De oogstfeesten eind Juli en augustus     >>

23 juli tot 21 augustus (vijfde maand)

In de vroege prehistorie is het 3e grote feest van de Godin op eind Juli en ze is dan zwanger. Het was in de koude tijd nu zomer. Men ging in Noord Europa boogschieten op de rendieren en hiervoor werden de rendieren met veel mensen bijeengedreven op een speciale plaats. Vaak was dit een rivier of een andere barriëre waar de rendieren niet overheen konden. Hier werden dan de noodzakelijke dieren geschoten en daarom staat dit in het zodiak teken pijl en boog; Boogschutter. Voor deze jacht kwamen er vele groepen van verre bij elkaar op een centrale plaats waar men ook met elkaar kon ruilen van handel en feestvieren na een overvloedige jacht. Hierbij zocht men zich ook een nieuwe partner uit. Daarom hield men hier nog feesten met vaak sportieve wedstrijden en dit kon doorlopen tot eind augustus. Om de zoveel aantal jaren verzamelden groepen zich van omringende landen bij elkaar voor een nog groter feest rond half augustus. Tijdens de warme hondsdagen van ongeveer 23 juli tot 25 aug (wanneer de hondsster Sirius verdwenen is in Europa) kwam de god van de onderwereld (steenbok) om de Godin mee te nemen naar de onderwereld. Dit werd symbolisch nagespeeld en de jonge helden moesten dan vechten tegen de oude god van de onderwereld. Het feest liep door in de volgende periode want de god ging pas in november werkelijk weg.

>>5A






In deze tijd van het jaar slaat dit op het sterrenbeeld van Perseus die het hoofd afhakte van het monster (Medusa's hoofd). Hierin wordt Perseus de held die de jonge maagd gaat redden (Andromeda) van het zeemonster. Hierbij krijgt hij haar paard Pegasus. Het sterrenbeeld van Perseus was in de vroege prehistorie (en nu) te zien aan de hemel in de Herfst maar niet tijdens de Landbouwtijd. Daarom koppelde men het sterrenbeeld Perseus soms ook aan het zelfde soort feest in de lente (Sint Joris en de draak). De symbolische onthoofding van een godin/ god of held gekoppeld aan de oogsttijd zien we terug bij vrijwel alle culturen over de hele wereld. Men vergeleek het afsnijden van het graan/ rijst of maïs met onthoofding. Helaas namen sommige culturen dit te letterlijk (koppensnellen van de vijand). Ook bij sommige groepen in Europa deed men aan koppensnellen. Iets dat we liever zo snel mogelijk vergeten.

Een bijzonderheid van het sterrenbeeld Perseus is dat er in augustus een meteorenregen uit het sterrenbeeld Perseus lijkt te vallen (te zien op het noordelijk halfrond)(oorzaak de komeet Swift-Tuttle). Deze worden de Perseïden genoemd. Deze sterrenregen wordt geassocieerd met het bloed dat uit het afgehakte hoofd van Medusa valt in de mythe van Perseus. Het staat wellicht ook in verband met het zaad want uit de druppels ontsprongen de slangen. Ofwel met de tranen van de godin die het land vruchtbaar maakten. Zie ook de gouden regen van Zeus.

Latere zodiaktekens zijn: Slangen, Schorpioen.

Landbouwtijd: De oogstfeesten zijn natuurlijk een beetje afhankelijk van het land waarin men zich bevind. Het hangt af van het klimaat en van de lokale soort gewassen die men kweekt. Deze riten gaan over de oogstfeesten in noord Europa. In veel landen worden in juli en augustus tegenwoordig nog folklorefestivals gehouden. Internationale folklorefestivals worden om de zoveel jaar gehouden. Al tijdens de landbouwtijd werd het vee dat in het voorjaar was geboren en niet gebruikt kon worden (vooral de mannelijke dieren) geslacht.

Germanen hielden een dankfeest voor de oogst en vruchtbaarheidrites met rituele maaltijd. De laatste baal hooi werd op een versierde wagen binnengebracht. Vaak versierd met lijsterbessen want deze weerde onheil af.

Germaans: "Graan moeder" was een algemene benaming voor het graan. Ze werd ook "rogge-, vlas- of erwtenmoeder genoemd" afhankelijk van het gewas. Dit is bekend in Duitsland, Noorwegen, Frankrijk, het Slavische volk, bij de Polen en Tsjechen, Denemarken en vele andere landen. De kinderen werden gewaarschuwd dat ze niet in het veld mochten komen anders zou ze de graanmoeder ze komen pakken.

Het laatste restje graan (meestal op een heuvel of in het midden) liet men staan op de akker. Men bevrijdde het van onkruid en daarna bond men er een knoop in. Dit stelde de navelstreng voor van moeder aarde. In Litouwen en Polen werd degene die deze laatste schoof maaide; "de snijder van de navelstreng" genoemd. Zo zouden de heuvel en soms ook graanovens een weergave zijn van de zwangere aardegodin. Zie ook de oogstpop.

Van de Slavische goden kennen we de moeder-dochter godin van de vruchtbaarheid: Rozhanitsy, haar feestdag markeerde het binnenhalen van de oogst. Ze stonden in verband met de god Rod. Rod was de god van vruchtbaarheid, licht en schepping. In de tiende eeuw werd hij vervangen door de god Perun. Perun was de god van donder, bliksem en oorlog.

De bijbehorende zodiaktekens werden Maagd en later Leeuw. Vooral de maagd werd afgebeeld als oogstgodin met een geoogste aar in haar handen. Ze werd geassocieerd met het rijpe graan maar door de verschuiving van de zodiak kwam ze op de maand hierna terecht (zie volgende periode). Er is ook een aparte ster Epsilon binnen het sterrenbeeld Maagd die Latijn: Vindemiatrix: "wijnlezeres" wordt genoemd. Omdat deze in de ochtend opkwam wanneer de druiven rijp waren. Deze naam komt o.a. voor in het Perzisch, Arabisch, Grieks en Latijn. De ster is de hoogstgelegen ster onder het haar van Berenice. De bloem die bij de Maagd hoort is de roos. De hondsdagen waren het begin van de warmste en droogste periode in het jaar en dus probeerde men regen aan te roepen. Regen werd vaak in verband gebracht met een tweeling (zie het sterrenbeeld Tweelingen) Er werden veel weersvoorspellingen gedaan en daar zijn dan ook diverse Heiligen aan gekoppeld. Het sterrenbeeld Leeuw werd gekoppeld aan de hete periode daarom zouden mensen die geboren werden onder dit sterrenbeeld; vurig, krachtig, moedig en creatief zijn.

De Kelten hadden hun eigen Andromeda met Pegasus in de vorm van de oogstgodin Epona die ook met een paard en veulen rondreed.

Pegasus verwijst ook sterk naar het Ros Beiaard van de sterke Reinout. Ook Samson is hierbij aanwezig.

Rond Augustus begint men al met het feest van de Toren (zie onder). Dit deed men in de landbouwtijd om het land opnieuw symbolisch vruchtbaar te maken voor de 2e zaai. De mannelijke draak moest nu worden gedood die de god van de onderwereld voorstelde (later de oude slechte koning). Zie ook de volgende periode hierna.

De Grieks-Atheense kalender: de maand Metageitnion

Oudgrieks: ἁλᾣα: alóa: oogstfeest. (waarschijnlijk naar het dorsen van graan). Zie ook: Aὐξησíη: Afxisíi/ áfxisi:  Goedin van de groei/ toename/ uitbreiding.

Grieken: In Athene werd ook het Kronia oogstfeest rond eind juli en begin augustus gevierd. Ter ere van de oude god Cronos/ Kronos, de oude man met de kromstaf (zie ook Egypte de lente-equinox. Cronos (ofwel Saturnus verslaat zijn vader Uranus/ Cronus castreerde Uranus). Saturnus wordt de herfst/ wintergod. De slaven kregen vrij en mochten eten met hun bazen, ook mochten ze lawaai maken. Ook Cronus krijgt te horen dat hij zal vervangen worden door zijn zoon. Hierop slokte hij al zijn kinderen op na hun geboorte behalve Zeus. Door een truc van zijn moeder. Zeus castreert op zijn beurt weer zijn vader Cronus. Hierna krijgt Zeus op zijn beurt weer te horen dat zijn vrouw Metis hem een zoon zal baren die hem zal vervangen. Dus deze keer wou hij hij alvast moeder met het ongeboren kind opslokken in de vorm van een vlieg. Maar hij was te laat en godin Athene was al geboren. Of Hephaestus zou Zeus doden door zijn hoofd in tweeën te splijten met een bijl. Of sloeg hem met zijn hamer bij de rivier Triton. En hierop kwam Athene uit het hoofd van Zeus. Hephaestus was tevens de zoon van Zeus maar dan ook van Hera. Het castreren zien we terug bij de Egyptische goden (zie Afrika bij deze periode bij het feest van de held en de draak).

De Grieken van het eiland Rhodes offerden jaarlijks een man aan de god Cronus in de maand Metageitnion. Later bewaarden ze hiervoor een gevangene tot het feest van de Cronia (zie vorige periode). Hij was dronken van wijn en werd uit de stadspoort gebracht waar men zijn keel doorsneed.

De Griekse schrijver Homerus zou rond 700 vChr. Hymne aan godin Demeter geschreven hebben waarin graangodin Demeter rouwt om haar dochter van het graan Persephone/ Kore (Latijn: Proserpina) godin van de onderwereld, die tijdelijk naar de andere wereld gaat. Rond 700 vChr. stond deze periode nog in het sterrenbeeld Maagd dus Persephone werd als Kore gezien als het sterrenbeeld Maagd. Rond 446 vChr. offerde men het eerste graan aan Demeter en Persephone in heel Griekenland.

Romeinen: De Griekse Godin Demeter of Persephone van het graan werd door de Romeinen godin Ceres genoemd (zie het Engelse woord voor granen; "cereals"/ Frans is: céréal). De Romeinen gaven de eerste wijn als offer aan Liber. Liber vormde een paar met godin Libera. Zie ook hun feest in maart. Pas nadat de priesters de graan en wijn hadden geofferd in een ritueel mochten de gewone mensen deze eten en drinken.

In Rome zou de Flamen Dialis een lam offeren aan Jupiter en dan de eerste druiven houden boven de ingewanden van het slachtoffer. Daarna mocht de nieuwe wijn in Rome worden gebracht.

Romeinen: Het cijfer 5 van de vijfde maand vinden we terug in de Romeinse benaming van Quintilis. Deze naam Quintilis werd veranderd in Juli door de Romeinse senaat om de mythische keizer Julius Caesar te eren in 44 vChr (Hoewel de vrouwelijke naam Iulia/ Julia ook voorkwam bij zijn zussen). Door kalenderhervormingen is de maand verschoven. Maar het cijfer 5 en de naam vinden we ook terug in de Romeinse god Jupiter (zie Decanen) . Van Julus (of kleine Jupiter: Vejovis), het hooggeplaatste huis van de Julii. Waarvan de eerste heersers van Rome zouden afstammen (van de Alban heuvels en de Silvii, ofwel bos). Hij zou een soort priesterlijke functie hebben en zich voordoen als de god Jupiter. De oude Romeinse koning Romulus Remulus of Amulius Silvius deed zich ook voor als Jupiter. Hij zou een machine hebben laten bouwen om de knal van de donder en de flits van bliksem na te doen. Hiervoor zou hij gestraft zijn door door de god die hem doodde door een bliksemslag en het meer van Alban liet overstromen waardoor het paleis verdween in het meer. Zoiets soortgelijks gebeurde de Griekse Salmoneus, de koning van Elis die de god Zeus met zijn donder en bliksem probeerde te imiteren. Ook de priesterkoning Numa en de Romeinse koning Tullus Hostilius. Romulus als de eerste koning van Rome (afstammeling van de Silvii, ofwel bos) verdween op 7 juli tijdens een donderstorm in een moeras. Een zekere Proculus Julius (afstammeling van het koningshuis van Alban) verklaarde dat Romulus na zijn dood aan hem verscheen gekleed heldere schijnende uitrusting. De Romeinen zouden hem voortaan moeten eren als Quirinus en een tempel voor hem bouwen (op de Quirinal heuvel). Hierin kunnen we ook een aanvang zien voor de christelijke martelaar waarbij het symbool van de doodsoorzaak is gekoppeld aan de god die wordt verpersoonlijkt. Ook de mythische Romeinse koningen zoals Numa, Servius Tullius en Romulus werden gekoppeld aan de kalenderfeesten (Pasen, Sint Joris en Midzomerzonnewende). Hun werkelijke afstamming is onzeker. Keizer Numa en Caesar zouden de kalender ook nog hervormd hebben.

Latijn: 5: is quinque. Quinque is ook vijfde. Quintus is ook vijfde. De eerste mythische keizer(s) van Rome liet(en) zich naar een maanmaand (en meerdere) vernoemen: Zoals Julius staat voor Juli, Augustus voor de maand augustus en Octavianus voor october. Omdat de keizer of koning tevens de god(in) van de landbouw vertegenwoordigde. Overigens zijn de namen ook gewoon titels . Bv. Ceasar= keizer. Augusta(e): eretitel van de vrouw ;(zuster, moeder, dochter) van de keizer. Auguste= eerbiedig. Augustus= gezegend, geheiligd, gewijd, verheven. Dat maakt het indelen en dateren van munten ook erg lastig.

Honing:

vroeger ging men ook nu honing verzamelen om tijdens de gezamenlijke feestmaaltijd te eten (honingkorven waren tijdens middeleeuwen vol). In Nederland hield men bijenmarkten in Veenendaal op de derde dinsdag in juli. In Epe op de eerste woensdag in augustus. en in Eerbeek en Ugchelen nog in september.

Middeleeuwen: Juli: hooimaand, maai-maand, dondermaand.

Voorstelling; Grote hooioogst met de zeis. In juli werd het meeste hooi geoogst in de Middeleeuwen. Om de laatste hooi die binnen werd gebracht, werd gevochten omdat het geluk zou brengen. Men hield snelheidswedstrijden met paarden en stieren van ongeveer 5-15 juli (hoogzomer) Spelen van Apollo (nu nog in sommige landen). In de Oostenrijkse Alpen oogst men nu nog steeds het berghooi, dit is heel voedzaam vanwege de vele kruiden die het bevat.

In Limburg, Bocholtz reed de laatste oogstwagen met bloemen door het dorp, begeleid door muziek. De arbeiders kregen drank. Op de boerderij kregen ze boerenbrood met ham en pruimenvlaai. In Sevenum versierden de inwoners op de laatste zondag van juli hun huizen met haver en rogge. In Overijssel in Raalte, kent men Stöppelhaene. De laatste wagen met rogge werd versierd met een houten haan en deze moest de boze geesten verjagen. In Overijssel maakten de binders een  grote garf; deze stelde "het olde wief" voor (het oude wijf). Bestaande uit 15 garven en aangekleed met bloemen en groen. Aan een lange stok werd ze door het dorp gedragen en aangeboden aan de vrouw van de eigenaar van de akker. Hierop moet ze de binders trakteren.

In Nederland worden ook zeilwedstrijden gehouden vanaf eind juli (zoals het Skûtsjesilen in Friesland op 31 augustus: het zeilen in een Skûtsjeboot).

De volle maan in juli werd Hertemaan genoemd want het gewei van de herten was dan weer volledig volgroeid en bedekt met een zachte fluwelen laag. Andere namen van de volle maan in juli zijn Dondermaan of Hooimaan.

Op 25 juli St. Jacobus (Jacobsdag of Sint Japik) en 26 juli St. Anna vierde men in Nederland het eerste officiële eerste oogstfeest, want het eerste koren was geoogst. Vaak ook werd het pas met eind augustus gevierd (In de middeleeuwen was het ook veel kouder dan nu, zie volgende periode). Het oogstfeest werd meestal op de zaterdag na 25 juli gevierd. Nadat het koren met vlaggen en muziek op wagens van het land zijn gehaald. Kinderen namen ook wat aren mee naar huis ("pungelen"). Hierna hield men een grote feestmaaltijd waarna men ging dansen. (zie ook het giftige Jacobskruiskruid). Sint Anna was ook een weerheilige.

In sommige plaatsen droegen de oogsters speciale kleding. In Twente droegen de vrouwen witte Japiksdracht, ter ere van de heilige. Op deze dag begon met hier ook met oogsten.

Sint Jacobus de meerdere 25 juli; Apostel Sint Jacobus de Meerdere . In het Spaans wordt zijn naam (Santo Iago, San Yago) verkort tot Santiago. Hij zou Spanje hebben willen bekeren en keerde eerst zonder succes terug naar Judea. Daar werd hij uitgedaagd door de tovenaar Hermogenes. Hij zou eerst de leerling van de tovenaar en vervolgens Hermogenes zelf. Ook zou hij door bevel van Herodes Agrippa zijn onthoofd. Beroemd omdat zijn gebeente met een schip bestuurd door engelen van Jeruzalem naar Santiago de Compostella in Spanje zou zijn overgebracht. Hierdoor is hij voor Pelgrims een belangrijk einddoel geworden. Zijn belangrijkste symbool is de Jacobsschelp en Pelgrimsstaf, pelgrimstas met mes en buidelboek. Soms afgebeeld als ruiter te paard en ook fruit als weergave van de oogsttijd. Weerheilige. Zie ook de slang en het sterrenbeeld Beker (graal) onder hoofdstuk 12. Het sterrenbeeld Beker stond vlakbij sterrenbeeld Leeuw.

Op de middeleeuwse kalender staat de Jacobsschelp van Sint Jacobus. Op de merkstaf/primstav staat een soort brede lansvorm en andere figuren.

Tijdens dit feest wierp men een bok van de toren. In sommige landen was dit een kat (zie ook het feest van de toren). Deze dieren stonden gelijk aan het slechte wat overwonnen moest worden. Vandaar de naam "zondebok" en verwijzingen naar de duivel. Ook de kat werd "duivelskater" genoemd (zie Sint Lucia in december). Het offeren van de dieren moest ervoor zorgen dat het land vruchtbaar werd gemaakt. Men deed dit tijdens de oogstfeesten door middel van "het katjes knuppelen". Die katjes werden dan begraven in het land. In plaats van een echte kat ging men over tot een kat van brood. Tijdens de kermis moest men ook op de "Kop van Jut" slaan. Tegenwoordig is dit een soort blok die verbonden is aan een hefboomsysteem. Als men op het blok slaat met een grote hamer dan gaat er een pal omhoog naar een bel. De Jut staat voor een soort zondebok: waarschijnlijk de "Judas" (afkomstig van Judea).

Sint Christoffel (en op 28 april zie sint Joris): Heilige Christoforus of Christofoor van Lycië. Grieks: Χριστόφορος: Christoforus, "Christus-drager". Stond eerst op 25 juli maar is vanwege Jacobus verplaatst naar 24 juli. Een van de 14 noodhelpers. Deze heilige zocht eerst naar de afwerende eigenschappen van het kruisteken. Daarna ging hij mensen de rivier over dragen (wellicht een verwijzing naar de dodenrivier). Hierbij droeg hij ook een staf. Op een dag droeg hij Christus als jongen over de rivier. Als dank moest hij zijn staf in de grond planten en daaruit schoot plotseling een boom met vruchten tevoorschijn gelijk aan de palm. In België werd hij ook geëerd op drievuldigheidsdag (zie meifeest). Hij werd aangeroepen om te genezen en om de mensen te beschermen tegen een gewelddadige dood.

Soms werd hij afgebeeld met een hondenkop. Ook werd hij ook wel in verband gebracht met de Egyptische god met jakhalskop omdat hij uit het land kwam met de hondenkopmensen. Hij kwam waarschijnlijk uit Chalcedon, dit lag in Kadiköy, een wijk van Istanbul. De Egyptische god "Anubis" van de onderwereld hield zich ook bezig met de zielen der gestorvenen. De hondsdagen zijn een aanloop op het verschijnen van de hondsster Sirius en geven een warme periode aan. Ze duren van 23 juli tot 25 augustus (tegenwoordig rond 20 juli tot 20 augustus). De boeren hadden liever niet te veel regen tijdens de hondsdagen. Dit was slecht voor de druiven en notenoogst. Sint Christoffel werd later ook patroonheilige voor de Schuttersverenigingen; het busgilde en de Colveniers. Christoffel zou later zijn verplaatst naar 24 juli om plaats te maken voor Sint Jacobus de meerdere.

In België werd hij ook vereerd tijdens de kermis en in de ommegang van Zavel liep een kluizenaar met een lantaarn vóór het beeld van Christoffel (de Christusdrager) om de weg vrij te maken voor het reuzenbeeld. Hij werd geholpen door vijf narren die met stokken het publiek op afstand hielden. In Hannuit is zijn bedevaart op de eerste zondag van augustus. Hierbij gaat het reuzenbeeld van Christoffel rond dat zevenhonderd jaar geleden uit één stuk houten boomstam zou zijn gekapt. Helaas zijn deze beelden niet meer bewaard gebleven.

De hond staat vaak als symbool voor de herfst, sinds de prehistorie. Als huiler tegen de maan zou hij de naderende dood voorspellen. In Griekenland huilden de honden als teken van de komst van herfst/ winter godin Hekate. Ze werd ook begeleid door honden en draagt twee toortsen en een sleutel (in dit geval van de lente). Soms is ze afgebeeld met de god Hermes (god brengt soms de zielen naar de onderwereld). De Germaanse godin Hel (Holle, Holla) brengen de doden naar de andere wereld waar hun honden het vlees van de botten halen. De Litouwse doods godin is Giltine en zij wordt begeleid door een witte hond. Honden werden ook vaak geofferd bij begrafenis riten. Ze komen terug in de lente zie de wolf. Zie ook deoogstwolf.

26 juli: Op de merkstaf/ primstaf: Wellicht de ouders van Maria: Joachim en Anna (Hannah), Anna is patrones van de huismoeders . Joachim is een herder. Vaak afgebeeld met een staf en een schaap aan zijn voeten. Hij hoort van een engel dat zijn vrouw zwanger is en ontmoet haar bij de gouden poort van Jerusalem (vaak afgebeeld in de kunst) . Dan geeft ze geboorte aan Maria. De ouders wijden het kind aan God en brengen Maria, als zij drie jaar oud is, naar de tempel. Daar wordt zij gevoed door engelen. Attributen van Anna: poort, boek, vrucht. Beschermheilige voor velen: timmerlui, kinderlozen, paardensport, grootouders, thuiswerkers en huisvrouwen, kantklossers, verloren voorwerpen, mijnwerkers, moeders, handelaars in oude kleren, armoede, zwangerschap, naaisters, onvruchtbaren, turners, stalknechten.

29 juli: Marta of Martha (in het Aramees: מַרְתָּא of Martâ, 'de dame'). Zus van Maria van Bethanië.

29 juli: Noors: Sint Olav. (Ol-sok: afkorting van gedenkdag, merkdag voor Olav, zie ook Olavs-vaka, het woord vak gaat terug op offer). Olav II Haraldson was koning van Noorwegen (1016-1028). Later is hij heilig verklaard. Op de middeleeuwse kalender en op de merkstaf/primstaf vaak weergegeven door een brede bijl (Olavsøks/ Olavsbile), soms met een kroon.

30 juli: Sint Abdon en Sint Sennen. Weerheiligen. Twee Perzische heiligen in verband met zonneverering, die gedood zouden zijn in Rome door gladiatoren door het zwaard. Beide dragen zwaarden.

Middeleeuwen: Augustus: oogstmaand, korenmaand, arenmaand

Voorstelling; Graanoogst/ Korenoogst met de sikkel (en evt. pikhaak). Dorsen van het graan. (In Italië; kuiper maakt tonnen). Het woord Augustus komt van oogst a(e)gest en betekent letterlijk zowel "oogst" als "maand".

Caesar Augustus was de eerste keizer van Rome. Hij heeft de maand naar zichzelf genoemd. Zoals vele kelten de maand naar de god Lugh hadden genoemd.

Feesten in augustus:

Kelten: begin augustus is het feest Lugnásad van godin Tailtu en de lichtgod Lugh (zie ook de landbouwgod Luhunga van de Babyloniërs en de held/ god Lugalbanda). Gallisch: Lugus. Van half juli tot half augustus hield men uitbundige feesten met jaarmarkten, paardenrennen, spelen en vooral sportieve evenementen. Lugh werd later verchristelijkt als de heilige Sint Brandaan. Hij werd namelijk de zoon van Lugh genoemd: Brénainn Mac Findloga ("zoon van Findlug") zie Fin (Lees letterlijk "de staart/ vissenstaart: Fin" van de god "Lu"). Bekend is het feest van Lughnasadh op de berg Brandon op het schiereiland Dingle in zuidwest Ierland. Hier bevinden zich ook vele megalieten. Sint Brandaan of Brandaan van Clonfert is een oude heilige en dus ook verweven met vele Keltische legenden. Hij maakte een mythische reis over de westelijke oceaan en ook de draak/ walvis speelde hier weer een belangrijke rol. Zie ook het feest van de toren en de draak hieronder. Het mythische eiland van Sint Brandaan verscheen op de kaarten en globen.

Vele steden in Europa zijn vernoemd naar Lug. In Nederland zou de nederzetting ten westen van Leiden aan de mond van de oude Rijn: Batavorum Lugdunum, zijn genoemd.

Lugh werd ook wel "hij met de lange arm/ hand genoemd". Een uitdrukking die macht betekent.

In andere culturen vergelijkt men de hand met de zonnestralen van de opkomende en ondergaande zon zoals de Hindoegod Savitar prthupani ("van de grote hand").

Een hand is in het Latijn; "Manus" (zie Manusje van alles bij Carnaval). De god Lugh stond zoals andere goden met de grote hand bekend als "de schoenmaker".

*1 augustus was ook een belangrijke dag. Het was 40 dagen na de zomerzonnewende. En nu begon de grote graanoogst. Het was het broodfeest of het feest van de eerste oogst: Lughnasadh, Lusagna, Lammas, Hlaf-Mass, Lares Compitales. Vaak houd men ook nog een korte vastentijd van 1 tot 15 augustus.

1 augustus wordt door de kerk ook Sint-Pietersbanden genoemd. Hoogfeest van de bevrijding van Petrus. In 1962 werd dit feest verwijderd. De Apostel Petrus zou door twee kettingen ("banden") zijn gebonden toen hij door Herodus gevangen was genomen (Dit doet me sterk denken aan het sterrenbeeld van Andromeda van deze periode gebonden aan kettingen). Een Engel kwam en bevrijdde hem op magische wijze. De kettingen worden ook in verband gebracht met een oude Oost-Romeinse mythische Keizerin: Aelia Eudoxia. Als Weerdag: De Ooievaars zouden op deze dag naar het zuiden trekken.

De Kelten en Germanen zullen ook sommige tradities hebben overgenomen van de Grieken zoals in deze periode. Vanaf 650 vChr. importeerden de elite grote bronzen ketels of craters vanuit Grieks-Italië en Griekenland. Deze werden gebruikt voor drinkfeesten en zullen alcoholische drank hebben bevat zoals honingmede en wijn. De randen waren versierd met beeldjes van roofkatten zoals leeuwen. Met een mooie schenkkan werd de drank in een drinkschaal gegoten. Soms gebruikte men drinkhoorns van de oeros. Stond de naam van Lugh misschien tevens voor leeuw?

2 augustus: Portionkel/ Pesjoenkel. Op de kalender: Noorderwind in Augustus en om acht uur al donker. Wat de naam precies betekent is niet bekend. Wellicht Portiuncula; een aflaat die op 2 augustus verdiend kon worden door in een godshuis van Sint Franciscus te gaan en te bidden (sinds 1216, Franciscus van Assisi is een nieuwe heilige van na 1000 nChr.). Het is tevens de naam van de plek waarop het kerkje van Santa Maria Degli Angeli stond waar later een basiliek gebouwd is. Men probeerde het feest zo te verkorten. Aflaat (indulgentia in het Latijn). Gebruik vanaf de 11de eeuw. Het staat op de middeleeuwse kalender.

3 augustus: Op de merkstaf/primstav een korte brede bijl of kleine bijl. Onbekend, volgens de Noren heeft het nog te maken met Olav van 29 juli.

5 augustus: Sint Abel: oude weerheilige met zijn staf. Begeleider van de bekeerder Bonifatius/ Wynfreth. "Op Sint Abel bakt men vlaaien, gapen de boeren en de kraaien".

6 augustus; Transfiguratie; verheerlijking van Christus op de berg Tabor. Vergoddelijking van Christus (Orthodox). In Griekenland (Metafórfosi) ook de naamdag van iedereen met de naam Sotíris en Sotiría.

7 augustus: Op de merkstaf/primstav onbekend teken. Wellicht Paus Sixtus II. (Griekenland?, geboortedatum onbekend - Rome?, 6 augustus 258) was de 24e paus van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij regeerde van 30 augustus 257 tot aan zijn dood in 258. Waarschijnlijk was hij van Griekse afkomst.

Sixtus II stierf onder keizer Valerianus I de marteldood, samen met vier diakens, terwijl hij de mis opdroeg in de catacomben van Sint-Callixtus, waar een kleine kerk was. Hij wordt geassocieerd met Laurentius van Rome. Beiden worden als heiligen vereerd. Hoewel Sixtus II de meest vereerde vroege paus is, wordt Laurentius tegenwoordig meer vereerd. Hij is begraven in de pauscrypte van de Catacomben van Sint-Callixtus. Zijn feestdag is bij katholieken 7 augustus. Orthodoxen vieren zijn feestdag op 10 augustus. Sixtus geldt als patroon van het goed gedijen van de wijnranken. Op zijn gedenkdag worden wijnranken gezegend. Verder is hij patroonheilige van de groei der bonen en de hopende vrouwen. Bij hals-, buik- en rugpijn roept men hem aan. Verwijzend naar de mythe van Laurentius wordt hij samen met hem afgebeeld met een geldstuk of een buidel.

(Wellicht Cyriacus/ Cyriac. 7 June (Eastern Orthodox Church)/ 8 August (Roman Catholic Church) samen met Sint Largus en Smaragdus. Een van de 14 noodhelpers. Maar 8 augustus was de feestdag voor alle 14 noodhelpers.)

10 augustus; Sint Laurentius van Rome. Laurentius betekent letterlijk "gelauwerde". oude weerheilige. Hierna zou tien dagen veel regen vallen, wat niet zo goed was voor het fruit, met name de wijndruiven. Patroon van de koks en pastei- en banketbakkers. Op zijn dag werd vast veel gekookt wellicht om te feesten of om uit de delen aan de armen. Op een oude afbeelding draagt hij ook een dobbelsteen in de hand met de 6 boven. Hij is ook patroon van het schrift en draagt een boek. Verder zou hij een rooster dragen omdat hij gefolterd zou zijn op het rooster maar omdat het vuur hem niets deed zou hij uiteindelijk zijn onthoofd. Hij is een van de 7 Diaken in Rome. Men noemt ook de Laurentiusziekte waarbij men bulten of puisten kreeg op het lichaam als straf voor een misdaad zoals het doden of bestelen van het winterkoninkje, het vogeltje van de winter (zie december).

Op de middeleeuwse kalender staat hij afgebeeld voor een boek. Op de merkstaf/primstav staat meestal zijn rooster. (Noors afkorting: Lar-sok, Larsok, Larsmesse, Lavransmesse) .

11 augustus: Einde van de hondsdagen. Begin van de 3 katjesdagen (voor 15 augustus). Maar de hondsdagen, die in verband stond met de ster Sirius, is door de Precessie verschoven (vroeger 3 juli- 11 augustus), nu komt Sirius eind Augustus op voor de zonsopkomst.

15 augustus Maria Hemelvaart:

KERK: Dood van Maria, hoogfeest omdat zij in de hemel kwam. Maria Hemelvaart /het ontslapen van Maria; vaak houd men hierbij feest (ook omdat men soms vast van 1 tot 15 augustus). Vaak in combinatie met oogstfeesten. De orthodoxen geloven ook in een wederopstanding na 3 dagen en een Hemelvaart.

Op de middeleeuwse kalender staat Maria met een kroon. Op de merkstaf/primstav staat een ruitvorm op een stok, maar meestal staan de Maria feesten de vorm van een boom.

Rond 13 augustus begonnen de feesten al tot 15 augustus: Maria Hemelvaart, Halfoogstfeest, Oude moederdag. Het feest van de godin Diana en Zemyna vallen gelijk met de Maria verering. Op 19 augustus vierde Italië de eerste wijnoogst.

13 augustus Sint Hippolytus. Als symbool heeft hij het paard. Gelijk aan de Griekse god Hyppolytus (de geliefde van de Godin Artemis/ Diana, die in de leer was bij god Chiron). Want beiden werden gedood door het paard.

13 augustus: Sint Cassianus/ Kassiaan: oude weerheilige. Wijze leraar en patroon van onderwijzers en stenografen. Hij zou door zijn leerlingen met schrijfstiften zijn omgebracht.

Het hoogtepunt van de oogstfeesten viel op 24 augustus (St. Bartholomeus). Men hield weer paardenmarkten, snelheidswedstrijden met paarden en stieren, en ook met paardenwagens (Romeinse Consualia feesten rond 18 augustus ter ere van Ops en Consus) en het bekende ringrijden. Maria Koningin staat ook op deze datum. Nu viert men ook nog een vastentijd van 1 t/m 14 augustus. Sint Bartholomeus draagt ook een pompoen.

KERK: 15 augustus Ten hemel opneming van Maria of Onze lieve vrouwe hemelvaart: Werd vroeger de "ontslapenis van Maria genoemd". Sinds 582 nChr is het bedacht en in de zevende eeuw door Rome gevierd. Maria zou gelijk aan Maria naar de hemel zijn gestegen en uit haar graf zijn verdwenen. de heilige Tomas kreeg van Maria haar gordel als bewijs. In de Orthodoxe kerk wordt het feest gevierd als Ontslapenis van Maria en begint men met vooraf te vasten (als een soort herhaling van het Paasfeest en Pinksteren). Er is een voor-feest op 14 augustus en een na viering tot en met 23 augustus. Op de kalender van 15 augustus; werden de rapen gezaaid. "Als het heet is dat zelfs de kraaien gapen, ga dan onder een oude lindeboom zitten".

18 augustus Sint Helen/ Helena, zie Artemis/ Hekate onder. Ze kwam uit Anatolië en zou het werkelijke kruis hebben gevonden en was een zeer belangrijke heilige (ook vereerd in de basilica van de Sint Pieter in Rome). Ze stond voor het scheiden van huwelijken. Haar feestdag samen met haar zoon werd gevierd door de Orthodoxe kerk op 21 mei als de twee mythische Romeinse heersers Constantijn en Helen. Constantijn zou zich ook hebben gescheiden van haar om Flavia Maximiana Theodora te huwen. En op munten werd ze vergeleken met godin Pietas. Soms werd Helena (niet toevallig) weergegeven met een boom of tak. Later zou ze Augusta genoemd werden. Het scheiden van het paar kunnen we dubbelzinnig opvatten.

De optochten in augustus staan op het rad tegenover de carnavalsoptochten in Februari (zie het kleine rad). In vrijwel alle landen zien we een groot feest rond deze datum en stamt dan vast uit hele oude tijden.

De mythe van Simson of Samson: letterlijk "de kleine zon" (herfstequinox?) (Bijbel Rechters 13-16) past geheel bij deze periode. Hij was enorm sterk en vocht tegen de Filistijnen. Hij werd verliefd op een Filistijns meisje dat woonde in Timna. Onderweg overwon hij een woeste leeuw (van het sterrenbeeld Leeuw uit deze periode) Later ontdekte hij een bijennest met honing in het lichaam van de leeuw. Hij trouwde later met het meisje en gaf zijn vrienden het raadsel op in verband met de leeuw waarmee ze kleding konden winnen. Omdat hij zijn vrouw een tijd alleen had gelaten had zij stiekem een andere man genomen. Hierdoor werd hij zo boos dat hij al het koren van de Filistijnen in brand stak (dat geoogst kon worden) en zij namen wraak door zijn vrouw te vermoorden. In Gaza zou hij een hoer hebben bezocht en werd Simson zo boos dat hij de poort van de stad uit zijn hengsels rukte en deze bovenop een bergtop neerzette (hij was dan ook zelf zo sterk als een leeuw). In het Sorekdal ontmoette hij de Filistijnse vrouw Dalila. Ze vroeg hem waar hij zijn kracht vandaan haalde. Hij zei dat zijn kracht in zijn haren lag. Terwijl hij sliep liet zij hem door een man zijn 7 haarlokken (haarvlechten) afscheren waarna hij zijn kracht verloor. Nu werd hij overmeesterd. Zij ogen werden uitgestoken en hij moest in Gaza de molen laten draaien (om het graan te malen). De Filistijnen organiseerden een offerfeest in de tempel van de landbouwgod Dagan/ Dagon. Daar werd Simson uitgenodigd om het volk te vermaken. Maar zijn haar was inmiddels terug gegroeid en zo liet hij de twee centrale tempelpilaren omvallen en de dak van de hele tempel stortte in met vele Filistijnen.

Het feest van de toren en de draak (bekend in vele culturen) begin augustus tot 10 oktober:

Door de oude god of goddelijke koning te doden kon de opvolger zijn krachten overnemen. De vorige mocht dan ook niet zwak zijn en oud. Als de oude koning tekenen van zwakte ging vertonen zoals; ziekte, impotentie, verlies van tanden en soms ook grijze haren was dat een teken voor sommige volkeren dat hij zichzelf van het leven moest beroven of dit door zijn naasten te laten doen.

Aan de oude koning wordt voorspeld dat zijn toekomstige zoon of kleinzoon hem zal doden en zijn rijk overnemen. Meestal omdat hij een slecht heerser is of gewoon te oud is. Hiertoe sluit hij de zwangere toekomstige moeder op, vaak in een toren. Daar wordt het kind geboren en ze worden bevrijd. Vaak komen ze terecht op een rivier of zee en meestal overleeft de moeder het niet. Uiteindelijk groeit het kind op tot een sterke held en de oude koning kan zijn noodlot niet ontlopen. Meestal gaat de dood van de koning door onthoofding (dit zien we terug bij vele heilige figuren in de herfsttijd zoals bij Ganesha in India en Boeddha). De symboliek komt terug in het sterrenbeeld Kreeft van nu zoals de mythe van de baby in de mand.
De Kelten hielden de astronomie wel bij, dit zien we terug in hun kalender! In Egypte slaat dit op de equinox; het zwakker worden van de zon. In zijn algemeenheid staat dit voor de oogst; "onthoofding". In de prehistorie zien we dat de oude moeder werd vervangen voor de jonge dochter (zie sterrenbeeld Maagd).

Dit deed men waarschijnlijk om het land opnieuw symbolisch vruchtbaar te maken voor de 2e zaai. Net als het gevecht met de draak voor de 1e zaai in het voorjaar. Uiteindelijk gaat Venus en de god van de onderwereld naar de andere wereld en dat is half augustus (Maria Hemelvaart)of eind augustus als de Hondsster is verschenen. Sommige natuurvolkeren zoals sommige indianen, Aboriginals, Polynesiërs en in Afrika doodden vroeger ook letterlijk hun eerstgeboren zoon. In Indonesië, India, Birma en Afrika (Nigeria) zouden vele mensen geofferd zijn tijdens feesten. Bron: Sir James George Frazer in zijn boek The Golden Bough deel 3 en Aftermath blz 356, 357. Vergelijkbaar met de bijbel en het verhaal van het doden van alle eerstgeborenen door de koning.

Voor meer informatie zie sterrenbeeld Kreeft (periode van nu) en christelijk: het verhaal in de bijbel over Mozes en Jezus Christus (Kribbe).

----

In het Keltische Ierland, huwde de koning symbolisch het land. Hij was verantwoordelijk en werd gekroond op een heilige heuvel (zoals Croghan Hill). Als de oogst mislukte werd hij gewelddadig ritueel gedood. Vaak 3-voudig (verdronken, verbrand en doorstoken). Zijn lijk werd begraven aan de voet van de heilige koningsheuvel. Zo heeft men ook veenlijken gevonden van mensen met een hoge sociale status. (Bron: Ned Kelly van het internationaal museum van Ierland).

Sir James George Frazer in zijn boek The Golden Bough deel 1, geeft heel veel voorbeelden waarbij de leider/ koning tevens vaak gezien werd als magiër en moest zorgen dat het regende en het land genoeg oogst opbracht. Gebeurde dit niet dan werd hij (of zijn plaatsvervanger) afgezet, gestraft of gedood. Als men de priester-koning doodde probeerde men zijn heiligheid/ kracht te vangen die doorgegeven zou worden aan zijn opvolger. Dit deed men bijvoorbeeld door de laatste adem proberen op te vangen met behulp van bijvoorbeeld een doek of steen op de mond. Degene die in bezit was van de relieken van de dode priester-koning had automatisch het recht van koningschap of autoriteit. Met name de schedel werd gebruikt voor verering. De schedel werd versierd en op een speciale plaats gezet. Soms kon deze dan nog geraadpleegd worden. Ook werd het schedeldak vaak gebruikt als beker. Gebruikt tijdens riten en plechtigheden door priesters. Dit zien we terug in Afrika maar ook in de Himalaya en bij diverse volkeren.

Het doods-oordeel van de koning werd uitgevoerd gedurende de herfst zie ook periode 8 en verder.

Griekse mythe: Chronus (zoon van hemelgod Uranus) is getrouwd met Rhea. Zijn moeder Gaia (godin van de aarde) voorspelt dat een kind hem van de troon zal stoten. Dus slokt hij al zijn kinderen op. Rhea vlucht als ze zwanger is naar het eiland Kreta. Hier bevalt ze op de heilige berg Ida van de grote god Zeus. Gaia en de nimfen voeden hem op. Rhea geeft Chronus een als baby in doeken gewikkelde steen die hij in een keer opslokt. De wieg van Zeus ligt in een grot in de berg Ida. Het werd beschermt door de Koreten (een soort demonen). Zij maakten zoveel lawaai door wild met hun speren op hun schilden te slaan terwijl ze dansten opdat Chronus het huilende kind niet kon horen. Ondertussen groeit Zeus op met ambrosia en nectar. Met speciaal voor hem gemaakte honing en met de melk van de geit van nimf Amalthea. Hiervoor zet Zeus als dank aan de nimf haar in de hemel als sterrenbeeld Steenbok. Hij geeft de andere nimfen de hoorn des overvloeds die nooit leegraakt met eten en drinken (zie sterrenbeeld Waterman). Zeus wil als hij groot is zijn broers en zusters bevrijden uit de buik van zijn vader. Dit doet hij met de godin Metis. Zij adviseert hem een braakmiddel op te halen bij Gaia. Na het bevrijden van de broers en zusters begint de grote oorlog tussen de Titanen (reuzen) en Europeanen (goden van de berg Olympus). Zeus bevrijd de cyclopen uit de hel. Met hulp van Gaia smeden zij een bliksemwapen (zie de berg Etna). Na vele jaren begint de tweede oorlog van de giganten tegen Zeus. Dit maal door Gaia zelf veroorzaakt. Zeus vind een speciaal kruid tegen de giganten (sterrenbeeld Centaurus?), maar Gaia voorkomt de werking hiervan. Alleen een sterfelijke zou kunnen helpen tijdens deze oorlog. Dus verwekt Zeus bij Alkmene de heldenzoon Herakles. Samen met Zeus kan Heracles met zijn pijl en boog de giganten doden (sterrenbeeld Boogschutter?). Zeus plaatst de steen die Chronos had opgeslokt (De Omphalos) in het heiligdom van Delphi als navel van de wereld en centrum van het universum (zie Plejaden). Gaia verwekt bij Tartarus het monster Typhon. Het bestaat uit diverse dieren en heeft een lichaam van een slang. De goden van de Olympus vluchten naar Egypte waar ze zich in dieren veranderen (Dit kunnen we zien als een vermenging van de Griekse met de Egyptische goden). Typhon werd vergeleken met Seth als monster. Zeus als Horus etc. Zeus gooit uiteindelijk de vulkaanberg Etna op Typhon en het monster is gevangen (zit vast als Sterrenbeeld Hydra, de waterslang, met als kop het eiland Kreta). Chronos werd weergegeven als oude man met lange grijze baard. Hij draagt in de kunst de zandloper en zeis en soms vleugels. Dus als god van de dood. De Grieken vergeleken hem dan ook met de gelijknamige landbouwgod Kronos met zijn zeis. Het Griekse woord voor "tijd" is Chronos. In Nederland voorgesteld als "Vadertje tijd". Deze ging samen met "moeder natuur" rond als echtpaar. Ook het Nederlandse woord "kroniek" en "chronisch" zou hiervan zijn afgeleid.

Griekse mythe: Ook aan de grote god Zeus werd voorspeld dat zijn zoon hem van de troon zou stoten. En zijn gezel Metis (godin van de scherpzin en list, die hem deze eigenschappen verleend) is zwanger van hem. Dus bedenkt hij een plan om zich van het kind te ontdoen. Hij stelt een wedstrijd voor aan Metis. "Wie van onse beide kan zich beter in iets anders veranderen?". Metis veranderd zich dus in een leeuw, wild zwijn, vlam en vlieg. Zeus prijst haar en vroeg of ze zich in nog iets kleiners kon veranderen. Dus veranderd ze zich in een waterdruppel. Zeus prijst haar weer en slokt haar in een keer op. Maar Metis neemt wraak en bezorgt hem de grootste hoofdpijn. Dan vraagt Zeus hulp van de god Hephaistos (god der smeedkunst, zie vulkaan de Etna). Hij slaat op het hoofd van Zeus met zijn hamer. Uit de gespleten schedel verrijst godin Athene (van de oorlog) in volle oorlogsuitrusting. Rhea, de moeder van Zeus, verbied hem om nog te trouwen. Zeus is boos omdat hij nu de hoofdgod is. Rhea veranderd zich in een slang en Zeus veranderd zich in een mannelijke slang. Hij slokt haar op. Daarna huwt Zeus Themis (godin van de gerechtigheid met de Weegschaal, zie sterrenbeeld Weegschaal). Bij haar verwekt hij vele dochters in drievoud (zie de 3 jaargetijden) Hierna gaat Zeus vreemd met vele godinnen en gewone vrouwen.

In een andere mythe was Prometheus net bevrijd van zijn kettingen en straf van Zeus via Heracles. Hierna verraadde hij aan Zeus het grote geheim: Als Zeus met de zeenimf Tetis zou slapen/ trouwen op wie hij verliefd was zou ze een zoon krijgen. Deze zoon zou Zeus uiteindelijk van zijn troon stoten. Hierna stopte Zeus met Tetis en liet haar een andere sterfelijke huwen.

Griekse mythe: Akrisios/ Acrisius, de koning van Argos werd verteld door het orakel van Delphi dat de zoon die geboren zou worden uit zijn dochter Danaë hem later zou vermoorden. Dus hij sloot haar op in een bronzen toren Zeus sloop de toren binnen in de vorm van een gouden regen (zie meteoren) en had gemeenschap met haar. Hieruit werd de god Perseus geboren (9 ma en zij hield hem verborgen voor haar vader. Na vier jaar kwam de koning hier achter en stopte zijn dochter en zoon in een afgesloten kist en gooide deze in zee (zie sterrenbeeld Kreeft). Maar ze dreven aan op het eiland van Seriphos waar ze gered werden door Dictys. En na vele avonturen kwamen ze terug in Argos. Perseus deed op een dag mee aan sportieve spelen (ter ere van de dode vader van de koning) tijdens een feest en raakte met zijn discus de koning Acrisius die stierf. Zo kwam de voorspelling toch uit. Zie voor meer informatie over dit verhaal het sterrenbeeld van Perseus. En voor de bijbehorende sterrenbeelden; Ceto/ Cetus; Walvis, Andromeda, Cassiopeia en Pegasus.

In Griekenland hield men in juli de Panathenaia feesten. Het grootste festival in Athene om hun godin Athene te eren. Aan haar werden dieren geofferd en men hield een processie. Hierna werd een nieuw geborduurd kleed gepresenteerd aan het grote beeld van Athene bij het Parthenon (grote tempel). Daarna werden er vele wedstrijden georganiseerd waaronder paardenracen.

Een andere Griekse legende is dat van Oedipus (Tragedie geschreven door Sophocles rond 450 vChr). Hij zou ook zijn vader, koning Laïus van Thebe gaan doden volgens het orakel van Delphi. Daarom werd hij te vondeling gelegd en opgevoed door twee andere ouders maar uiteindelijk doodde hij toch zijn vader omdat hij hem niet herkende. Oedipus werd in opdracht van zijn vader met een metalen kluister aan de enkels gebonden zodat hij niet kon vluchten. Later werd hij hierdoor zwelvoet genoemd. Hij huwde later zijn moeder Jocasta na het doden van de Sphinx (de poortwachter van Thebe). Hij loste het raadsel van de Sphinx op; het leven van de mens: baby, volwassene en oude (zie de 3 jaargetijden, het leven van de mens) en dag en nacht (naar het Egyptische geheim van Ra). Nu kreeg het verhaal een negatief einde want door de de zogenaamde "zonde" die Oedipus had begaan zou de stad getergd worden door ziekte. Jocasta ontdekte de zonde ook en verhing zichzelf. Oedipus pakte twee spelden van haar jurk en stak zijn eigen ogen uit. Dit idee komt uit de Egyptische mythe waarbij Horus zijn moeder Isis doodde, Ra liet Seth Horus hiervoor straffen en zijn oog verwijderen/ beschadigen. Deze mythe is gebaseerd op dezelfde periode Waarbij Horus (Mars) zijn vader Osiris (Saturnus) vervangt in het voorjaar (op het zuidelijk halfrond).

In een legende dood een onbekende god vermomd als een zwijn de Arcadische koning Ancaeus, aanhanger van Artemis. De zwijn staat centraal voor de herfst, en dood omdat hij alleseter is en ook dode mensen at maar ook voor de oogsttijd zie de goden Attis en Adonis. In de prehistorie legde men vaak een kaak of tand van een zwijn in het graf (al sinds de neanderthalers; gevonden in Mount Carmel in Israël). Artemis zelf werd ook wel "de gehangene" genoemd. Een beeld van haar werd opgehangen in haar heilige bos van Condylea in de Arcadische heuvels. Ook in Efeze, in haar heiligdom in Anatolië, was een legende van een vrouw die zichzelf ophing. Daarom zou ze door Artemis zijn aangekleed in de kleding van de godin en Hekate worden genoemd (Hekate is de vorm van de godin in de herfst/ winter zie de drie jaargetijden). Ook in Melite in oud Thessalië, Griekenland werd verteld over een meisje Aspalis die zichzelf verhing. Na haar dood was haar lichaam verdwenen en stond er een beeld van Artemis. De mensen noemden het Hecaerge of "Ver-schieter". Elk jaar offerden de maagden een jonge geit aan het beeld door het op te hangen. Op het Griekse eiland Rodos werd de heilige Helen/ Helena vereerd als "Helena van de Boom". De koningin van het eiland liet haar dienstmeisjes , vermomd als Furies, ophangen aan een tak. Zie Sint Helena van 18 augustus.  

Phrixus (zie Ram) zou zichzelf vrijwillig opofferen als de oogst mislukte volgens Pherecydes.

In Griekenland werden de eerste druiven van de oogst geofferd aan Erigone en haar vader Icarus. Men hield een feest van de schommels in Athene. Mensen zongen al schommelend vrolijke liederen. Dit ter ere van de volgende mythe van Icarus/ Icarius. Dyonisus de god van de wijn verraadde het geheim van het wijn maken aan Icarus. Vervolgens moest hij dit verspreiden over de wereld. Icarus ging met zijn wagen met wijnkruiken van leer en zijn hond Maera op reis. Zo kwam hij bij schaapherders in Attica die hij liet wijndrinken. Sommigen vielen in slaap en hun vrienden dachten dat Icarus ze had vergiftigd om de schapen te stelen. Dus ze sloegen hem op het hoofd. De hond rende naar huis en leidde zijn baas dochter Erigone naar het lichaam. Ze was zo kapot van verdriet en zij dat de Athener's hem moesten wreken anders zouden hun dochters ook zichzelf verhangen. Hierna hing ze zichzelf op aan een boom naast het lichaam van haar dode vader. En gek genoeg verhingen vele jonkvrouwen zich zonder goede reden. Een orakel zei dat ze ter ere van hun het feest moesten inlassen van de schommels. Dit zou hun dood imiteren en tevens de lucht vrijmaken van boze geesten. Tevens werd het schommelen gedaan om de oogst te verbeteren dit zien we in sommige andere landen. Niet toevallig komt in een andere mythe Icarus terug met vleugels (en zijn vader Daedalus) in het paleis van Kreta en Koning Minos waar hij bij het feest hoort van de held en de draak. De hond Maera zien we terug in het sterrenbeeld van de Kleine Hond (tevens het Griekse eiland Icarus/ Ikaria). Erigone zien we terug als oogstgodin in het sterrenbeeld van Maagd.  Icarus was tevens een mythische koning van Sparta en later door de Romeinen als koning van Athene gezien (naar de god Icarus).

Romeinse Consualia feesten rond 18 augustus ter ere van Ops en Consus. Hierbij hield men paardenrennen. Ter ere van de godin Ops Consiua van aarde en vruchtbaarheid opende men de met stro bedekte grote platte stenen die in gaten in de grond werden bewaard. Dit zou kunnen zijn gebruikt om over te glijden om vruchtbaar te worden. Zoals we kennen van de Germaanse en Scandinavische landen als "Brautstein" of bruidssteen. Jonge bruiden gingen naar de gladde gepolijste steen om er van af te glijden (Frans: glissade). Soms wreef men de blote navel tegen een menhir en bij voorkeur over een uitstekende knobbel. Om een bruid te vinden, vruchtbaar te worden of om makkelijker te bevallen. In Litouwen werden grote gladde stenen in de grond bedekt met stro Deives genoemd; "godinnen". Overigens zag men in de meeste landen in alle menhirs versteende vrouwen.

Romeins verhaal: Aan de koning Eleucheros werd voorspeld dat zijn dochter een zoon ter wereld zou brengen die een gevaar zou worden voor hemzelf. Om dat te voorkomen werd zij verbannen naar een eenzame plaats op een berg die zwaar bewaakt werd. Uiteindelijk werd ze toch zwanger (hoe was onbekend). De bewakers waren bang om gestraft te worden en gooiden haar van de berg af. Door een wonder ving een adelaar de baby op tijdens zijn val en nam hem mee naar een tuin. Hier werd hij opgevoed en kreeg hij de naam Gilgamos.

Ook kent men de opvoering in de middeleeuwen van de Bieleman (Bijlenman). Hij liep voorop bij de optocht van het schuttersgilde tijdens het oogstfeest. Hij mocht vroeger de huizen doorzoeken op zoek naar dienstmeisjes. Symbolisch moest hij tijdens dit feest met zijn bijl een boom doormidden hakken die op de weg lag; dit stond dan voor "het weghalen van obstakels" maar wellicht was zijn rol vroeger het omhakken van de herfstboom zoals hij in het voorjaar de meiboom moest omhakken. Het is goed mogelijk dat er lang geleden een scheiding was tussen Hercules in het voorjaar en Perseus in het Najaar maar dat nadat de oorspronkelijke betekenis verloren is gegaan men alles onder een noemer zette. Op 12 augustus zetten de Romeinen dan ook het feest van Hercules. Waarschijnlijk kwam dit ook doordat Hercules in het najaar aan de hemel te zien was en niet meer in het voorjaar. Het feest liep, doordat het klimaat warmer werd, na de koude middeleeuwen helemaal uit tot 10 oktober. Ook Sint Christoffel 24 juli werd later bij de schuttersgilde betrokken, Sint Jacobus 25 juli staat ook in verband met de toren en Hercules. En natuurlijk kennen we Sint Michaël de drakendoder op 23 september die lijnrecht tegenover Sint Joris de drakendoder staat op de kalendercirkel.

De Hindoes geloven dat een man letterlijk wordt herboren in de zoon die hij krijgt. Hij wordt dus herboren door de vrouw. Sommigen zoals de Khatris van de Punjaub kaste organiseren hiervoor symbolisch doodsriten voor de vader in de vijfde maand van de zwangerschap van de vrouw. Daarna wordt hij als het waren herboren. Na de geboorte van zijn eerste zoon wordt hij symbolisch hertrouwd met zijn vrouw.

In Tahiti werd de pasgeboren zoon van de koning direct zelf koning en zijn vader diende alleen nog als regent. Het kind kreeg ook direct alle bezittingen. Ditzelfde gold ook voor de andere adellijken en vorsten. Bij andere volkeren moest het kind letterlijk met de vader vechten als hij groter was en als hij won had hij recht op de troon zoals in Fiji en bij de Corannas in Zuid Afrika.

De Toren/ Herfstboom werd op diverse manieren weergegeven: door het maken van een menselijke toren (Spanje) of door palen op te richten die ingesmeerd werden met vet. Mannen hielden wedstrijden paalklimmen, dit zien we nog in sommige landen. Bovenin de paal hing wederom een krans en aan deze krans hing lekkers; zoals een stuk ham of spek. Daarom werd het ook wel de luilekkers mast genoemd of Narrenboom. Bij gebrek aan boom klom men in de masten van de boten (Skûtsjes in Friesland). Dit masklimmen is zelfs een officiële sport en sommige landen laten hiervoor de meiboom gewoon staan. In Nederland vinden we dit ook terug in de wedstrijden van Polsstokspringen (Fierljeppen in Friesland) op de derde zaterdag van augustus in Winsum. Dit was ook weer aanleiding tot het houden van een kermisfeest. De versterkte woontoren komt voor bij de meifeesten (zie Walborg). Een bekend sprookje die hier bij hoort is van Rapunzel/ Raponsje opgeschreven/ bewerkt door de gebroeders Grimm. Van het meisje opgesloten in de toren door de heks en de prins die haar komt redden.

Ook de heilige Sint Stefanus (Sint Steffen) die de eerste martelaar zou zijn is de heilige van de maand augustus. Zijn naamdag was op 3 augustus (liep in sommige landen uit naar 13 augustus). Hij werd vergeleken met het graan, dit komt ook weer terug bij zijn gebruiken met de kerst. Zie ook de gebruiken in Schotland.

Hij was en is nog erg populair en er zijn erg veel verhalen over hem. Hij was de eerste martelaar van de kerk en patroon van de paarden. De boeren reden rond de akkers als Sint Steffen ruiters om ze te beschermen tegen ziekten en onheil af te weren. Ook reden ze diverse malen rond de kerk. Deze rondgangen werden ook met Pasen gedaan (Saatreiten) en met St. George/ St. Joris 23 april (Georgiritte). Ook reden ze vaak naar een oude boom of berg. Daarna dronk men veel bier uit een hoorn (offerdrinken) en soms hield men ook een zwaarddans. Later geloofde men ook dat hoe meer een weiland tijdens een feest was vertrapt (al dan niet door de paardenprocessie), hoe beter de hooioogst zou zijn. Deze paardheilige komt overeen met andere paardheiligen (zie St. Maarten in november). Hij was zo populair dat de kerk zijn feest met opzet heeft verplaatst naar 26 december waardoor hij veranderde in een winterheilige.

Men kende ook een Sint steffen broodje (Steven-mannetje); Wit brood in de vorm van een man, soms met twijg, bezem of pijp, soms met kruis op de borst. Zie laatste graanschoof/ oogstpop en speciaal brood.

De god(in) moest gedood worden opdat de levenscyclus zich kon herhalen. Het ei was de magische houder is van de ziel, hart of kracht van de god)in', later gezien als reus, heks of tovenaar. Dit ei zat goed verstopt op een magische plaats en een held moest deze zoeken. Het ei werd vaak gezocht in de herfsttijd in latere perioden. (mythen hierover van de gehele wereld zijn te vinden in: The golden bough, Part VII, Balder the Beautiful, Vol II, blz: 95-152)

Planten:

-Oogstpop:

Een ander gebruik op 15 augustus is het maken van een pop van een beetje apart verzameld graan. Bekend in vele landen. In Schotland "de vette Maria" genoemd. Ook "het brood van moeder Maria". De pop wordt symbolisch in de familie verdeeld als bescherming. Waarna men rond het vuur loopt en Maria eert. In Schotland ook Cailleach/ Chailleach/ Carline/ Cyack genoemd en in Engeland Carley. In Engeland, Schotland en Ierland is de laatste schoof van het beste graan ook bekend als: Mell/ Kirn/ Kern/ Churn/ Neck. Deze werd vaak in een pop veranderd. In Litouwen heet de pop; "Bobas-puppe" (ter ere van Boba, de oude vrouw van het koren). Vaak; "de oude vrouw van het graan/ oude grootmoeder". Door Slavische volkeren Baba genoemd. En vaak ook "koningin" of "bruid" en zelfs de Romeinse godin Ceres. Op de Britse eilanden maakt men van de laatste graanschoof een pop in het wit "kern (koren) baby". Als de korenmoeder of aarde godin. Door het ritueel afsneden van het laatste graan werd ze; gevangen, verdreven, onthoofd of gedood. Soms werd de pop eerst aangekleed en versierd. Soms verzwaard met stenen en groter gemaakt dan de andere graan schoven. Meestal op de laatste oogstwagen meegenomen. Vaak werd ze vrolijk naar het dorp gebracht en vereerd in de schuur (meestal op de dorsvloer). En de dorsers dansten er omheen. Soms geslagen om ze te verjagen waarbij het graan er uit valt (de laatste man die het graan dorstte werd "zoon van de graanmoeder genoemd", hij werd in de pop gebonden, geslagen en rond het dorp gedragen) Soms in water gedrenkt, meestal om regen af te roepen. De pop werd gebruikt als afweermiddel tegen onheil en ongedierte. Vaak gedragen op een hoge paal.

Van de heilige aren die vruchtbaarheid brachten vlocht men soms weer een oogstkrans die gebruikt werd tijdens de volgende zondagsdienst. Tijdens kerst werd een beetje van het stro van de krans gebruikt in het voer van het vee om ze gezond en vruchtbaar te maken. De krans werd bewaard tot het Paasfeest van het volgende jaar voor rituelen. Op Paasavond werd het graan uit de oogstkrans door een zevenjarig oud meisje er uit gewreven en verdeeld over het graan dat gezaaid ging worden. Zo kwam de vruchtbare kracht van de geoogste graanmoeder in het nieuwe graan en de aarde. In sommige landen zou degene die de laatste schoof graan samenbond, afsneed of dorste (de traagste) "de oude vrouw krijgen" en ook binnenkort gaan trouwen. Hij of zij werd verpersoonlijkt met de oude vrouw en ook zo genoemd en behandeld (dus ook soms ondergedompeld in water). Daarom probeerde men zo snel mogelijk te oogsten en hield men wedstrijden. Anders was men "De Sjaak"(Jack)/ De Pineut (de ongelukkige of zondebok). In sommige landen pakte men een onschuldige vreemde voorbijganger die langs een veld liep waar geoogst werd om hem in een oogstpop te veranderen. In veel landen liet men een jonge maagd de laatste schoof afsnijden. Soms bakte men van de laatste graanschoof of oogstpop een speciale koek of een speciaal brood. Dat net als het stro van de laatste oogstschoof gebruikt werd om het zaaizaad in het voorjaar vruchtbaar te maken. Soms maakte men het brood in de vorm van de pop of lichaam van graangod(in) zelf waarbij men het symbolisch verdeelde en opat.

Soms kent men de pop ook in mannelijke vorm als "de oude man" (in Duitsland), "de oude Michael/ de luiaard" zoals in Pruissen. Of in de vorm van een kind. En de vrouw die als laatste de laatste korenschoof bond of als laatste dorstte zou het kind krijgen. Bekend ook in Duitsland.

Ook komt de pop of geest van het gewas voor in de vorm van een dier. Oogstwolf: Vooral een wolf of hond komen vaak voor in Frankrijk, Duitsland en Slavische landen. Als het graan bewoog door de wind zei men dat de hond of wolf in de koren zat zodat de kinderen uit het veld bleven. Als een oogster gewond raakte dan was het de schuld van het dier. De hond of wolf (verstopt in de laatste schoof) werd dan symbolisch "gedood" als men de laatste graan afsneed of het laatste graan dorstte. Soms maakte men een pop in de vorm van een wolf. De traagste oogster kreeg dan de "hond of wolf" (de teef), moest een hond of wolf nadoen en kreeg vaak ook de naam voor een jaar. Het dier werd dan ook meer als spotnaam gebruikt.

In Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Polen, Picardië, Galicië, Silesië  en Transsylvanië kent men ook de oogsthaan. Soms liet men ook een levende haan los in het laatste graan en hierop moest men jagen . Soms begroef men de oogsthaan in het veld met alleen zijn hoofd boven de grond (en deze werd vaak onthoofd). De oogsthaan werd ook op de top van een paal of boom gezet. Hiervoor gebruikte men vaak een echte haan en vaak werd de haan bij de oogstmaaltijd gegeten als belangrijkste gerecht (als de belichaming van de god van het gewas zelf). In Transsylvanië in Udvarhely bewaarde men de huid en veren tot de lente om te mengen met het nieuwe graan. Zo bleef de geest van de haan in het graan en zorgde voor vruchtbaarheid. Dit deed men zo met allerlei dieren bij diverse volkeren over de hele wereld.

Oogstkwartel: Saksisch Transsylvanië, Oostenrijks Silezië, Frankrijk, Celebes. Men zegt dat hoe vaak en hard de kwartel in de lente schreeuwt over de velden in de lente, men kon voorspellen hoe goed het graan ging groeien (Dit dacht men in Frankrijk, Zwitserland en Toscane). De kwartel legt zijn eieren ook op de grond tussen het graan. De kwartel is een trekvogel en werd ook beschouwd als hemelvogel en brenger van de lente (en vertrekt met de herfst). De kwartel was voor de invoering van de haan door de Romeinen belangrijker voor Europa.

Oogsthaas: Bij de koolzaadoogst in Groningen (zomerkoolzaad: half augustus, eind augustus) verstopte zich een jongetje in het laatste groen. Hij werd de "koolhaas" genoemd. En werd met een zeil vol stro binnengehaald. Op andere plaatsen versierde men de laatste schoof met kroon en pijp. Of men maakte een koolhaaspop uit stro. Hetzelfde principe kwam voor in Schotland, Frankrijk, Duitsland, Pruissen, Transsylvanië, Zweden, Noorwegen, Holland, Italië en Lesbos. Wellicht komt hiervan de uitdrukking; "het haasje zijn"; de klos zijn, vandaan.

Oogstgeit: Kwam voor in Pruissen, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Noorwegen, Celebes en op het eiland Skye. Ook weer als waarschuwing voor de kinderen die bloemen wilden plukken in het graan. In Grenoble in Frankrijk werd een deel gegeten en een deel bewaard voor het oogstfeest het jaar erop zodat de kracht werd vernieuwd.

Oogststier (koe of os): kwam voor in Pruissen, Frankrijk, Silezië, Duitsland, Zwitserland, Hongarije. In Frankrijk koos men zo een echt kalf dat als eerste geboren was in de lente van dat jaar op de boerderij. Men jaagde op het dier en deze werd uiteindelijk geofferd. In Pouilly werd een deel gegeten en een deel gepekeld om te mengen met het zaaigraan in de lente. In Duitsland kreeg diegene die het graan als laatste dorstte de koe als stro figuur met vrouwenkleding aan. Deze werd op zijn rug gebonden en zijn gezicht werd zwart gemaakt. Zo werd hij rond het dorp in een wagen gereden en zo bespot. In Hongarije werd de hij in stro gebonden en in een koeienhuid met hoorns gestopt.

Oogstkat: kwam voor in Duitsland, Silesië, Frankrijk. In Frankrijk werd de kat zelfs gegeten als feestmaal.

Oogstvos: kwam voor in Duitsland, Frankrijk. In Japan kent men de rijstgod Inari als oude man met een lange baard die een vos berijd, en de vos wordt altijd met hem geassocieerd.

Oogstpaard of merrie: Kwam voor in Duitsland, Engeland, Frankrijk. Ook in de vorm van een echt paard. Lille: Het oude graan van de laatste schoof (van het oude oogstpaard) werd te eten gegeven aan het jongste paard in het dorp. Dit paard zou het volgend jaar als oogstpaard dienen.

Oogstvarken (beer of zeug): kwam voor in Duitsland, bij de Estlanders van het eiland Oesel. In Beieren werd degene die de laatste oogstschoof sneed ook de zeug-berijder genoemd. Vaak vermengde men de botten van varkens met het zaaigoed in de lente. Zie ook de Yule/ joel-zwijn in Scandinavië rond de kerst. Van het koren van de laatste schoof bakte men meestal het brood in de vorm van de Yule zwijn/ varken met dezelfde naam. Tijdens de hele joeltijd (zie periode 10) staat deze op de tafel. Vaak bewaard tot de zaaitijd, wanneer een gedeelte werd gemixt met het zaaizaad en ander gedeelte werd gegeven aan de ploeg-man en ploegossen of ploegpaarden om een goede oogst te krijgen. In Estland werd het Yule-zwijn ook gegeven aan mens en dier voor de zaai (zie kerst). In sommige dorpen in Duitsland bij Berleburg was het ook een gebruik om de Yule stam in de laaste schoof van de oogst te binden, deze werd dan gebruikt tijdens de joeltijd om te branden.

Andere dieren: hert, ree, ezel, schaap, beer, muis, ooievaar, zwaan en wouw. Zie voor vele voorbeelden van de laatste oogstschoof of oogstpop in vele landen: The golden bough, Sir James George Frazer, Part V, Vol 1. Veel dieren kwamen ook sinds de prehistorie letterlijk op het rijpe graan af zoals wilde vogels en wilde zwijnen. Vossen die op muizen joegen en aasden op de kippen van mensen en restafval. Zij hielden zich letterlijk schuil in het graan en verstopten zich ook tijdens de oogst in het laatste stuk van het gewas.

-Oogsttak;

Ook wel oogstmei (meie) genoemd; Tijdens het binnenbrengen van de oogst (op de wagen of per boot, of het inschuren van de oogst, nam men een groene tak mee op de laatste wagen (die werd er bovenop gezet, en spijkerde men deze soms ook op het hof of in de schuur bij de oogst waar deze een jaar bleef zitten). Het doet denken aan de meiboom. Soms gebruikte men hiervoor een wilgentwijg, lijsterbestak of disteltak. Vaak gaffelvormig en samengebonden met gekleurde linten. Ook versierd met een papieren kroon. Het weerde ziekte en onheil af, onweer en ongedierte. Tevens zorgde het voor een goede oogst voor het volgende jaar. In oud Griekenland was dit de "Eiresione", een tak van olijf of laurier. Samengebonden met linten en fruit. In Duitsland (Westfalen) ook Harkelmei, Hörkelmei of Hökelmei genoemd. In Engeland: Hawkie komt van Hockey/ Hock, dit was de naam van de laatste oogstwagen of van de oogsttak. Stamt ook af van het Germaans "hark" (werktuig) of van hokk "een hoop graanschoven".

Een andere vorm van oogsttak was een kruidenboeket; de Kroedwisch (krautweihe, gelukshalm, glückhampfel, weihsang, spica of speik). Deze werd geplukt voor Maria Hemelvaart (15 augustus) en was ter ere van Maria. Er zaten vaak 3 korenaren in ter ere van de oogst, en veel kruiden (soms wel 99 verschillende), en soms nog 3 distels als afweer tegen onweer, hagel (en ook de pest; Driedistel: Carlina Vulgaris). Eest laat men het zegenen/ weiden in de kerk (door Maria). Daarna mengde het onder het nieuw-ingezaaide koren of verbrand in de haard (tijdens onweer, een gedeelte gaf men aan het vee of men hing het in de stal. Bekende kruiden die hierbij horen zijn: Hertshooi, kamille, ridderspoor, monnikskap, alsem, oregano (wilde majorein), veldtijm, pepermunt, dopheide, valeriaan. Deze kruiden worden nog steeds op 15 augustus ter ere van Maria gezegend in de alpen en in vele Katholieke landen.

Men spreekt ook van de bladeren van de eik: Fris groen of vurig rood; Het Sint-Jans-Lot. Tevens als weersvoorspelling gezien.

De heilige tak zou een nog veel oudere oorsprong hebben volgens Sir James George Frazer. Dit zou gekoppeld zijn aan het feest van de Romeinse Diana op 13 augustus. Zij staat dan voor de godin van de oogstvruchten. Diana werd vereerd als lichtgodin met de toorts (Hecateias Idus/ Hekate). De jachthonden werden gekroond. Bij het heiligdom bij het meer van Nemi zou een heilige boom hebben gestaan waar een slaaf een tak mocht afbreken (met vruchten; the golden bough). Als dit hem lukte zou hij mogen vechten tegen de priester en na zijn dood de priester-taak overnemen als vervanger (zie ook de Toren en de Draak hieronder). Hij kreeg de titel; "koning van het woud" (Rex Nemorensis). Dit zou gebaseerd zijn op de Griekse mythe waarbij Aeneas de tak plukte voor Sibyl, voor hij naar de onderwereld ging.

De Romeinse Diana is gelijk aan de Griekse Artemis. In Griekenland werden de rijpe druiven en vruchten gezegend/ geofferd ter ere van haar en later aan Maria op 15 augustus.

Planten die bij dit feest horen: Absint Alsem of Bijvoet (Artemisia Absinthium); bloeit van juli tot september. Gewijd aan de Griekse godin van de jacht Artemisia. Dit kruid is erg genezend en werkt tegen wormen, infecties en koorts maar wordt veel gebruikt bij vrouwenkwalen. In het steppen gebied van Rusland en Mongolië komt een andere soort voor; Dragon (Artemisia dracunculus). Dit kruid werd ook drakenkruid genoemd. Ook het Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) werd als keukenkruid, anti-insekten en wormmiddel en medicijn gebruikt.  

Hop: Humulus lupulus. Lupulus zou ruwbladig betekenen. Bloeit in juli (Hennepfamilie). Hopbellen werden sinds de negende eeuw gebruikt om bier te kruiden en langer houdbaar te maken. De naam Lupulus is ouder. De jonge stengels werden vroeger ook als groente gegeten.

Een plant die ook rond deze tijd bloeide is de Mariadistel (Silybum). Deze groeit rond de Middellandse zee en de witte lijnen op het blad zou het melk voorstellen van Maria. Verder kennen we het Moederkruid (Tanacetum parthenium) middel tegen vrouwenkwalen. De Griekse naam Parthenos staat voor "maagd". Ook de Grote Engelwortel (Angelica archangelica) werd gebruikt als geneesmiddel.

Jacobskruiskruid (Jacobaea Vulgaris/ Senecio Jacobaea/ Engels: Tansy Ragwort) dankt zijn naam aan het feit dat hij rond Sint Jacob (25 juli) bloeit. Men maaide op deze dag het grasland. Voor het vee is dit kruid giftig (vooral voor paarden en Sint- Jacob is ook de beschermheilige voor paarden). Dus haalde men zorgvuldig dit kruid uit het land.

Tijdens de koude middeleeuwen waren nu kersen, (pruimen) en abrikozen rijp. Net als de tomaten, komkommers en meloenen.

-Oogstkrans;

ook wel Sint Jans-tros of Johannes krans genoemd. Een krans van rode rozen, notentakken en bloemen die tijdens de Sint-Jan of zomerzonnewendenacht werden verzameld (en Sint-Jans Sleutel; Sedum Pospureum). Deze werd bij de deur gehangen en nu met de hooi oogst op het hooi geworpen. Het diende als afweer tegen onheil en was goed voor de vruchtbaarheid.

Kruid: het Echt Duizendguldenkruid (Centaurium Erythraea) bloeide in augustus en zou staan voor het Latijns "honderd goud". Deze plant zou zo genezend werken dat hij wel honderd of duizend goudstukken waard was. Maar volgens de oude schrijvers is de naam van de Centaur Chiron (man-paard sterrenbeeld). Hij zou de geneeskracht van de plant ontdekt hebben na verwond te zijn door de negenkoppige Hydra.

De Berenklauw (Heracleum) bloeide nu en is vernoemd naar Heracles. Hij zou de genezende krachten van deze plant ontdekt hebben. Ook het Hazenpootje (Trifolium arvense) bloeit rond deze tijd. De naam "klaver" komt van het Latijn; Clava="knots". De bladeren zouden lijken op de drielobbige knots van Hercules (zie ook het kaartspel).

-Oogst en water; Vroeger gooide men water op de laatste geoogste korenschoof of op de persoon die het thuis brengt (soms ook op de wagen met oogst). Het zou voor regen zorgen voor de oogst van het volgende jaar. Dit werd gedaan in vele landen zoals; Duitsland, Frankrijk, Wallachia in Roemenië en Roemenen in Transsylvanië, Engeland en schotland (zie andere landen).

-----------------------------

Periode van Kreeft (nu). In sommige landen viert men eind augustus het eten van rivierkreeft. (Zweden).

Eind juli, tijd van de ereprijs, kruisbessen rijpen, Als de mieren gingen nesten dan zou het snel koud worden. De zwartgele wielewaal vertrekt naar het zuiden. Het taaie helkruid spint de paden dicht. Dopheide en boterbloem gaat bloeien. Begin augustus; de ooievaars trekken naar het zuiden, de monnikskap bloeit. Moerasspirea bloeit (gebruikt tegen hoofdpijn). Sommige hommelkoninginnen graven zich al in als het kouder wordt. De goudsbloem volgt de stand van de zon als een klok voor de boeren. Watermunt bloeit, kardinaalsmuts en boerenwormkruid. De kwartel en gele kwikstaarten vertrekken naar het zuiden. Half augustus: Men probeert te voorspellen of het snel kouder wordt aan de vogels die vertrekken en of de mieren hun nest ophogen. Vroeger vertrok de grasmus, zwartkop en braamsluiper. De vele vogels vliegen als een gordijn over. Kans op regen.

Tegenwoordig noemt men de hondsdagen: 23 juli tot 23 augustus, de periode dat de zon op haar krachtigst is.


Naar het volgende feest