Eind mei en begin juni

22 mei tot 20 juni (derde maand)                  >>

In de vroege prehistorie begon men in eind mei al met de aanloop naar het grote feest op de Midzomerzonnewende (22 mei-20 jun). Eind mei was het 2e grote feest ter ere van de Godin waar haar volwassenheid werd gevierd. Het bijbehorende zodiakteken was de Schorpioen. Dit stond in de koude tijd voor de Lentetijd want in juni smolt de sneeuw en kwam het land vrij.

Wellicht staat de schorpioen ook voor wedergeboorte want ze kunnen een jaar zonder eten of drinken. (In Afrika voorspelt men de toekomst met behulp van schorpioenen en in Mexico maakt men een geneesmiddel van schorpioen tegen pijn). (Ook in China worden ze medicinaal gebruikt).

>> 3A

In de Landbouwtijd komt het zodiakteken Kreeft en later Tweelingen in de plaats. Tweeling werd gezien als het godenpaar/ dualiteit. Men hield nog meifeesten tot aan de midzomerzonnewende. Omdat het klimaat warmer werd begon men hier al met de vuurfeesten/ rozenfeesten; springen en dansen over het vuur.
Later kwamen de zodiaktekens Maagd en Leeuw in de plaats.

In Egypte en Afrika is de planeet Jupiter belangrijk in deze periode.

De Grieks-Atheense kalender: de maand Skirophorion. Laatste maand van het jaar. Het zou afstammen van de Skíra of Skirophória, het feest van de drie goden: Athena, Demeter en Poseidon. Maar zie wellicht ook van skirtema: sprong, danspas. Of skirtao: huppelen, dartelen, springen. Op de 14de van de maand Skirophorion/ Scirophorion: Hield men in Athene een stieren offer: "Het doden van de stier" (Bouphonia). Het werd ook gedaan om het land vruchtbaar te maken en tegen droogte. Gerst werd gemengd met tarwe of hieruit werden cakes gebakken, werden gelegt op het bronzen altaar van Zeus Polieus op de Acropolis. Ossen werden rond het altaar gedreven en de os die naar het altaar liep en at van het offer werd uiteindelijk zelf geofferd (alsof het door de goden werd bepaald). De heilige bijl en mes voor het slachten werden van tevoren bevochtigd met speciaal water. Dit water werd gebracht door maagden; "de water draagsters". De wapens werden gescherpt en gegeven aan de twee slachters. Een doodde het dier met de bijl en de andere sneed de keel door met het mes. Nadat ze dit gedaan hadden gooiden ze de wapens weg en deden of ze wegvluchtten. Ondertussen werd het dier gevild en men at van het verse vlees. Daarna werd de huid gevuld met stro en voor een ploeg gezet alsof het aan het ploegen was. Dan volgde een soort rechtbank die voorgezeten werd door iemand die als koning werd aangeduid. Zij moesten zogenaamd vaststellen wie de os werkelijk gedood zou hebben. De maagden die het water brachten beschuldigden de mannen die de wapens scherp maakten. Zij beschuldigden op hun beurt de mannen die de wapens aan de slagers hadden gegeven. Zij beschuldigden de slagers en de slagers beschuldigden weer de bijl en de mes. Hierna werden de wapens zelf schuldig bevonden, ze werden veroordeeld en in zee gegooid (soms werd een van twee wapens veroordeeld). Dit gaf aan dat de geofferde stier heilig was en niet zomaar mocht gebeuren. In Attica was het strafbaar om zomaar een stier te doden.

22 mei: zie de meifeesten.

25 mei: Sint Urbanus/ Urbaan/ Urbaen uit Rome. Weerheilige. Start van de zomer kans op onweer. Dit zou een oude mythische paus uit Rome zijn. Vooral vereerd in de wijnstreken in Tirer en de Elzas, patroon van wijn en dronkenschap en zijn teken is dan ook de druif. Tevens patroon van onweer en bliksem. Hij draagt de Jacobsstaf (Baculus Jacobi). Een lange staf met dwars-latten. Dit is een instrument om hoeken te meten zoals de hoek van de zon ten opzichte van de horizon. Gebruikt als navigatie instrument op zee. Of om de boogafstand tussen twee sterren te meten (vaststellen van de sterrenbeelden) of de hoogte en breedte van bouwwerken. Hij staat ook op de middeleeuwse kalender. Maar de Jacobsstaf staat op 12 maart.

30 mei: Sint Petronella/ Petronel van Rome, weerheilige. Het vlas is al een el hoog. Oude heilige die uiteindelijk werd onthoofd. Vermoedelijke dochter van Sint Petrus. Patrones van de stad Rome zelf, pelgrims, reizigers, steenhouwers (bouwers). Genezeres. Weergegeven met bloemen.

De Romeinen vierden eind mei het feest van Maya/ Diana en de dag van Dia. 1 juni was de dag van Jupiter en Carna. 3 juni de dag van Bellona en 5 juni de dag van Fidius. 7-15 juni werden de Vestaliafeesten gehouden ter ere van godin Vesta (van het vuur), later een bakkersfeest. Rond half juni feesten van Minerva en Mater Matuta (moeder aarde) en feesten van de grote god Jupiter (Jove) (Nederlands: Jupijn) Hij was de god van onweer en bliksem en droeg dan ook zijn speciale staf. De naam juni komt van Junius in Rome Junonius in Aricia, Laurentum en Lavinia. En Junonalis in Tibur en Praeneste. Dus eerder van de godin Juno. Op 1 juni hield men riten in het bos van Helernus bij de Tiber. Ook de nymph Carna kreeg offers van spek en bonenpap. Ze zou later gevangen zijn in het bos door Janus. Sommigen zagen haar als godin Diana en Janus zou dan Dianus zijn geweest (dus als godenpaar). Om het kwaad af te weren zouden de Romeinen ook doorntakken zoals wegedoorn in de ramen hebben geplaatst tijdens het feest. De Flamen Dialis (priester van Jove, Flamen= algemene naam voor priester, zie "vlam". ) en zijn vrouw de Flaminica zouden ook het ritueel van het godenpaar nagespeeld kunnen hebben. Zie ook Vesta en sterrenbeeld Tweelingen. Juno was de vrouw van Jupiter . Godin van vrouwen huwelijk en geboorte en stadsgodin van Rome. Latijn 3: Tria. Derde is Tertius.

Juni is volgens de Romeinen vernoemd naar de Romeinse godin Juno: mensis junonius: maand van Juno. Juno is de dochter van Saturnus en Rhea en vrouw van Jupiter. Ze is godin van het huwelijk. De pauw was haar symbool. Soms Juno Regina genoemd. En op munten afgebeeld met een geitenvel, en masker op haar hoofd. Ze heeft dan een lange stok en draagt een knots?. Soms afgebeeld met een schild.


8 juni: Sint Medard/ Medardus/ Sint Medaar/ en soms zelfs Mars genoemd. Zoon van Nectar en Protagia. Tweelingbroer van Gildard (verwijzing naar sterrenbeeld Tweelingen). Samen beleven ze avonturen en sterven op dezelfde dag. Weerheilige. Men vernoemd hiernaar een 40 dagen durende periode (rond 6 weken) van regen tenzij de heilige Sint Barnabas dit zou stoppen (40 dagen is tot 18 juli, is ongeveer tot de Hondsdagen). Regen was goed voor het graan. Men kon nog bonen planten. Legenden over hem gaan over een gestolen koeiebel, een gestolen paard, gestolen honing, gestolen druiven. Vroeger in Doornik werd een meisje van de rozen gekozen en gekroond met de rozenkroon. Ze was gekleed in het wit en werd gevolgd door 12 meisjes in het wit. Medardus had een genezende staf en ook verschenen er bij zijn dood 3 duiven. Vooral vereerd in Franstalig België als Mard/ Mards. Men vraagt aan hem een goede oogst en regen. Soms ook genezing met name voor tand en kiespijn. Ook zijn er Medardusbronnen. Soms zette men op de avond van 7 juni een boeket bloemen in een glas wijwater ter ere van Medardus.


In de Oostenrijkse Alpen gaan de mensen met hun koeien en vee half juni de berg op en blijven daar gedurende de zomer wonen. Eind mei en begin juni worden de heide schapen geschoren in Nederland en hierdoor hield men een Schaaps-scheerdersfeest. Er werd gezongen en spelen gedaan zoals; koekslaan en kluutschopwerpen. Een feestmaal met zoute vis en rijstebrij. Hierbij hield men ook een schapen- en lammerenmarkt. Soms hield men ook nog een schaapmarkt in augustus. Van de wol wordt vilt gemaakt of garen gesponnen.

9 juni/ 12 maart: Sint Gregorius. Armeense heilige (Armenië, Iberië, Albanië, Kaukasus). Ook vereerd op 9 juni en 30 september. Hij werd in een diepe put gegooid waar hij 13 jaar zou blijven. Hij genas en bekeerdeTiridates die leefde met wilde zwijnen. Hij had ook twee zonen: Aristakes en de heilige Vrtanes. De laatste had ook een tweeling; Husik en Grigoris.

10 juni: Sterfdag van Alexander de grote. Grieks: Ἀλέξανδρος ὁ Μέγας Aléxandros ho Mégas. De mythische held en koning, vereerd in vele landen. Zijn sterfdag werd later vastgesteld op 10 juni. Tevens de dag van Landericus van Parijs. Hij bouwde het eerste grote hospitaal van Parijs, gewijd aan Sint-Kristoffel. Landerik is een van oorsprong Germaanse naam die naar 'land' en koning ('rik') verwijst. Op de middeleeuwse kalender staat een apart symbool van een soort holle H met in het midden een streep naar onder.

11 juni: Sint Jozef Barnabas: Leerling van Jezus maar geen apostel. Weerheilige gekoppeld aan rozen, vlierbes en regen.

Op zijn dag versierde men het huis en de kerk met slingers van lievevrouwenbedstro. Galium Odoratum: Gala; melk en Odoratum; zeer welriekend. Tevens gebruikt om melk te stremmen voor de bereiding van kaas. Bij ziekte werd het boven het bed gehangen. De plant is gewijd aan de godin en later aan Maria. Ook gebruikt om de meiwijn te aromatiseren.

12 juni: Sint Odulfus: Was in Nederland een vrije dag met kermis. Op deze dag dronk men uit zijn nap want zijn attribuut was een bedelnap als symbool voor de zorg van de armen. Verder droeg hij een appel en wandelstok. Hij heeft vele wonderen verricht waaronder het verplaatsen van een grote steen voor de kerk van Stavoren. De schuld hiervan lag bij de heidense Noormannen. In Bolsward hield men in de middeleeuwen een jaarmarkt op deze dag.

13 juni: Sint Anthonius van Padua/ Antonius. nieuwe weerheilige ook in verband met regen/ onweer. Naar hem zou de Teunisbloem zijn vernoemd omdat deze rond deze tijd bloeit. De Teunisbloem: Oenothera: "ezelsvanger". De plant is genezend. Zie ook zijn naamgenoot Anthonius van Egypte van 17 januari met zijn varken en letter T (Griekse Tau teken).

14 juni: Sint Basilius van Caesarea/ Basilius de grote/ Baziel. Weerheilige. Als het koren nu goed erbij stond kon de oogst niet zomaar meer mislukken. Hierna kon men dus ontspannen en feest vieren. Verwijzingen naar kersen en spreeuwen. Ook vereerd op 1 of 2 januari. Hij vormde een duo met zijn broer Gregorius van Nyssa of zijn vriend Gregorius van Nazianze.

15 juni (en 16 mei): Sint Vitus/ Veit/ Guy. San Vito di Lucania/ san Vito martire. Attributen: palmtak, kruis, hond, haan, kuip, pot of ketel, blauwe tuniek, rode mantel. Ook afgebeeld als romein met 2 honden. Afkomstig uit Sicilië. Hij wordt vooral in verband gebracht met de Sint-Vitusdans; een gekke schokkerige dans (Dit zou het gevolg zijn van een ziekte: chorea van Sydenham, een vorm van encefalitis) Maar zie ook; "ballo di san Vito". En stond bekend als genezer van gekte (De Wildedans). Maar hij was ook patroon van de ballerinas en dansers. Hij liet de blinden zien en als ze hem met een roede wilden slaan werden ze zelf gestraft. Hij zou samen met 3 anderen zijn gevangen en bevrijd zijn door een engel. Op hun reis naar Lucania werden ze met eten en drinken voorzien door een adelaar.

De lichamen van de drie martelaren Vito, Modesto en Crescenzia zouden later door de vrome matrone Fiorenza worden begraven op een plaats die Marianus heette.

Hij staat in verband met de stier, arend, palm en haan, bronnen, zaaien, langslaperij, wat allemaal meer bij de meifeesten hoort zie ook 16 mei. Tevens voorspelt men op deze dag de komende regen. Hij is patroon voor de mijnwerkers en smeden, beschermer van dierenaanvallen, epilepsie, bliksem, en een van de 14 noodhelpers. Op de oude kalender liep zijn dag uit tot 28 juni. Zo kwam het dat men hem ook vereerde tijdens 24 juni op de midzomerzonnewende/ Sint Jan's feest waar hij ook mee in verband stond. Men vertelde ook dat op 15 juni Sint Vitus/ Veit rond reed op zijn blinde paard om paddenstoelen te zaaien. Zie de mythe van Odin en zijn paard Sleipnir bij het dodenfeest bij de eik en paddenstoelen (hallucinogenen). Zie ook Duitsland. In Kirton-in-Lindsey, Lincolnshire, Engeland geloofde men in de middeleeuwen dat de Sint-Vitusdans genezen kon worden door water waarin maretakbessen waren gekookt (omdat men in veel landen geloofde dat maretak ook de vallende ziekte of epilepsie kon genezen). In Nederland kende men de jaarlijkse Sint Vitusmarkt.

Op 15 juni werd ook zijn opvoedster Crescentia/ Crescenzia vereerd. (Latijn: wasdom, groei), naast haar man Modestus/ Modesto (Latijns: bescheiden, bescheidenheid). Omgekomen in een pot/ ketel met kokende olie.

In mei en juni hoorde men de roep van de koekoek (Cuculis Canorus). Dit doet het mannetje vaker om zijn territorium te bevestigen. Men bracht dit automatisch in verband met de komst van regen. Zo deed men er weersvoorspellingen mee. De koekoek is een trekvogel en kwam eind april, begin mei naar noord Europa. In Augustus vloog hij weer naar Afrika. De Fitis (Phylloscopus trochilus) doet dit ook.

Juni: zomermaand, rozenmaand (Juni is volgens de Romeinen vernoemd naar de Romeinse godin Juno: mensis junonius: maand van Juno.)

Voorstelling; schaapscheren en melken van de koeien, vissen. (In Frankrijk vlas verwerken). Soms ook vroege hooi met de zeis.

Middeleeuwen In de maand juni was men weer druk aan het werk. Half juni werd het eerste gras gemaaid. De schapen werden geschoren.

In juni begonnen de wilde rozen te bloeien zoals de hondsroos en de egelantier.

17 juni: Op de middeleeuwse kalender een bisschop/ heilige. Op de merkstaf/primstav: Een bisschopsstaf. Deze zou horen aan Noors: Botolv, Bottolf/ Botulf. Botwulf of Thorney, Engelse monnik: Botolph, heilige (680): (In schotland gevierd op 25 juni) relieken op 1 december. Patroonheilige voor grenzen, boeren en reizenden. Ook vereerd in Denemarken en Zweden.

--------

Periode van Stier (nu).

De oude betekenis van de Stier en de Plejaden is nu in deze periode terechtgekomen (verschoven door de Precessie, zie Astronomie). Maar door het warme klimaat kunnen we veel eerder zaaien, zie de meifeesten.

Eind mei: De eikenboom gaat bloeien, de warmte komt. De koekoeksbloem begint te bloeien, de kamperfoelie die nachtvlinders aantrekt, madeliefje, de vlierbes, klavertjes zoeken. Zwaluwen gaan broeden. De den gaat bloeien waardoor er kegels ontstaan. Hondsroos gaat bloeien.

Eind mei tot begin juli krijgen de rendieren in het hoge noorden jongen. Dit doen ze omdat eind juli de muggen komen.

Begin juni: De kwartelkoning roept. Het weer moest in juni goed zijn voor een goede graanoogst. De salie ging bloeien (geneeskrachtig) en voorloper van de koffie en thee. Alle vogels hebben inmiddels jongen zoals de kwartels. De koolmees kan zelfs een tweede keer broeden. Blauwe vingerhoedskruid en roze akkerwinde bloeien. De ligusterhaag en wilgenroosje bloeit. Half juni: Bij warm weer vliegt de gierzwaluw hoog in de lucht en maakt cirkels. De linde en hagewinde gaan bloeien. De wikke bloeit. Het onkruid geeft al hooi.

In juni bloeit de Meekrap/ Mee/ Mede; Rubia Tinctorum (Engels Madder, Duits: Krapp). Ruber; rood en Tinctorum; "van de ververs". Naar het rode pigment/ kleurstof Alizarine. Het werd al in Egypte en Zuid Azië aangebouwd.

In juni bloeit de Wouw: Reseda Luteola (Weld/ Dyer's-Rocket). Latijn; Resedo (Re; weer) en sedare (kalmeren of helen). Gebruikt bij kneuzingen en ontstekingen. Luteola; kleine gele plant. Naar de gele kleurstof Luteoline die al gebruikt werd sinds de prehistorie. Deze verfstoffen zullen ook gebruikt zijn tijdens de feesten als lichaamsversiering.

In juni gaan de junikevers vliegen: Amphimallon solstitialis. In juni vliegen de kevers die in de nacht licht geven om de vrouwtjes te lokken (vroeger waren dit er veel). Ook geven sommige zwammen licht in het donker.

Naar het volgende feest