeus die in de vorm van een Slang Persephone zwanger gemaakt zou hebben. Hij klom direct op de troon van zijn vader. Hij keek in de spiegel en veranderde vervolgens in Zeus, Cronus, een jonge man, leeuw, paard, slang en als laatste in een stier. Als stier werd hij door de Titanen in stukken gesneden. Zeus nam wraak op de Titanen met zijn bliksem. In sommige versies zou Persephone of Demeter het hart van Zagreus hebben gered. Met de as van de Titanen en het vlees van Zagreus zou het mensenras zijn geschapen. Zo zouden de mensen het goddelijke goede en het Titaanse slechte in zich dragen als dualiteit. Zeus zette het levende hart weer in Semele die de god opnieuw geboren zou laten worden als Dionysus. In de versie van Kreta van deze Mythe gaat het om Jupiter en Juno in plaats van Zeus en Hera en Dionysus hart werd gered door Minerva. Dionysus werd weergegeven als stier of geit. Vertaling over Zagreus onzeker.

Met de spiegel werd in het algemeen ook een meer bedoeld die gezien werd als poort naar de andere wereld. Hierin gooide men offers (zie de vorige periode). Ook de Germanen en Kelten kennen zulke heilige meren. Wellicht werd Dionysus in 14 stukken gereten (op 14 altaren waar Dionysus met 14 heilige vrouwen huwde) want de Titanen waren met 14 (7 mannen en 7 vrouwen). Het doden van de volwassen graan-god(in) werd vergeleken met de oogsttijd van het graan.

De Iers-Keltische opperdichters/ verhalenvertellers (féine) hadden een basisstudie van 7 jaar en een lange studie van 12 jaar. Ze droegen een craebhciuil bij zich, een klein takje met belletjes eraan om mee te rinkelen. De Ollamh (professoren) hadden een gouden tak, de Anruth (nobele rivier) een zilveren en de rest een takje van brons. Het takje stellde de levensboom voor in het klein en de bellen de vruchten ervan (zie de appelboom, periode 8B). Sommigen noemden de tak met bellen ; Slat an droichta. Gedragen door de mythische Mannanán  Mac Lir, Sencha, de hoofdbard van Ulster en Neidé.

Franse: Ogre/ Oger; veelvraat/ mensenetende reus. Zoals de bouffon, de vreter van Carnaval (van bouffer/ bouffant: opbollen, opzwellen, vreten). Gelijk aan de Nar met zijn zotte streken. Gelijk aan Holle Bolle Gijs (van een oud Nederlands volksrijm) met zijn vraatzucht op zijn holle-bolle-wagen .

In de middeleeuwen komt de figuur Hans Worst naar voren. Afkomstig uit Duitsland als Hans Myst en later Hans Wurst. Hij is een rustigere versie van de demonen of narren die op Fastnacht rondgingen. In Oostenrijk heet hij ook Wurschtl, Hausnarr, Hansdampf, Kasperl of Bajazzel. Als clownsfiguur trad hij op en maakt grapjes over alles en iedereen als nar (zo leerde hij de mensen ook morele waarden en normen, zie de clownsfiguren bij de Indianen in Amerika ). Zo was de nar eigenlijk heel wijs (wellicht ook als schrijver) en begeleidde de koning als hofnar (Engels: Buffoon/ Jester). Bij de Maja's was er een dwergfiguur die de heerser begeleidde en de toekomst voorspelde (door in de spiegel te kijken). Dus eigenlijk een soort ziener. Zijn kleding veranderde in de tijd ook van nar naar boer en middeleeuwse kleding met steekhoed en grote kraag. Later ook in het volkstheater. Men kent hem ook als Bobbejak, als dikke drank of jeneverkan, zittend op een steen. De Nederlandse Bobbejak is een ondeugd zoals de Bobbejaan; "Kees/ Cornelis" of een baviaan aap.

Als Harlekijn of zot(Arlecchino of de Italiaanse Bajazzo). Ook kan hij als voorbeeld hebben gestaan voor Dyl Ulenspeghel/ Tijl Uilenspiegel/ Till Eulenspiegel uit 1500. Waarbij de uil als symbool voor domheid is geworden net als de nar. Zo kreeg de nar een kap met ezelsoren en soms droeg hij 1 kapotte schoen of hij werd afgebeeld met een pijl door zijn hoed. Hij ging optreden op meerdere markten in het jaar en bij processies (zie de middeleeuwse Rederijkers). Vroeger moest de nar het publiek in het spel betrekken. Pierken de stadsgek of nar van Utrecht trad ook op bij het feest van Sint Maarten rond 1523 in Nederland. Toen zijn optreden verboden werd veranderde hij in de poppenkast als de figuur Jan Klaassen (Duits: Junker Stockfisch) samen met zijn vrouw Katrijn waar hij toch nog de spot kon drijven. Ze komen voor in heel Europa onder diverse namen. Men vind de nar ook nog terug in het kaartspel als de Joker, waar hij voor geluk staat want men mag dan uit alle kleuren kiezen. In het Tarotspel staat hij zowel voor de nar als de dwaas die alles onbezorgd aandurft In het Frans wordt hij ook de "Mat" genoemd (wellicht van "schaakmat"). De nar is tevens verwant aan de bard, minstreel, troubadour en jongleur. Wellicht beheerste hij meerdere kunsten. Hansworst wordt tegenwoordig negatief als scheldnaam gebruikt.

In Limburg bespotte men graag de overheid en politiek. De "buuttereedners" hielden speeches. De "aldewieven", als oude heksen verklede personen, maakten spotliederen en grappen.

Het verbranden van de winter-god(in):

Het verbranden van de winter kunnen we in de prehistorie ook zien als: het branden van het droge gras in het voorjaar. Opdat de veldmuizen en ander ongedierte werd verbrand. En rituelen voor het vruchtbaar maken van het land. In deze tijd werd dit vooral gedaan door middel van vuur in vele landen.

Na de Carnaval wordt de wintergod(in)/ god(in) van het gewas vaak verbrand in de vorm van een pop. We kennen haar ook als de oogstpop (meestal in vrouwelijke vorm als oogstgodin). Ook in de vorm van het oogstbrood. De naam Mardi/ Marty-Gras staat voor "Maarten van Gras"(stro). Dit is dezelfde St. Maarten figuur van november en was de strijder god Mars van de Romeinen. Wellicht kwam hier ook het woord Martyr vandaan (Grieks: martys = getuige); Martyriüm betekent: Lat., de dood voor het geloof. Martelaar, iemand die gemarteld wordt en zich opoffert gelijk aan Jezus die vlak voor de Pasen gekruisigd werd. Zie ook Yuvanne Martiseru, de wintergod die al tijdens de carnaval op Sardinië (zie Driekoningen) werd gedood omdat hij de winter (of het oude jaar) verbeeldt. De mensen dachten ook dat hij/ zij de pijn en zonden van alle mensen zou meenemen naar de andere wereld en zo zou iedereen automatisch worden gereinigd. De namen Marcus, Marcel en Marco zijn ook afgeleiden van de naam Mars. Maarten betekent ook krijgshaftige of strijder. Mars komt ook terug in de naam "Marsepein" dit suikergoed gemaakt van suiker en amandelen en was ingevoerd door de Romeinen en werd de vervanger voor echte offers zoals het zwijn door de Germanen. Dit suikergoed wordt daarom ook Marcusbrood genoemd. Verder werden er ook andere heiligen verbrand zoals Paulus, Klaas en Judas.

De naam Judas kwam waarschijnlijk gewoon van Judea (komende uit Israël). Hij is door de christelijke kerk later aangewezen als zondebok (Judas Iskariot). Maar Jezus wist dat hij verraden zou worden door Judas. Judas zag later in wat hij had veroorzaakt en benam zichzelf van het leven. In de 12 de Eeuw zocht men een soort zondebok als vervanger voor Jezus aan het kruis. Wellicht ook doordat men meer de nadruk ging leggen op de Joden die zogenaamd de schuld zouden hebben aan de dood van Jezus. Men noemt als vervanger van Jezus aan het kruis; Simon van Kyrene, Barabbas de moordenaar, Judas, de schaduw van Christus of de 13 de apostel. Zie ook de latere middeleeuwse geschreven evangelie van Barnabas. Jezus, in sommige versies van de Koran, werd een soort rechter of scheidsrechter die de antichrist (Dajjal) doodde. Judas Iskariot heeft attributen zoals de Judaspenning; de plant met de zaden in de vorm van geld. Judas was ook de naam voor de winterpop die men ging verbranden. Engeland: Vroeger maakte men ook aan het begin van de vasten (Lent) een stro-figuur met lompen aan. Hij werd getrokken of gedragen door de straten met veel lawaai en muziek. Daarna werd hij verbrand, beschoten of door een schoorsteen gegooid. Deze pop werd genoemd; "Jack o' Lent" (Sjaak van de Vasten/ lente) en werd door sommigen gezien als Judas Iskariot (Bron Sir James George Frazer, boek deel 3 blz 230).  Sjaak (in het Engels Jack), is een andere naam voor de veranderende god door het jaar. Of in het Nederlands hij is; de klos/ de Sjaak/ de Pineut (De zondebok). We zien hem terugkomen als Sjaak met de Levensboom (Sjaak en de bonenstaak) en Sjaak met de lantaarn (Sjaak met de pompoen) bij de andere feesten in het jaar. Gelijk als de Griekse god Dyionisus als goden van het graan/ vegetatie/ fruit. Van oudsher werd meestal de traagste werker (of traagste dier)/ luilak bestempeld als zondebok. Dit zien we ook terug bij de feesten. Ook W. Mannhardt (zie Baumkultus pp. 532-534) zei dat de geest of god van vegetatie jaarlijks moest verbrand worden.

We kunnen het ook zien als de wintergod Mercurius (Christelijk; Lucas) wordt vervangen voor de lentegod Mars (christelijk; Marcus). Marcus is weer verbonden met Sint Petrus. Met zijn symbolen als de sleutel (opener van het jaar) en de lentevogel de haan. Zie ook de volgende periode.

Soms verbrande men ook de wintervrouw als heks (Na het feest van de winterzonnewende, zie Driekoningen). In de Belgische Ardennen noemde men haar Makral. Soms voorgesteld als een oude vrouw (grand-mère: oma/ grootmoeder/ wintergrootmoeder) waarbij men symbolisch de winter verbrand. In Polen wordt de wintervrouw als stropop dan ook Marzama of Marsanna genoemd (zie voor meer informatie bij de volgende periode 21 maart, het feest in andere landen). Maart genoemd naar moeder Marta. Zie ook Baba Marta. Vaak als pop in het water gegooid. Deze werd later ook door de kerk veranderd in de Judaspop. In Frankrijk ook Grannas of Granno (zoals het Engelse Granny). Wellicht later verbasterd tot de Keltische god Grannus. Het doet mij ook denken aan de simpele basis voor de naam naam "graan-moeder". De oude die werd verbrand om plaats te maken voor de jonge.

Marsyas. Hij werd opgehangen aan een pijnboom (de hemelboom van de Frigiërs). Zie de mythe bij het sterrenbeeld Tweelingen. Zie de hangende man.

In India offerde de grote god Prajapati zich op. Elke dag herinneren de Brahmanen( heilige mannen) zich hieraan door de creatie- en redder god in stukken te breken en elke dag weer samen te puzzelen omdat het universum ook zo behouden zou blijven.

Zie ook de Chinese Mang (van de lentefeesten in februari).

Inca's: In een latere mythe werd beschreven dat de god Pachacamac (schepper van de aarde, vereerd in de tempel bij Lima aan de kust van Peru), zijn halfbroer doodde. Hij hakte zijn lichaam in stukken en plantte deze in de aarde. Zijn tanden werden maïs, de beenderen yucca en het vlees groente en fruit. Zijn offer was dus nodig om de cyclus van de landbouw voort te zetten. Het in stukken hakken van de offers en uitrukken van de ogen komt ook voor op de tempelmuur van Cerro Sechin van 1300 vChr en in de Mocha- en Nasca-afbeeldingen.

In Steyl (Nederland) hield men vroeger een "Kaetelgerich", een soort spot-rechtbank onder aanvoerder van de duivel Lucifer (Lucifer komt van Lucia). Maar dit werd gedaan met veel humor om ongestraft kritiek te geven op de maatschappij, politiek of op sommige personen. Ook in andere landen heeft men een soort rechtbank waarbij een carnavals figuur wordt veroordeeld.

In de middeleeuwen gebruikte men in Nederland en België misdadigers bij spelen. Zij namen de rol van de gehate tegenstander (zoals de Jood) omdat de toeschouwers zich te veel inleefden in het spel en het zo uit de hand liep dat men zich letterlijk ging wreken.

Meestal verbrandde men de pop aan het eind van het carnavalsfeest en meestal op Aswoensdag (vandaar de naam As; van de as van het vuur). Of Belgisch; rook-donderdag. Shrove komt van Shriven; Grieks; skarīphos; schrijven/ Latijn Scribere; Het betekent letterlijk "een bekentenis afleggen" waarna het oordeel volgt.

Het verbranden van de winter-god(in) werd vroeger (in de koude tijd) ook pas tijdens de lentefeesten gedaan, zie Maart, Pasen en de meifeesten of Pinksteren. Men ziet dan ook soms de Wilde-man in deze figuur (zie Heracles/ Hercules) vergelijkbaar met god van het gewas.

Duitsland: Vroeger in het dirstrict Salza bij Meiningen werd een bepaald bot in het varken genoemd: "De Jood op de wan-mand/ zeef". Het vlees van dit bot werd gekookt op Vastenavond. Het bot werd geplaatst bij de as die men kreeg als cadeau op 21 februari. Deze werd gemengd met het zaaizaad om het vruchtbaar te maken. In Hesse, Meiningen en andere dirstricten at men bonensoep met gedroogde varkensribben op Aswoensdag of Kaarsenmis. De ribben werden dan verzameld en in de kamer gehangen tot zaaitijd. Ze werden in het zaaiveld gestoken of in de zaaizak gedaan tussen het vlaszaad. Dit zou beschermen tegen ongedierte en het vlas beter laten groeien. Zie ook het oogstvarken bij oogstfeesten.

De geesten gingen weer rond en men luidde de klokken tot 21 maart. Het feest begon vaak al eerder in januari en februari en duurde eerst tot 21 maart, daarna tot 5 maart en later maar 3-4 dagen tot 26 maart; Maria Boodschap/ St.Pieter/ St. Matthias. Het vasten begon hier ook en het is dus te vergelijken met Vastenavond/ vette dinsdag (Mardi Gras) en daarna Aswoensdag.

In Brabant op de eerste zondag van de Vastentijd: Vroeger verkleedden mannen en vrouwen zich als vrouwen. Ze gingen met brandende toortsen naar de velden waar ze dansten en vrolijke liederen zongen om zoals ze beweerden de "de slechte zaaier" te verjagen (in de christelijke kerkdienst genoemd). In Limburg in Maaseik en in andere Limburgse plaatsen, op de avond van deze eerste zondag gingen kinderen rennend door de straten met toortsen. Daarna maakten ze kleine vuren van stro in de velden en dansten er rond om heen.

Carnaval werd ook de Bacchusdagen genoemd (naar de Romeinse god van de wijn). Grieks: De vrouwelijke volgers van de god van de wijn werden "Bacchanten" genoemd of "Maenaden" (gekke vrouwen of Lenai) van het Lenaiafeest omdat het gehouden werd in Lenaion. Zij liepen in geitenhuiden en dansten in extase. Ze werden vaak gevolgd door de Satyrs (bosgeesten als bokken en geiten verkleed) en dit speelde men na verkleed met maskers. De Griekse opvolger van Dionysus/ Dyonisus was de Satyr. De Satyrs bestaan al sinds 700 vChr. Vaak weergegeven met hun fallus in opgewonden staat. Zij dansen en achtervolgen de meisjes. De Maenaden waren gekleed als faunen met klimop versieringen in het haar. Ze droegen een "thyrsus"; staf met een sparappel bovenop. Deze groep zou de bergen in trekken om te zingen en dansen, dit vierden ze twee maal per jaar. Dionysos werd ook wel Lusios; "de vrijlater" genoemd . Hij werd in het voorjaar weergegeven als een baby in een mand waarin normaal het graan wordt gewand ("hij van de wan-mand). Zie ook het feest van Sint Joris en de Draak. Dionysos ging ook de wereld rond zoals naar Egypte en India om deze te bekeren. Anders zou hij niet op de berg Olympus worden toegelaten. Hij had ook een wagen door panters getrokken en versierd met klimop en druiven. Hij vertelde ieder over zijn geboorte en dat hij de zoon van de grote god Zeus is.
Maar het volkt lachte om de bedelaar Selenos en de barbaar Dionysos. Hij kon toch geen zoon van god zijn! Zijn tantes, de (3?) zussen van Semele zeiden dat Semele loog
en dat ze de echte vader niet wou noemen. Met stenen en pijlen werd Dionysos en zijn gevolg uit de stad verjaagd. Hij ging naar de berg Kitaron bij Thebe en dansten met zijn gevolg en
de Centauren. Hij gaat naar de stad om de gezusters gek te maken (dronken door de wijn) en nodigt de mensen uit op berg Kitaro voor een drankfeest en orgie.
Want Dionysos zei dat mensen ook hun donkere kant moesten aanvaarden en dat alleen de goden perfect waren. Hierna werd hij als Griekse god erkend. Daarna ging hij per schip de eilanden bekeren. Hij droeg een staf en pantervel. Uit het feest ter ere van Dionysos in de lente en herfst ontstond het
Griekse theater met maskers en kostuums. Tijdens de riten at men het offerdier als lichaam van Dionysus. En wijn als zijn bloed om één met hem te worden.

De Griekse Pans, Satyrs en Silenussen werden vervangen door de Romeinse Faunen en Silvanussen (bosgeesten). Een Russische bosgeest die tevens geest/god van het graan was, noemde men Ljeschi.

In Europa zou in de middeleeuwen ook een soort koningin op het schip op een wagen door het dorp worden gereden.

In de middeleeuwen kwamen op een schip de narren de stad binnen. (deze schepen heetten in Nederland "blauwe schuiten": Blaue Scute. Hiervan bestond een gilde) 'S nachts zouden veel vrouwen naar het schip komen, met loshangende haren, sommigen halfnaakt, anderen slechts gehuld in een eenvoudig bovenkleed en deden mee aan de rijdansen rondom het schip. Soms onderbrak men de dans en gaf men zich, onder luid gekrijs, aan orgieën over. En dit duurde meer dan twaalf dagen achtereen. Tijdens de Carnaval mocht men doen wat men wou en kon zich even te buiten gaan als uitlaatklep. Vaak droegen de mannen vrouwenkleding en de vrouwen mannenkleding met maskers. De droegen muziekinstrumenten en dronken veel wijn.

"Van Pape vastelavont tot groote vastelavont" mocht men vreugde vieren en de meesterknapen en gezellen in Dordrecht mochten nu gokspelen houden; "met de teerlingen (dobbelstenen), de quaertspelen en cruysmunten". Graven en hertogen ontvingen speelgeld van hunne onderdanen. Hun gevolg droeg nieuwe kleding en de burgemeesters waren groots uitgedost. Ze gaven elkaar vrij kostbare geschenken. De steden onthaalden de magistraten op een grote maaltijd. Ridders en burgers nodigden hun vrienden uit voor een banket of maal. Op groot vastenavond was alles toegestaan; eten, drinken, seks, stelen, roven en moord. Sommigen hadden daar een lange reis voor over. Dit gebeurde ook in andere Europese landen, zelfs in Rome. (Overigens kende men vroeger wel al het condoom, in de vorm van een vlies van een dier , blaas? of zelfs het vruchtvlies van een pasgeboren kind)

In de 14de eeuw deed men al aan het zich verkleden (mommerijen). Dit was ook handig bij het plegen van ongeregeldheden.

Tijdens de Carnavalstijd op Vastenavond trok men rond met de foekepot of rommelpot. Dit was een potje bespannen met een varkensblaas waardoor een roetje werd gestoken. Door het vochtige rietje op en neer te bewegen kreeg men speciale muziek. De kinderen gingen zingend hiermee rond om lekkernijen (worst en pannenkoeken) of geld (dit deed men al vanaf Driekoningen) op te halen. Ze zongen dat ze voor het geld een haring gingen kopen. Vaak gingen de kinderen rond met een mombakkes (masker) en een duivelspak. Vroeger gingen de armen muzikanten met de foekepot s'nachts langs het huis die een zwijn of varken geslacht hadden om te bedelen om worst. Ze zongen hierbij liedjes. Als ze geen worst kregen wensten ze de bewoner slechte dingen toe. In Italië heet de foekepot; cupa cupa en in Brazilië; cuíca.

Pannenkoeken werden algemeen gegeten voor de Vastentijd. Ook worstenbrood hoort hierbij. In Boxmeer organiseerde men op de maandag voor Aswoensdag het metworst-rennen waarbij jonge mannen te paard een wedstrijd reden. In 1383 hield men in Nederland ook hanengevechten tijdens Carnaval.

Vroeger zongen de jongeren op vastenavond het lied van Thur en Thurdrecht. Thurdrecht zou de plaats Dordrecht zijn. In de zestiende eeuw droeg de aanvoerder van de dans een zwaard en zong van Thure en Thurette. Hierme stemden de rest in. Dus een man en vrouw.

In de zeventiende eeuw werd het feest door de kerk ingedamd en het feest zoveel mogelijk binnenshuis georganiseerd. Maar er werden nog wel toneelspelen opgevoerd door de Rederijkers. Men bakte panne- en eierkoeken, wafelkoeken, en rijstebrij en er werd nog wel gedobbeld, gerijfeld en gedronken. Op 25 februari 1625 speelde men nog een aanstotelijk toneelspel te Rijnsburg. De "panck-koecken" noemde men ook "plaetkoecken". Ook at men "geclove waafels en gecrolde steerten" (gekloven wafels en gekrulde staarten). Men zong ook speciale liederen en danste bijzondere dansen op vastenavond. Predikanten bedreigden feestgangers die zich te buiten gingen; "Dat de duivel hen een dodelijke nagel door het hoofd zou boren".

Nu viert men nog in Nederland tegenwoordig voor Aswoensdag carnaval met een optocht van praalwagens in de vorm van schepen (vooral de prinsenwagen heeft de vorm van een schip). Meestal is er een prins carnaval (met zijn raad van 11) maar soms ook een prinses. Er zijn veel karikaturen van publieke figuren en toespelingen op politieke situaties (anarchie). Mensen verkleden zich als duivel, clown, dieren en figuren met maskers (mombakessen). Ook word er soms eten en drinken van de inwoners opgehaald (bv. in Tsjechië). Het werd ook gezien als het verjagen van de winter. (In Hongarije valt het feest altijd in februari). De carnavalsprinsen dragen nog steeds hoge puntige hoeden als hanenkam met lange veren (van de fazant) en strooien nog steeds met lekkernijen, confetti en serpentines. De toeschouwers strooien ook met confetti en serpentines. Alles wordt begeleid door de plaatselijke muziekkorpsen met hoempapamuziek en carnavalsmuziek. Er wordt veel gedronken, gedanst en gehost. Men doet aan rij-dansen; schouder aan schouder (hossen is meer springen of wilder dansen) en de polonaise. Bij de polonaise loopt of danst men in een rij achter elkaar met de handen op de schouders van de voorganger. Vlak voor de Carnaval krijgt hij de scepter aangereikt daarna de Carnavals "prins" het gezag van de stad symbolisch over van de burgemeester door bijvoorbeeld symbolisch de sleutels van de stad aan te nemen (de sleutel staat ook symbool voor het voorjaar). Hij werd gekozen het jaar daarvoor op 11 november, St. Maarten. 11-11 staat daarom ook voor het gekken-getal. Hij heeft ook vele begeleiders. De stad en inwoners krijgen met carnaval soms ook een speciale carnavals naam. Tijdens de carnaval is iedereen gelijk en zijn er geen rangen en standen. In Limburg roept men "Alaaf" als groet. Waarbij de rechterhand langs de linkerwang wordt gelegd. Alaaf is waarschijnlijk een verbastering van elf (aangezien het al op de 11 de van de elfde maand begint). Het zou ook duiden op: all-af; "al het andere weg".

Soms combineert men tijdens/ voor de carnaval ook de "Boerenbruiloft". Dit is een aparte optocht met rijtuigen waarin de getrouwde boeren (eigenlijk de adel verkleed als boer als omgekeerde rol) in traditionele klederdracht. Hierdoor zou de adel zich het kwaad afwenden. De toeschouwers (gewone mensen) droegen hierbij ook de boerenkleding zoals de boerenkiel, pet/ hoed en de boerenzakdoek (die we nog terugzien bij de carnaval). Het "speciale" paar werd gekozen als "Boerenbruidspaar". En deze werden gehuldigd en symbolisch getrouwd op het dorpsplein. Maar dit paar werd ook vaak van te voren gekozen door de raad van elf (van de Prins) omdat zij een bijzondere verdienste hadden geleverd. Soms waren zij het vorige jaar getrouwd maar soms waren zij ook niet getrouwd of vreemden voor elkaar. Voor het feest moesten zij elkaar ook symbolisch verloven en de families deden ook hier aan mee. Vaak reed de familie ook mee in de rijtuigen. De boerenkool was ook een onderdeel van het bruidsboeket als de bruidsmaaltijd. Zie voor dit scherts-bruidspaar ook Frankrijk.

KERK: Vastenavond/ vette dinsdag (Mardi Gras) en daarna Aswoensdag. '(voor) avond van de vasten'. De kerk probeerde de carnaval in te dammen door de vastentijd te verlengen voor de Pasen (zelfs tot 70 dagen) en het carnaval te verkorten tot 3 dagen. Men liet op Aswoensdag een askruisje tekenen op het voorhoofd ten teken van de vasten (boetetijd) maar het kruis heeft ook een afwerende functie. Later gebruikte men daarvoor het as van de verbranding van de palmtakken van Palmpasen. In Duitsland is Aswoensdag een dag van stilte. In Polen zet men al wilgentakken in een vaas voor Palmzondag. Tijdens het vasten mocht men geen vlees of dierlijke producten eten, niet trouwen of de liefde bedrijven. Tegenwoordig eten sommige ook geen snoep of drinken geen alcohol meer. Volgens de kerk is het ter herdenking van Jezus die 40 dagen in de woestijn moest vasten zonder eten en drinken als voorbereiding. Dit werd aanvankelijk gezien als de geboortetijd van het kind Jezus. Later werd deze geboortedatum verplaatst naar de kerst. Want koningen werden geboren met kerst. Dit staat dus voor de 40 dagen voor de Pasen waarin het kind Jezus nog niet gedoopt was (zie Pasen).

Later stond de kerk toe dat er toch bepaalde dieren tijdens de vasten mochten worden gegeten zoals vis. Hierna ook bevers want deze zwommen als vissen en hadden een staart en hierdoor werden veel vissen en bevers uitgeroeid. Deze werden ook geïmporteerd uit Canada. Hierdoor zou men over zijn gegaan op het zelf kweken van vis. Tijdens de vasten at men veel zoete deeg producten met fruit en noten. De 46 eieren die men van Aswoensdag tot Pasen verzamelde (eiervoorraad/ eierstock) werden daarom met Pasen gegeten of weggegeven.

Vasten: Het vasten zien we ook terug in de islamitische Ramadan (zie het feest in andere landen). Men heeft nog niet zolang geleden ontdekt dat het echte vasten waarbij men alleen water drinkt, gedurende twee tot drie weken, zeer heilzaam is voor het lichaam (de indianen wisten dit overigens al lang). Het lichaam wordt rond de derde dag ontgift en maakt antistoffen aan tegen ziektes en stress. Onderzoeken wijzen uit dat meer dan de helft van de mensen (en dieren) blijvend geneest van de meest uiteenlopende geestelijke en lichamelijke ziekten. Of men heeft veel minder medicatie nodig voor chronische ziekten. Dit vasten moet men wel doen onder medische begeleiding en controle en wordt al jaren gedaan in Duitsland en Rusland. Momenteel is men zelfs bezig met onderzoek van de werking bij Kanker (en bestraling) en reuma.

Sint Veronica of Berenice werd vereerd op Vastenavond en op 9 en 12 juli. Ze zou een doek aan Jezus Christus hebben aangeboden om zijn zweet en bloed van zijn gezicht af te vegen terwijl hij zijn kruis droeg. In de bloem Beekpunge zou de afdruk van zijn gezicht te zien zijn. Beekpunge (Veronica beccabunga), Duits: Bachbungen-Ehrenpreis, Engels: Becky leaves of Brooklime/ Cow-cress, Frans: Cresson de cheval. De naam verwijst naar de beek/ waterstroom en het groeit ook bij bronnen. De ontspruitende fochlacán genoemd in het Iers-Keltisch. Waarmee de jonge leerling dichter /begin van het jaar werd bedoeld. Het plantje is wintergroen en bloeit in mei. Het Duitse Bunge betekent 'pauk'en slaatop de bolle vruchten. In het voorjaar gegeten tegen scheurbuik.

Verder zou Sint Veronica de Romeinse keizer Tiberius hebben genezen met haar doek. Soms wordt ze weergegeven met een tulband die zou wijzen op haar oosterse afkomst.

Veel schilderijen van de kunstenaar Jheronimus Bosch zijn gewijd aan Carnaval. In de middeleeuwen was de symboliek (metaforen, beeldspraak en uitdrukkingen) hiervan nog bekend. Deze schilderijen werden vaak als drieluik in de kerk of kapel gehangen en probeerde de mensen te waarschuwen voor het begaan van de zonden tijdens het carnavalsfeest. Ook hingen de schilderijen bij de adel die als tijdverdrijf op bijzondere dagen of bij bezoek de symbolen probeerden te herkennen. Ze dienden dus ter lering en vermaak en hebben een kerkelijke achtergrond. Hij hield de mensen een spiegel voor. Voor meer informatie deze link. Zie ook 20 januari.

Middeleeuwen: Februari: Sprokkelmaand, schrikkelmaand, kortemaand, lichtmismaand, carnavalsmaand. Voorstelling; Snoeien en planten van wijnranken, houthakken voor het vuur, visnetten herstellen, ijsvissen, maskerades en carnaval vieren. Tegenwoordig schrikkelmaand waaraan dag kan worden toegevoegd. Februari werd ook hörnung genoemd. De oude grote rode herten verliezen dan hun gewei om opnieuw aan te groeien (Deze is weer volgroeid in juni). De jongere herten verliezen hun gewei pas in maart en april. De mannetjes herten beproeven al hun kracht tegen elkaar. De egel, das en bergmarmot komen uit hun holen.

22 februari Lentebrenger winter-/lotsman/Sint Pieter/ Carnaval/ Sint Petrus en Sint Andreas.

*Sint Pieterfeest stond voor de ommekeer van winter naar lente. Sint Maarten opent de midwintertijd en St. Pieter (Petrus) sluit de Midwintertijd. St. Nicolaas of de Kerstman zit er tussenin. Dit was ook een winterheilige (zie St. Maarten in november). De mensen noemden Sint Pieter daarom ook wel de broer van Sint Nicolaas. In Nederland vooral vereerd in Maastricht bij de Sint Pietersberg. Op de middeleeuwse kalender zien we zijn sleutel. Als symbool voor de opening van het jaar.

Op de merkstaf/ primstav zien we ook een grote vierkante sleutel. Noors: Peters stol, Per varmestein, Per heitstein. Ook zou men een steen afbeelden. "Pietersmis in de lente" . Het water smelt het ijs. Men zei: "St. Peter gooide hete stenen op het ijs en dat hij hete stenen in de grond stopte ".
De term "Peter's stoel" verwijst ook naar een betonnen meubelstuk, een stoel, Cathedra, in de St. Peter's Church.

Voor de boer was het belangrijk want de pachten vervallen op die dag en de boer ging verhuizen. Tevens werd geofferd voor een goede oogst. Voor de schippers omdat hij het ijs liet breken (net als Sint Matthijs) en de scheepstimmerknechten zich opnieuw lieten verhuren.

Het was ook een lotsdag. Een gunstig lot voor het komende jaar (goede oogst) werd bepaald door het dobbelen of loten met de Lotsmannetjes broodjes. Of doordat het baksel van bv de poffertjes goed luchtig was door het goede graan. De vier winden streden om het sterkst en de meest gunstigste wind zou dan overheersen. Weersvoorspelling: "Sint Pieter Helder en Klaar, een goed immenjaar". Immen betekent: "Iemand in de maling nemen/ voor de gek houden". Het is een oud woord.
Malen/ Mallemolen: Iemand in de strik (slingerkoord) binden en het touw heen en weer bewegen zodat deze ging draaien. Een spel wat men ook deed met Carnaval.

Voorjaarsdans: In de meest Europese landen danste men met zo hoog mogelijke sprongen omdat men dacht dat het gewas dan ook zo hoog zou gaan groeien. Deze hoge sprongen deed men vooral tijdens: Vastenavond/ Shrove dinsdag; zie hoofdstuk 14 voor de datum. Soms deed men deze dans pas op de avond van de Walpurgisnacht zie meifeesten.

Uiterlijk

Sint Pieter draagt een wit gewaad en een rare hoed die versierd is met pluimen of korenaren (voor een rijke oogst) en of speelkaarten (voor het dobbelen of lotsbepaling). (Met Mardi Gras draagt men ook vaak een hoge hoed met pluimen/veren) Hij rijd op een wit paard of een paard met een wit kleed die versierd is met kwasten. Soms houd hij ook een roede in zijn hand (waaiervormige vastenavondbrits?). En vaak draagt hij een mand of korf met lekkers en strooigoed.

Zijn knecht is zwart (heet ook wel Hansje plus). Hij was de nieuwjaarsbrenger/ nieuwjaar (maar ook lotsbepaler; goed of slecht jaar, straffer of beloner met lekkers) Soms ging hij ook te paard. De ene keer staat hij voor de nieuwe zonnegod zelf, de andere keer (of in het oude jaar) als demon of duivel. En hij lijkt sterk op de zwarte Piet van Sinterklaas. Zijn geboorte valt met kerst (zie december). Samen reden zij al in 1451 door Antwerpen. Sint Pieter deelde ook verschillende lekkernijen uit (of dit deden oude vrouwtjes “Bolkoer”/”St. Pieter-rinsters” die langs de boerderijen gingen om de lekkernijen te verkopen en nieuwtjes te brengen). Deze lekkernijen leken sterk op het Sinterklaas lekkernij;

Koek in de vorm van Schepen (speculaas) of 3-d schepen van Marsepein, stond voor het lenteschip of de blauwe schuit. Lotsmannetjes; (Stoetkereltjes, suikermannetjes, wegenmannen, buikventers, deegventen, Stevens-mannen etc) dit was een soort Germaans offerbrood. Gebakken van wit meel met gedroogde vruchten versierd. Soms ook helemaal zwart gebakken. Deze hadden 2 houdingen; met opgeheven of in de zakken gestoken armen. Stonden voor het stervend of het nieuwe levend jaar. Broodjes/bolletjes die werden gestrooid om te eten. Offerbroodjes (van Sint Paulus zie vorige tekst); knikker-groot die werden gestrooid om te worden begraven in de akkers voor een goede oogst en tegen ziekten. (Dit waren hetzelfde als de pepernoten).

In een lied uit Friesland wordt gezongen dat op Sint Pietersdag: de weilanden groen worden, de koe kalft, de kippen eieren legt en de boer het naar zijn zin heeft.

Na Sint Pieter word het eten van het Vesperbrood hervat.

Noord Germanen; Dodenkoek, ter ere van de dode, deze lijkt tegenwoordig op de duivekater (zie St. Lucia en kerst).

-Zonnevogel/ voorjaarsvogel Sint Pieters vogel; stond voor de vroege ooievaar die terugkeerde naar zijn nest. "Als Sint Pieter zijn stoel plant, komen de ooievaars weer in het land". De ooievaar werd ook wel Peter genoemd. Omdat ze kikkers aten en kleine slangen dacht men dat ze de zielen van de mensenkinderen uit de heilige vijver visten.

-Uitkloppen van de winter;

Kinderen van de boeren kloppen met hamers op het huis om wintergeesten en ongedierte te verjagen en roepen hierbij de zonnevogel aan.

-Sint Pietersvuur; werden vroeger ook wel eens ontstoken als vroeg Carnavalsvuur (ook in België).

-Winterpop; ook van Sint Paulus. De boer of het bezoek moest ongezien een stropop binnenshuis brengen. De boerin moest hem dan proberen te betrappen door met een emmer water te gooien. Als de pop toch binnen was dan moest de boerin lekkers bakken.

-SintPieters-balslaan; (Vruchtbaarheidscultus)

De pas gehuwde echtgenoot moesten mooi versierde ballen (kaatsballen of racketballen) wegslaan en het liefst in het water mikken of snoepgoed rondstrooien aan kinderen. Waarbij ze de grabbelende kinderen mochten bekogelen met water of zodat de kinderen in het koude water vielen. Men gaf hierna soms ook de magische stok (stok waarmee de bal werd geslagen vanaf een plankje ) aan een huwbare jongeman die voor het volgende Sint Pieter zou trouwen. Hierbij zong men het lied dat Sint Pieter "uit het Gilde ging" en daarom de bal uitgeslagen moest worden. Zie ook het voetbalspel in deze periode in Schotand en Normandië, Frankrijk: Ook in het Schotse/ Engelse spel van football zou men oorspronkelijk hebben geloofd dat het winnende team van een dorp een goede oogst zou krijgen, goed weer en meer voordelen dan de anderen. Zie voor meer uitleg de balspelen bij het Paasfeest

Geboortes: Men dacht dat de baby's (zielen) werden gebracht door de ooievaar, uit een holle boom of put kwamen of uit een kool.

In Nederland is er een gebruik waarbij men de familie en bezoek van pasgeboren baby's trakteert op beschuit met muisjes. Wit-roze voor meisjes en blauw-roze voor jongens. Eigenlijk stellen dit muizenkeutels voor. Omdat de muis als vruchtbaarheidssymbool zich snel voortplant. Maar ze zijn ook gevuld met anijszaad wat de productie man moedermelk op gang brengt (zo kennen we ook witte gestampte muisjes als broodbeleg). Vroeger deelde men na de bevalling al zoetigheid uit en kende men ook het kraamanijs als drank (anisette) en had het tevens een beschermende werking tegen onheil.

Apostel Petrus, ook Simon de visser genoemd. Zijn attributen zijn typische voorjaarssymbolen; sleutels, vissersnet en de haan. Zie ook Paulus. Petrus is gekoppeld aan Marcus.

23 februari: De katten gaan zingen! De katten strijden om de vrouwtjes.

Planten en Bloemen: De bloem die de lente aangaf in de middeleeuwen is het lenteklokje (Leucojum vernum) en het niet inheemse gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis) bloeiden eind februari. De lenteroos of vastenroos (Helleborus orientalis), familie van de kerstroos uit midden Europa bloeide ook rond deze tijd en de naam vasten verwijst naar de vastentijd.

Het iets latere zomerklokje (Leucojum aestivum) bloeide twee weken later dan het lenteklokje in maart.

Een andere plant die staat voor de lente is de Krokus (Crocus Vernus). Deze begon met bloeien (vroeger) eind februari en maart maar afkomstig van midden en zuid Europa (niet in Nederland). De bonte krokus of voorjaars krokus bloeit erg vroeg en tegenwoordig noemen we de voorjaarsvakantie ook "krokus vakantie".

Het klein kruiskruid (Senecio Vulgaris/ Engels: Common Groundsel/ Old-man-in-the-spring) legde men in de wieg van de pasgeborene als bescherming tegen ziekten en demonen. Het begint in februari en april met bloeien. Senecio komt van Senex; grijsaard, omdat het zaadpluis snel zichtbaar werd. Ook lievevrouwenbedstro werd hiervoor gebruikt. Galium Odoratum: Gala; melk en Odoratum; zeer welriekend. Tevens gebruikt om melk te stremmen voor de bereiding van kaas. Bij ziekte werd het boven het bed gehangen. De plant is gewijd aan godin en later aan Maria. Ook gebruikt om de meiwijn te aromatiseren.

24 februari: Sint Mathijs. Op deze dag sneeuw en ijs dan nog 40 zulke nachten. De zwarte els ontluikt, de grote lijster roept nu luid en de winter is weer uit. Men verwachtte geen zware vorst meer. Ook wachtte men op de roep van de steenuil. Apostel: Mattias of Matthias (Grieks: Ματθίας, Matthias, Hebreeuws: מתתיהו, Matityahu, Mattithiah, "geschenk van JHWH"). Wellicht was hij de vervanger van de apostel Judas Iskariot (Grieks: Ὶούδας Ὶσκάριωθ of Ὶσκαριώτης). In Roemenië viert men deze dag ook als een soort lentedag: Dragobete. Zoon van Baba Dochia. De mythen gaan ook over de vroege lente.

24 februari: Het terugvinden van het hoofd (wat was afgehakt op 29 augustus) van Johannes de Doper. Dit geloofde men in het oosten. Apokalypsis is een Grieks woord en betekent: De sluier opheffen/ openbaring. Men zegt ook: Apokalypsis Ioannou: Letterlijk: Johannes Openbaring. Voor de Apokalyps geloofde men dat er strijd geleverd moest worden van het goede tegen het kwade. In de dode Zeerollen van Qumran spreekt men van een strijd van 40 dagen. We kunnen hier duidelijk in herkennen, de strijd van de zomer tegen de winter. De sluier is ook een metafoor (beeldspraak) voor winter. De 40 dagen staat voor de 40 dagen vastentijd. Als we rekenen vanaf 24 februari komen we uit op 4 april. Dit stond gelijk aan de oude Juliaanse kalender: 25 maart (zie de afbeelding van het grote rad). De oude datum voor de lente evening. Romeins nieuwjaar.

Op de middeleeuwse kalender wordt 24 februari weegegeven door een aks: hakbijl, de hakbijl van Mattias. Op de merkstok/ primstav: een klein kruis. Soms ook een Øks: aks Noors. Mattismesse vår, Mattis. Hierna volgt een grote spitse letter "R" met kruizen er op. Die ruimte inneemt. 25 t/m 1 maart.

Wellicht van: 24 februari (vroeger rond 6 maart, door de uitgelopen kalender) het feest in Rome: Regifugium; "vlucht van de koning". Een offer werd gegeven in het Comitium en daarna vluchtte de koning van de heilige riten van het forum. Wat het precies betekende is onbekend. Het zou kunnen slaan op het carnaval waarbij de koninklijke taken tijdelijk werden overgenomen door de leider van het carnavalsfeest. R kan slaan op de koning: reg. Zie ook Romanus van 28 februari.

25 februari: De kerk heeft zelf een beschermheilige Sint Walburgis ingesteld als bescherming tegen de heksen en de duivel tijdens de meifeesten (zie mei). Sint Walburgis is een bijzondere vrouw met de hond, staf, slang, maansikkel, kroon en bijbel. Haar kerken staan langs de rivieren en ze heeft veel weg van een Germaanse godin en haar naam verwijst daar dan ook helemaal naar Wal-Purgis; "draai-wild" (haar sterfdag is 25 februari). Men vertelt dat elk jaar van 12 oktober tot 25 februari Walburgisolie uit haar stenen kist druipt. Dit staat symbool voor de winterperiode.

28 februari: Sint Romanus van Condat (Romain). Samen met broer Lupicinus. In een verhaal vluchten ze weg voor een regen van stenen en beklaagden zich bij een vrouw in een hut aan wie ze een beker water vroegen. Romanus vond een schat en kocht hiervan voedsel voor de gelovigen die hij in een koperen ketel gooide. Ze waren genezers. Lupicinus bezocht koning Chilperik (koning van een Bourgondisch koninkrijk en vader van heilige Clotilde). En ontving van hem koren en wijn voor de gelovigen. Clotilde (Clotildis van Frankrijk) zie 3 en 4 juni, Patroon van bronnen en het dopen. Clotilde (3 juni) is de vrouw van Clovis I. Koning van de Franken. Tevens in verband met Sint Martinus op 11 november.

1 en 2 maart: Sint Albijn, Saint Aubin/ Albinus (gaat wellicht terug op Alban). Oude heilige en Bisschop van Angers. Geboren te Bretagne, ouders Angelsaksisch. Vele Franse plaatsen zijn naar hem vernoemd. Vooral voor weduwen en wezen. Met staf en zwijn. Hij verrichte vele wonderen en stond in verband met andere heiligen van het najaar: Maurilius van Angers van 13 september. (vis en sleutel). Tekens de duif en het vuur. Hij zou een vrouw Bononia geholpen hebben een kind te krijgen. Later zou het kind sterven. Maar het werd weer tot leven gewekt en "Renatus" herboren genoemd. Hij staat ook in verband met Sint Martinus op 11 november. Sint Albijn verandert suiker in azijn (weersvoorspelling). Maart stond voor slecht weer; sneeuw, hagel, regen en wind.

1 maart: Bijbel: Seth: De derde zoon van Adam en Eva ( na Kaïn en Abel). Alle mensen van nu zouden van hem afstammen en door sommigen ook beschouwd als profeet. Seth zou 105 jaar oud zijn toen zijn zoon Enos zou zijn geboren, de voorouder van Noach, en hij zou maar liefst 912 jaar oud zijn geworden! Volgens "de legende van het heilige kruis" kreeg hij van de aartsengel Michaël een tak van een verboden boom om zijn stervende vader te genezen. Helaas was hij te laat en plantte de tak op het graf van Adam. De boom die hieruit groeide zou het hout leveren voor het kruis van christus.

Bretagne: Het eiland Sena bij de Pointe du Raz, het eiland van de negen Gallicinae, de profetessen vermeld door Pomponius Mela. Waar de verdronken stad Ker-Ys gelegen zou hebben en Sint Guénolé, de prinses Dahud-Ahes veranderde in een zeemeermin volgens een Bretonse legende. Saint Guénolé werd vereerd op 3 maart. Zijn naam kent vele schrijfwijzen. Maar het ging niet om hem maar om zijn mytische vrouw: Gwen Teirbron;  Gwen van de 3 bronnen of 3 borsten. Blanche (wit) Latijn: Alba Trimammis of Candida

5 maart: Romeinse Navigium Isidis; Start vaarseizoen van de zeeschepen. Start visserij, later geassocieerd met de periode van Vissen op het noordelijk halfrond. De nieuwe maan in maart was vroeger het Romeinse jaarbegin. Daarom werd 6 maart tijdens kalenderhervormingen (rond 100 vChr. soms als nieuwjaarsdag gekozen.

Het stond in het teken van de Godin . Zij stond gelijk aan Anna Parenna; godin van het voorjaar. Het was ook de Romeinse begin van de vastenperiode. De Romeinen vierden feesten ter ere van de god Mars en Juno (vaak al eerder op 11 maart want men dacht dat het nieuwe jaar hier begon, door de kalenderverschuiving). Nu ook St. Jozef of St. Patrick. De godin Juno (godin van de geboortes) en de god Janus stonden standaard voor de eerste dag van iedere maanmaand. Terwijl Jupiter op het midden van de maanmaand stond op de volle maan. De nieuwe Juliaanse kalender van Julius Caesar (100-44 vChr) werd gebaseerd op de Egyptische zonnekalender.

4 of 5 maart / 8 september is ook genoemd naar Sint Adriaan/ Adrianus: Zou een Romeinse legerofficier zijn onder keizer Galerius. Op het aambeeld werden zijn benen met een ijzeren stang vermorzeld en zijn hand werd met een bijl afgehakt. De Orthodoxe kerk gedenkt hem op 26 augustus. Belangrijke heilige voor bierbrouwers, boden, slagers en smeden, soldaten en gevangenisbewaarders. Tegen onvruchtbaarheid, ziekte en pest. Zijn vrouw is de heilige Nathalia en werd op dezelfde dagen vereerd. Ze verkleedde zich als jongen om bij hem te komen en bewaarde zijn hand als relikwie. De hand komt terug in het najaar in andere legenden. Ook Sint Eubulus was een belangrijke oude heilige. Zijn naam zou dezelfde zijn als de Griekse staatsman of bankier aan wie men offers gaf tijdens het oogstfeest. Eubulus zou net als zijn vriend Sint Adriaan (van Batanea) sterven. Maar hij mocht vrij komen als hij een pop offerde. Dit zou hij hebben geweigerd en dus stierf hij door het zwaard op 7 maart. Zijn naamgenoot zou ook genoemd zijn in het nieuwe testament van de bijbel door Paulus.

Rond 11 maart was het halfvastenfeest (helft van de vastentijd) en hield men een jaarmarkt in Nederland. ( Romeins feest van Anna Perenna en Mars). De feesten aan de god Mars (Tiw) liepen van 11 tot 21 maart waarbij 21 maart als lente equinox het hoogtepunt vormde. De Romeinen hielden paardenwedstrijden.

12 maart Sint Job:

In Amsterdam hield men s' nachts een nachtelijke stille processie ter herinnering aan een hostie die in 1345 in de vlammen van een vuur bewaard zou zijn. Daarna ging men het café in om het te vieren. Later werd dit op de zaterdag voor of na 12 maart gevierd. In Laren eert men Sint Johannes de doper (zie 24 juni) met een processie.

12 maart Gregorius. Paus Gregorius I/ Gregorius de Grote (Rome, ca. 540 - aldaar, 12 maart 604). Zijn feestdag is 3 september in de rooms-katholieke kerk; de oosters-orthodoxe kerken en de oosters-katholieke kerken vieren zijn feestdag op 12 maart. De dagelijkse routine bestond onder meer uit dagelijkse lezingen uit de Bijbel waarbij Gregorius ook commentaar gaf op het boek Job. Uit deze gesprekken kwam mede Gregorius boek Moralia in Job voort. In 596 werd Augustinus van Canterbury (ook wel Augustinus van Kantelberg) naar Brittannië gestuurd om het land te kerstenen, maar toen hij hoorde over de gevaren in het land keerde hij terug naar Rome. De paus praatte hem moed in en voorzag hem van geloofsbrieven waarop hij in 597 uiteindelijk in Brittannië aankwam. Augustinus was praepositus (dat wil zeggen prior) van het door paus Gregorius I gestichte Sint-Andreasklooster in Rome, toen deze paus hem in 595 aanwees om aan het hoofd van veertig monniken een missie naar Britannia te leiden met als doel om koning Æthelberht van Kent (de Bretwalda van Engeland) en de onderdanen in zijn koninkrijk Kent te kerstenen. Deze onderneming staat bekend als de Gregoriaanse missie. Augustinus slaagde erin koning Æthelberht van Kent te bekeren en in Canterbury stichtte hij het eerste benedictijnse klooster buiten Italië. Gregorius zou later door de Engelsen samen met Augustinus vereerd worden vanwege hun bijdrage aan de kerstening van hun land.

Vereerd op de middeleeuwse kalender met de Jacobsstaf (meetinstrument). Op de merkstaf/ primstav: staat een stok met een halve cirkel naar rechts. Daarbovenop wellicht een vogel. Onder de cirkel staat een ruitvorm. Noors: Gregormesse, Gregoriusdagen, Gregusmesse, Groårsmesse. Ook een vogel (wellicht een duif).

1 oktober was gewijd aan Sint Bavo van Gent. Geboren als Allowin of Adlowinus van een zeer opvallende heilige familie. Zijn moeder was Ida van Nijvel. Ook Itta of Iduberga genoemd (8 mei). Ze zou de abdij van Nijvel gesticht hebben. Zijn vader was Pepijn van Landen/ De oudere Pépin le-Vieux (Hofmeier, hoofd van het koninklijk hof). Broer van Gertrudis van Nijvel/ Geertrui/ Gertrud/ Limburgs: Truuj (17 maart). Zie ook Geertruidenberg. (Zie voor de betekenis van Trudis: boom, de meifeesten. De tweede abdis was haar nicht wilfetrudis (30 november). Broer van vrouwelijke Begga (17 december) van wie haar man Ansegisel (tevens hofmeier) overleed. Broer van Grimoald die werd verbannen naar Ierland. Zie ook de Amanduskerk te Wezeren in Vlaams-Brabant. Zie ook 10 oktober de dag van Sint Bavo/ Sint Baaf. Bavo staat op de middeleeuwse kalender met een bisschopsstaf en punt.

18 maart: nieuw feest ingevoerd in 2007 (commercieel); Nationale pannenkoeken dag. Hierbij bakken de scholen crêpes of pannenkoeken vooral voor ouderen.

-----------------------

Periode van Waterman (nu). In Nederland wordt carnaval nog steeds gevierd en elk jaar met grotere optochten en feesten.

Eind februari: planten van ajuin, look/ ui en sjalot.

Begin maart: De kraanvogels vliegen over, de bijen vliegen uit en de patrijzen paren. De witte kwikstaart is terug, de wilde eend broed. Winterakoniet: Eranthis hyemalis: Letterlijk "Voorjaarsbloem of winterling" genoemd. Komt uit Zuid Europa (ook Zuid-Frankrijk) en is dus niet inheems.

Naar het volgende feest