Het dodenfeest en november      >>

21 oktober tot 21 november (8e maanmaand)

In de vroege prehistorie is het volgende zodiakteken Vissen (A) want dit was de koude wintertijd waarin men nog ging vissen. In de koude wintertijd was dit ook de tijd van de haringvisserij en deze vissen werden bewaard om te eten in de volgende maanden. Maar men jaagde soms ook nog op groot wild tot november (waarschijnlijk op de oeros en mammoet). De nieuwe hoofdman of leider van groep werd gekozen of herkozen. Men eerde de overleden familieleden op 1 november. In veel gebieden ging de god van de onderwereld rond samen met de godin tot en met eind April.

>>8A


Deze afbeelding van een zalm is gevonden in Abri du Poisson in Gorge d' Enfer in Frankrijk. Gemaakt rond 23.000vChr en zou op een plaats staan waar de zon op schijnt gedurende het visseizoen.

De god en de godin van de onderwereld zien we terug in de sterrenbeelden Cassiopeia en Cepheus die samen aan de hemel staan. In de vroege prehistorie en nu weer te zien (Zij staan ook voor de dualiteit/ Tweeling).

Volgende zodiaktekens zijn; Waterman en Steenbok.

Een apart verschijnsel is in november. Dan zien we een meteorenregen "de Leoniden" vanuit het sterrenbeeld leeuw komen. Vooral rond half november (oorzaak komeet Tempel-Tuttle). Dit was tijdens de vroege prehistorie (en nu) niet te zien maar wel tijdens de landbouwtijd.

In de Grote Landbouwtijd komt het sterrenbeeld Boogschutter (D) naar voren. Dit werd gekoppeld aan de late herfstjacht (sinds 5000vChr) die men nog beoefende na de oogstperiode. Men keek uit naar de wintervogel. De godin van de onderwereld werd meestal weergegeven zonder gezicht of met een masker (met vogelsnavel). Men dacht dat ze zich ook had veranderd in een vogel. Men bedankte de geesten van de voorouders, de goden of de leider voor de goede oogst. In de periode van Ram kwam de Schorpioen (E). De schorpioen werd gekoppeld aan de dood. De god van de onderwereld werd weergegeven als oud en wijs door de Romeinen (Saturnus) en stond tevens voor het stervende gewas. In het voorjaar werd hij met Carnaval opnieuw geboren als jongeling (Mars). Doordat het klimaat warmer werd ging de god van de onderwereld samen met de godin rond tot en met Pasen. Later werd dit tot de Carnaval.

Dalen van de sterren: Plejaden:

De Attische/Attheense maand: Maimaktèrion. zie maimao: hevig verlangen naar.

Grieken: De oogst van het koren viel wanneer de Plejaden oprijzen tijdens zonsopgang in mei en ploegden hun velden wanneer de Plejaden daalden tijdens zonsopgang in november. Hiertussen zit ongeveer 6 maanden. Voor zowel de Grieken als Romeinen stond het rijzen voor de start van de zomer en het dalen voor de start van de winter. Plinius vond het dalen van de Plejaden de ideale tijd voor het zaaien van het graan, vooral van tarwe en gerst. Hij vertelt dat in Griekenland en Azië al het graan werden gezaaid aan het dalen van Plejaden. Plinius zette het rijzen van de Plejaden op 10 mei en het dalen op 11 november!

Sommige Griekse boeren wachtten met ploegen tot de kraanvogels (hemelvogels) weer overvlogen naar het zuiden. Hun trompetgeschal was van ver te horen en kondigden ook de regen aan (Aristophanes). De Griekse schrijver Hesiod rond 750 vChr en andere Griekse schrijvers vonden het als regel dat het ploegen zou beginnen na het dalen van de Plejaden in de ochtend. En rond deze tijd zou dit op 26 oktober zijn. Tevens begon men hierna opnieuw met zaai-rituelen voor de zaai van diverse granen. Het zaaien na het dalen van de Plejaden werd vermeld door Aratus, Plinius, Hippocratus. Ook Romeinse schrijvers zoals Vrigil en Columella bevestigen dit. In de tijd van Columella dalen de Plejaden in de ochtend van 24 oktober van de Juliaanse kalender wat overeen zou komen met 16 oktober van de Gregoriaanse kalender. Dus met de Precessie verschuift het dalen van de Plejaden ook terug in het jaar (zie Afrika). Wellicht hebben de Grieken ook zaai rituelen overgenomen van de Egyptenaren omdat zij ook begonnen met zaaien in deze periode. En omdat de regens in Griekenland starten rond half oktober wat gelijk viel met de start van de regens in Afrika.

Grieks: Herfstzaaifeest ter ere van de graangodin Demeter: Thesmophoria. Dit feest werd door vrouwen geleid en duurde drie dagen. Voor het feest vasten de vrouwen en mochten geen seks hebben. Ze zaten op de grond. Ze rouwden om Demeter omdat haar dochter naar de onderwereld zou gaan. Ze brachten gefermenteerde jonge biggen met dennenappels naar een altaar als offer. Tevens offerbroden in de vorm van mannelijke genitaliën. Daar werden ze vermengd met het wintergraan wat gezaaid moest worden. Vooral het biggenvlees zou het graan sneller doen ontkiemen. Het feest stond ook in het teken van Zeus zo gaat hij met Demeter samen om het land vruchtbaar te maken. Dit werd nagespeeld door een priester en priesteres. Ze gingen hierbij in een grot maar de priester had zichzelf van tevoren tijdelijk "impotent" gemaakt met dolle kervel/scheerling. De priester kwam na een tijdje met een korenaren uit de grot. Daarna verklaarde hij dat koningin Brimo de geboorte had gegeven aan een heilige zoon Brimos. Alsof de korenmoeder het kind, de koren had gebaard.

Tijdens het feest was het ook de gewoonte om cakes en varkens naar slangen te gooien. Deze leefden in de gaten en spleten (Megara) die gewijd waren aan Demeter. Ze zouden het volgende jaar terugkomen of een deel van de offers zou gebruikt worden om het graan vruchtbaar te maken voor het zaaien. Men denkt ook dat godin Persephone/ Demeter als een zeug in de onderwereld verbleef gedurende de winter (Op Kreta waar Demeter veel vereerd werd was het varken heilig en werd niet gegeten). Men geloofde dat de zielen van de overledenen zich soms in de vorm van slangen manifesteerden (net als in Afrika). Van de pijnboom werden in de herfst de zaden geoogst (in de prehistorie een belangrijke voedselbron). In Rome maakte men daar ook wijn van. De pijnboom-appels werden ook wel gezien als vruchtbaarheidssymbool. Tijdens het feest van de Thesmophoria gooide men de dennenappels samen met varkens en spullen in de heilige gaten van Demeter om de grond vruchtbaar te maken en de vrouwen vruchtbaar te maken. Tijdens het feest van Thesmophoria onthielden de vrouwen zich van het eten van de zaden van de granaatappels. Want Granaatappels zouden ontsprongen zijn van het bloed van Zagreus (het gehoornde kind), ook wel Dionysus genoemd. Dionysus was ook de god van de fruitbomen, zoals de appel, vijg, druif, en pijnboom. God van het graan die na zijn dood (in stukken gesneden door de Titanen) herboren werd, geholpen door Persephone of Demeter. De slang was dus in deze periode gewijd aan Demeter en volgend de Pruissen waren de heilige slangen ook verbonden met de eik omdat ze in de holle eiken leefden.

De Romeinen offerden een zwangere zeug  met platte koeken en zaaigraan aan Ceres en Tellus (Terra Mater), tijdens het festival van Sementiva, de dag van het zaaien).

Een opvallend verschijnsel is de meteorenregen vanuit het gebied vlak boven de rechterschouder van Orion, boven de ster Betelgeuze. Ze worden "Orioniden" genoemd (veroorzaakt door de komeet Halley, die ook de meteorenregen in het sterrenbeeld Waterman veroorzaakt). Vooral te zien op het zuidelijk halfrond in de tweede helft van oktober. In Nederland komt Orion pas in novemberop.

In een legende werd verteld dat Demeter zich veranderde in de vorm van een merrie om aan Poseidon te ontsnappen toen ze naar haar dochter zocht. Ze ging leven in een grot van Phigalia in de hooglanden van west Arcadia en werd "Zwarte Demeter" genoemd. Vaak werd ze afgebeeld met het hoofd van een paard en een lange mantel. Door haar boosheid groeide er niets meer op aarde (verwijzing naar de winterperiode). Uiteindelijk zou de god Pan haar boosheid hebben weg laten gaan en haar uiteindelijk uit haar grot hebben gelokt. In de tempel van Demeter/ Persephone in Lycosura in Arcadië waren op haar mantel dansende vrouwen afgebeeld met muziekinstrumenten. Hun hoofden, handen en voeten waren dierlijk zoals het paard, varken, kat, haas en ezel.

Athene behield normaal een aantal gevangenen apart die als zondebokken gedood werden bij een plaag, droogte of algemene ziekte. Een slachtoffer werd geofferd voor de mannen en een vrouw voor alle vrouwen. De man kreeg een ketting van zwarte vijgen, de vrouw een ketting van witte vijgen. In Cyrene offerde men aan Saturnus (Cronus) en zij droegen een kroon van verse vijgen op hun hoofd. Een ketting van vijgen werd normaal gegeven aan de doden. Plutarchus beschrijft ook het stenigen van het speciale slachtoffer als zondebok in Marseilles en In Chaeronea. In Marseilles werd een man uitgekozen uit een arme klasse en voor een heel jaar kreeg hij het beste voedsel. Aan het eind van het jaar werd hij gekleed in heilige gewaden, bedekt met heilige takken en door de stad geleid. men bad dat al he kwaad van de mensen op zijn hoofd zou vallen en hij deze zou meenemen. Hierna werd hij uit de stad gejaagd en ter dood gestenigd door de mensen buiten de muren. Zie ook het gebruik van Athene bij de meifeesten. Wellicht koos men de slachtoffers in mei uit. In Chaeronea kende men een ceremonie "het uitbannen van de honger". Een slaaf werd geslagen met takken van de Vitus Agnus Castus (Kastijdingstak/ Monnikspeper). Deze bloeit in de herfst. De slaaf werd weggejaagd met de woorden; "Weg met de honger, en binnen met de rijkdom en gezondheid". De hoofd magistraat van het stadhuis en de mensen thuis deden dit.

De Romeinen spijkerden een paardenhoofd aan de muur in Rome in oktober, wellicht om te bewaren tot de oktober van het volgende jaar (Beschreven door W. Mnnhardt en James George Frazer).

Induscultuur: Pakistan: Indus rivier vallei: eind oktober en vooral in november zaaitijd van graan. De Pre-Indus cultuur (Mehrgarh 6500 vchr) begint in de Zodiak van Tweelingen (D) hierdoor is het sterrenbeeld Steenbok in deze tijd van belang voor de zaaifeesten van het graan.

De Induscultuur begint in de Zodiak van Stier (D) hierdoor is het sterrenbeeld Boogschutter in deze tijd van belang voor de zaaifeesten van het graan (Dus omgekeerd als in noord Europa en Mesopotamië maar wel gelijk aan de zaaiperiode in Egypte).

Het snijden van het graan werd ook vergeleken met het afsnijden van haren (haarvlecht). Met name de gouden haren van de godin (zie de pruik en sterrenbeeld Berenice). De Godin van het graan zien we terug als sterrenbeeld Maagd en als Cassiopeia (te herkennen aan de grote W in de lucht). Cassiopeia staat vlak bij Cepheus.

(E) In Egypte en Afrika was dit juist de periode van de regentijd en stond voor de wedergeboorte. Zoals de dood en wedergeboorte van de god(in) van het graan . In Egypte was het juist zaaitijd rond 1 november.

Het dodenfeest is bekend onder de namen: Samhain, Allerheiligen/Allerzielen 2 (verplaatst vanuit mei). Halloween (Allantide), Old Hallowmas, Sint Maarten/ St. Martinus op 11 november (is verschoven door kalenderhervormingen). Nu nog bekend als het lichtjesfeest (met fakkel of uitgeholde knol of pompoen lopen) en dit word/ werd later op verschillende data in september of begin oktober gedaan. Het is ook het begin van de Advent.

De doden werden geëerd en men geloofde dat de geesten rondwaarden t/m 25 december. Het werd veranderd in de vastentijd voor de winterzonnewende, en soms duurde deze tijd tot 6 januari (Driekoningen). Voor de pompoen en betekenis kunnen we ook teruggaan naar de Maya's zie: Amerika, Het jaar rond van Meso Amerika periode 10 en 11.

Al in de Grieks-Romeinse tijd werden op Allerheiligen graven versierd met kaarsen. De zielen zouden de levenden bezoeken om nieuws te ontvangen van en over de familie. De Grieken groeven hiervoor een gat in de grond (Mundos) waardoor de geesten konden ontsnappen.

Romeins: Het feest van Feroniae op 13 november. Ter ere van godin Feronia (speelt ook bij de meifeesten een rol). Tijdens de Plebische Spelen werd Feronia als oogstgodin vereerd samen met godin Fortuna.

Het cijfer 8 van de achtste maand: Latijn; Octo vinden we terug in de Romeinse benaming van oktober. Octavus is achtste. Ook vinden we het terug in de oude weerspreuk van 31 oktober: "Ik was de achtste maand als maart de eerste was en dus was toen mijn naam oktober mij van pas". Octo zou ook zeker afkomstig kunnen zijn van de mythische 8-armige octopus/ oktopus (kraak). Omdat dit terugkomt in de taal- en lettervorming zoals in Egypte (zie het knopenschrift/knopenkalender bij Ogham en Afrika B)

20/ 21 oktober: Sint Ursula van Keulen. Oude weerheilige. Mythische koningsdochter. "Doe met Ursula de oogst naar binnen, anders komt Judas met sneeuw voor de pinnen". Ursula van Bretagne en haar aanstaande echtgenoot Aetherius werden gevangen en gedood omdat Ursula weigerde te huwen met Atilla de Hun in Keulen. Ze zou doorboord zijn door een pijl van de Hunnen. De Hunnen zouden verdreven zijn door een hemels leger van maagden (die samen gereisd hadden met Ursula). Soms noemt men haar Pinnosa, de dochter van de koning van Brittania. Ze staat in verband met het getal 11 (Elfduizend maagden, elf tranen) (zie Carnaval elfde van de elfde). Symbolen van haar zijn de pijl, kinderen en het schip.

Op de middeleeuwse kalender staat 21 oktober bij 2 vrouwen. Op de merkstaf/primstavstaat een stok met een soort vleugels (zie engel) met een kruis er op. Noors: Ursula. Jomfrudagen: maagd-dag.

21 oktober: Dag van Judas. "Op de oude vlierbes staan zwammen; het Judasoor". Judas Iskariot had zich aan een vlier opgehangen nadat hij Jezus verraden had. Judasoor (Auricularia auricula-judae) groeit het liefst op dode vlier. De eetbare zwam lijkt ook op een oor. Petrus zou de soldaat de oor afhakken om de arrestatie te voorkomen. Het afgehakte oor komt ook terug in de kunst bv. van schilder Jheronimus Bosch (zie Carnaval). Weervoorspellingen voor de winter. "Als het in oktober vriest, is het in november grijs, in december ijs en in januari zacht"

23 oktober: Saint Oda (Zie Oda en Liu en Odin) Gekoppeld aan de heilige Lambertus (zie 17 september). Ze zou blind zijn en door hem zijn genezen. Ze bad in Nederland en België (waar ze een belangrijke heilige was) en werd gestoord door de eksters. Zo zou ze in Sint Oedenrode zijn gekomen ("rode"is een open plek in het bos). Om haar hut te beschermen tegen de wind, sneeuw en hagel en om alleen te zijn, plante ze er een heg omheen. Haar vader zocht naar haar en gebruikte hiervoor de munten van haar thuisland (als in het verhaal van Sint Dymphna). Uiteindelijk vond hij de hut maar de eksters jaagden hem weg zodat hij moest terugkeren naar Schotland zonder haar. Oda draagt een lange blauwe jurk met een blote schouder. Tevens een staf of boek. Een ekster op haar hand en een kroon onder haar voeten. Ze is ook patrones voor oogziekten. Maar Oda werd op verschillende manieren geschreven zoals: Oede, Oude, Olde, Ide, Itta. Ook de termen: "Ode/ Hulde"; "eer brengen aan" (Zie ook Holde en Holle als godin). 23 oktober is ook de dag van Sint Severijn/ Severinus van Keulen/ Severinus van Bordeaux (Seurin). Oude weerheilige. Hij zou hemelse stemmen gehoord hebben die de dood van Sint Maarten voorspelden, hij was ook een tijdgenoot van Sint Maarten van 11 november. Hij wordt in verband gebracht met de twijfel of god wel of geen mens kon zijn (Arianisme). Patroon tegen droogte en onheil. "Met Sint Severijn kan het al winter zijn".

28 oktober; dag van Apostel Mattias (Grieks: Ματθίας, Matthias, Hebreeuws: מתתיהו, Matityahu, Mattithiah, "geschenk van JHWH") , als 12 de apostel, met symbool de palm (vervanger van Judas Iskariot die Jezus verraden zou hebben zie Pasen) maar volgens anderen was het juist Paulus. Tevens de dag van de latere toegevoegde Apostel Simon de Zeloot met als attribuut een zaag. Weerheilige. Op deze dag werd vroeger pas de kachel aangemaakt. De overtrekkende boomleeuwerik roept; "zoetelief, zoetelief".(Maar zie ook 24 februari).

28 oktober, Op de middeleeuwse kalender staat een grote boot (zie ook 1 november) . Op de merkstaf/primstav staat een horizontale pijl. Wellicht van Judas of Simon.

30 oktober; de dag van San Saturnio (nationale feestdag) naar Saturnus.

31 oktober is bij de protestanten Hervormingsdag

Middeleeuwen: November: Slachtmaand, nevelmaand (vochtig).

Voorstelling; Vee word bij elkaar gedreven, veemarkt, koeien vetmesten en slacht, graan dorsen, vlas bewerken, houthakken voor vuur. Sint Maarten en Allerzielen.

In november hield men veemarkten/ najaarsmarkten en men slachtte men het vee, het word dus ook slachtmaand genoemd. Vooral het grote varken werd in november geslacht. Dit ging gepaard met veel drank en eten. In Zeeland werd deze maaltijd "vosse soppe" genoemd (varkensvlees en brood geweekt in vet).

Oud versje:"Ik werd november, het is de negenste genaamd, En of ik de elfste ben, nog heet ik onbeschaamd". "De elfste maand van 't jaar, bij 't vuur brengt al te gaar.

Planten die bloeien tijdens Pasen en vruchten beginnen te dragen rond deze tijd (tegenwoordig):  

Al deze bomen met vruchten worden als de heilige levensboom beschouwd:

De Granaatappel (zie oktober).

De Mispel (Mespilus germanica) is een oude vruchtsoort die bij deze periode past omdat de oogsttijd erg laat valt; oktober-november. De Grieken beschouwden het als delicatesse en koppelden hem aan de god Saturnus. Saturnus was de god van de dood met zijn zeis. Hij speelde ook voor rechter. Dit zien we terug op 29 november; Saturninus. Van mispelhout worden de herdersstokken gemaakt van de bewoners van de Pyreneeën. Deze Makhila/ makilu stok is het symbool van authoriteit en kracht. Vaak werd de stok versierd met metaal en door de herders gebruikt om wilde dieren zoals beren en wolven op afstand te houden. De mispel, met name de dwergmispel; Cotoneaster Frigidus is ook zeer geliefd bij de pestvogels (zie herfstvogel). Noors: Dvergmispel (Cotoneaster integerrimus). Duits: Gewöhnliche Zwergmispel, Felsen-Zwergmispel.

De Kweepeer (Cydonia oblonga) was net zo geliefd en de Grieken beschouwden vonden dat de vruchten stonden voor liefde, geluk en vruchtbaarheid. Daarom werden deze gekoppeld aan de godin Aphrodite. Ze lijken op gele appels. Sommigen beweren dat deze vruchten de "gouden appels" voorstellen die door Godin Hera (vrouw van Zeus) in de tuin van de Hesperiden aan de heilige boom groeiden bewaakt door een draak. De Held Hercules moest deze vruchten halen. Later werden deze "vruchten gezien aan de boom der kennis" in het bijbel verhaal van Adam en Eva. Dit gaat op voor een aantal bomen.

De Citroenboom wordt ook gebruikt bij heilige rituelen zoals bij de Joden. Tevens kan deze boom slaan op de levensboom met de gouden appels.

Ook de dadel van dadelpalm (Phoenix dactylifera) wordt geoogst in november en december. Bij de moslims is deze boom heilig (gezegend) als de levensboom bij de bron. Er is een gezegde die verteld dat een gezant van Allah vertelde dat na het eten van 7 dadels men beschermd is tegen tovenarij en vergif. Daarom eet men de dadel ook bij voorkeur tijdens Ramadan. Maria zou Jezus hebben gebaard onder deze boom en we zien ze terug bij het feest van de drie koningen (zie afbeelding). We zien palmtakken ook terug met diverse feestgebruiken en ze worden gedragen door heiligen. Een andere gezegende boom is de Moerbeiboom en de Olijfboom (zie ook de Vijgenboom).

In de koude tijden werden deze vruchten eerder geoogst.

De appel oogst:

De oogsttijd van de wilde appel van de Germanen en Kelten was erg belangrijk. Deze werd vergeleken met de rijpheid van de appels der wijsheid aan de levensboom in de tuin van de andere wereld. Een veel bekende vorm van de Plejaden is het mythische eiland. Vaak dacht men dat het in het westen lag waar de zon onder gaat. Omdat het eiland de andere wereld van de dood vertegenwoordigd. Maar de aarde is rond en het is maar net waar je je zelf bevindt. Het is tevens het eerste eiland dat ontstond na de vloed of aan het begin van het scheppingsverhaal. Daarom ook de berg of heuvel in het midden, waarvan de top vrij bleef van water. Soms lag het eiland onder water en kwam dan eens in de zeven jaar naar het oppervlakte (tijdens het feest). Het eilandverhaal komt voor over de hele wereld bij alle volkeren. De bekendste is het Atlantis verhaal.

Voor de Nederlanders en Germanen en de landen naar het oosten waren dit dus de eilanden in het westen: Ierland en Engeland (als sterrenbeeld De Zomerdriehoek). Voor Ierland zelf waren dit de eilanden ten westen van Ierland, Voor Schotland de eilanden ten westen van Schotland en voor Engeland de eilanden ten westen van Engeland. Frankrijk vereerde de eilanden aan zijn westkust Spanje natuurlijk ook. Zo had elk land zijn eigen mythische eiland en sommigen wel meer dan 1. Tijdens deze feestperiode zou het eiland bereikbaar zijn (de poort naar de andere wereld stond open). Sommigen zagen hierin een tijdelijke brug over de Melkweg.

Nederland kende ook speciale liedjes hierover (tevens volksdans): "Witte Zwanen, Zwarte Zwanen wie gaat er mee naar Engeland varen?, Engeland is gesloten, de sleutel is gebroken. Is er geen smid in het land die de sleutel maken kan? Laat doorgaan, laat doorgaan, wie achter is komt vooraan". (waarbij men onder de rij omhooggehouden armenpoort doorgaat). Wit zou staan voor het leven en zwart voor de dood. De smid slaat ook op de Britse smeden.

Een ander liedje is: " 3 maal 3 is 9. Ieder zingt zijn eigen lied, 3 maal 3 is 9 en ... zingt zijn lied. ...mag een liedje zingen troelala, troelala en ...mag een liedje zingen troelalalala". Hierbij mag steeds iemand een eigen liedje zingen. Het getal 3 en 9 slaan op de maanmaanden 3 en 9 (zo ook op het aantal brongodinnen zie de drie jaargetijden).

Een bekende mythe over het eten van de rode giftige appel is die van Sneeuwwitje. Na het eten van de appel van de heks valt ze een jaar lang in een diepe slaap (ontwaakt dus weer pas in het voorjaar als een prins haar kust). Het gaat ook over de overgang van jong naar oud. Want de stiefmoeder wil eeuwig jong blijven maar dat lukt niet.

En zoals de lentefeesten op de Plejaden heuvel werden gevierd in de lente, zo had men ook vaak een aparte heuvel voor de herfstfeesten. Deze lag dan ten westen van de woonplaats of de andere heuvel. Later kwam hier ook vaak een versterkte toren op of burcht. De ringgracht eromheen versterkte het eiland-idee nog meer. Dit zien we ook terug met steencirkels die tegen over elkaar liggen. In Nederland zijn nog veel lente- en herfst heuvels te vinden. Zie ook andere landen onderaan en het Ogham schrift/ kalender.

Allerheiligen (1november):

Ter ere van de overledenen die in de hemel zijn.

KERK: gedenkdag ter ere van alle martelaren en heiligen (sinds de vierde eeuw: invoering christendom). Daarom werd het vroeger Aller (heilige) martelaren genoemd. Het staat in verband met de openbaring van Johannes. Hij zag een visioen van God , gezeten op een troon in de hemel, met Christus (het lam) naast zich. Vervolgens zag hij een grote menigte die bestond uit alle volkeren uit alle landen. Ze waren in het wit gekleed en droegen palmtakken in hun hand. Zij riepen; "De redding komt van onze God die op de troon zit en van het Lam". Later bedoelde men hiermee de Heiligen die in de hemel waren. zie voor martelaar meer hieronder.

Middeleeuwen; In sommige protestantse kerken houdt men vanouds begin november als 'dankdag voor het gewas'.

Daar waren twee heren in 't land; hoeneslaap en vesperbrood (Vespers is het avondgebed)
    Daar zijn drij nieuwe zuipneuze, druipneuze en klappertand (3 nieuwe; zuipneus, druipneus en klappertand).
"Het nazomertje van Allerheiligen, kan voor de winter niet beveiligen".

Voor de boer was het een belangrijke datum want begin of half november stopte men met het werk op het land. Dus de overgang naar de wintertijd. Het was ook tevens het begin van het jachtseizoen.

Markt: In Nederland hield men rond 1 november de "Koudemarkt" of "Laatste markt" (Leste Mert), deze kon wel 6 weken duren. Later werd deze verlengd tot de kerst waar nu nog de kerstmarkten aan herinneren (ook in Duitsland). Daarna werd deze markt veranderd in een jaarmarkt op 11 november; "de Sint Maartensmarkt" (Er werden wel 4 tot 5 jaarmarkten per jaar gehouden). Ook de paardenmarkten, ganzen en veemarkten hoorden hierbij. Op Leste Mert kregen de meiden en knechten een dag vrij om zich bij een andere boer te verhuren. Omdat er dan geen personeel was at men traditioneel erwtensoep (Snert). Tijdens de markt was er natuurlijk een goede kans om nog een partner te vinden.

In sommige plaatsten ontstak men allerheiligenvuren. Jongens gaven hun geliefde noten en legden er twee in het vuur. Wanneer ze samen naast elkaar bleven liggen en opbranden dan zou het een gelukkig huwelijk worden.

In Steenwijk noemde men 1 november de "Elfduizend Maagdendag" van de maagden van Sint Ursula van Keulen die ten hemel steeg, en hield men een markt, paardenmarkt met kermis. Sint Ursula's naamdag werd gevierd op 21 oktober (aan het begin van deze periode). Op 21 oktober voorspelde men het weer voor de gehele winter. Ursula zou met tien andere maagden (dus 11 in totaal) vermenigvuldigd met duizend in een schip voor 3 jaar op reis gaan. Dit zou bedacht zijn om haar aanstaande bruidegom te tijd geven om zich te bekeren. Velen sloten zich bij haar aan en lieten zich dopen waarna ze voorspeld werden een martelaarsdood te sterven en werden uiteindelijk gedood door de Hunnen. Ursula zelf wees de hand van de Hunnenkoning die haar wou trouwen uiteindelijk af dus schoot hij haar neer met een pijl. Een van de maagden was ontsnapt; Cordula en haar martelaarschap zou daarom op 22 oktober plaatsvinden maar in een andere legende zou ze na een jaar weer opstaan uit de dood. Ze staat in verband met Sint Helmtrudis van Neuenheerse (31 mei). Haar Attributen zijn schip en pijl, lans, palm en kroon. Op het graf van Ursula kwam later een witte duif en hierdoor werd ze een heilige. Een zelfde oudere mythe werd toegeschreven aan Pinnosa samen met de twee vrouwen Martha en Saula. Men noemt ook 3 Cordula's of Cordula en de twee Dionysias. Ook de drie heilige vrouwen Embede, Warbede en Wilbede zouden bij Ursula meegegaan zijn in de boot. In het Oostenrijkse Pustertal heten ze Ambett, Guerre en Cubet en wordt verteld dat ze aan de Hunnen zijn ontkomen. In Meransen is een bron ontsprongen en een kersenboom gaan bloeien. In Obsaurs in Oostenrijk werden ze Ambett, Gwerbett en Wilbett genoemd (zie voor nog meer namen onder Ursula; www.heiligen.net).

1 november op de merkstaf/ primstav: Een hele grote kerk die uit 3 delen bestaat. Of een schip. Noors: Allehelgensdag, aldermesse , helgemesse.

Allerzielen (2november) (All Soul's Day):

Herdenking van de gestorvenen.

KERK: De gedachtenis van alle overleden gelovigen. De heiligen zouden nog in het vagevuur rondwaren en moesten wachten tot ze de hemel in konden. Daarom moest men voor hen bidden. Het werd ook de tweede november genoemd. Om boze geesten te verdrijven luidde men de klokken. In Protestantse kerken vind dit vaak plaats op de laatste zondag van het kerkelijk jaar (dus enkele weken later). Voor hen staat het meer voor de overledenen van het afgelopen jaar. De dag zou rond 998 na Chr. bedacht zijn door Odilo, abt van het Benedictijner klooster in Cluny. Hij was vereerder van Maria en zou spontaan genezen zijn van zijn verlamde benen, zelf zou hij ook genezende wonderen verrichten. Hij zou van Franse adel afkomstig zijn (Hicterius en Berald) zijn en van een Franse monnik hebben gehoord (die terugkeerde van Jeruzalem) van de grote feestvuren tussen Griekenland en Sicilië waarbij de zielen van dode zondaars eeuwig zouden vastgehouden en gemarteld worden door demonen. Daarom moesten ze gaan bidden voor hen opdat ze vrijgelaten zouden worden en naar de hemel konden gaan. Hij stond er bekend om dat hij vooral zondaars vergeving gaf en werd afgebeeld staande in het vuur. Odilo werd vereerd rond 19 januari in Cluny en vooral rond 11 mei tijdens de meifeesten waar hij ook een wonder liet ontstaan door een vis enorm groot te laten worden. In Zwitserland wordt hij vereerd op 6 februari

In de kerkmis van Allerzielen spreekt men over het evangelie van Mattheüs over de wederkeer van Christus en het Laatste oordeel (Mt 24,29-31). Tevens passages van Johannes waarin e goeden naar de hemel gaan en krijgen de slechten het oordeel.

Later is de dodenherdenking verplaatst naar St. Maarten op de 11de. Dit kwam omdat de kalender 11 dagen achterliep.

Op de eilanden vierde men het Pierepauwen (verwijzing naar St. Pauwel/ Paulus). Kinderen gaan in witte kleding met lampionnen langs de huizen. En ze zongen dat.. en.. Gaan trouwen.

Vanaf Allerzielen tot Sinterklaas trokken de kinderen rond en tikken zachtjes op de ruiten en luiken van huizen. Hiermee gaven ze aan dat de dood rondging.

Men brengt bloemen naar de graven en brand er kaarsjes zodat de geesten hun graf konden terugvinden. Soms at men ook een gezamelijke maaltijd bij de graven. Ook eet men offerbroodjes bv. St. Hubertusbroodjes op 3 november. Deze huubkes of huibkes zijn langwerpig of kubusvormig. Men brandde ook de haard en kachels voor de zielen. Het broodje beschermde tegen hondsdolheid en andere ziekten en deze werd ook gegeven aan het vee en aan de jachthonden. Men houd nog steeds fakkel/ lichtjes optochten in de maand september en begin oktober. Op sommige plaatsen liep men om een versierde hooiberg. Met de witte Pelder van Allerzielen bedoeld men het witte Baarkleed voor de dode, dubbelzinnig is dit een verwijzing naar sneeuw. Als het nu zou sneeuwen zou het voorjaar mild en helder zijn.

2 november of 3 november: Sint Justus van Trieste. Speer, bloemen en palm.

3 november: Sint Hubertus. Op de eerste zondag van september is de moderne internationale dag van de jacht door het warme klimaat die is opgedragen aan Sint Hubertus. De heilige zou een jachthoorn hebben gehangen in een boom om door zijn lawaai verdwaalde jagers in de goed richting te wijzen. Sint Hubert had bijna het heilige hert geschoten toen hij een lichtend kruis zag tussen het gewei (zijn voorganger is Sint Eustachius/ Eustatius, zie 20 september). Tijdens deze dag houdt eet men gewijd brood (als bescherming) en eert men dat Hubertus de heilige stool kreeg en de gouden sleutel van Sint Pieter. De heilige wordt ook aangeroepen tegen hondsdolheid (verwijzing naar de hond) en hij genas de dieren tegen veeziekten. Later gebruikten de Monniken in Sint-Hubert (België) hier gewijde sleutels voor. Sint Hubertus is na Sint Sebastiaan de patroonheilige van de schuttersgilde.

5 november: Op de merkataf/ primstav: Een soort W symbool en andere symbolen . Volgens de Noren van Placidus von Subiaco. Benedictijner monnik. Volgens de legende viel de jonge Placidus op een dag in een vijver en dreigde te verdrinken. Benedictus stuurde zijn broer Maurus om de jongen uit het water te halen, wat hem ook lukte. Pas daarna merkte Maurus dat hij over het water had gelopen, wat Placidus toeschreef aan de zegen van zijn geestelijke vader Benedictus.

6 november: Sint Leonhard (vertaald: "Leeuwenhart"). Leonhard van Limoges is een oude belangrijke heilige. Tijdens de jacht van het koningspaar redde hij het koningskind. Als dank kreeg hij zoveel bos (jachtgebied) als hij in een nacht met zijn ezel kon omrijden. Hij was schutspatroon van de paarden en het vee. Tevens noodhelper. Hij helpt vrouwen vruchtbaar worden. Bevrijder van gevangenen ( en wordt daarom vaak met een ketting afgebeeld). Op zijn dag doet men weersvoorspellingen voor de rest van de winter. In Beieren, Duitsland houdt men vele paardenritten/ processies op zij dag (Sankt Leonhard) die verbonden zijn aan de jaarmarkt (Dult; feestdag).

9 november: Soldatenheilige Theodoros van Euchaïta/ Tiro (op sommige plaatsen gevierd begin februari). Attribuut; toorts. Hij zou ook een draak verslagen hebben.

10 november: In de late middeleeuwen de gemiddelde dag van de eerste vorst. Plant naar aloud gebruik een linde voor uw dochter en een berk voor uw zoon. "Ik eet de groente van de bomen, Ik maak de nachten lang en doe den slaper dromen".

Winterbrenger Sint Maarten 11 november (vroeger op 1 november)

Sint Maarten (Marijn of Martijn) staat voor de god van de onderwereld. Vroeger gewoon Maarten Mardi of Marty genoemd. Zijn naam komt van de maand Maart (de Romeinen noemden deze god Mars naar de planeet Mars). En hij droeg ook de naam Mars als kind door zijn Romeinse vader (voor hij werd bekeerd tot het christendom. Niet voor niets werd hij vroeger in het rood afgebeeld en droeg hij een rode mantel naar de kleur van de planeet Mars. Pas later hield hij alleen zijn rode mantel. Hij was ook een strijder zoals de Romeinse god Mars. Zat te paard. Deze god van de winter gaat rond tot en met de Carnaval waarna hij symbolisch wordt verbrand als pop in het vuur als Mardi-Gras/ Marti-Gras; wat niets meer betekent dan Maarten gemaakt van Gras (stro). Zo kennen we de Duitse; PelzMartel of Pelzmärte. Een duister wild figuur die in de winter rondging. Hij was precies dezelfde als Sint-Nicolaas (Klaas) en/ of zijn demonische hulpjes, Sint Stefanus (Stefan), Sint Paulus (Paul) en Sint Pieter (Piet) en nog vele andere (ook Jack). Dit komt omdat men de feesten rond de wintergod op verschillende data hield in de verschillende landen. Ook heeft men een soort zondebok bedacht zoals Judas die dan als pop werd verbrand in de lente. Deze figuren gaan allen te paard (meestal met vleugels) en strooien de afwerende en vruchtbare broodjes rond (pepernoten) en cadeaus. Dit vinden we terug in de hoofdgoden van verschillende culturen: Zeus, Odin en Mohammed. Daarom zijn de namen zo populair dat veel mannen zich zo lieten noemen. De vogel van Sint Maarten zou goed de zwaluw kunnen zijn. In het liedje heeft het een rode kop en blauwe staart. De zwaluw migreert en is een belangrijke voorjaarsbrenger. In het Engels heet de zwaluw dan ook Martin (Sint Maarten).In drenthe was de zwaluw een heilige vogel en mocht niets worden aangedaan.

De wintergod kon zich ook veranderen in een vogel; bij voorkeur de adelaar of arend en deze heeft hij ook vaak bij zich. Maar hij werd ook vergeleken met andere vogels zoals de kemphaan en de later ingevoerde fazant. De Romeinen brachten later de haan mee naar Noord-Europa en aangezien deze nogal potent was en kraaide werd dat zijn nieuwe symbool. Daarom ging men in het voorjaar op deze vogel schieten in de meiboom.

De godin van de onderwereld was automatisch veranderd in een vogel. In Nederland was dat de mooie witte zwaan. Deze vogel kwam hier overwinteren dus werd gezien als herfstvogel die de geesten van de overleden zielen meenam naar de andere wereld. Later werd zij door de kerk veranderd in een witte Engel (witte duif zie sterrenbeeld Duif). Door de volkeren waar de zwaan niet kwam overwinteren (Scandinavië) werd zij gezien als zwarte raaf (of uil). Daarom werd zij door de kerk veranderd in een zwart hulpje van de wintergod (Zwarte Piet of Hansje Plus). Soms werd dit een beetje haar duistere kant als de winterheks die ook de mensen kon straffen als zij slecht waren. In Noord Afrika, Egypte, India, China en Japan was de herfstvogel die kwam overwinteren juist de ooievaar en kraanvogel.

In Noord Europa was dit later ook de pestvogel. Ze komen nu soms uit het noorden bij strenge winters maar vroeger waren de winters veel strenger dan nu dus kwamen ze vaker voor. Mensen zagen ze ook als halers van de zielen van de overledenen. Later werd het verklaard als brengers van de Pestziekte en werden ze ook daarnaar genoemd. Als men een pestvogels zag betekende dat een voorbode van de dood. In Engeland heten deze mooie vogels nog steeds Waxwings omdat het lijkt alsof ze wasstempels op hun vleugels hebben. De winterheilige Sint Stefanus wordt ook begeleid door het slimme winterkoninkje.

Verder kennen we ook nog de kleurige distelvink of putter (gouden vink). Als disteleter heeft hij een aparte christelijke betekenis gekregen in verband met de doornenkroon van Jezus. Hij staat ook in verband met de Heilige Sint Jerome (15 juni en 30 september in het westen). Tevens met Maria in verband gebracht als voorbode voor de kruisiging van Jezus. De Putter zou de stervende ontwijken, dus ook voorspellen of iemand dood ging. Maar de distelvink en vooral distelbloem (Volgens Plinius een afrodisiacum) konden ook voor de wellust staan (hiermee werd dan vooral de wellust tijdens het feest bedoeld).

In het voorjaar kwam de godin terug maar dan als lentebrengende vogel zoals in Nederland de ooievaar en kraanvogel. In Oost Azië is dat ook de Zwaluw zoals in Mesopotamië en Egypte.

Op de merkstaf/primstav: Staat een grote vogel. Met een vrij lange nek. Volgens de Noren de gans van Sint Maarten.

Voor de boer was het een belangrijke datum; want op 11 november ging hij naar het feest/veemarkt om zijn pacht (cijns) te betalen. Ook de knechten en werksters kregen op deze dag hun loon betaald (zie ook 1 november). 11 november werd hierdoor een soort nieuwjaarsdag voor de boeren. Dit deed men ook in Frankrijk en Engeland. Ook voorspelde men op deze dag het weer voor de komende winter. Men at een feestmaal met gans en na de maaltijd keek men naar het borstbeen van de gans, de bruine kleur kondigde een strenge winter aan , de witte; een zachte winter. Ook zou het borstbeen aangeven of het ging sneeuwen. In Deventer at men tijdens Sint Maarten vette gans met spek en kool en dronk men er most bij. Ook pannenkoeken en mispels hoorden bij het maal. In november waren de druiven geperst en werd de most tot wijn. Daarom vierde mende wijnoogst met de Sint-maartensminne. Men maakte ook wierook potten; bussen met gloeiende kooltjes, turf, hars en wierook, waarin gaatjes zitten worden snel rondgedraaid (vroeger misschien een zuiveringsgebruik van het land). Op sommige plaatsen schoot men tijdens dit feest naar de hemelvogel (papegaai of gaai genoemd) zoals in 1519.

Vanaf 11 novemberr huisden zowel de boerderij familie als het personeel in de boerderij keuken, die werd verwarmd door de grote open haard.

Sint-maartensgarde: een met eiken- en jeneverbessenloof omwonden berkentak. Werd door de boeren in huis gelegd. Wanneer in het voorjaar het vee weer naar buiten mocht werd ze met deze garde uit de stal gedreven.

In Nederland was hij een belangrijke heilige en deed men op Sint Martijn/ Maarten een eed afleggen en sommigen lieten ter ere van hem een keten om de hals smeden. Hij zou macht hebben over het weer, vruchtbaarheid en het voortbrengen van vruchten. In de zesde eeuw werd hij op losbandige manier gevierd met veel eten en dronkenschap. Ook in Duitsland, Frankrijk, Engeland, Spanje en Italië werd zijn feestdag nog in de middeleeuwen wild gevierd. In de avond deed men geen werk. De Sint Maartensbroeders hielden hun eerste wintervergadering.

Vooral op de avond van 11 november moest men niet op een kruisweg komen want dat was gevaarlijk. Boze geesten waarden dan rond en men zei dat men de ziel niet aan de duivel
moest verkopen. Zo zou men net als op Sint Jan (24 juni) als op Sint Maarten het weerwolfshemd (vairavulfshamr) aan trekken. Men zou kruisvossen (zielen van afvallige priesters), tovenaars, heksen en dwaallichten
tegenkomen. Men zou het hoorngeschal en paardengetrappel der wilde jagers horen die snel door de lucht vlogen. Of het woeste getier van de helse stoet van de oude godin Holda of Brechtha/ Percht.

De zondag na de 11 november was het Grote Sint-Maarten, het feest voor de armen (Zie ook de tweede zondag van vastenavond en de tweede kermiszondag) Een arme jongen, verkleed als heilige werd rondgedragen op een baar en haalde giften op met een pollepel die hij leegde in een korf. De rol van Sint-Maarten als bedelaar wordt hier dus nagespeeld. Vroeger werd de heilige door het dorp geleid uit dank voor zijn bescherming tegen ziekte en ongedierte, hierbij werd geld en eten ingezameld. Vroeger gingen de kinderen wat baldadiger rond en sloopten of verbranden spullen met hun toortsen.

Carnavalsverenigingen gaan al een beetje carnaval vieren. Het is de elfde van de elfde (een gekkennummer: 1+1=11 met speciale betekenis) om 11:11 uur. Het staat ook op de kalender onder het Carnaval. Hierop wordt de Carnavalsprins gekozen, hij mag sommige winterfeesten leiden en keert terug met de Carnavalsoptocht in het voorjaar. De Carnavalsprins draagt een puntige hoed met uitsteeksels en veren (meestal 3 veren van de fazant) die eruit ziet als een hanenkam. Hun kleding is rijkversierd en doet middeleeuws aan. Meestal versierd met medailles. Tijdens dit feest wordt veel gezongen en gedronken begeleid met muziek waarbij men grappen en sarcastische opmerkingen mag maken. Dit geeft aanleiding tot het regelmatig houden van dit soort zittingen tot twee weken voor Vastenavond voor Carnaval. De nieuwe Prins krijgt dan ook zijn scepter of staf en krijgt symbolisch de sleutels van de stad van de burgemeester. De Prins Carnaval wordt begeleid door zijn wacht, dansmeisjes, voormalige prinsen en andere figuren zoals de nar. De elf of alf is een kwaadaardig bosgeestje.

GERMANEN Dankfeest van de oogst in de herfst. Herfstvuren. Een korf of mand die met stro omwonden was werd brandend van de heuvel afgerold. In de mand zaten herfstvruchten. De vuren waren bedoeld als reiniging en gaven vruchtbaarheid aan veld en vee. Soms werden de vuren tot aan Driekoningen branden gehouden. Men hield ook fakkeloptochten. Wellicht om boze geesten te verjagen.

Middeleeuwen. Vroeger gingen de kinderen zingend met een lantaarn of rommelpot/foekepot langs de huizen om brandstof op te halen voor het sint Maartensvuur. Kinderen haalden later met Sint-Maarten snoep op langs de huizen met lampionnen (vroeger uitgeholde rapen, bieten of pompoenen). Vaak geschminkt of met maskers. Zij moesten dansen of zingen. Vaak was er een verklede Sint-Maarten met zwarte piet. De zwarte piet strooide met snoep uit zijn zak. Er werden geen geschenken/ cadeaus uitgedeeld, dit gebeurde alleen met Sint-Nicolaas. Er werden een soort krentenbroodjes gegeten.

KERK Martinus werd geboren in 316 als Mars in Tours en zijn vader was een Romeins officier. (Men had net het christendom aangenomen in het Romeinse rijk dus deze mythe/ gedachte kwam ook mooi uit als propagandaverhaal). Zijn vader zou niet voor het christendom zijn en de Mithras-cultus aanhangen. Hij ging in het leger (In 314 werd in de Concilie van de kerk besloten dat christenen in het leger mochten vechten). Hij gaf een manke bedelaar de helft van zijn rode mantel die hij doormidden sneed met zijn zwaard tijdens een strenge winter in Samarobriva. Zo toonde hij barmhartigheid. Hij zei dat hij zijn mantel niet gedeeld had maar vermeerderd net als Jezus. In de nacht verscheen Jezus in de mantel en zei dat hij de bedelaar was. Mars hield niet van geweld en stapte uit het leger nadat hij zich had laten dopen. Hij legde zijn zwaard weg. Maar toen er een veldtocht was tegen de Allemannen (Germaans volk) werd hij weer opgeroepen voor het leger. Veldheer Julianos bood de soldaten geld aan om voor hem te vechten. Martinus zou gezegd hebben dat hij zonder wapens wou vechten als Martelaar. Toevallig gaven de Allemannen zich de volgende dag over waardoor hij niet hoefde te vechten. Hij werd monnik en reisde door Europa en bekeerde alle mensen, waaronder zijn eigen moeder. In de Alpen zou hij struikrovers hebben bekeerd. In Pannonia werd hij kluizenaar. Later zou hij gemarteld zijn door aanhangers van Arius, de Indo-Germanen waarna hij naar Milaan vluchtte en naar het eiland Gallinaria/ Gallinara (ten westen van Italië bij Albingaunum, de hoofdstad van de Liguriërs) waar hij zomaar herstelde van het eten van giftige wortels (welke?). Na vijf jaar keert hij terug.

In Gallië sticht hij het eerste Europese klooster in een oude Romeinse villa in Picavium. Men zei; "zonder gevecht geen kroon"; hij moest nog meer werken verrichten. Hiervoor ging hij hard bidden opdat hij goddelijke kracht kreeg en mensen kon genezen. Hij zou de doden tot leven kunnen wekken en vuur doven door gebed. De burgers van Tours wilden graag dat hij Bisschop werd van Tours. Eigenlijk wilde hij dit niet en verstopte zich. Hij zou gelokt zijn doordat hij een zieke vrouw moest genezen. In een andere versie zou hij verraden zijn door schreeuwende ganzen. De andere bisschoppen vonden hem eigenlijk geen goede persoon hiervoor vanwege zijn achtergrond. Hij bouwt een abdij en trekt zich tijdelijk terug. Maar dan zou hij verschillende tempels en godenbeelden van de Kelten zijn gaan vernietigen. De heilige bomen zouden belangrijker voor de Kelten zijn dan godenbeelden. Hij richt kapellen en kerken op. Martinus probeert vervolgens te voorkomen dat een bisschop van Trier (Pristilianus?) onthoofd zou worden door Magnus Maximus in Trier (als eerste martelaar). De bisschop zou tegen slavernij en gelijke behandeling van vrouwen zijn. Maar de bisschop en zijn volgers zouden toch gemarteld en gedood zijn in het Romeinse Amfitheater. Martinus stierf op 81 jarige leeftijd. De Franken stichtten in Utrecht de eerste kerk van Sint-Maarten (de patroon van Gallië). De Friezen vernietigden de kerk maar er werd later toch weer een Kathedraal gebouwd, en de rest van het land kreeg ook Martini kerken onder het bisdom van Utrecht. Martinus werd pas populair vanaf Karel de Grote die hem rond begin 600 na Christus uitroept als nationaal-heilige en beschermer van Frankrijk. Hij droeg Martinus op zijn vaandel als heilige. In de Franse revolutie werd zijn graf vernietigd. In Frankrijk noemt men het warme weer; "Martins-zomer" als de natuur nog even opleeft. Martinus is veel vereerd in Hongarije, Oostenrijk en Duitsland. Zijn beide feestdagen; 11 november zijn sterfdag en 4 juli zijn translatie overbrenging van zijn sarcofaag naar de basiliek van Tours, werden vooral te Utrecht uitbundig gevierd. Men deelde brood uit, de stad was 's avonds verlicht, men danste om vuren. Sint Maarten zou ook de beschermheilige zijn van bekeerde dronkaards, herder en vee.

Men rekende 11 november (Sint Maarten) als begin van de Advent (Sint Maartensvasten), veertig dagen voor Kerstmis. Ingesteld in 480 door de heilige Perpetuus van Tours, bisschop van Milaan. Maar Rooms-Katholiek: Start van kerkelijk jaar op de eerste zondag van Advent, de zondag vlak bij 30 november (Sint-Anddreas).

Sint Martijns-schuddekorfsdag/ "schuddekorfavond"; boven het vuur hing een mand met appels, kastanjes, noten, amandelen, prikken en mispels. Deze geroosterde inhoud werd geschud zodat de inhoud alle kanten op vloog. Vroeger pakten de armen het strooisel, later werd het uitgedeeld aan kinderen. Vroeger deden de kinderen dit zelf en al sinds 1276. Het Oudgermaanse herfstvuur heet nu Sint-Maartensvuur. In de middeleeuwen gaf men ook het "schuddekorfsbrood" aan de armen. In sommige steden kregen de armen ook laken uitgedeeld. In 1620 werden de vuren in Dordrecht verboden maar ging in Overijssel nog door tot eind achtiende eeuw.

Tegenwoordig gaan de kinderen in sommige plaatsen in Nederland nog met Sint Maarten zingend met Lampions langs de deuren waarna ze snoep (of fruit) krijgen. Soms houdt men ook nog Sint Maartensvuren. Soms gaat men als monster/ heks verkleed en versierd men de tuin met pompoenen met een gezicht, een beetje als Halloween (aangezien dit hetzelfde feest is wat naar Amerika is gebracht door de kolonisten).

Advent ; 4 zondagen (weken) voor kerstmis. Dit kan dus verschillen per jaar. Het is vooral een voorbereidingstijd die door de west-christenen werd toegepast. Toch valt het ook samen met de gebruiken van de Galliërs uit de vijfde eeuw. Het begon met zes zondagen (ongeveer 40 dagen). Waarschijnlijk op Sint Maarten (11 november) en werd later ingekort tot 4 zondagen. Het staat in het teken van vrede (er mocht in deze periode niet meer gevochten worden). Ook staat Johannes de Doper centraal die de komst van Jezus aankondigde. En de zwangere Maria kreeg aandacht en ook Elisabet die in verwachting was van Johannes. Het rare is dat Johannes de ene keer nog geboren moet worden of al een half jaar oud is of zelfs al volwassen is op de tweede advent.

Het begin van Advent ligt tussen 27 november en 3 december, einde is op 24 december bij het avondgebed), kan de duur van de advent lopen van 21 tot aan 28 dagen. Bij de orthodoxe kerk begint de advent op 15 november en duurt 40 dagen.Tijdens de advent wordt iedere zondag een extra kaars van de adventskrans aangestoken. Op de 4e zondag branden dan alle vier de kaarsen. Vanaf de dertiende eeuw werd het in het westen gebruik om het nieuw kerkelijk jaar op de zondag van de eerste week van advent te laten beginnen (een soort oud en nieuw dus).

In Coevoorden hield men de herfstmarkt op de tweede maandag van november. (de maandagse veemarkten werden "biestemoandag'n' genoemd). Men verkocht nu de vetgemeste ganzen. Tevens met een kermis.

12 november: Livinus van Gent/ Sint Lieven. Oude weerheilige. Zijn tong werd uitgerukt en hij werd onthoofd. De Angelsaksische Liafwin ook Lubinius of Lebuïnus genoemd zou de Saksen hebben bekeerd in Gelderland en Overijssel. Hij ging naar de Dingsplaats in Markelo (wellicht de Dingspelerberg) en zou door een wonder nog net zijn ontkomen aan de Saksen. Hij is verbonden aan Deventer en de Sint Lambertuskerk in Heemse, De Sint Michaëlskerk in Zwolle, De voormalige kerk in Wilp, De voormalige kerk in Zoeterwoude. Zijn eerste kerk zou herbouwd zijn door de heilige Liudger of Lüdger (dag 26 maart) die de missionaris zou zijn geweest van de Groningen en de Friezen na Willibrord (7 november) en Bonifatius, bekend als Wynfreth (missionaris van Duitsland). Er is een Lievensbron in Sint-Lievens-Esse.

14 november: Zaaitijd tot Sint Mach-uit (Machutus/ Malo?) 24 november. Dit gaat over het landbouwjaar. (In Wales staat hij op 29 maart en in Archingeay op 14 november).

17/ 19 november: Sint Elisabeth van Thüringen. Weerheilige. nieuwe heilige of verwijzing naar Elisabet (moeder van Johannes de doper). Kans op sneeuw. Voorspellingen voor de winter.

20 november: Sint Dasius (Dasii, Dassus, Bassus). Dasius van Durostorum is een oude Bulgaarse heilige. Een soldaat die werd onthoofd. De eerste van de 12 martelaren die zouden gedood zijn in Durostorum (Balkan). Hij zou gedood zijn omdat hij weigerde de rol van "Koning" op zich te nemen tijdens de Saturnalia feesten (zie volgende periodes). Want degene die Koning werd (de god van het zaad; Saturnus verbeeldde) zou wellicht aan het eind van de Saturnalia feesten worden geofferd (symbolisch of soms in realiteit volgens Sir James George Frazer). Daarom werd zijn feestdag op diverse data gevierd van 5 augustus tot 21 december. Maar deze traditie van zogenaamd offer zou uit 400 na christus dateren. De periode waarin het christelijke geloof werd verplicht. Het kan dus staan voor zowel de oude traditie als wel de nieuwe promotie van het christendom en is onzeker.

-----------------------------

Periode van Weegschaal (F) (nu). De oude feesten worden nog steeds gevierd in Nederland maar wel in moderne stijl.

We kennen de dankdag voor het gewas.

Eind oktober: Zwammen vormen in het gras soms magische heksenkringen. De wilde kastanje verliest zijn bladeren. In oktober veel vorst en wind zou januari en februari heel mild zijn. Maar hoe warmer en droger oktober, hoe langer de bomen hun blad houden, hoe kouder en langer de winter zou zijn. De specht roffelt nog door. Koperwiek en kramsvogel zijn op trek. De linde, esdoorn en populier verliezen hun bladeren. De zwarte aalbessenstruik wordt bruin. De aalbes en de kruisbes verliezen bladeren. Spinnenwebben worden zichtbaar. Soms mist. Notenboom en olm verliezen hun blad. De meeste wintergasten zijn terug. In november kan veel wind zijn en veel regen vallen. Begin november: Els, populier en sering ontgroenen. Es, framboos, hagebeuk, zuurbes, plataan, kornoelje, eik, laurier, beuk en mispeldoorn verliezen hun blad. De laatste noten vallen in november. De sperwer trekt naar het zuiden (ook in Job xxxIx, 26). Roept de uil bij regen dan zou het stellig mooi weer worden. Half november: gemiddeld viel nu de eerste sneeuw. Parel- en roodkeelduikers komen overwinteren aan de kust. De mispels zijn rijp, de ligusterhaag, glycine, treurwilg verliest haar bladeren. De ganzen trekken over. Uitkijken naar standvogels; groene specht, zwarte kraai, kuifleeuwerik en ekster. Met herfstbladeren worden de winterslapers toegedekt.


Naar het volgende feest