Feesten van begin december (voor de kerst):    >>

22 november tot 21 december (negende maand)

In de vroege prehistorie was dit het zodiakteken Ram. Want dit was waarschijnlijk een offer in de koudste wintertijd (naast vis en andere dieren) maar het kon ook de hoorns van een ander dier voorstellen (oeros of bizon). Men bleef in deze tijd zoveel mogelijk binnen want buiten rond 6 december gingen de geesten en demonen al rond ofwel: de God en Godin van de onderwereld gingen rond tot en met de Carnaval om de mensen te controleren. Dit werd letterlijk nagespeeld door zich te verkleden als demonen en goden met maskers (vaak met hoorns). Zowel de kinderen als de volwassenen werden symbolisch gestraft of beloond. Het slaan van mensen met een speciale takkenbos bracht vruchtbaarheid en geluk. Tegelijkertijd werd de bezem ook gebruikt als afweermiddel tegen boze geesten.

>>9A


Later zodiaktekens: vissen, waterman.

In de Landbouwtijd komt het zodiak teken Steenbok naar voren. Men koppelde deze aan de god van de onderwereld en hij zou in deze tijd de zielen van de gestorvenen meenemen naar de onderwereld. Daarom probeerde men zoveel mogelijk lawaai te maken om de winterdemonen te verjagen. In de periode van ram komt het zodiakteken Boogschutter naar voren wat gekoppeld werd aan de winterjacht. De Kelten keken ook naar het sterrenbeeld Zuidervis zie andere landen/ culturen.

Het cijfer 9 van de negende maand vinden we terug in de Romeinse benaming van november, Latijn: Novem. Negende is Nonus.

Wintervrouw en winterman: Waarschijnlijk begon hun verschijning al op 22 november (St. Cecilia) of nog eerder met Sint Maarten. Vroeger leek Sint Maarten erg veel op Sint Nicolaas. Nu bekend als het Sinterklaasfeest. Het feest duurde soms tot 13 december en zij bleven tot 25 december. De Nederlandse Sinterklaas veranderde later in de Amerikaanse Santa Claus (Kerstman). Toen de eerste Nederlandse kolonisten deze meenamen naar New York rond 1600.

De Germanen dachten dat de god rondging op zijn vliegende paard in de wintertijd om de brave mensen te belonen en de slechte mensen te straffen. Sommigen beweren dat hij ook al iemand bij zich hebben gehad die erwten en noten rondstrooide. Op het land zou men een schoof hebben neergezet voor zijn paard.

De Grieks-Atheense kalender/ Attische: de maand Poseideon. Naar de god van de zee; Poseidon (met zijn drietand). Tevens god van de paarden en aardbevingen. Er zou ook een Posedeia hebben bestaan (vrouwelijke partner). Zie ook de mythe van Poseidon en Demeter als paarden bij het sterrenbeeld Pegasus (Demeter Lousia: gereinigde Demeter). Op 4 December werd godin Maia vereerd. Zie ook periode 2 waarin Poseidon opieuw werd vereerd.

In deze maand hielden de Grieken het feest van de dorsvloer "Haloa" in Eleusis. Het had echter niets met het dorsen van het graan te maken want het graan was immers nog groeiende. Op de dorsvloer van Eleusis stond het grote beeld van Demeter. Het feest duurde 1 dag en op deze dag mocht er niemand gedood worden. De rituelen zouden alleen door vrouwen zijn gehouden. Het stond in het teken van graangodin Demeter en later ook Dionysos (tevens goden van kennis en wijn). Men dronk wijn op deze dag. Men maakte schunnige opmerkingen tegen elkaar en presenteerde cakes in de vorm van het mannelijk en vrouwelijk orgaan in het teken van vruchtbaarheid. Pas later mochten getrouwde mannen aan het feest gaan deelnemen.

Romeinen: 17-24 december: Saturnalia feest. Het feest dat gewijd was aan de god Saturnus en zijn vrouw Ops. Saturnus, god van het zaad, zou het zaad in de grond laten kiemen. Sommige beweren dat de god van het zaad symbolisch werd gedood tijdens het Saturnaliafeest in Italië (zie 20 november). Een menselijke plaatsvervanger die de rol aannam van Saturnus zou soms werkelijk gedood worden volgens Sir James George Frazer zie The Golden Bough part VI, blz 306-312. Zie vorige periode. Saturnus komt van Satus="zaaien" (herfstzaai). De Romeinen zaaiden nog tarwe, gerst en spelt in december. Vlas nog tot 7 december. Bonen werden nog gezaaid tot 11 december (feest van Septimontium: "feest van de zeven heuvels",ofwel van Rome zelf, met een processie in Rome). In de laaglanden van Sicilië zaait men in november en december. In de hooglanden in augustus en september. Saturnus werd ook geschreven als Saeturnus. Volgens Sir James George Frazer zou Jezus ook als tijdelijke Saturnus zijn aangekleed door de Romeinen waarna hij werd gekruisigd. Maar gedeelten van het feest zelf zou ook verplaatst kunnen zijn vanaf de lente omdat men daar van oudsher dezelfde feesten kende (zie Perzië periode 1c). Bron The Golden Bough part VI blz 412-423. Jezus werd aangekleed in een rode mantel en een kroon van doornen. Hij kreeg een rietstok in zijn rechter hand. De Romeinen buigden voor hem en noemden hem spottend; koning der Joden.

Men gaf elkaar ook geschenken en hield spelen. Op 19 december, Opalia, was een speciale dag van de godin Ops. Ze werd ook Opis genoemd en was godin van de vruchtbaarheid en de aarde (in de vorm van oogstgodin werd zij Consivia genoemd; "de plantende" al op 25 augustus werd haar dankoffer gebracht Opeconsiva). De rollen werden omgekeerd want de slaven mochten op een dag van deze feestperiode aan tafel zitten met hun meesters en mee-eten (Dit idee van rollen omkeren komt ook terug bij het Carnaval, tevens zaaifeest, zie periode 12). Hun meesters moesten hun nu drinken inschenken en mochten pas eten na hen. Soms kreeg een slaaf na het trekken van een lot de titel "koning". Volgens Frazer was dit degene die ook Saturnus moest voorstellen en werd gekozen 30 dagen voor het feest. Hij mocht eenvoudige bevelen uitdelen zoals de mensen opdragen, te zingen, dansen, iets geks zeggen of een meisje met fluit op zijn rug door het huis dragen. Vroeger waren de Saturnalia wildere feesten met veel gemeenschap tijdens de midwinterzonnewende.

22 november is de dag van de oude heilige Cecilia; een van de 7 belangrijkste vrouwelijke heiligen (Ze is ook een van de 3 heilige vrouwen naast St. Catharina en St. Lucia). Ze was patrones van de muziek en zang. Attributen; valk, muziekinstrumenten (harp), rozen. Weerheilige. "De dag aan Sinte-Cecilia gewijd, is de maatstaf van de wintertijd".

Start van oude Adventperiode (4 weken voor de Winterzonnewende). Voor Cecilia plaatste men op 21 november "Maria in de Tempel". 21 november: Opdracht van de Heilige Maagd
Maria in de tempel of Maria Presentatie. Viering van de christelijke Kerk dat de ouders van Maria haar opdroegen in de tempel. Weervoorspelling:
"Maria's opdracht Klaar en Hel(der), maakt de winter streng en fel".

23 november: Sint Klemens/ Clemens/ Clemente. weerheilige. Kans op sneeuw. Clemens betekent "genadige, zachtmoedige". oude Paus of Clemens van Alexandrië geboren als Titus Flavius Clemens (Grieks: Κλήμης Ἀλεξανδρεύς, Klemes Alexandreus) . Afgebeeld met Jakobsstaf (meetinstrument). Hij zou verbannen zijn naar een mythisch eiland in de Zwarte Zee. Daar moest hij arbeid in de mijnen verrichten. Omdat hij daar velen tot geloof bracht zou hij zijn verdronken in zee. Om te voorkomen dat zijn lichaam zou aanspoelen bonden ze een anker om zijn nek. Voorgesteld met anker, boekrol, uit zee oprijzende tempel, bron en lama. Hij spreekt in zijn brief over de phoenix die als Jezus herrijst. Weerspreuk: "Wintert 't op Sint-Klemens fel (kou en sneeuw), wordt de lente klaar en hel (mooi)."Zie zijn 8 boeken: Stromateis (meervoud van στρωματεύς strōmateús 'tapijt' [in de betekenis van 'bedsprei'], 'patchwork').

Op de merkstaf/ primstav: Een soort sjaal of kleed met een kruis erboven. Noors: Klemet.

Sint Katharina/ Catharina/ (Katrien/ Katelijne/ Katrijn) van Alexandrië: 25 november:

Start van de Adventperiode (4 weken voor Kerst, ongeveer 30 dagen voor 25 december). Men rekende 11 november (Sint Maarten) als begin van de Advent. Maar Rooms-Katholiek: Start van kerkelijk jaar op de eerste zondag van Advent, de zondag vlak bij 30 november (Sint-Anddreas). Men had een adventskrans van dennegroen met 4 kaarsen. Elke zondag zou men een kaars aansteken. In Drenthe: In Meppel stopten de schippers met varen van Sint Catharina tot Maria-Lichtmis (2 februari). Dan konden zij hun schepen opkalefateren (repareren). Hun zeilen hingen ze te drogen in de Grote Kerk.

Ze was een oude populaire heilige (307n Chr.) en slimme heilige maagd. Dochter van koning Costus. Haar ouders waren vroeg overleden en lieten haar een grote rijkdom na maar ze wees alle mannen af en weigerde de offeren aan de Romeinse goden voor keizer Maxentius in Alexandrië. Soms wordt zij afgebeeld met een eenhoorn als teken van haar maagdelijkheid. Haar attributen zijn een rad of wiel en zwaard. Ze was moeilijk te doden, wilde dieren, zelfs bliksem en vuur konden haar niet deren (hierdoor lieten de keizerin en de legercommandant Porphyrus zich bekeren. Uiteindelijk werd ze onthoofd maar uit haar de wond vloeide geen bloed maar....melk (zie het feest van de toren en de draak). Op haar dag kreeg men gratis melk maar men moest dan wel zelf melken. Men zegt dat haar attributen voor haar folteringen staan maar kunnen ook verwijzen naar oudere godinnen. Het rad zou door een engel aan stukken zijn gebroken en haar gebeente werd naar de heilige berg Sinaï gebracht. Ze zou ook geholpen hebben tegen de pest en zou tevens zwangere vrouwen helpen. Ook patrones van karrenmakers, kleermakers, molenaars, tabakbewerkers, verkopers, schippers. Ze helpt tegen ziekten en voor ongetrouwde meisjes om nog aan een man te komen ( de zogenaamde Katrientjes). Zij is een van de drie heilige vrouwen (zie de 3 jaargetijden) en een van de 7 vrouwelijke heiligen en een van de 14 noodhelpers. Haar dag is ook een merkeldag, als het op haar dag vriest dan zou het lang blijven vriezen.

In België hielden de meisjes die op die dag 25 jaar waren geworden een bijeenkomst. Vooral de ongetrouwde vrouwen; "Katrientjes"droegen zelfgemaakte hoeden tijdens het Katrientjesfeest met een mis, feestmaal en dans om aan de man te komen.

25 november: Op de merkstaf/primstaf: een kleine horizontale rechthoek en andere tekens. Noors: Karimesse, Karenmesse, Kari med rokken.

27 november: Sint Acharius. Weerheilige. Eind zaaitijd. "Sint-Achuit doet het zaaikleed uit". Verbonden aan Sint Omer/ Omaar/ Audomarus (9 september, zijn voorganger Bertinus van 5 september) en Columbanus 23 november. Tevens Sint Oda van Brabant van 27 november en 14 mei.

30 november: De dag van Apostel Andreas/ Sint Andries; (Grieks: Ανδρέας, Andreas, "de mannelijke, de moedige") Dit was een favoriete heilige, het was tevens een merkeldag waarop men keek hoeveel sneeuw er zou vallen, bekend is het andreaskruis X-vorm. Ook deze heilige werd aangeroepen door ongetrouwde vrouwen om nog aan de man te geraken. In België in Lierneux viert men een verlovingsmarkt op de eerste zondag na 30 november om aan de man geraken door een dansfeest. In Polen voorspelde men de toekomst aan de hand van een schaduw op de muur van een ongetrouwde vrouw. Merkeldag met weerspreuk: "Als Sint-Andries onder sneeuw moet bukken, zal het volgend jaar geen koren lukken". "Sint-Andries brengt de vries, Sint-Elooi brengt de dooi."

Andreas werd in Achaia aan een X-vormig kruis gekruisigd (andreaskruis). Nadat hij door zeven soldaten zwaar was gegeseld, bonden zij zijn lichaam met koorden aan het kruis om zijn lijden te verlengen. Zijn volgelingen berichtten dat Andreas, toen hij naar het kruis werd geleid, de volgende woorden sprak: “Ik heb al lang naar dit gelukkige uur uitgekeken en heb dit al lang verwacht. Het kruis is ingezegend door het lichaam van Christus dat eraan heeft gehangen”. Patroon van de Schotse Orde van de Distel, de Orde van het Gulden Vlies en verder van de vissers, de vishandelaars, de zangers, de spinsters, de zeilers en de metselaars. Hij wordt aangeroepen tegen jicht, nekstijfheid, krampen en de rodeloop en verder voor huwelijksgeluk en kinderzegen.

X: Het kruis is een afwerend teken. Later zou het gebruikt zijn op de schoorsteen om heksen te weren.

Op de merkstaf/primstaf: Een grote haak. Een angel of vishaak. Noors: Andersmesse. Soms ook het X-teken van Andreas.

Kerk: Rooms-Katholiek: Start van kerkelijk jaar op de eerste zondag van Advent, de zondag vlak bij 30 november (Sint-Anddreas/ Sint Andreus/Sint Andires). Men had een adventskrans van dennegroen met 4 kaarsen. Elke zondag zou men een kaars aansteken. Men vierde deze dag vroeger ook wel als een soort nieuwjaardag. Met veel lawaai trok men rond om boze geesten te verdrijven.

1 oktober was gewijd aan Sint Bavo van Gent. Geboren als Allowin of Adlowinus van een zeer opvallende heilige familie. Zijn moeder was Ida van Nijvel. Ook Itta of Iduberga genoemd (8 mei). Ze zou de abdij van Nijvel gesticht hebben. Zijn vader was Pepijn van Landen/ De oudere Pépin le-Vieux (Hofmeier, hoofd van het koninklijk hof). Broer van Gertrudis van Nijvel/ Geertrui/ Gertrud/ Limburgs: Truuj (17 maart). Zie ook Geertruidenberg. De tweede abdis was haar nicht wilfetrudis (30 november). Broer van vrouwelijke Begga (17 december) van wie haar man Ansegisel (tevens hofmeier) overleed. Broer van Grimoald die werd verbannen naar Ierland. Zie ook de Amanduskerk te Wezeren in Vlaams-Brabant. Zie ook 10 oktober de dag van Sint Bavo/ Sint Baaf.

1 december: Sint Elooi, Eligius van Noyon (Eloy, Elegio, rond 660): Goudsmid en muntmeester die geld gaf aan de armen en slaven. Ook geld gaf om mensen te laten begraven en vele kerken liet bouwen. Maar ook verspreider van het Christelijke geloof die alle heiligdommen vernielde. Zijn moeder zou door een adelaar driemaal verteld zijn dat zij zwanger zou worden van de heilige Sint Elooi. Hij liet zich vereren als paardheilige en zou dieren zijn wil op kunnen leggen zoals een beer een ossenkar laten trekken. Ook zou hij het vermogen hebben een oude heks in een jonge vrouw te veranderen boven het vuur en de duivel tegen te houden. De kelk en hamer zijn de symbolen van Elooi. Door de boeren vereerd als beschermer tegen ziekten en ongelukken bij paarden. Vaak wordt Sint Elooi gecombineerd met de Heilige Barbara en Sinterklaas. Elooi zou de mensen verboden hebben om niet langer hun schapen te reinigen door ze door holle bomen en gaten in de aarde te drijven (een oud Keltisch/ Germaans gebruik). Dat zou duivelsaanbidding zijn.

Sinterklaas en St. Lucia

-Midwintergeesten/ Midwintermannen/ Mannenfeest (Sundrums) (vaak op 6 dec) op de Nederlandse waddeneilanden: Sunderklaasviering

Op 4 december gingen de jongens tot achttien jaar rond. Zij gaan rond in witte lakens en kleden om iedereen schrik aan te jagen.

Oud sinterklaasfeest/ Midwintergeesten op 5 of 6 december (oude sinterklazen, baanvegers of omes): De mannen (van boven de achttien waren vermomd en droegen pakken van stro of heide met op het hoofd als haar een dikke pruik van uitgeplozen touw. Ze droegen een stierenhoorn waar ze op bliezen en ketting. Vaak droegen ze kroonhoeden, versierd met bloemen waar ook een of meer belletjes aan zaten. Zij hielden een nachtterreur die vooral tegen de vrouwen was gericht. Zij stellen de geesten of demonen voor en maakten beestachtige geluiden. Ze dragen koeienhoorns waar ze vreemde geluiden door kunnen maken en onherkenbaar kunnen spreken. Tevens dragen zij een stok.

Iedere vrouw en onvolwassen jongen die zich buiten de deur waagt werd geslagen of door de gierput getrokken of met ander vuil ondergesmeerd. Ook werden ze vastgebonden aan het kerkhek.

Later verkleedden de mannen zich weer als witte vrouwen met een witte doek over het hoofd en zij stellen het goede voor die wel binnengelaten mag worden. Zij kwamen dan samen in de "open" of "vrije" huizen. Zij spreken alleen door de koeienhorens. Maar bij sommige huizen brand het licht dat ze welkom zijn. Vrouwen kunnen er naartoe, maar als de figuren met de stok op de grond slaan voor de meisjes moeten zij dansen voor hen. Soms moesten de vrouwen over de horizontaal gehouden stok springen. Doen zij dit niet dan krijgen zij tikken van de stok op de tenen. De sinterklazen slaan de vrouwen symbolisch met de levensroede (stok) en het dansen staat voor vruchtbaarheid, zij sloegen zogenaamd om haar vruchtbaar te maken.

(Het slaan met een speciale tak tijdens vele feesten werd door vele volkeren gedaan, enerzijds om zich te reinigen van ongeluk of geesten, anderzijds om vruchtbaar te maken en geluk te krijgen).

Ook het heidense offerbrood werd gebakken op Christelijke feestdagen; speculaas taaitaai en duivelkater (zie St. Lucia). Er werden allerlei taferelen uitgebeeld op de koek. Een typische Sinterklaassnoepgoed in Nederland is "Marsepein" dit suikergoed gemaakt van suiker en amandelen met rozenwater en ingevoerd door de Romeinen werd de vervanger voor echte offers zoals het zwijn door de Germanen. Dit suikergoed wordt daarom ook Marcusbrood genoemd (de naam is een verwijzing naar Mars al werd het ook Massepeyn genoemd). Marsepein was ook een typisch gerecht bij verloving. Zie Martelaar bij Carnaval. Ook at men amandelbrood en honingtaart. De taaitaai/ taaipoppen zijn van taai deeg gemaakt. Rond 1607 werd het verboden om afbeeldingen van goden op de baksels of suikergoed van Sinterklaas te maken of het in de oude vorm te brengen.

Het werd gevierd op 5 en 6 december maar soms ook nog een week daarna. De winterman werd soms voorgesteld als een 'Ogre', ofwel menseneter die de stoute kinderen opat. Deze mensenhaler (kinderhaler) komt later terug als het hulpje van Sinterklaas.

Soms was de heks (midwintervrouw er ook bij). Belangrijk was het ook om de spot te drijven met iedereen, degene die verkleed waren bespotten, beledigden en lazen de mensen in de huizen de les.

Er wordt ook verteld dat de broer van Sint Nicolaas, Sint Pieter ruzie kreeg en daarom gevierd wordt op 21 februari (Carnaval). Hij lijkt erg veel op Sint Nicolaas.

Midwintervrouw of vrouw van Sinterklaas

Deze was in de vorm van goede fee of heks. Zij werd "Stralende" genoemd (Perchta of Brecht) Tevens dezelfde als vrouw Holle/ Holla/ Holda uit het beroemde sprookje, al dan niet een echte godin. Tijdens kerst bakte men Holla's brood; Hollenzopf. Ze zou een oude boom hebben (Holler of Holunder) waaronder de dode geesten zaten. Vaak was het een man verkleed als oude vrouw/wijf (heks) Vaak met een grote kromme neus en grote voeten. Ze droeg donkere kleding. De naam "Percht" komt ook uit Duitsland en betekent naast "stralende of "schone" ook zoiets als "wild figuur/ gestalte" zie andere landen; Duitsland en Oostenrijk (tijdens de feesttijd van begin december/ midwinter-zonnewende tot Driekoningen of zelfs tot Maria Lichtmis). Ook komt de naam Percht in Frankrijk voor. Zie de volgende periode, midwinter-zonnewende; bij Duitsland.

De wintervrouw (en man) had vaak twee kanten:   

A) het oude jaar, winter en duisternis. Lelijke boze heks, gevuld met demonen. Aan de achterzijde. En B) moedergodin, vruchtbaarheidsgodin. Mooi en goede fee/ engel. Stralende, lichtbrenger. Aan de voorzijde. Soms werd de dualiteit van de wintervrouw teruggebracht in aparte figuren. Bijvoorbeeld werd de vrouwelijke lichtbrengster gevolgd door zwarte figuren als bv; demonen, slechte sinterklazen, baanvegers (zwarte piet).

Ze bracht net als Sinterklaas cadeaus en lekkers rond. Vroeger ging zij samen met Sinterklaas rond en zij werden gevolgd door hun knecht. Vroeger boezemde hij nog angst en ontzag in. Zij kwam de stoute kinderen zelfs ophalen om ze op te eten. Dit had als doel de mensen hun plichten te laten nakomen.

Later werd zij door de kerk veranderd in de vrouw van Sinterklaas, daarna een engel, heilige (bv. Sint Lucia, St. Barbara of St. Catharina)

Ter ere van de midwintervrouw werden er met Sinterklaas, en met Sint maarten (oud en nieuwjaar) ook oude-wijvenkoeken gebakken. Dit waren vierkante koekjes. Tevens ziet men de oude vrouw nog terug in het Sinterklaas-taai-koek.

Op de koekplanken word zij uitgebeeld als vrouw met gebogen op de heupen rustende armen, en een soort kroon met uitspruitsels. Soms ook mannelijke en vrouwelijke figuren met in hun armen 1 of 2 wikkelkinderen dragend. Zij staat dan ook voor de vruchtbaarheid.

In het Noord-Hollandse dorp Koedijk, ging op oudejaarsavond de Gouden Engel rond om geschenken te brengen. Ook in andere landen brengt de midwintervrouw de cadeaus rond kerst en Driekoningen.

In de nacht van 4 op 5 december verstopte de vrouw (ook St. Barbara) Feestkoeken (speculaas), feestbroodjes (bolletjes met stroop erin) en tartepomme (bruine koek met suiker erop en appelspijs erin) En de kinderen gingen deze s nachts zoeken. In Tsjechië werd op 4 dec rond zonsopkomst ter ere van St. Barbara ( Baborky) kersentakken van een boom gesneden en in huis gezet. Als de takken met kerst bloeiden dan zou de ongetrouwde dochter in het volgende jaar al trouwen.

Sint Barbara van Nicomedië: 4 december. Ze was een oude heilige (rond 206) uit Turkije. Haar kenmerk is een toren met de 3 ramen (teken van 3-vuldigheid), een kanon en een martelaarspalmtak . Ze was zo knap dat vele mannen haar wilden hebben dus sloot haar vader haar op in een toren? Later werd ze onthoofd. Ze bied vooral bescherming aan brand, bliksem en storm. Ook staat ze in verband met metaalgieters, leger, brandweer en mijnwerkers. (zie de 3 jaargetijden). In sommige plaatsen reikt men nog op deze datum militaire onderscheidingen uit. Ook Schuttersgilden houden een gildemaaltijd op deze dag. Vanaf 4 december St. Barbara ging men hoornblazen tot kerstdag. Men at schapenvlees met rapen. weerheilige. Start van zes donkere weken.

Op de merkstaf/ primstaf op 4 december staat de letter "B". Noors: Barbara/ Barbro.

Midwintervrouwen/ Vrouwenfeest

(op vastenavond, donderdagavond voor carnaval)

Jonge meisjes verkleden zich als oude wijven, met maskers op (midwintervrouw)

Zij zijn ook de tegenhangers van de midwintermannen. Tevens spraken zij met valse stemmen om onherkenbaar opmerkingen te maken over de mannen. Ze werpen zich soms op een man alsof ze verliefd zijn en pesten de mannen. Soms legden ze een pop in de armen van jonggehuwden of kinderloze vrouwen, daarbij obscene grappen makend die duiden op vruchtbaarheidscultus.

De 3 gezellinnen van de midwintervrouw

Dit waren waarschijnlijk de 3 jaargetijden-godinnen (zie de link; hoofdstuk 6). De kerk veranderde hen in 3 onzedige vrouwen. Sint Nicolaas moest hen van armoede en verderf redden door hen 3 gouden ballen toe te werpen.  

Een bekende lekkernij-vorm is de zogenaamde; krakeling (zoet), pretzel (zout), bretzel, brezel, kringlor, pain d' épices. Het is een knoop met 3 gaten erin. Dit gebak werd met sinterklaas en kerst gegeten. Zelfs werden ze verstopt met Pasen net als de paaseieren. Er is ook een soort drie-dans; een man met twee vrouwen of een vrouw met twee mannen.

Sint Nicolaas (5 en of 6dec) (zie Sint Pieteren midwintergeesten)

Feest voor jonge ongetrouwde vrouw om vrijer te krijgen. Men schonk elkaar harten/ hartkoeken, suikerhart versierd met cupidootjes of duifjes, en mooie koeken in de vorm van mannen en vrouwen. In de middeleeuwen werden de klaas-koeken zelfs eerst verguld met goud en zilver.. Later schonk men elkaar poppen van speculaas, al dan niet verguld, als teken van liefde.

In Nederland stond Sinterklaas vroeger bekend als een goede ruiter te paard. Hij had een zak met lekkers bij zich die hij uitstrooide onder de mensen.

Op een oude afbeelding is te zien dat er ook offerbroden (Duivelskaters) werden uitgedeeld. Tevens had Sinterklaas een roede ("Gart") genoemd, dit was een bundel van takjes. Hij strooit ook met bezems, hamers en bijlen als cadeaus. (bron: afbeelding pr.12555, Openluchtmuseum Arnhem). Dit zijn afweermiddelen tegen het kwaad en geluksbrengers.

Later werd de roede (Gard) gebruikt om kinderen te straffen door ze te slaan als ze het jaar stout geweest waren, eerst deed de Sint het zelf later deed de moeder van het kind dit (zie de centsprenten). Nog later kreeg de Sint een staf en reed hij ook wel eens op een ezel, als een kind stout was kreeg hij zogenaamde ezelsoren opgezet. Sint veranderde in de goede Sint die ook cadeautjes bracht, Zwarte piet kwam er in Nederland pas na 1850 bij als hulpje die de kinderen ging straffen. Ook de boot die de Sint bracht kwam pas later in beeld. De kinderen dronken chocolademelk, de volwassenen bisschopswijn met sinaasappel, kruidnagel en kaneel erin getrokken.

Weduwen, ouderen en wezen kregen op Sint Nicolaasavond in de middeleeuwen; "sprenckvleys met jeus"; wittebroodssoep. Zoals ook met Pasen en Pinksteren als traktatie. Ook "fraai gekleurd suikerspek".
In de dorpen van Rijnlad mochten de boeren hun koeien melken en de melk zelf houden om ook het personeel met zoete verse melk en beschuit te trakteren. Soms gaf men dit ook aan kleine kinderen en ouderen weg als traktatie.

KERK: Sint Nicolaas was de samenvoeging van twee heiligen rond 1100 na Christus; Bisschop Nicolaas van Myra (400 nchr) en Abt Nicolaas van Pinora (of Nicolaas van 600 uit Sion). Hij werd beschermheilige van de zeeschepen. Aan de zee werden ook veel Sint-Nicolaas kerken gebouwd. Er is weinig over hem bekend en hij leefde in het begin van de vierde eeuw. Ook zou hij hebben deelgenomen aan het concilie van Nicea in 325. Er doen verschillende legenden over hem de ronde. Onder andere dat hij drie jongens, die door een boze herbergier waren gedood, in stukken gehakt en ingepekeld, weer tot leven wekte. En dat hij 3 arme jonge (maagden) vrouwen hielp door ze 3 gouden ballen of 3 goudklompjes op hun bed te leggen zodat ze konden trouwen. Kinderen vierden Sinterklaas door zich te verkleden als bisschop om geld of eten te vragen aan voorbijgangers. In kinderschoenen werd geld geschonken voor de armen. Sinterklaas werd degene die de goede beloonde en de slechte slaag gaf met zijn roede. De dramatiek sprak de mensen erg aan in die tijd. Zwarte piet (of de duivel) kwam er later bij om het nog spannender te maken (en wellicht door toevoegingen uit andere landen). Men geloofde dat Sinterklaas op zijn feestdag de duivel in de ketenen sloeg en geboeid met zich meevoerde. Dan moest de zwarte duivel (zwart van het roet van de hel) hem dienen, de geschenken door de schoorsteen laten glijden, die de geestenwereld met de sterfelijke wereld verbond, en de stoute kinderen dreigen met de roe (takkenbos). Later zijn er aan de duivel nog meer boze geesten toegevoegd. Oudere kinderen gingen ook verkleed als Sint en piet langs de deuren om lekkers te krijgen en maakten de kinderen bang. Tot het feest ontaarde in een duivelse opvoering en de heilige ook als duivel gezien werd. Maar hoe men het Sinterklaasfeest ook probeerde te verdrijven, is dit nooit gelukt. Sinterklaas werd later naar Amerika meegenomen en verbasterd tot een Christelijke Santa Claus, de kerstman. een Christelijke Santa Claus, de kerstman. Opvallend is deze Griekse maand die gewijd is aan de zeegod Poseidon.

Een andere mogelijkheid is dat de naam van Nicolaas afstamt van Nicodemus die al rondging in November. Naast Sint Maarten liepen ook zwarte Piet en Nicodemus. Nicodemus/ Nikodemus of Nakdimon was een Farizeeër en een lid van het hooggerechtshof. In de Bijbel wordt hij genoemd in het Evangelie volgens Johannes waarbij hij Jezus s' nachts zou bezoeken en tijdens zijn dood. De naamdag van Nikodemus wordt in de Katholieke kerk geëerd op 3 augustus en in de Orthodoxe Kerk: (de derde zondag na Pasen), of op 2 augustus de dag waarop de relikwiëen van Nikodemus, Stefanus en Gamaliël gevonden zouden zijn.

Het feest van de onschuldigen/ onschuldige (Holy Innocents' Day) kinderen of kindermis (Childermas) op 28 december was een kleinerere versie van "het feest van de gekken" rond kersttijd. De jongen die zich voordeed als Scherts-bisschop was populair gedurende de late middeleeuwen tot de Reformatie. Hij hield zich op in allerlei kerken, schoolkapellen zoals in en in de privékapellen van de koning zelf. Meestal werd hij al gekozen op de dag van Sint Nicolaas (6 december). Hij mocht het zijn tot op 28 december. Want Sint Nicolaas was de patroonheilige van schoolkinderen en de dag van de onschuldigen zou de herdenking zijn van het doden van de jonge kinderen (kindermoord te Betlehem) door koning Herodes I de Grote. Omdat hij bang was voor de bedreiging van zijn heerschappij door de pasgeboren Jezus. In de Kathedralen werd hij gekozen uit de koorjongens. Hij kreeg een mijter en bisschopsstaf. Zijn vrienden werden gekleed als priesters. In de kerk mochten hij alle ceremonies uitvoeren zoals prediken behalve de mis. Hij ging langs de huizen terwijl hij zong en danste. Hij zegende de mensen waarvoor hij geld ontving. Sommigen gingen daarom alle naburige plaatsen af om flink geld in te zamelen. De jongen die op Sint Nicolaasdag werd gekozen werd soms ook Nicolaas Bisschop genoemd (Episcopus Nocholatensis). Het kiezen van de jongen op 6 december deed men in vele landen; Engeland, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Bohemen en Spanje.

Tegenwoordig viert men in Nederland als volgt Sinterklaas: Sinterklaas draagt een rode mijter op zijn hoofd met kruis, lange rode mantel (tabberd), gouden kromstaf (leidersstaf of bisschopsstaf). Hij komt al vroeg aan met zijn schip uit Spanje op de zaterdag twee tot drie weken voor 5 december (bij gebrek aan haven komt hij per koets of bus). Op zijn schip liggen cadeaus en hij wordt begeleid door zwarte pieten (zwarte lenige figuren in middeleeuwse kledij met veren op hun hoed). Deze pieten delen snoepgoed en pepernoten uit waarmee ze vaak strooien; "strooigoed". Sint wordt verwelkomd door de burgemeester en kinderen gaat vervolgens op zijn witte paard (schimmel) zitten en doet een rondje door het dorp of stad. Hij heeft een boek bij zich waarin alle goede en slechte daden van de mensen/ kinderen staat opgetekend. Onderweg zingen de kinderen sinterklaasliedjes en schenken hem hun tekeningen. De Sint zwaait en geeft ze een hand. De Pieten halen grapjes uit of doen acrobatiek. (Op televisie gaat er als grap wel eens iets mis). Op de volgende zaterdagen mogen de kinderen hun schoen zetten bij de schoorsteen of bij het raam en zingen een sinterklaasliedje. In hun schoen stoppen ze een verlanglijstje en wortel/ hooi en of suikerklontje voor het paard van Sinterklaas. S' nachts loopt sint met zijn magische paard en pieten over de daken en stopt strooigoed of kleine cadeaus in de schoenen. Op 5 december komt Sinterklaas langs de deur en brengt een zak met grotere cadeaus langs. Vaak met Sinterklaas gedichten waarin men van de goede en slechte daden vertelt van het afgelopen jaar. Tijdens deze avond eet men vaak een banketbakkersstaaf (zoet bladerdeeg) gevuld met amandelspijs. Vroeger dreigde men de kinderen die stout waren met de roede (of gart) te slaan of dat ze in de zak werden meegenomen naar Spanje. Ook kreeg men wel eens een zakje zout in plaats van een cadeau. Tegenwoordig is het feest erg commercieel geworden. Men begint al ruim van te voren met films en series op tv over Sinterklaas, strooigoed, pepernoten (kleine ronde deegballetjes met speculaaskruiden), marsepein en chocolade, met name chocoladeletters zijn overal te koop. Marsepein is suikergoed gemaakt van amandelen in allerlei vormen. Verder verkoopt men natuurlijk ook nog de speculaaspoppen, al zijn dit meer dikke speculaas-brokken geworden zonder figuur. En borstplaat (geharde suiker in plaat vorm).

Zwarte Piet heet in het Duits; Peter en in het Frans; Negre Piere

Het Russische nomadenvolk; Evenkis of Tungus stelde Sint-Nicolaas gelijk aan hun god van de onderwereld en daarom werd hij snel opgenomen binnen hun geloof.

6 december: Op de merkstaf/ primstav staat de letter "N". Met een kruis erbij. Noors: Nilsmesse, Nikolausdagen, Nicolaus biskop. De term nil, is apart. (Niels of Nicolaas (ca. 1064 - 25 juni 1134) was koning van Denemarken van 1104 tot 1134. Hij volgde zijn broer Erik I op als koning. Niels was waarschijnlijk de jongste zoon van koning Svend Estridsen.)

7 december: Sint Ambrosius uit Milaan (Ambrogio). weerheilige. Patroon van bijen en spreeuwen. Bijen lieten honing in zijn mond vallen als baby dus zou zijn redevoering "zoet zijn als honing". Hij zou voor beter weer zorgen. Hij stond ook in verband met de twijfel of Jezus een mens was of god (Arianisme).

8 december; Maria's Onbevlekte Ontvangenis. Onze wachtende dame. Dit is het feest van de conceptie van Maria's moeder (Anna) waarbij Maria zonder erfzonde ter wereld zou komen als Jezus. Dit feest is gekoppeld aan het 9 maanden latere feest op 8 september wanneer Maria geboren wordt. Dit is een nieuw feest? (1854) en wordt niet gevierd in de Orthodoxe kerk.

Maar het staat ook al op de merkstaf/ primstav (uit de middeleeuwen) : Als een soort geblokte vlag met kruis er op. Volgens de Noren: Gemerkt met kruis, visnet, maria kroon of maria figuur. Brouw deze dag een kerstbier en was kleren voor kerst. Vrouwen vroegen om kinderen en om veilig te bidden. Opvallend is wel dat dit in Noorwegen de naamdag is van Marlene, Marion of Morgan. In Zweden: Virginia. In Denemarken: Maria ontvangenis.

9 december: Sint Leokadie/ Leocadia van Toledo/ Locaie. oude vrouwelijke weerheilige. "Groente-, vis- en appelwijven, wil maar bij uw potjes blijven. Brand berenkruid (Branca Ursina; Berenklauw: Heracleum Sphondylium) en lavendel tegen de mot, voor Sinte-Leokadie ontsteek de kaars en brand de pot". Ze zou gegeseld zijn en gestorven zijn voor een kruis dat ze op de wand van haar cel had gekrast. Afgebeeld in een toren of gevangenis.


13 december: Sint Lucia:

Wellicht was Sint Lucia van oorsprong bij de Kelten een onzijdige god(in) van het licht en ging rond in de wintertijd. De god Lugh / Lugus/ Laon/ Lyon. Verwant aan Mercurius (zie de 7 weekdagen). In Duitsland heet de winterzonnewende namelijk Lutznacht. De nacht van Lutz. Ofwel van Luzia/ Lucia, Lutzi, Lucas en alle namen die daarop lijken zie het Perchten läufen van boven Beieren in Duitsland. Overigens betekent Lucide/ Lucidement in het Frans ook "helder", van helder kunnen denken/ helder verstand. Op de kalender: "Als Sinte-Lucie komt, lengen de dagen een vlooiesprong".

Sint Lucia van Syracuse is een van de 7 belangrijkste vrouwelijke heiligen. Sint Agatha verscheen tot haar in een visioen en voorspelde dat zij net zo groot (genezer)zou worden als zijzelf, daarop genas Agatha haar moeder. Ze wilde niet trouwen en haar bruidsschat aan de armen geven. Sint Lucia betekent "Licht" en zou het licht brengen naar de mensen. Ze is sinds de 14e eeuw patroonheilige voor de blinden en dit is te vinden in haar attributen zoals twee ogen op een schaal. In Syracuse begint haar viering al op 12 december (wellicht vroeger nog eerder). In sommige landen loopt zij rond met haar ezel en brengt cadeaus aan de kinderen. Men zegt dat haar naam in verband staat met "Lucifer" wat oorspronkelijk stond voor lichtbrenger maar later is gewijzigd in de duivel. Omdat ze weigerde verplicht te trouwen werd ze gedood door een zwaard in haar hals en daarom patrones van keel- en oogziekten. Later nog eens verbrand in het vuur.

St. Lucia maakt onderdeel uit van de adventperiode tijdens de 4 weken voor kerst. Men begint al kaarsjes te ontsteken. Van Sint Lucia tot Kerst worden de dagen langer (ze maakten spreekwoordelijk; "een hazensprong"). Een afgesneden appeltak binnengezet zal met kerst bloeien.

In Nederland in Beek koos men een lichtkoningin uit en volgde een licht optocht, een jaarmarkt. Als weerheilige: De week na 12 december kon het soms donderen. Als december wisselvallig was en zacht dan zou heel de winter meevallen.

Er word een lichtfeest gevierd (oa. in Zweden en Estland). Volgens de mensen in Zweden stamt zij af van 21 december (midwinterzonnewende) waarbij ze cadeaus uitdeelt (als kerstdwerg of samen met de kerstdwerg: Wichtel) en het nieuwe licht bracht. En is later verplaatst naar 13 december. Daarom krijgen de kinderen op de nacht voor Sint Lucia al kleine cadeaus die verstopt liggen en mogen ze hun wensenlijstje neerleggen voor de kerstdwerg die met kerst zou komen. Op 13 december kiest men 2 meisjes uit die zich verkleden als Sint Lucia in het wit en hebben een kroontje op met 5 brandende kaarsjes (met takjes van groenblijvende vossebes). Ook dragen ze een rood gekleurd lint om hun middel wat zou staan voor de wond waar Lucia zou zijn gestoken door het zwaard. Ze wordt gevolgd door een stuk of 12 meisjes (maagden) in het wit als elfjes en verder kinderen verkleed als kabouters, dwergjes in kerstmanpakjes en bakkers in het bruin met hoge hoed. Het meisje brengt de volgende dag gekruide broodjes aan het gezin of andere mensen, waarbij ze liedjes zingt (zie Sint Luciabrood). Tevens eet men gemberkoekjes.

Sint Lucia brood of Duivelskat:


In Zweden, Denemarken en Noord Duitsland kent men ook speciaal brood van Sint Lucia. "Julgalt", lussebullar, lusseringen, lussi-brote. Het is een brood in de vorm van een "S", dus als een Lus en vaak met twee krenten aan het einde van de lussen. In het brood wordt vaak Saffraan gedaan zodat het mooi geel wordt. Deze enkelvoudige versie heet Sint Luciabrood. De sierlijke "S" van Sint (Nicolaas) komt echter nog wel voor als typisch Sinterklaasgebak.

Maar er bestaan ook twee samengevoegde luciabroden: "Duivelskater of Sint Lucia kater", "dôvelskat, lussekatt, lusikat, lussekatter, lussekatts (Sankta-Luciakatjes)", het krijgt dan ook de typische recht hoek vorm met de knobbels aan het uiteinde. Op de afbeelding staan nog veel meer broodvormen en opvallend is dat ze "Jul" genoemd worden, naar de jultijd/ joeltijd (kersttijd). De types linksboven worden "Julwagen" genoemd. Vroeger zag dit brood er echt uit als een kater. Het had vier poten en een staart en twee krenten als ogen. Deze twee krenten vind men nog vaak terug midden in de lussen.


De Duivelskater, duivelskoek of duivekater: is waarschijnlijk een soort offerbrood, men offerde echte katten (zie ook bij het volgende feest van de midwinterzonnewende). Al is het gebruik wellicht ontstaan tijdens het christendom. Het was een soort peperkoek (Gingerbread of Lebkuchen). Veelvoorkomende vormen zijn poppetjes, rechthoek met versiering erop of een hartvorm. Het werd ook met kerst en met pasen gegeten.

Germanen: Het doden en begraven van katten werd in de 14e eeuw gedaan onder het mom van hekserij/ duivelskatten. Vroeger werden er wel eens echte katten geofferd om het land vruchtbaar te maken (zie het feest van de toren). De lussen in het brood kan dan verwijzen naar de 2 kattenstaarten.


Later of apart had men ook een andere vorm en deze lijkt meer op een Germaans wapenschild. Het was een platte koek in langgerekte ruitvorm.

(afbeelding; schilderij van Jan Steen)

Op de merkstaf/primstaf: Een grote beker. Noors: Lussimesse, Lussinatt, Luciadagen.

13 december: In de vroege middeleeuwen betaalde men aan de kerkgemeenschap belasting rond 13 december in natura in de vorm van een cappuyn (Kapoen), een vetgemeste gecastreerde haan. Wellicht gaat dit terug op een offergave. In de zestiende eeuw werd deze belasting afgeschaft. Een Kapoen is ook een bijnaam voor een kwajongen. Daarom zingt men met Sinterklaas ook "Sinterklaas Kapoentje, gooi wat in mijn schoentje".

Winter, vierde van de Quartertemperdagen (woensdag, vrijdag en zaterdag na 13 december) Van quattuor tempora: De vier jaargetijden. Katholieke kerkdagen van bezinning gebed en soms ook vasten. Vanaf 1969 na hervormingen verplaatst na de herdenking van de heilige Andreas van 30 november en alleen op de woensdag.

1 oktober was gewijd aan Sint Bavo van Gent. Geboren als Allowin of Adlowinus van een zeer opvallende heilige familie. Zijn moeder was Ida van Nijvel. Ook Itta of Iduberga genoemd (8 mei). Ze zou de abdij van Nijvel gesticht hebben. Zijn vader was Pepijn van Landen/ De oudere Pépin le-Vieux (Hofmeier, hoofd van het koninklijk hof). Broer van Gertrudis van Nijvel/ Geertrui/ Gertrud/ Limburgs: Truuj (17 maart). Zie ook Geertruidenberg. De tweede abdis was haar nicht wilfetrudis (30 november). Broer van vrouwelijke Begga (17 december) van wie haar man Ansegisel (tevens hofmeier) overleed. Broer van Grimoald die werd verbannen naar Ierland. Zie ook de Amanduskerk te Wezeren in Vlaams-Brabant. Zie ook 10 oktober de dag van Sint Bavo/ Sint Baaf.

17 december Sint Begga (Eind Landbouwjaar, voor de winterzonnewende, tijdens de Romeinse Saturnalia. Aansteken van de kaarsen). Haar zus Geertrui opent het landbouwjaar. Ze zou de stammoeder zijn van de Karolingische dynastie. Daarom wordt ze weergegeven als vorstin. Soms met 3 kronen. Ze moest 7 kerken bouwen (met als voorbeeld de 7 basilieken van de eeuwige stad). Om deze te vinden zou ze de heilige tekens volgen. Zoals een zeug met 7 biggen en een wilde kip met 7 kuikens. Zie de kerk Sainte Begga. Boven haar graf is een zwarte marmeren plaat, ondersteund door 5 zuilen (tafel van St. Begga). Vooral op 7 juli (dag van de vertaling van de relikwiën) en op 17 december, liet men de zwakke kinderen tussen de tafel en de middelste pilaar door glijden om ze sterker te maken.  Ook zou ze stotterende genezen ( Zie Frans: bègue= stamelaar) en botbreuken. Er is ook een bron (des poussins: fontein  van St. Begga). Zie verder bij 17 maart. Ook zou haar naam in verband staan met de latere Begijnen/ Begarden voor wie zij de patrones. Zie ook het begijnhof van St. Truiden. In de grotere begijnhoven werden scholen opgericht voor meisjes. Tijdens de heksen- en ketter vervolging werden vele begijnhoven gesloten of omgevormd.

18 december: godin Epona

Epona werd in de eerste tot de vierde eeuw van Brittanië tot in Noord Afrika vereerd. Ze is de godin van paarden (ruiters) en van overvloed. (Zie Grieks hippo/ ippo/ eppo: paard) Vaak wordt ze zijdelings gezeten op een merrie afgebeeld. Soms wordt ze drievoudig afgebeeld als moedergodin. Ze begeleidt de ruiters en strijders tot in de andere wereld en later krijgt haar paard dan ook vleugels. Soms had het paard een mensenhoofd en soms werden de paarden afgebeeld als zeepaardjes. Andere vergelijkingen zijn Rhiannon uit Wales of de Keltische godin Macha, Medb of Étain. Zie ook de midzomerzonnewende.

18 december: Op de merkstaf/ primstav: een kleine dubbele weerhaak (M vorm?) Zoals op 18 juli. Het staat niet op de meeste merkstaven. Wellicht van Magnus III Birgersson, ook wel Magnus III Ladulås (Schuurgrendel) (?, 1240 - Visingsö, 18 december 1290) was koning van Zweden van 1275 tot 1290. Hij was de eerste Magnus die over Zweden regeerde voor een redelijke tijd. Hij wordt echter niet erkend als rechtstreekse troonpretendent, maar heeft als Magnus III (omdat Magnus Nilsson van Denemarken en Magnus Henriksson van Zweden, respectievelijk worden gezien als Magnus I en Magnus II) het Zweedse koningschap opgeëist en regeerde daarna het koninkrijk. Latere historici schreven zijn bijnaam 'Ladulas' (schuurgrendel) toe aan een voorval uit 1279 of 1280, waarbij hij alle boeren en vrijbuiters toestond zich van hun plicht te verzuimen om edelen of hoge geestelijke bij te staan met voedsel of geld als deze langs kwamen; dit refererend aan de uitspraak - Boeren! doe jullie schuren op slot!. Een andere theorie stelt dat het een verbastering was van de naam Ladislaus en dit voortkwam uit zijn slavische afkomst.

-------------------

Periode van Schorpioen (nu). In Nederland vieren we modern Sinterklaas feest. Vanwege de discussie dat zwarte Piet steeds meer op een zwarte Afrikaanse slaaf is gaan lijken tijdens de middeleeuwen, hebben sommige steden en dorpen het uiterlijk van zwarte piet aangepast. Bijvoorbeeld; geen kroeshaar, geen gouden oorbellen en alleen een paar roet vegen. Het uiterlijk van zwarte piet heeft zich altijd aangepast door de tijd heen.

Eind november: De waterhoen is gedeeltelijk standvogel. Bij zacht weer bloeit de hazelaar met rode staartjes. Als de steenuil zou roepen zou het zachter weer worden. Zet kersentakken in het water en deze bloeien met kerst. Ook bloembollen. Als het koud was in december met sneeuw zou dat een goed volgend jaar betekenen. Donder in december zou veel wind betekenen. Ijs in december zou voor regen zorgen met kerst. Begin december: De klaver geeft niets om sneeuw. Ganzen die wintergast zijn; kol-, riet- en brandgans. Volg de magische vlucht van de wilde zwanen. Half december: De brilduiker, dodaars, zaagbek en nonnetje verschijnen op het water. Blauwe reigers zoeken bescherming in het riet tegen de gure wind. Als het koud is komen de mussen, mezen en roodborstjes, kruimels brood eten bij de huizen. Veel sneeuw zou gunstig zijn voor het graan. Ook merels en lijsters zoeken de huizen op naar voedsel.


Naar het volgende feest