Midzomerzonnewende 21 juni tot 22 juli (vierde maand)   >>

In de vroege prehistorie was 24 juni de midzomerzonnewende. Voor het feest verzamelde men geneeskrachtige kruiden. Het was het zodiakteken Slangen (drager). Slangen staan voor genezing en vernieuwing (omdat ze vervellen) en vroeger waren ze beschermer van het huis en vee. Tijdens de midzomerzonnewende is de dag langer dan de nacht en hierna worden de dagen steeds korter, het wordt donkerder. Rond de Midzomerzonnewende 24 juni hield men een groot vuurfeest. De mensen sprongen over het vuur om de vruchtbaarheid te bevorderen. Mannen roofden symbolisch de vrouwen en ze raakten zwanger tijdens het feesten opdat hun kinderen in het voorjaar werden geboren (meest gunstige tijd). Daarom geloofde men vroeger ook dat de zielen uit de andere wereld tijdens deze tijd in de ongeboren kinderen gingen. In de grotten vinden we een verwijzing naar de paarden (zwanger) wellicht van de paardenjacht.

>>4A


Later kwamen de zodiaktekens: Schorpioen en Maagd hiervoor in de plaats.

We kennen de godin in slangenvorm. Als slangensymbool in de prehistorie zien we vooral de spiraalvorm (soms als oog; tevens zonnesymbool) en de golf. Soms heeft de slang ramshoorns (gehoornd). Op het zuidelijk halfrond speelt de slang een centrale rol rond 24 juni (daar midwinterzonnewende) als brenger van water in de woestijngebieden. Vroeger dacht men dat slangen geluk, voorspoed en heling brachten. Daarom werden ze soms gevoerd of in huis of stal gebracht (In Litouwen, Slavische landen en in Griekenland). Soms legde men een slang onder het bed van een pasgetrouwd koppel. Als beschermer van huis en vee mochten slangen niet worden gedood want dat zou ongeluk brengen. In Rusland smeerde men er soms het vee mee in ter bescherming tegen het kwaad. Ook op de midzomerzonnewende.

De slang staat in verband met kruiden in vele legenden. Een kruid of bloem die gebracht wordt door een slang aan een pasgeboren baby zou het kind beschermen. Een gekroonde slang is een koningin. De slangenkroon zou vele speciale krachten geven (zie ook de slangengordel van sterrenbeeld Slangendrager).

In de Landbouwtijd zien we de tekens: Leeuw en Kreeft. Leeuw staat nog in verband met de kracht van de zon op haar hoogtepunt. Ook de Kreeft werd in verband gebracht met de zielen van de kinderen. Verder is men in deze tijd nog druk met het werken op het land. Tot het oogstfeest (zie volgende pagina).

Hierop begon men met het grote feest. Midzomerblot, Alban Heruin, het feest van de goden Juno en Fortuna. Dit komt terug in de betekenis van het tegenwoordige sterrenbeeld Tweelingen.

In Mongolië vangt men nog steeds de paarden om te temmen in juni. Met een hele lange stok en lus vangt men vanaf een getemd paard zo een wild paard.

21 juni: Op de merkstaf/primstaf: een kleine krul. Noors: sommarsolkverv: zomerzonnewende.

-Droogte:

Als het rond 24 juni erg droog was ging men rituelen uitvoeren om regen te vragen in vrijwel alle landen. Meestal in de vorm van een of meer regenmeisjes/ vrouwen (soms ook jongens). In het Grieks bekend als; Perperia. Zie voor de verschillende landen afzonderlijk. Opvallend is de relatie tussen (het nieuwe sterrenbeeld) tweelingen en het aanroepen van regen. Tweelingen worden algemeen in verband gebracht met regen en bliksem. Algemene regenrituelen: In sommige landen gingen vrouwen "alsof" rondlopen met een ploeg om regen te krijgen. Vaak deden ze dit naakt. Voor het aanroepen van regen werden vooral zwarte dieren gebruikt, wellicht door de associatie met donkere regenwolken. Hier komt dan ook de negatieve bijnaam: zwarte kat, zwarte schaap, zwarte os of vaars, zwarte haan, vandaan. Het dier werd geofferd en soms eerst slecht behandeld opdat de goden medelijden zouden krijgen en het lieten regenen. Zo kreeg de zwarte kat en zwarte schaap de betekenis van zondebok (geofferd voor een hoger doel). Met dezelfde reden gebruikte met zwarte as. Verder werden speciale stenen gebruikt om regen te krijgen (in water gelegd of besproeid). Soms gebruikte men hiervoor Bezoar stenen (maagstenen) die tevens genezend zouden werken. Ook heilige bomen, beelden van goden of heiligen die natgemaakt/ besproeid werden (of sjamaan zelf). Door huilen of zweten. Schuim maken die de wolken voorstellen. Balspelen. Door het maken van regengeluiden (snor-hout, trommellen als donder etc.).Vaak offerde men ook aan de dondergod/ regengod (zie 9 de zeven weekdagen: donderdag) vandaar dat deze goden gekoppeld zijn aan deze periode. (overvloedige regen werd gestopt met rook en vuur).

Water: Het water op de avond van Sint Jan of op de vroege ochtend hierna zou speciale magische genezende krachten hebben. Daarom ging men zich onderdompelen in de zee, rivieren en bronnen. Ook het dauw zou genezend werken zie ook Walen bij de meifeesten. Het water drinken of er in baden zou niet alleen genezen maar ook beschermen voor het komende jaar. Men geloofde hierin in heel Europa. Later zei men dat het water gevaarlijk was rond de midzomerzonnewende.

Grieken:

De Grieken kenden diverse verschillende kalenders die afhankelijk waren van de regio. De Atheners en Ioniërs begonnen hun kalender met de eerste nieuwe maan na de zomerzonnewende. De Doriërs begonnen met de herfst-equinox en de Boeotiërs en Aeoliërs begonnen met de winter zonnewende.

De Grieks-Atheense kalender begon deze periode als; Hekatombaion/ Hecatombeus (rond Juli). Sommige regio's zouden deze maand Cronion/ Cronus hebben genoemd naar de oude graangod, zie ook de volgende maand. Want in Anatolië, Magnesia aan de Meander, zou dit de zaaimaand zijn. Normaal aan godin Athena en god Apollo. Soms aan Hera. Gewijd aan godin Hekate? godin met de drie gezichten (hond, paard en slang/ leeuw). Ze draagt een toorts en een mes. Ze wordt meestal begeleidt door slangen, raven of uilen. Hekatombe betekent een grote offering van vlees. Hekaton/Ekaton/ Hetatom/Ekatom (Afgekort: Hekat/Ekat): 100. (Nog terug te vinden in Romeins: hecto-liter, tevens een graanmaat). Hekatom-Be: (Feest) offer.

Op de 12de dag van de maand Hecatombaeon. Het feest van Cronia, ter ere van de graangod Cronus. In Athene had de oude god Cronus een tempel met zijn vrouw Rhea. Pas veel later kwam hier de tempel van de moderne Zeus voor in de plaats. Tijdens dit feest zaten meester samen met hun slaven aan tafel. Slaven kregen op deze dag iets meer vrijheid. Ze mochten feesten (wellicht met drank) en schreeuwen. Zie ook periode 11. De eerste koning van Attica Cecrops zou dit feest hebben ingesteld als dankoogstfeest. Maar later koos men een gevangene uit die dronken werd gevoerd en de volgende periode geofferd zou worden aan Cronus.

Midzomerzonnewende rond 24 juni/ St. Jan's feest/ Rozenfeest

Noord Germanen: Feest van Odin of Thor op een cultusplaats.

Romeinen: De midzomerzonnewende in Rome (24 juni) was gewijd aan legendarische Koning Servius Tullius (vereerd als vuurgod) en godin Fortuna. De Tiber rivier was vol met boten (aken) die versierd waren met bloemen. Men hield boot racen en ren wedstrijden. Ook de slaven mochten meevieren. Er werd veel gedronken en men maakte elkaar het hof. Ook zou men veel gemeenschap met elkaar hebben. Latijn: solstitium: zonnestilstand, zomerzonnestilstand, langste dag, zomertijd, zomerhitte. Latijn: 4: quatuor. Vierde is Celebrare. Celebreren is vieren (vereren). Celeb (Engels: Celebrity) is een beroemdheid.

KERK Het is gekoppeld aan de heilige Johannes de Doper (Sint Jan), Ἰωάννης ὁ βαπτιστής, Iōánnēs ho Baptistḗs (Duits: Sankt Hans) de persoonsnaam is afgeleid van het Hebreeuwse יוחנן, Jochanan, "JHWH heeft genade getoond"), in de oosters-orthodoxe kerk Johannes Prodromos, Johannes de Voorganger. De heilige van het water, maar hij komt pas voor in het Nieuwe Testament. In sommige geschriften van de kerk staat dat hij een half jaar voor Christus is geboren en dat is dus tijdens de zomerzonnewende dus word het echt als een geboortedag gevierd (zoals de geboorte van Jezus). Na Sint Jan (midzomerzonnewende) worden de dagen korter en na Christus (midwinterzonnewende) worden de dagen langer. Johannes zei letterlijk; "hij moet groter worden en ik kleiner"/ "hij moet wassen, ik moet minder worden"(Joh. 3:30). Zijn conceptie (aankondiging) word eind september gevierd, volgens de Oosters-Orthodoxe kerk op 23 september en zijn sterfdag is 29 augustus.

Op de middeleeuwse kalender van 24 juni staan zijn attributen: een wit schaap/ram en schuin zijn lange staf met een kruis er op. Noors: Jon-sok, Jons-messe. Op de merkstaf/primstav: vaak als stralende zon. Soms een kerk.

Apostel Johannes de Evangelist 27 december (ook wel Sint Jan genoemd). (Oudgrieks: Ἰωάννης, afgeleid van het Hebreeuwse יוחנן, Jochanan, "JHWH heeft genade getoond"). Heeft ook naast de adelaar als attribuut de slang in de kelk. Opvallend is zijn overeenkomst met de heilige Johannes de Doper die zijn feest heeft op de zomerzonnewende tegenover de midwinterzonnewende. De Oosters-orthodoxe kerk plaatst zijn naamdag niet op 27 december maar op 26 september (zie september) en 8 mei.

In sommige landen geloofde men dat de heksen (vroeger geesten) op midzomernacht ook rondingen (zoals op 30 april). Ze zouden dan de melk en boter van de koeien proberen te stelen daarom nam men maatregelen om ze te beschermen. Zo legde men bezems kruislings voor de stal en werden de kieren gedicht. Wellicht zouden ook de koeienhoorns versierd worden met bloemen om deze reden. Wellicht kwam dit van de Scandinavische landen die nu hun lente, ploeg- en zaaifeest vierden vanwege het koudere klimaat.

De Sint Johannes markt op 24 of 25 juni was ook een jaarmarkt die 6 weken duurde. Het werd gehouden op oude cultusplaatsen (zie ook bij herberg Kippenburg in Gaasterland) Er werd veel gedronken, gegeten, gefeest en gedanst. (Later werden op de cultusplaatsen ook andere jaarmarkten gehouden met bv. Pasen, Pinksteren, en Hemelvaart). Jongens en Meisjes gingen dan naar de markt in de grote stad en liepen met de pinken in elkaar gehaakt door de straten en deze dag 25 juni werd "Pinkskensdag" genoemd naar het "pinken vrijen". Zo werd een huwelijkspartner gekozen. Grote markten (en dus ook de feesten) werden in de dorpen en op het platteland steeds meer verboden door de steden die er anders niets aan verdienden. Het liefst hadden ze de jaarmarkten in de stad zodat het geld opleverde en men alles keurig in de gaten kon houden.
In de middeleeuwen organiseerden de Rederijkers vaak spelen op 24 juni. Zoals in Breda en Haarlem rond 1500.

Op *24/25 juni werd een groot vuur aangelegd waarin de meiboom werd verbrand.

-Midzomervuurspringen;

In Europa gold de sprong door het St. Jansvuur/ midzomer-zonnewende-vuur als geluk-en voorspoed-brengend. Jonge dansparen sprongen over het hoge vuur, hoe hoger ze sprongen des te meer geluk het komende jaar zou brengen en beschermd ze zouden zijn. Hoe hoger het gewas zou groeien. Ze sprongen dus voor de hele gemeenschap. Zie ook het vuur en het versterken van de ogen in andere landen.

-Vuurvlucht en vuurvangst;

Noord Germanen: De zon is het hemelvuur en achter de wolken en nevels komen ze samen (bij onweer ontstaat vuur uit water/ regen), om later weer tevoorschijn te komen, de aarde te verwarmen en het leven op te wekken. Het epos van Kalevala die vertelt van het hemelse vuur dat zich in het water stort, door een vis wordt opgeslokt, welke door Finse goden in een grote jacht werd vervolgd en eindelijk werd gevangen.

Later; brandende takkenbundels dooft men in het water van een rivier waarna het traditioneel vangen van (uitgezette)vissen met speren. (Hemelvuur vangen) Daarna wordt het Sint-Jansvuur ontstoken. Daarna volgt er een gevecht tussen twee groepen waarna de nieuwe (mei)koning door het Sint-Jansvuur wordt getrokken door de menigte.

-Pop verbranden:

Soms verbrandde men hier een pop maar meestal deed men dit met Carnaval of Pasen. In Denemarken ontsteekt men een groot vuur op een hoge plaats een groot vreugdevuur waarin men een pop verbrand die een heks voorstelt. Aangezien de stroman (die gezien werd als boos wezen of oud jaar) soms ook werd vervangen door een heks, ging men ook katten verbranden. Want katten werden later gezien als het kwaad tijdens de heksenvervolging en het uitbannen van de godin met haar kat door de kerk (zie Pasen). Zie ook de zwarte kat onder.

-Noord Germanen: Er werd ook een paardenprocessie gehouden. In juli komt Pegasus duidelijk aan de hemel .

In de Middeleeuwen was het ook belangrijk dat de koeien rond deze tijd werden bevrucht, koeien zijn even lang drachtig als de mens. Op Sint Jansnacht vaarden de vissers niet uit want dit zou ongeluk brengen.

Sint Jan als weerheilige: Voor Sint Jan zouden de bijen aan het zwermen gaan, maait men het gras in de weiden en na Sint Jan erbuiten. Als het regent op Sint Jan zou het ongunstig zijn voor noten; voor walnoten en hazelnoten. Als de lindeboom bloeide met Sint Jan dan zou er veel koren zijn met Sint Jakob. De lindeboom staat ook in verband met bijen. De glimwormen zijn s' nachts zichtbaar (vaak werden ze ook gezien tijdens het nachtelijk feest van Sint Jan ofwel er aan verbonden via verhalen). Soms zegt men ook dat Sint Jan op 25 juni na de zomerzonnewende werd geboren (dit idee zien we ook terug in Egypte bij andere mythen). Hierna zouden de drie meest zonnige weken van het jaar volgen (verwijzing naar het feest?) en de witte margriet zou stralen.

25 juni: Adelbert van Egmond.(Adelbertus van Egmont, Aalbrecht of Adalbert). Missionaris van Nederland, samen met Willibrord. Vooral vereerd in Egmond aan zee.

27 juni: Zevenslapersdag. Deze dag stond voor weersvoorspellingen, men verzamelde hierop ook kruiden zoals Sint Janskruid en Hertshooi. Als het op deze dag regende zou het nog 7 dagen regenen of zelfs drie weken.

28 juni: Sint Ireneüs van Lyon. Oude weerheilige. Leerling van Polycarpus van Smyrna van 23 februari. Ireneüs is gekoppeld aan de bloeiende lelie.

29 juni: Dag van twee heiligen Sint Petrus en Sint Paulus want ze zouden op dezelfde dag en op hetzelfde uur zijn gestorven (verwijzing naar tweelingen). Sint Paulus was een nieuw toegevoegde apostel; zijn attribuut was een afgehouwen hoofd en het zwaard. Paulus werd als kind Sjaoel/ Saulos/ Saulus genoemd en hij kwam uit Tarsus (Turkije). Hij staat in verband met Sint Stefanus en werd ook gevierd als zijn plaatsvervanger op 25 januari. Paulus komt veel voor tijdens het voorjaar. Petrus ("rots" genoemd en zijn naamdag werd ook op 22 januari gevierd daarom zijn zijn attributen voorjaarstekens zoals sleutels en de haan. Petrus zou de eerst Paus van Rome zijn (Paus betekent "vader") en zijn opvolger was Eleutherus (zie Sacramentsdag). Petrus zou iets magisch hebben gedaan zoals de oude goden voor hem; hij zou zijn staf in een rots in Italië hebben gezet waar een heilige en genezende bron ontstond. Deze daad is zeer algemeen bij vele culturen (zie Pasen en Meifeesten). Opvallend is dat de kerk vooral de leer van Paulus heeft gevolgd. Zie ook het duo Petrus en Andreas bij andere landen.

Op de kalender werd 29 juni ook de dag van Sint-Pieter genoemd. Op de Sint-Pietersvuren werden 15-77 kruiden verbrand zoals het Sint-Janskruid. Als het mooi weer was dronk men wijn en zou het een goed bijenjaar worden. Op de middeleeuwse kalender, de sleutel van Petrus en het zwaard van Paulus. Op de merkstaf/Primstaf: Alleen de vierkante sleutel van Petrus. (Feest ook Per-sok genoemd)

-Genezingsnacht/ planten:

Sommige planten kregen magische of genezende krachten als ze op de nacht of dag van Sint Jan/ Midzomerzonnewende verzameld werden. Bv. Notenboomblad in schoen van liefde leggen. Het plukken van bloemen stond in het teken van het krijgen van een partner. Men geloofde dat men er ook de toekomst mee kon voorspellen. Zie ook andere landen.

Het Sint Janskruid (Hypericum Perforatum/ millepertius) of (Hypericum/ millepertius) is vernoemd naar het feest omdat het rond 24 juni begint met bloeien. Dit genezend kruid werd geplukt als bescherming tegen onheil. Door de boeren werd het ook geplukt tegen bliksem. Frans: herbe de la Saint-Jean/ Engels: Saint John's wort. Het werd verzameld op midzomeravond of midzomerdag voor zonsopgang. Het wed opgehangen om het huis en stal te beschermen tegen bliksem, boze geesten en heksen. Ook werkte het als geneesmiddel tegen allerlei dingen en het zou opwekkend zijn (gebruik met mate). In de middeleeuwen zou de plant magische krachten zijn toegeschreven voor het uitbannen van duivels en kreeg het de naam: fuga daemonum: "jaag den duivel". Voordat heksen en tovenaars werden gemarteld zou de bloem gebruikt zijn als een soort waarheidsserum om ze te laten bekennen (dit gold dan wellicht voor de wortels, zie Engeland). Sommigen zeiden dat de plant ook verzameld moest worden in stilte en dat men moest vasten voor het verzamelen. Zie ook Sint Jan's olie en Sint Jan's bloed bij Duitsland. De rode verf/ inkt (ook de oogst van de vlierbessen voor rode verf).

In Duitsland werd ook de algemene naam van Sint Jan's bloemen (Johannisblumen) gegeven aan andere bloemen zoals valkruid of wolverlei  (Arnica montana), ook geel bloeiend. Ook een genezend kruid voor wonden, spierpijn en hartfalen. In Voigtland/ Vogtland werd het geplukt op de avond van Sint Jan en in de velden gestoken, opgehangen aan de muur of onder de daken gestoken. Dit zou de velden en het huis beschermen tegen bliksem en hagel. Dit geloofde men ook in west Bohemen, Beieren en in de Tirol.

Een andere plant die op de avond of dag van Sint Jan werd verzameld was bijvoet (Artemisia vulgaris)(Engels: mugwort). De plant zou muggen verdrijven (ook de rook bij verbranding) zie ook de volgende periode. Men noemde de gordel van deze plant Sint John's gordel. Deze zou tegen van alles beschermen en de drager sterk maken. Zie ook Duitsland en Frankrijk. Soms werd de gordel ook als kroon gedragen. In Duitsland geloofde men dat wie bijvoet (Duits: Beifuss) in zijn schoenen droeg, niet moe zou worden. De naam zou hier dan ook naar verwijzen (zoals in het Nederlands). Bijvoet is familie van de Alsem met dezelfde eigenschappen.

Ook Ijzerhard (Verbena) werd veel gebruikt rond de midzomerzonnewende en verzameld op de avond of dag.

Freerkens (1951) zou onderzoek gedaan hebben naar de antibiotische werking van weegbree. Wanneer deze geplukt werd in de maand juni was de werking groter van deze plant dan
in andere maanden.

De varen zou op middernacht op midzomeravond bloeien en snel daarna zaden vormen. Degene die de bloemen of zaad bemachtigde kreeg kennis en magische krachten. Diegene zou zelfs weten waar de schatten zich bevinden in de grond. Hij zou zichzelf onzichtbaar kunnen maken door de zaden in zijn schoenen te doen. Maar tijdens het zoeken naar de bloemen of zaad moest de zoeker het niet met zijn handen aanraken of het op de grond laten vallen. Het beste kon men de zaden op een witte doek laten vallen . Dit geloofde men in Engeland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Italië en Rusland. Maar de varen bloeit niet echt, hij laat alleen mini-sporen los uit de sporenhoopjes. Hun afdruk is wel te zien op een witte doek. Er deden zeer veel magische verhalen te ronde over varens, zie de andere landen. Het gebruik om varens te verzamelen of varensporen op de avond van Sint Jan werd daarom verboden door de kerk tijdens de synode van Ferrara in 1612. Ook staat de varen in verband met de rode bloeddruppels. Wellicht omdat de varen de vorm had van een veer (zie wichelroede). Zie ook Kerstnacht. Ook kan er een spraakverwarring zijn want het Keltische fearn betekent de els (zie 1B). Mannetjesvaren werd ook: Herba filix of Adderruit genoemd. Duits: Wurmfarnkraut: filix herba/ filicis herba of filicis maris rhizoma (de wortel). Tinctura filicis. Het sap van de wortel is een oud geneesmiddel tegen lintworm en bandworm (let op want het is giftig bij verkeerd gebruik)(Bron: Handboek der geneesmiddelleer van Fr. Oersterlen). Misschien gebruikte men de varen om zich te versieren tijdens het feest op de midzomerzonnewende
of stond het gewoon als symbool voor geslachtsgemeenschap onder de varens. Deze dubbelzinnigheid komt vaker terug bij andere planten.

Vroeger maakte men Potas (Potassim/ Kalium) ook uit de as van varens. Dit werd gebruikt bij het maken van glas. De naam Alkali zou van het Arabische Al-galyah "plant as" komen. Hiernaast werd Potas ook gewonnen uit sommige gesteenten.

De wilde Roos; wilde hondsroos (Rosa canina) en de Egelantier (Rosa rubiginosa) begon in juni te bloeien. De plant werd ook gebruikt tegen hondsdolheid maar de naam hond zou ook een oudere betekenis kunnen hebben. Ook het Rozenkransje (Antennaria dioica) begon nu te bloeien. Dioica betekent "tweehuizig" dat wil zeggen dat er zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen tegelijk op bloeien. Deze werd vroeger gebruikt als geneesmiddel. De roos is van oudsher al bij uitstek de bloem der liefde. Zo zou de rode kleur komen van een druppel bloed van de godin Aphrodite toen ze zich prikte, terwijl ze haar geliefde Adonis zocht.

Men kent ook de vele liedjes van het meisje Rosa.

Stenen verzamelen tegen blikseminslag. Speciale stenen die zouden beschermen tegen bliksem waren bekend in Noord Europa als donderstenen/ donderkeilen. Vaak dacht men dat deze uit de lucht vielen tijdens donderstormen om hun oorsprong te verklaren (en kwamen ook letterlijk tevoorschijn na flinke regen). Bekend in Noorwegen, Zweden, Denemarken, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Afrika; Soedan, Guinee, India; Assam. Hieronder vallen: Belemieten (belemnoidea) de versteende inktvis (zeekat), prehistorische vuurstenen bijlen en speren wapens, gebruiksvoorwerpen en soms ook echinites fossielen. Vaak opgehangen in huis onder het dak of bij de vuurplaats. Bood soms ook bescherming tegen vuur.

Aardbeien zijn in juni rijp (tijdens koude middeleeuwen). Ze worden ook zomerkoninkjes genoemd.

Volgens Sir James George Frazer zouden de bloemen en kruiden (en wichelroedes) extra kracht krijgen doordat het de langste dag was en de zon dus meer invloed kon uitoefenen. Ook zouden vele gele bloemen die op de zon leken speciaal hiervoor werden gekozen (zie boek The Golden Bough, Balder the Beautiful, The fire-festivals of Europe and the doctrine of the external soul, vol. II, blz 72). Volgens Mannhard zouden de vuren tijdens de Zomerzonnewende ook bedoeld zijn om de zon te versterken. Het vuur zou nu ook harder branden.

Dit idee komt daarom ook overeen met de winterzonnewende op het zuidelijk halfrond (daar langste dag) waar de oorsprong van het maken van vuur een belangrijk thema is.

30 juni: Zie 27 maart: Sint Rupert van Salzburg. Bekeerde het gebied van Regensburg en de Donau, apostel van Beieren en Oostenrijk. Hij zou de vernielde stad Iuvavum opgebouwd hebben als Salzburg. Op de Nonnberg stichtte hij daar een vrouwenklooster. Zijn zus Erentrudis (van 30 juni) werd daar de eerste Abdis.

Kerk: Was tegen het bijgeloof rond de vuurgebruiken. Dus tegen: Het dansen rond het vuur, springen over het vuur in het geloof dat het zou beshermen, sterker maken of helen, spelen, feesten, achterbakse liederen zingen, kruiden verzamelen, kruiden dragen, in het vuur gooien en bewaren. Ook tegen het bewaren van aangebrandde takken of as van het vuur. Voorspellingen doen aan de hand van hoe de vlammen branden of rook waait.

Begin juli, aanloop op de herfstfeesten:

Op de eerste volle maan na de midzomerzonnewende werd om de vier jaar de Olympische spelen gehouden (dus meestal in juli). Meestal ter ere van Zeus. In een mythe is het Endymion, de zoon van de eerste koning van Elis. Hij had 50 dochters van de maangodin Selene. Hij liet zijn zonen een race rennen om het koninkrijk te winnen bij Olympia. Endymion zou de gezonken zon zijn (nacht of slaap) onder de horizon en de 50 dochters zouden de 50 maan maanden zijn van een Olympiade. Ook werden er paardenrennen gehouden met wagens. De vrouwenrace zou begonnen zijn ter ere van Hippodamia/ Hippodameia (dochter van de koning) voor haar huwelijk met Pelops (ook ter ere van Hera) . Pelops kreeg van Poseidon een magische gevleugelde gouden paardenwagen. Ook Myrtilus, de zoon van Hermes speelt een belangrijke rol. Hij moest de wagen van Oenomaus saboteren van Pelops. Maar toen hij Hippodamia probeerde aan te randen gooide Pelops hem in zee en hij vervloekte de held voordat hij verdronk. Hij wordt in verband gebracht met het sterrenbeeld Voerman. De held Pelops krijgt jaarlijks het offer van de zwarte ram. (zwart vanwege het aanroepen van regen). Zo zouden de mannen op het graf van Pelops bij Olympia, op hun rug zichzelf gegeseld hebben tot het bloed stroomde.

Nemeïsche spelen: gehouden in het jaar voor of na de Olympische spelen (2 maanden na de Isthmische spelen; zie april). In het heiligdom van Nemea. Meestal ter ere van Zeus. Ter ere van de gestorven koningszoon Opheltes die begraven zou zijn in Nemea. Het zou ook nog herinneren aan de Leeuw die Heracles zou hebben gedood.

Panathenaïsche spelen: Panathenaea. Vierjaarlijks (penteteric). Gehouden in Athene rond 566 vChr ingevoerd. Vooral gewijd aan godin Athena. Men gaf haar vele offers (Hecatombe). Het leek veel op de Olympische spelen en zou er op zijn gebaseerd maar men hield vooral paardenraces en wedstrijden voor de Atheners zelf. Tevens hield men poëzie en muziekwedstrijden (met de citer). Men verhaalde over de Odyssee en de Illiad.

Voor deze sportieve wedstrijden had men natuurlijk ook weer een lauwerkrans nodig.

Romeinen:

Op 5 juli zou men een ceremonie in Rome gehouden hebben met de naam "vlucht van de mensen". Dit zou kunnen betekenen dat de mensen uit Rome trokken naar de heilige plaatsen om feest te vieren en rituelen te houden (dit zal ook rond de midzomerzonnewende hebben gelegen).

Vroeger hingen de getrouwde mannen rond deze tijd ook slingers van fruit in de wilde vijgenboom, om de boom vruchtbaarder te maken of het fruit sneller te laten groeien. Dit werd ook in Griekenland gedaan en Klein Azië in juni. Sommigen vinden dat het gehouden moest worden op de midzomerzonnewende, anderen in juli. In Sicilië hangt men het fruit nog steeds op midzomerzonnewende (tijdens het feest van Sint Jan) of begin Juli. In Marokko en Noord Afrika doet men dit op de midzomerzonnewende. De wilde vijgenboom is mannelijk en de gecultiveerde vijgenboom is vrouwelijk. Om de laatste te bevruchten moest men de wilde soort met pollen en insecten (galwespen) plaatsen op de gecultiveerde boom om vruchten te krijgen (dit kan het beste in juni). Dit is ook dubbelzinnig op te vatten tijdens het feest zelf. De vijgenboom is in vele culturen heilig. Door kalenderverschuivingen was het feest vroeger in juni (zie het grote rad). (Adam en Eva uit de bijbel droegen ook vijgenbladeren op hun geslachtsdelen).

Romeinen: 7 juli was gewijd aan de mythische koning Romulus (zie ook het sterrenbeeld Tweelingen). De dag dat hij gestorven zou zijn tijdens een donderstorm in het geitenmoeras (zie ook de volgende periode; de maandnaam juli). Nonae Caprotinae. Dit was een speciale dag voor de vrouwelijke slaven in heel Latium. Ze kregen kleding aan als vrije vrouwen en mochten de stad tijdelijk verlaten. Ze mochten ieder bespotten die ze tegenkwamen. Vaak leidde dit tot gevechten tussen de vrouwen waarbij zelfs stenen werden gegooid. Ze mochten een feest houden onder een wilde vijgenboom. Ook mochten ze een tak van de boom halen (ook om er mee te slaan). Ze offerden het melkachtige sap van de vijgenboom aan godin Juno Caprotina. Godin van de wilde vijgenboom of godin van de geit (caper) naar de wilde vijgenboom Caprificus (geit-vijg). Zie ook de vijg van Romulus (als levensboom). Volgens legenden zouden de Patriciërs of Patres Romulus in stukjes hebben gesneden en het onder hun gewaden verstopt hebben om hem later in de grond te begraven. Wellicht hoopten ze dat zijn lichaam ook vruchtbare eigenschappen zou hebben.

De dondergod van de Romeinen was Jupiter. Eigenlijk bestond hij uit twee personen: Bliksem en donder die gedurende de dag kwam werd toegeschreven aan Jupiter en bliksem en donder van de nacht werd toegeschreven aan de god Summanus. Deze god werd vereerd op 20 juni (zomerzonnewende). Men offerde dan 2 zwarte schapen (zwarte dieren werden speciaal gekozen om regen aan te roepen). En twee taarten in de vorm van een wiel: summanalia

Maria Koningin: Maria's bezoek aan Elisabet/ (Visitatie) geplaatst op 31 mei; Maria's bezoek aan Elisabet/ (Visitatie). Ze begroette haar met: 'de meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot"(Luc. 1:42). Maria is op het moment van het bezoek zwanger van Jezus en Elisabeth van Johannes de Doper Elisabet wordt wanneer zij Maria ziet komen vervuld van de Heilige Geest. Eigenlijk stond dit bezoek eerst op 2 juli maar dit kon eigenlijk niet omdat Johannes geboorte op 24 juni was geplaatst en daarom hebben ze het maar verplaatst voor de zonnewende naar 31 mei.. Ze begroette haar met: 'de meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot"(Luc. 1:42). Maria is op het moment van het bezoek zwanger van Jezus en Elisabeth van Johannes de Doper Elisabet wordt wanneer zij Maria ziet komen vervuld van de Heilige.

Maria als weerheilige op 2 juli: Als het op deze dag zou regenen door Maria zou men 40 dagen zegen ontvangen (40 dagen erna valt op 10 augustus; Sint Laurentius). Op de middeleeuwse kalender staat 2 juli aangeduid. Volgens de Noren is het gewijd aan Syfte-sok: een oud Noors jubileum op 2 juli. De dag is een katholieke feestdag ter nagedachtenis aan Saint Svithun bisschop van Winchester (862) Engels: Swithun (Swithin, Old English: Swīþhūn, Latijn: Swithunus). De naam betekent 'Svithuns-vaka', maar wordt ook gezien in verband met het werkwoord: syfte, 'å reinske': 'zuiveren/ reinigen'. De dag valt samen met Maria's bezoekdag.
De kathedraal van Stavanger was gewijd aan St. Svithun, en op belangrijke palen van het omliggende bisdom werd de dag vaak gemarkeerd door een bisschopsstaf.
De Vaka/ Sok voor St. Svithun werd in vroegere tijden vaak gevierd met vreugdevuren. In Telemark moet men gewoonten hebben gehad die het veld met opzet van onkruid moesten ontdoen. Attributen: brug, gebroken eieren aan zijn voeten. Hij was ook een weerheilige. Opvallend is dat men in Engeland zijn feestdag op 15 juli viert (verplaatsing van zijn lichaam). De kerk van Winchester was gewijd aan Petrus en Paulus. Zie 29 juni.

Op de merkstaf/ primstaf: aangegeven met poppetje (vrouw? met hoedje/ kapje).

3 juli: De dag van de Apostel Tomas. Veel geëerd in India. Hij wordt ook letterlijk "tweeling" genoemd: Toma. Beroemd van het verhaal dat hij water in de lucht gooide dat bleef hangen. De bron van de grote rivier de Rijn wordt Toma-See/ Lac de Toma (meer van Toma genoemd). Op de middeleeuwse kalender weergegeven met een hand die naar boven wijst op een ruit-vorm.

Maar de hondsdagen, die in verband stond met de ster Sirius, is door de Precessie verschoven (vroeger 3 juli- 11 augustus), nu komt Sirius eind Augustus op voor de zonsopkomst.

Middeleeuwen: Men hield op 4 juli "schuddekorfsdag"; boven het vuur hing een mand met eten. Later: appels, kastanjes, noten, amandelen en mispels (in de middeleeuwen zou dit allemaal geïmporteerd moeten zijn want hier was het jaargetijde niet voor) . Deze geroosterde inhoud werd geschud en aan de kinderen uitgedeeld. Dit deed men ook op 11 november (zie Sint Maarten). Zie ook lente-equinox. 4 juli noemde men zelfs ook Sint-Maartens dag. Op deze dag gaf men lakens aan de armen. Op de middeleeuwse kalender staat een kelk op 4 juli.

7 juli (dag van de vertaling van de relikwiën). relikwiën of relieken (Latijn: reliquiae). Voorwerpen verbonden aan heiligen of martelaren. Vroeger geplaatst bij hun graf.

Zie de kerk Sainte Begga. Boven het graf van St. Begga is een zwarte marmeren plaat, ondersteund door 5 zuilen (tafel van St. Begga). Vooral op 7 juli en op 17 december, liet men de zwakke kinderen tussen de tafel en de middelste pilaar door glijden om ze sterker te maken.  Ook zou ze stotterende genezen.

8 juli: Op de merkstaf/primstaf: Noors: Ljå : zeis. Waarschijnlijk dag van Sint Kilian. Killian ( Irish: Cillian; Latin: Kilianus) Iers missionaris en bisschop. Ook samen vereerd met Kolonat/ Colmán en Totnan op deze dag. Een van de 14 noodhelpers en weerheilige. Duits: Kilian, der heilige Mann, stellt die ersten Schnitter an. Kilian de heilige man, maakt de eerste snede (met sikkel/zeis). Ist’s zu St. Kilian schön, werden viele gute Tage vergehn. An Sankt Kilian säe Wicken und Rüben an. Meestal wordt hij echter afgebeeld met een zwaard en bisschopsstaf.Missionaris van Franconia: noord Bavaria. Daarom veel vereerd in Duitsland.

10 juli: Op de merkstaf/primstaf een soort T-vorm. Wellicht van Knut/ Knud IV, koning van Denemarken (1043-1086). Later in 1101 heilig verklaard. Ook wordt zijn feest gevierd op 19 januari. Zie St.-Knuts-Tag (Zweeds: tjugondedag jul / tjugondag Knut; Noors: St. Knuts dag/ tyvendedags jul; Fins: nuutinpäivä) De 20ste en laatste dag van de kersttijd (jul-tijd). In Zweden, Noorwegen en Finland en wordt op 13 januari gevierd. De oktavdag van het driekoningen feest waarop Jezus gedoopt zou zijn. (tegenwoordig gevierd op de zondag na driekoningen).

13 juli: Mildred van Minster (Old English: Mildþrȳð, Mildreda, Mildrith, Mildryth; † 13. Juli 734). Anglo-saxische heilige. Ze had nog twee heilige zusters: Mildburh (Saint Milburga of Much Wenlock, Ook Milburga/ Milburgh) (23 February ) en Mildgytha (Saint Mildgyth, ook Mildgytha) (Old English: Mildgȳð)17 januari). En samen vormden ze dus een 3-eenheid. Dochters van koning Merewalh (Merwal/Merewald). Zoon van Penda. De moeder was Domne Eafe (Old English: [domne æɑve] / Domneva, Domne Éue, Æbbe, Ebba. Op de middeleeuwse kalender een schuine staf met kruis.

14 juli: Op de merkstaaf/primstav: smal boompje met kruisje er op. Betekenis onbekend.

15 juli: Apostelendag van de heilige zeven apostelendagen: Divisio Apostolorum

Een belangrijke heilige was Sint Marina haar dag is op 17 of 18 juli (en 12 februari). Ze was afkomstig uit Bithynië (West-Turkije; zie tweelingen; de sterren op aarde) maar haar heiligdom vormt de oude prehistorische bron in Augas Santas in Spanje (zie slangen). Tijdens haar leven zou ze als man zijn verkleed, dit aspect zien we ook terug bij een van haar latere zussen; de mysterieuze Sint Kümernus/ Sint Kummernis (Ontkommernis)/ Sint Uncumber of Wilgefortis/ Liberata genoemd. Deze latere vrouwelijke heilige kreeg een baard en leek op Christus zelf en zou zelfs gekruisigd zijn als Christus. Vereerd in Nederland in de kerk van Sint Jan in Den Bosch. Ze zou vergelijkbaar zijn met een Italiaanse heilige Julia. (Wellicht keek men naar Egypte naar de koningin met de regeringsbaard, zij die als godin werd vereerd).

18 juli: Op de merkstaaf/primstav: klein dubbel weerhaakje. (M vorm?) Zoals op 18 december (zie koning Magnus).

Rozenhoed dans/ feest eind juli;

Soms begon het rozenfeest al op 6 juli: Sint Godelieve. Vlaamse nieuwe weerheilige. Ze staat in verband met keelziekten en het graan beschermen tegen vogels. Als het regende op deze dag zou het nog drie weken regenen. De tureluur zou regen kunnen voorspellen.

10 juli: Sint Amelberge/ Amelberga: Weerheilige in het teken van regen. Ze staat in verband met het graan beschermen tegen vogels en de steur. Tevens vereerd in Temse met Pinksteren en laatste weekend van september. Amalberga van Maubeuge wordt op dezelfde dag vereerd. Symbool boek en kroon. Ook vereerd tegen arm-pijn en koorts zoals haar naamgenote. Op 10 juli zou de hemeldeur open gaan.

Deze werd gek genoeg ook Sint Pieters kroon/ rozen-koningsfeest genoemd en was ter ere van Sint pieter maar werd gehouden op de tegenover liggende St. Margriet op 20 juli, in Vlaanderen. Een staak en hoepel met spaken werd versierd met rozen en linten of een krans versierd met bloemen. De kinderen dansten er omheen en er werd een koning en koningin der rozen gekozen. Net als de Pinksterbruid maar dan een St. Pietersbruid. De kinderen maakten ook altaartjes versierd met bloemen waarop ze kaarsjes branden. De kinderen vegen de voeten schoon en ontvangen iets lekkers of geld. Voor het feest werden groene korenaren gebruikt die nog niet rijp waren.

Sint Margriet 20 juli  is eigenlijk Margaretha van Antiochië (Turkije). Ze bepaalde het weer voor de komende warme hondsdagen. Weerspreuk; "Als Margriet plast in het riet (regen), dan zes hele weken boerenverdriet". Want de regen vlak voor de oogst is niet gunstig voor de boeren. Of "Met St. Margriet droog, dan zes weken zon in 't oog". Ook was er een legende waar ze tegen een draak ging vechten als Michaël. Ze is een oude heilige en dochter van een heidense tempelpriester (305n Chr). Ze biedt vooral hulp aan zwangere of onvruchtbare vrouwen omdat ze levend uit de buik van de draak zou zijn gekomen. In de middeleeuwen viel haar feest in Utrecht op 13 juli. Dus eigenlijk rond Maria Hemelvaart. De draak is tevens haar attribuut. Ze vormt een 3-eenheid met Sint Barbara en Sint Katharina (zie de 3 jaargetijden).

Vanaf St. Margriet (20juli), soms 22 juli (Maria Magdalena) en meestal op 25 juli begon de jaarmarkt van St Jakobu (St. Jacobsmarkt van Jacobus de Meerdere), die dag werd het eerste graan geoogst in Nederland. Ook werd de markt 8 dagen voor de 25e en 8 dagen erna gehouden. Waarbij dan ook het oogstfeest werd gevierd. Men voerde het St. Barbaraspel op (de opstanding van Jezus). Rond eind juli werden de zaden van de rapen gezaaid.

Vroeger stond 20 juli in de antieke wereld bekend als de dag waarop de hondsster Sirius verrees (Italië of Griekenland?). In de middeleeuwen spreekt men in Nederland/ België ook al over de hondsdagen op 21 juli en regenvoorspellingen.

Op de merkstaaf/primstav: Een dubbele weerhaak als letter "M" met een kruisje erop. Noors: Margret/ Mari(t).

21 juli/ 10 oktober: Sint Victor (letterlijk: "overwinnaar") van Marseille: Romeinse soldaat. Zou verbrijzeld zijn tussen twee molenstenen van een rosmolen. Daarom patroon van de bakkers. Hij zou ook zijn bewakers hebben bekeerd; Alexander van van Bergamo (26 augustus), Centurion van het Thebaanse legioen en Felicianus en Primus en wellicht ook Longinus.

21 en 22 juli: Was de dag van Maria Magdalena (meestal 22/ Magdal). Later werd zij een soort extra Apostel. Ze was ook een van de 7 heilige vrouwen. Weerheilige in het teken van regenvoorspellingen. Haar attribuut is de mirrefles/ mirrepot. In centraal Azië is ze ook bekend als Myrophore: zalf-draagster. Zo staat ze ook op de middeleeuwse kalender. Er is ook een Magdalena orde opgericht in 1224. Op de merkstaaf/primstav: een lange stok met een soort kelk/beker erop. Ook Mari-stol genaamd.

Tevens is 22 juli de dag van de heilige Saturninus en Sisinnius (die ook vereerd worden op 11 en 16 mei)

-----------------------------

Periode van Tweelingen (nu).

Rond 21 juni: Zomer in het teken van de hagewinde (vooral tijdens de midzomernacht). De bosrietzanger zingt. De bijen gaan zwermen voor Sint Jan.

Johanneskever/ rozenkever/ tuinkever (Phyllopertha horticola) vliegt ook in juni.

Begin juli: De kersen worden rijp, De rode kornoelje, kamille en liguster gaat bloeien. Ochtend-rood; 's avonds weer in nood (regen). Schrijvertjes (draaikevers) en waterjuffers. Half juli: De aalbessen worden rijp. Rode klaproos, blauwe korenbloem en valeriaan ziet men veel. Wilde Marjolein (Origanum). Het Sporkehout (Rhamnus frangula), familie van de wegedoorn, heeft knop, bloem en vruchten in drie kleuren. De eerste gierzwaluwen trekken weg naar het zuiden. De koekoek trekt weg. Het perzikkruid bloeit. Tussen midden juli en midden augustus ruien de meeste vogels. De kruisbekken komen. De zwanenbloem gaat bloeien.

In juli verschijnt de julikever (Ployphylla fullo)

Naar het volgende feest