Meifeest en voorjaarsfeest >>

Wederom staat dit feest in het teken van de grote Godin sterrenbeeld Maagd.  In mei kwamen de ganzen die direct begonnen met eieren leggen wat aanleiding gaf tot het eten van grote hoeveelheden eieren. Tijdens de koude periode kwamen de kwartels, ooievaars en kraanvogels (hemelvogels) nu pas aan en begonnen met hun balts. Op 30 april ontstak men het grote feestvuur. De jonge kinderen (baby's) die het voorjaar hadden overleefd zouden nu ook beschermd zijn tegen kwade invloeden. In sommige landen deden de jongens initiatieriten om man te worden. Men houdt rond 13 mei feesten ter ere van de drie-eenheid (3 godinnen) en de overleden familie. In Europa was dit een zeer belangrijk feest.

>>Meifeest A


In veel landen (in de periode van Stier) hield men nu het feest van de held en de Draak waarbij de winter godin symbolisch werd gedood (30 april). Na haar dood veranderde zij in de heilige hemelboom (de meiboom). De jonge maagd, godin van het voorjaar werd nu symbolisch bevrijd en zou blijven (tot augustus- november).


Hierbij verschijnt Mercurius (Hermes) om het land vruchtbaar te maken (zie Sint Joris en de draak). Mercurius is de hemelvogel van het sterrenbeeld Zwaan/ Zomerdriehoek. Hij vliegt naar de hemelboom om zijn kosmische ei te leggen. Ook de Kelten keken vooral naar de Zwaan als hemelvogel en naar de Plejaden. Zoals alle volkeren van de hele wereld.

In Egypte, mesopotamië, het oosten en Azië, kijkt men uit naar de zwaluw als voorjaarsvogel/ hemelvogel. In latere perioden toen het klimaat warmer werd kwam de voorjaarsvogel al met Pasen aan. Groot-Brittanië en Schotland kenden het roodborstje (Robin zie: Sint Joris) In noord Amerika heeft de Monarchvlinder dezelfde functie. Deze trekt elk jaar met miljoenen vanuit Mexico naar Canada.

Het stond later tijdens de warme tijd in het teken van de bloei en groei. Aarde godinnen; Flora, Fauna, Maia. De Romeinse godin Fauna is vergelijkbaar met; Bona Dea, Ops, Terra, Marcia en Grieks; Gaea. De feestdag werd ook wel Beltain genoemd. De moedergodin, genezingsnacht, later heksennacht. Tegenwoordig staat moederdag er nog in verband mee. En rond 12 mei staan ook de ijsheiligen als einde van de koude tijd in Europa. (De feesten waren verschoven door kalenderhervormingen).

In Nederland begint van eind april/ mei tot en met november het paling vangstseizoen. Ook begon de visvangst van de haring. Dit werd gevierd op "vlaggetjesdag" waarbij de schepen versierd werden met vlaggetjes.Palingtrekken, behoorde ook tot de oude spelen (waarbij men de kop eraf moest trekken), zie kermis.

In Novgorod in Rusland begint men in mei met het oogsten van de berkenschors (tot en met juni). Deze repen kunnen gevlochten worden tot speelgoed, dieren en tassen. Maar het wordt ook gebruikt als isolatiemateriaal van thermosfles tot huisbouw. In de prehistorie maakte men bakjes en boten van berkenschors. Vroeger maakte men er boten van en bakjes van de zachte berk en Canadese berk (van de papierberk Betula Papyrifera, deze kwam pas in 1750 naar West Europa)


Mei: bloeimaand, bloemenmaand, vrouwenmaand, Mariamaand.

Voorstelling; bloemen, meitak, meiboom, liefdesmaand, spelevaren. Feestmaand waarin niet gewerkt werd.

Oud gezegde: "In mei leggen alle vogels een ei, behalve koekoek en spriet, die leggen in de meimaand niet."

Godin Maia is ook een van de sterren van de Plejaden (dochter van Atlas) en naar haar is de maand mei (Romeins: Maius) genoemd.

De maand mei is ook een vrouwenmaand en het heet ook niet voor niets Mariamaand. De maand heet Mariamaand omdat op 1 mei de belangrijkste bedevaarten starten. Het Dianafestival aan het eind van de maand valt ook gelijk met Maria Koningin.

De Grieks-Atheense kalender: de maand Thargelion.


Grieks: Op 9 mei vierden de Grieken vroeger het opkomen van het sterrenbeeld van de Plejaden in de tijd van Hesiodos (750-650 vChr, voor de verschuiving zie de Precessie). Dit zou samenvallen met het rijp worden van het graan in Griekenland. De oogst van het koren viel wanneer de Plejaden oprijzen tijdens zonsopgang in mei en ploegden hun velden wanneer de Plejaden daalden tijdens zonsopgang in november. Hiertussen zit ongeveer 6 maanden. Voor zowel de Grieken als Romeinen stond het rijzen voor de start van de zomer en het dalen voor de start van de winter. Plinius vond het dalen van de Plejaden de ideale tijd voor het zaaien van het graan, vooral van tarwe en gerst. Hij vertelt dat in Griekenland en Azië al het graan werden gezaaid aan het dalen van Plejaden. Plinius zette het rijzen van de Plejaden op 10 mei en het dalen op 11 november! Oude vuren werden gedoofd en nieuw vuur werd van de heiligdommen in Delos en Delphi gehaald. Een schip zou dit nieuwe heilige vuur gebracht hebben van Delos naar Lemnos, het heilige eiland van de vuurgod Hephaestus (die het vuur naar de mensen gebracht zou hebben). En van Delphi naar Athene waar het op een vuurwagen werd gezet en verzorgd door een vuur-draagster. In grote processie werd het onder muziek begeleid door magistraten, priesters en soldaten. (Volgens Frazer zou Hesiodos eerst 9 mei en later 11 mei genoemd hebben voor het opkomen van de Plejaden, mijn berekening van de maanden corresponderen niet met die van Frazer omdat ik de oude oorspronkelijke periodes van de zodiak volg).

Bij vele natuurvolkeren kijkt men naar het opkomen van de Plejaden om initiatieriten te houden waarbij de jongens in mannen veranderden. Dit zal ook zeker in Europa het geval zijn geweest.

Zoals Hesiodos zegt dat: De seizoenen van het boerenjaar afhankelijk zijn van het rijzen en dalen van de sterrenbeelden, de komst en vertrek van migrerende vogels, het bloeien van bepaalde planten, het rijp worden van fruit en het begin van de regen, en niet de vaste maanden van de publieke kalender. Theophrastus schrijft dat de zeeajuin/ zee-ui (Urginea Maritima) drie keer per jaar bloeit en in Griekenland markeert deze bloei de tijd van het ploegen wat hier soms drie keer gebeurde. De plant had tevens een genezende en afwerende werking.

Bij de Grieken kennen we dus de mythe van Godin Daphne die zich veranderd in de Laurierboom (zie de afbeelding). Apollo breekt een tak af en versiert hier voortaan zijn hoofd mee. En ook zijn lier. Ook is er een mythe van Zeus: Na een ruzie met zijn godin Hera probeerde hij haar terug te lokken door haar boos te maken. Hij liet weten dat hij zou gaan trouwen met de nimf Plataea, dochter van de rivier Asopus. Hij liet een mooie eik omhakken en aankleden als een bruid. Deze werd rondgedragen op een ossenkar. Hera ging boos van jaloersheid af op de bruid en trok haar sluier weg. Toen ze ontdekte dat ze voor de gek was gehouden moest ze lachen en maakte het weer goed met Zeus. Bron: Sir James George Frazer.

Bron: Sir James George Frazer. In Griekenland wordt godin Hera ook afgebeeld met een eikenboom en de heilige pauw er op (zie het Palazzo degli Conservatori in Rome), Vlakbij staat godin Pallas Athena met haar olijfboom en de heilige uil (zelfde idee maar met een andere naam; zie hoofdstuk 6 de drie jaargetijden). Overigens is de godin die zich in een boom veranderd ook al bekend in Egypte (zie Afrika). De boom vinden we ook terug in de mythe van Zeus, Hera en de nimf Plataea.

Grieks: Op de 6 de en 7 de dag van de maand Thargelion werden respectievelijk Artemis en Apollo geboren. Dit zou later uitlopen tot 24 en 25 mei. Deze maand stond dan in het teken van het algemene godenpaar. Zie ook 9 mei. Vroeger stuurde Athene elke 8 jaar; zeven jongens en zeven meisjes naar het paleis van Knossos op Kreta (volgens de mythe omdat na de oorlog Kreta het beleg had opgeheven van Athene, zouden de kinderen elk jaar gestuurd worden als offer aan de minotaurus, tot Theseus het monster doodde). Maar wellicht om daar te dansen; de jongens met gouden zwaarden, de meisjes met bloemenslingers (als meidans). Volgens de Mythe zou Daedalus/ Dädalus (die ook het labyrint gebouwd zou hebben), gedanst hebben voor Ariadne (zie kleine hond). En Theseus die met de door hem geredde Ariadne, en jongeren van Kreta (en de Minotaurus) terugkwam zou hebben gedanst. Een speciale dans met moeilijke wendingen naar de vorm van het labyrint. De dans werd "De Kraan" genoemd. Naar alle waarschijnlijkheid naar de Kraanvogel (zie voorjaarsvogel mei).

Daphnephoria: Werd vroeger elke negen jaar gevierd in Thebes in Boeotia. Ter ere van Apollo Ismenius of Galaxius. (zie godin Daphne) Processie waarbij een jongen van nobele en goede afkomst de hoofdrol speelde. Zijn ouders moesten beide ook nog leven. De jongen werd Daphnephoros genoemd (Laurierdrager). Voor hem liep zijn naaste familie die een olijfboom/ olijfpaal droeg versierd met laurier en bloemen. Bovenop zat een bronzen bal waaraan kleinere ballen hingen. In het midden van de paal hing een kleinere bal met purperen linten getwijnd en aan de onderkant met saffraankleurige linten. Deze ballen stelden de zon, de sterren en de maan voor. De 365 linten stelden de dagen van het jaar voor. De Daphnephoros droeg een gouden kroon of laurierkrans. Hij was rijk gekleed en mocht de olijfboom mee helpen dragen. Achter hem liepen vele meisjes zingend met takken. De Daphnephoros droeg een bronzen drietand op in de Tempel van Apollo Pausanias noemt dat de drietand opgedragen werd aan Amphitrion toen zijn zoon Heracles de Daphnephoros was. (Bron: Encyclopaedia Britannica).

De maagden die als concubine dienden voor de god tijdens de zaaitijd in Egypte in de Romeinse tijd. Kunnen we vergelijken met de meikoningin en meikoning in Europa. De Grieken noemden deze "maagden" Pallades naar hun eigen maagdelijke godin Pallas. Pallas Athena (Athene); "de reine, de heldere hemel".

De Grieken kenden ook het ram offer aan de god Trophonius.

In Delphi; "het feest van de kroning"; het verslaan van de grote waterdraak door godenheld Apollo. Dit werd nagespeeld en hierna moest de held voor 8 jaar dienstbaar zijn. De draak bewaakte de bron van Delphi (zie sterrenbeeld Dolfijn, Apollo als dolfijn). Geboorte eiland Delos van Apollo en Artemis. Wellicht de bron Castaly of Cassotis bij de Apollo tempel. De draak werd bedekt met laurier. De priesteres dronk van de bron en at de heilige laurier voor ze de toekomst ging voorspellen. Ook de Pythische spelen zouden het gevecht van de draak herinneren (en was om de 8 jaar). In Olympia moesten de olijf-takken voor de kroon van de winnaar gesneden worden van een heilige boom door een gouden sikkel. Dit moest gedaan worden door een jongen waarvan de beide ouders leefden (wellicht stond dit voor vruchtbaarheid). De boom was een wilde olijf in het heilige gebied ten westen van de tempel van Zeus. Het werd "De olijf van de geschikte (fair) kronen" genoemd en vlakbij het altaar van de "Nimfen van de geschikte (fair) kronen". In Delphi hield men dan het feest van de held Apollo die de draak versloeg. Een jongen waarvan de beide ouders leefden speelde de held. Men bouwde een soort kasteel na die het huis van de draak moest voorstellen. De jongen viel deze aan en verbrandde het kasteel samen met vrouwen die brandende toortsen brachten. Als de draak zijn dodelijke wond ontving, vluchtte hij weg, bij het zien van al het bloed. In de mythe zelf zou de held Apollo onder het bloed de takken van de laurier plukken om een kroon te vlechten. De jongen bracht dus ook de kroon weer terug naar Delphi. (zie het sterrenbeeld Noorderkroon: Corona en sterrenbeeld Draak)

In het Griekse Thebe; "het feest van het dragen van de Laurier" : het verslaan van de grote waterdraak Typhon door godenheld Cadmus/ Kadmos (dit deed hij met behulp van de magische lier). Hierna werd hij gekroond met de laurier. Hierna moest de held ook voor 8 jaar dienstbaar zijn. De draak bewaakte de bron van Thebe en stond naast de hemelboom. De goden Cadmus en zijn vrouw Harmonia zouden later Thebe hebben verlaten. Ze zouden gaan heersen over het volk van de Encheleans of "Aal-mensen" in Illyrië (boven Italië). Later veranderden zij beiden in slangen. Een aal zou vergeleken worden met een waterslang. Harmonia zou zelf een dochter zijn van de draak die Cadmus versloeg (tevens was zij de dochter van Ares en Aphrodite). Cadmus was weer de broer van godin Europa. Hij reisde naar het westen om zijn zus te zoeken die ontvoerd was door Zeus (in de vorm van een stier). Daarbij kwam hij bij het orakel van Delphi. Hier kreeg hij het advies om een koe te zoeken met het merkteken van een volle maan op zijn flank. Waar de koe zou neervallen moest hij een stad stichten. En zo werd de stad Thebegesticht. Cadmus zaait symbolisch ook de draken tanden om krijgers te oogsten.

Ook in Thebe tijdens het feest van het Laurier dragen die eens per 8 jaar werd gehouden werden takken van Laurier in processie gedragen naar de tempel van Apollo. De Laurierdrager was een jongen en zou de god Apollo of de lokale Cadmus? zelf voorstellen. Hij droeg zijn haar op zijn schouders en droeg een gouden kroon in de vorm van gevlochten laurier. Verder droeg hij een fel gekleurde mantel en schoenen in een speciale vorm. Beide zijn ouders moesten in leven zijn. Op vazen zien we ook Cadmus? die een draak verslaat terwijl de godinnen klaar staan om hem de overwinningskroon van gevlochten laurier te schenken.

Volgens de Griekse dichter Pindaros: Zouden de zielen van de doden die gereinigd zijn van hun zonden na 8 jaar in de andere wereld, opnieuw worden geboren in het negende jaar als glorieuze koningen, atleten en wijzen. (Of de zondaars zouden uit de draaikolk komen en naar het eiland mogen, zie Plato)

Plynteria: Feest gehouden op de 22 ste van de maand Thargelion (soms ook genoemd op de 25 ste). In Athene ter ere van godin Athene of godin Aglauros/ Agraulus (zie de drie jaargetijden) of allebei. De tempel was op deze dag gesloten met een touw er omheen (tegen de boze geesten zoals in februari?). Wel was er een processie met gedroogde vijgen. Sommigen zouden deze maand Plynterion genoemd hebben. Aglauros staat in verband met de mythe van Erechthonius (zie het feest van de held en de draak).

Anatolië: In Magnesia aan de Meander zou men elk jaar een stier uitkiezen aan Zeus, de redder van de stad, in de lente tijdens het begin van zaaien. Daarna zou men het dier offeren tijdens de oogst in de volgende zomer. Negen jongens en negen meisjes, wiens beide ouders leefden, namen deel aan dit ritueel. Men bad voor de bescherming van het land en de mensen, voor vrede, voorspoed en genoeg oogst en veel vee. Het lentefeest van zaaien zou gelijk staan aan de maand van Cronion (Naar de god Cronus die ontwaakte, gelijk aan de Griekse maand Thargèlion, waarbij de stier heel toepasselijk is). En het herfstfeest zou dan gelijk vallen met de periode van Artemision, naar de godin Artemis, die een belangrijke tempel heeft in Magnesia. Gelijk aan de Griekse maand Puanepsion/ Pyanepsion. Zie de herfstfeesten.

Romeinen: 27 april-2 mei bloemenspelen ter ere van Flora of Sabine in Rome. Bekend als "Jeux Floraux" in de middeleeuwen.

Romeinen: Als we naar de kalender kijken (hoofdstuk Het grote Rad) viel de stichting van Rome in deze periode of werd aan deze periode toegeschreven als ideaalbeeld. Naar het feest van de Parilia dat op zijn laatst gehouden werd op 21 april. Maar door kalenderverschuivingen van oorsprong kwam van 1 mei en daarvoor zelfs van 11 mei. Hier speelden vooral de Vestaalse maagden een grote rol, bij het verbranden van het stro (stro van bonen zoals de tuinboon) met behulp van een vuur van eikenhout. (men kon pas een Vestaalse maagd worden als beide ouders in leven waren). Het vee werd door een heilig vuur gejaagd om het te reinigen en vruchtbaar te maken. Reinigen: Purgare. De Vergiliae: de sterren der lente zijn de Plejaden.

Ook spreekt men van een godenduo; de Pales (Fauna [tevens in de vorm van een slang] en Faunus/ Terra en Tellus). Hiervoor had men tijdens het feest van Fordicidia (1-5 mei, later 15 april) drachtige koeien geslacht, geofferd aan de aardegodin, en de kalveren verbrand voor hun as. De as werd bewaard voor het Parilia feest. Dit zou ter ere zijn aan de landbouwgod Tellus/ Faunus om de vruchtbaarheid van de koeien over te laten gaan in het graan. Zie ook 13 mei. Verder gebruikte men bloed dat afkomstig was van de staart van het paard dat geofferd werd in oktober en speciaal was bewaard voor deze ceremonie. De Romeinse herders baden voor vergeving van eventuele overtredingen van regels, vooral als ze het heilige bos met de heilige boom hadden onteerd. Zoals het afbreken van de takken (Bron: Ovid, Fasti). In de ochtend reinigden ze hun schapen en de vloer van de stallen. Met de takken werd de vloer bedekt maar ook gebruikt om het vuur te maken waarover het vee werd gejaagd. Men gebruikte ook brandende zwavel om het vee mee te reinigen vanwege de sterke geur. De herders offerden aan Pales gierst, gierstcakes en emmers warme melk en vroegen om bescherming en vruchtbaarheid van het vee (voor ze de weides ingingen in Italië). Ze moesten vooral beschermd worden tegen ziekten en natuurlijk de wolven. Hij vroeg om genoeg water en gras/ bladeren voor het vee. Hij moest het gebed vier keer herhalen en zijn handen wassen met ochtend dauw. Zelf dronken ze melk en wijn en sprongen ze ook over het brandende stro. (Zie ook de gebruiken in Estland op Sint Joris).

Dit past precies bij de gebruiken van deze periode. Wellicht zaten er onder de Vestaalse maagden ook dochters van de koning. Zo kon hij meer macht krijgen en behouden. Niet toevallig werd de legendarische keizer Numa van Rome (die vereerd werd als de vuurgod) ook geboren op 21 april. Een ook de mythische keizer Romulus (als stichter van Rome, zie sterrenbeeld Tweelingen) zou geofferd hebben tijdens de Parilia en de mensen zich laten reinigen door over de vlammen te springen van het grote vuur. De Romeinen kenden de vijgenboom van Romulus die in het Forum van Rome stond en werd vereerd (afgebeeld op munten). Ook de heilige kornoelje boom op de Palatine heuvel in Rome werd vereerd. Het heilige bos werd Nemus of Nemi genoemd. Ook de specht (Picus) was heilig en zou naast de wolf (hirpus) de tweeling Romulus en Remus hebben gevoed. Ze staan bekend als stichters van Rome. Picus Feronius was de specht van godin Feronia met een heiligdom in Soracte. Heilige mannen daar droegen de naam "Soranische Wolven". Zie ook Feronia: Limonia acidissima en het feest van Feroniae op 13 november.

De Romeinse Broederschap van de Geploegde Velden; "Fratres Arvales". Was een priester-broederschap die zich bezig hield met rituelen ter bevordering van de groei van het graan. Ze droegen kronen van gevlochten korenaren en brachten eer aan de godin der vruchtbaarheid; Dea Dia. Ze huisden in het bos van eiken en laurier in de Campagna bij Rome. In mei werd de halfrijpe koren vereerd opdat de oogst goed zou zijn. Men oogstte een paar korenaren voor de ceremonie in het huis van de leidinggevende broeder in Rome zelf. jonge jongens mochten het feest bijwonen en nadat het over was moesten ze het koren op het altaar leggen van de godin. Het was belangrijk dat de beide ouders van de jongens nog in leven waren.

Ook de Etrusken gebruiken een bronzen ploeg ceremonie bij het stichten van nieuwe steden. Deze speciale ploeg zien we ook terug bij andere volkeren.

Op 9, 11, en 13 mei, hielden de Romeinen gedurende 3 dagen in mei een feest ter ere van de geesten van de overledenen: Lemures/Lemurum (zoals in februari): De Lemuria. De tempels werden gesloten (zoals bij de Grieken). Maar de huizen stonden open om de goede geesten te ontvangen. Aan het eind stond het hoofd van de familie om middernacht op. Hij waste zijn handen en maakte met zijn duim en vingers magische tekens om de geesten te verjagen. Hij gooide zwarte bonen over zijn schouder zonder achterom te kijken. Hij zei negen keer; "met deze bonen verlos ik mij en de mijnen". De geesten zouden de bonen moeten oprapen en hem met rust laten. Daarna stak hij zijn handen opnieuw in water en sloeg bronzen potten tegen elkaar als een bekken. Hij vroeg negen keer; "Ga weg, voorouderlijke schaduwen". Hierna keek hij achter zich en de geesten waren weg.

De Romeinen kenden ook de poort van reiniging. Wellicht was dit ook de speciale Romeinse Triomfboog; Porta Triumphalis, gelegen bij het veld van Mars (Campus Martius). Vooral als ze vele vijanden hadden gedood wilden ze zich graag reinigen van eventuele boze geesten, ze reinigden ook op deze manier hun gevangenen. De soldaten droegen in een triomf processie ook de laurier. Zie Sir James George Frazer, The golden Bough, Part VII, Balder the Beautiful, Vol II, blz: 193-195.

Latijn 2: Duo. Tweede is Bis.

Pinksteren in het geloof (zie ook kerkelijke feestdagen);

KERK: De hemelboom vinden we terug in het verhaal van Adam en Eva in de paradijstuin (zie de Plejaden). De hemelboom/ meiboom op het dorpsplein werd later vervangen door de kerktoren. Daarom staat er ook nog een haan op veel torens. In kerken in Napels in Italië bestaat er ook een onderwereld/ hel (in de vorm van een kapel) onder de kerk en daaronder zelfs een "vagevuur" voor de mensen die aan een slechte dood zijn gestorven (vooral na de pest). De kosmos die werd gezien als 3 lagen van hemel/ bovenwereld, aarde en onderwereld komt ook voor in de meeste andere culturen. In de kerkelijke traditie zien we het godenpaar, de boom en de drie lagen ook terugkomen in de oorspronkelijke huwelijksstaart. Rond 100 nChr. zou de christelijke hel bestaan uit het eeuwige vuur. Purge (zuivering/ reiniging): Bidden opdat de dode zielen snel door het vagevuur zouden komen en toch weer naar de hemel konden komen.

Uit de staf van Jozef van Arimathea zou de heilige boom groeien. Dit zou de meidoorn zijn (Crataegus monogyna).

Op kerkhoven kropen de zieken door een opening om symbolisch "opnieuw geboren te worden". De ijzeren ring hing in het kerkportaal. Zo kennen we ook onder het altaar doorkruipen
of onder een speciale pilaar of opening in de kerk.

De Kermis zou een verbastering zijn van kerk-mis. Elke dorp of stad had een beschermheilige. Een keer per jaar kwam men bij elkaar om deze te vereren. Meestal in een vorm van processie die uitmondde in een vrolijke stemming of feest. Tegenwoordig houdt men aan het begin van de Kermis nog een speciale mis (ook op de kermis zelf).

Het woord Pinksteren komt van het  Griekse "Pentekostè", wat betekent " de 50e dag" na Pasen. Het is de dag 'waarbij de apostelen vervuld werden van de Heilige Geest'. De veertigste en vijftigste dag werd na 381 n Chr. gevierd met processies naar heilige plaatsen waarbij het Hemelvaart en Pinksterverhaal werd verteld en nagespeeld. In de Rooms-katholieke kerk houdt men nog een nachtwake voor pinksterdag. De pinkstervogel was voor de kerk de witte duif.

Sommigen zagen de Heilige Geest los van Jezus en meer vanuit God (' De Kappadociërs' en de Oost- Christelijken). Daar werd tussen de kerken ook strijd over gevoerd. Het feest van Hemelvaart en Pinksteren vierde men steeds meer gescheiden. Later kreeg men extra pinksterdagen erbij tot er een hele feestweek ontstond met op de laatste zondag het feest van de Drie-eenheid , zondag Trinitatis ( 'de heilige geest, die uitgaat van de Vader én de zoon). De heilige geest wordt ook wel vergeleken met de 'levenskracht of adem' of 'het heilige vuur' (zie 13 mei).

Oost boeddhistische kalender: geboorte van Sakyamuni Buddha rond eind mei. (In Japan viert men dit op 8 april). De Noord boeddhisten vieren dit rond eind mei. Men viert dan tevens zijn verlichting en dood/ overgang naar het Nirvana.

--------

Walpurgisnacht/ Walbergusnacht/ meinacht/ (Keltisch: Beltain)

Op de nacht voor 1 mei gingen de mensen naar het bos om wild te feesten (zoeken naar een geliefde; de Mei, Majum quaerere) en de meiboom te versieren en op te halen. Tevens bracht men ook takken mee, vooral van dennen en berken. Als symbool van de komende zomer, om vruchtbaarheid te brengen en het huis en vee te beschermen tegen kwade invloeden. Verliefde jongens plaatsen s nachts een tak of boompje voor de deur van het huis of op het dak van hun geliefde ("een boompje opzetten"). Op Meiliefsten in Limburg in Nederland werden de huwbare meisjes verdeeld door een gekozen kapitein van de "Jonkheid". Zo werd ook de meibruid gekozen.

Voorjaarsdans: In de meest Europese landen danste men met zo hoog mogelijke sprongen omdat men dacht dat het gewas dan ook zo hoog zou gaan groeien. Deze hoge sprongen deed men vooral tijdens: Vastenavond/ Shrove dinsdag; zie hoofdstuk 14 voor de datum. Soms deed men deze dans pas op de avond van de Walpurgisnacht. Zoals de Moriskendans die gehouden werd tijdens de Carnaval en met de meifeesten. Ook bekend als Mauweryssisdans of Morrisdans in Nederland, Duitsland en Engeland. Bij de Moriskendans stond de vrouw in het midden met een ring of hoepel in haar hand. Om haar heen dansten de mannen wild rond. Later zou deze dans verboden zijn door de kerk. Ik moet hier ook vooral denken aan het ringsteken wat ook dubbelzinnig zou zijn bedoeld. Ook deed men aan hoepel springen.

Men danste om het vuur waarbij een feestmaal werd gegeten, dit feest ging wel door tot eind juni. Later werd dit negatief veranderd in een grote heksensamenkomst waar de duivel en zijn maten orgieën hielden en heksennacht genoemd. In de prehistorie dacht men wel dat de deuren naar de andere wereld open stonden tijdens de vuurfeesten. Zo gingen de zielen van de gestorvenen rond en de goede zielen waren heel welkom en men legde speciaal eten en drinken voor ze klaar. De boze zielen moesten worden geweerd. Men sprak men van zielen van (te vroeg) gestorven kinderen en vrouwen die gestorven waren in het kraambed. Deze werden vaak gezien als toverwezens. Zoals fee, elf, witte wieven of eunjer. De goede leefden als bosgeesten, de slechten meestal onder de grond of verstopt in sloten. Deze wezens verklaarden vaak ongewone dingen die gebeurden. Bijvoorbeeld natuurfenomenen of spullen die kwijt raakten of verplaatst waren (dat hadden de kabouters dan gedaan). Later werden deze allemaal veranderd in heksen en monsters. Nu kan het woord elf zowel slaan op 11 dagen, 11 maanden of op een dansende feestganger slaan. Als men tijdens het feest de weg kwijt was, na het feest verlamd was van vermoeidheid (beenkrampen), ziek was of ongewenst zwanger, dan was dat gewoon "de schuld van" de elfjes of kabouters. Zie ook de nachtzwaluw.

De Walbergusnacht (30 april) is later gekoppeld aan de vrouwelijke heilige St. Walburgius/ Walburgis die beschermde tegen magie en hekserij. Geneeskrachtige olie verscheen uit de rots waar haar relikwieën waren geplaatst of uit haar doodskist gedurende de wintertijd. Wellicht komt de naam van "Walen" wat ronddraaien betekent (en Burgis of Percht). Wal-Purgis; "draai-wild". Zoals de ronde dans. Of van Purge: reinigen/ zuiveren (Latijn: Purgare/ Absolutus). Paren lieten zich van een berg, duin of over een akker rollen om de grond opnieuw vruchtbaar te maken voor de zaai. Heuvelrollen/ Walen/ Waolen/ Heulen. Dit deed men ook op de laatste oogstdag voor de 2e zaai (Hartjesdag). Het heuvelrollen komt ook terug in Duitsland met Pasen waarbij men een brandend rad van de heuvel laat rollen (soms bond men hier de strofiguur van de dood/ winter aan vast). Maar de term "Wählen" heeft ook direct te maken met mijnen en mijnwerkers (zie sterrenbeeld Berenhoeder). Wählen staat overigens ook voor "kiezen" (zoals wij nu nog een kruis zetten). Bekend als het merkteken, waarvan de markt of Wildemarkt is afgeleid. Wellicht het kiezen van een levenspartner/ huwelijk. Het gebruik van het samen rollen in het gras door jongeren op Sint Joris of tijdens de meifeesten is ook bedoeld om het magische dauw op zich te verzamelen. Dit dauw zou geluk brengen, vruchtbaarheid, schoonheid en als afwerend middel werken tegen wolven. In Nederland komt het gebruik nog terug in het "dauwtrappen". Op de mei-avond (30 april) werd de lente ingeblazen door op een hoorn te blazen. Zie ook Waal/Vaal of Wal/Val.

Zie ook Sint Waudru (Waltrudis) van Mons in België.

Wal-Trudis: Trudis is Latijn voor boom of paal en het betekent dus letterlijk: "ronddraaien om de boom of paal". De naam Trudis komt daarom voor in veel namen van oude vrouwelijke heiligen. In Limburg werd ze ook Truuj genoemd (zie Carnaval). In Venlo ging in de middeleeuwen de Onze Lieve Vrouwe-processie (Mariaprocessie) rond op 13 mei of in mei (vaak op 2e pinksterdag) met de reuzenpop van Guntrud en de Bijbelse reus Goliath. Ook Gertrudis Basch zou genezen zijn door de heilige Maria in 1632. In 1754 wijzigde men het duo; Goliath veranderde men in Fluas en Guntrud zou zijn vrouw zijn die rond 96 na Chr. Venlo hebben gesticht. Het Akkermansgilde met zijn koning liep ook mee met de processie.

Zie ook: Gertrudis van Nijvel/ Geertrui/ Gertrud (17 maart). Zie ook Geertruidenberg. Ger betekent "Speer" en is tevens een verwijzing naar het volk "Germanen" (speer-dragers/ speermannen). Ger-Trudis: "Boom van de speerdragers" (Boom van de Germanen). Zie onder bij de plaats Sint Geertruid en het vuursteen. Patroonheilige van Schutters.

De naam van Frau Trude, Vrouw Trui of Vrou Truida werd later in de middeleeuwen negatief uitgelegd als heks of nachtmerrie. Dit vinden we terug in het gelijknamige sprookje van de gebroeders Grimm. De ouders van een meisje verbieden haar om naar vrouw Trudis te gaan omdat ze slechte dingen zou doen. Toch gaat ze en ziet een meisje 3 verschillende boosaardige wezens bij vrouw Trudis. De heks als duivel veranderd het meisje in een houtblok voor het vuur. Zie de Yule stam of Yule blok bij het joelfeest van periode 10. De godin die zich opoffert als (levens)boom. Een vrouwelijke Druïde werd overigens Druïda genoemd in Engeland.

Meivuur/ Pinkstervuur: Vaak al op de avond van 30 april maar soms ook op 1 mei verplaatst ter ere van de heilige St. Jan met zijn Sint Jansvuur. In het vuur gooide men ook de oude matrasvullingen van stro die natuurlijk vol met ongedierte zaten, daarom werd het ook vlooien stoken genoemd. In Texel werd dit vuur de Meierblis genoemd waarbij men ook aardappels pofte in de gloeiende as. Het idee om vee door of over het vuur te laten springen kwam wellicht ook zoals men in Afrika dacht; zodat de geiten en schapen de geur van de rook van het vuur overnamen. Hierdoor zouden zij beschermd zijn tegen de aanvallen van wilde honden (in Europa de wolf).

De uit de wereld verdreven geesten, later heksen genoemd, mogen alleen op deze nacht voor 1 mei terugkomen. Eerst een groot feest met orgiën en offers. Later werden ze afgeschilderd als boze geesten en vlogen rond op hun bezemstelen (of rieken) en vielen iedereen aan, ze zouden het vooral gemunt hebben op de melk.

De kerk heeft zelf een beschermheilige Sint Walburgis ingesteld als bescherming tegen de heksen en de duivel. Sint Walburgis is een bijzondere vrouw met de hond, staf, slang, maansikkel, kroon en bijbel. Haar kerken staan langs de rivieren en ze heeft veel weg van een Germaanse godin (haar sterfdag is 25 februari). Zie ook 12 oktober en godin Burgis in augustus. Men kon ze afweren door deuren, vensters, schepen en zelfs mensen met krijt te beschrijven. Dit werd gedaan met krijtstrepen of kruisen. Dit hielp tevens tegen bliksem, brand en boze geesten en werd ook gedaan op nieuwjaarsmorgen en tijdens de Driekoningennacht. Nu nog in Duitsland gevierd met maskers, kostuums en vuren.

In Zweden heet het "Valborg" (In Nederlands vertaald: Walburg). Op het platteland gaan meisjes verkleed als heks langs de deuren en haalden snoepgoed op (dit is verplaatst naar witte donderdag voor Pasen). In Zweden is 30 april de laatste dag van de winter omdat het ver in het noorden ligt. Hier wordt het Vappo of Walpurgisnacht genoemd waarbij men een groot vuur aanlegt. Men houdt volksdansen, fakkeloptochten en zingt liederen. (tegenwoordig ook met vuurwerk erbij). De volgende dag wordt de lente begroet. Purg komt van het Duitse Percht. Dat "wild of woest" betekent (ofwel de wilde). Dus Walpurgis betekent vrij vertaald; "wild draaien" of "de wilde die ronddraait". Zie ook hieronder.

Maar in Nederland maakte men vroeger ook speciale heuvels (zie Plejaden) voor het feest. Iedere stam had zijn eigen persoonlijke heuvel. Zoals de h(w)als-berg, Paasberg, Wildeberg, Schuttersberg/ heuvel, Bommel (bolronde heuvel, tevens het woord voor boomgaard). Een horst is een verhoging/ heuvel (Engels: hill) in het landschap. Germaans: "hursti" en hurst (Engels ook hurst). Vaak omringt met kreupelhout of hakhout en vergeleken met een vogelnest.

In Nederland bevonden zich in de bossen tussen Rijckholt en Sint Geertruid tussen 4000-3000 vChr vuursteenmijnen. Hierna volgde import uit Frankrijk. In Sint Geertruid werd vuursteen gedolven sinds het Magdalénien en was dus een zeer belangrijke plaats. Ook op de Michelsberg en in Elslo.

Dit zien we terug bij vele volkeren over de hele wereld (zoals de hoge tempels en piramiden). Door de draaiende dans (al dan niet om de boom) probeerde men symbolisch de zon (en kosmos) te laten draaien. Het is logisch dat hier in de middeleeuwen later een versterkte woontoren (met wal en of gracht) en daarna een Burcht (Borg) op werd gebouwd. (Oudnoors: Broch) Vandaar de naam Walborg. De versterkte woontoren komt weer terug in het feest van de draak en de toren in de herfst. Zie ook de Walburg op de Donderberg bij Rhenen in Nederland (tevens grote begraafplaats 375-750 na Chr).

Zie ook Sint Mildburh/ Sint Milburga (oude Anglo-Saxische godin) van februari waarbij Mil staat voor het draaien van de molen (steen) en Burg voor Burgis of Percht. Zie voor Molen en Malen het dodenfeest voor de andere Plejaden-heuvel van de herfstfeesten.

Men geloofde dat de Duitse en Noorweegse heksen zich verzamelden voor een grote samenkomst op de Blocksberg op de nacht voor 1 mei (Walpurgis Nacht) en ook op midzomeravond. Deze plaats zou de Brocken zijn, de hoogste piek van het Harz gebergte. Maar in Mecklenburg, Pomerania en andere dorpen had men een lokale Blocksberg die meestal een heuvel of open plek was. Vele hevels in Pomerania werden Blocksberg genoemd.

-Genezingsnacht (30 april later uitgelopen naar 11 mei) later verplaatst naar 1 mei

De mensen met (huid) ziekten gingen bij volle maan in bad om de ziekten die zij door de duivel hadden gekregen zogenaamd over te geven op de heksen. Vaak gebruikte men ook de mei-dauw door deze van bedauwd gras te wrijven op de zieke plekken.  De mensen gingen bij volle maan in bad om de ziekten die zij door de duivel hadden gekregen zogenaamd over te geven op de heksen. Vaak gebruikte men ook de mei-dauw door deze van bedauwd gras te wrijven op de zieke plekken. Dit gebeurde ook 's nachts maar meestal s morgens op 1 mei. Het dauw zou het gezicht voor altijd mooi en jong houden. Zie ook Walen en het gebruik van dauw tegen wolven. Ook in andere landen en werelddelen is dauw gekoppeld aan deze periode. Zie ook Hercules en dauw op midzomerzonnewende.

In de bijbel vinden we de dauw terug in Isaiah (xxvi. 19). Het zou betekenen dat de dauw de magische eigenschap had om de doden tot leven te wekken. Zie ook 2 Koningen iv.39; "Dauw van kruiden".

De drie kruisdagen, de drie boetedagen voor Hemelvaart waarbij men bescherming afriep tegen bliksem, noodweer, aardbevingen, ziekte, hongersnood en oorlog. Ingevoerd door Sint Mamertus van Vienne ( zie 11 mei)

Op het eiland Texel dansten de jongeren om een groot vuur op de laatste april avond. Dit werd de Mei-blits genoemd. Het wilde feesten van de jongeren met veel eten en drank tijdens de drie dagen tot de vroege ochtend (het krieken van de dag) noemde men ook wel "kraeck".

Op 1 mei: Hemelvaartsdag (mei-dag)

Waarom was 1 mei zo'n speciale dag? Dit kwam omdat op 11 mei of op de uitgelopen middeleeuwse kalender op 1 mei, de honds-ster Sirius verdween in Nederland. Deze zou weer opkomen op 19 juli. Dit idee hadden wij ook van de Egyptenaren, zie de Egyptische kalender van Afrika.

Op 1 mei was symbolisch de winter voorbij. Daarom zingt men over het eieren leggen van de vogels in mei. Op deze dag richt men de meiboom op. Tegenwoordig is 1 mei de dag van de arbeid of eenheid en in veel landen een vrije dag. De naam "dauwtrappen" is een gebruik wat men tegenwoordig nog steeds in Nederland doet op Hemelvaartsdag. Men staat extra vroeg op om te wandelen. Vroeger liep men dan op het bedauwde gras (op blote voeten) wat goed was tegen ziekten, tegenwoordig wandelt men voor het plezier met een groep mensen. Zie de vorige avond. Zie Walen. Het hele dorp werd met bloemen verziers ook heggen en bogen met gouden en zilveren lovers.

In Lage Zwaluwe en op andere plaatsen stonden de jongens vroeg op om groene takken op het dak van hun geliefde te plaatsen (een boompje opzetten). De meisjes sprongen vroeg uit bed om te zien of er een groene tak, dorre tak
of stropop op het dak stond. Soms haalden de jongens in de nacht de vogelverschrikkers uit de tuinen en plaatsten die in lompen aangekleed op de daken van onwillige en oude vrijsters (negatief en spottend bedoeld). Dit zou ook een oud gebruik zijn bekend bij de Romeinen (zie Ovidius)

Luilakdag; niet-Christelijk feest werd later gevierd op de zaterdag voor Pinksteren (vroeger ook op vrijdag of op zondag voor Pinksteren). Langslapers (die na negen uur buiten kwamen) worden bespot en wakker gemaakt soms al op vrijdag, vaak door jongens/ kinderen (meestal weesjongens) die s' morgens vroeg met veel lawaai langs de huizen trekken. Ze beukten op deuren en ramen. Of de luilak moet trakteren of de luilakken zijn de namen van groene takken. Verder viert men in mei ook luilakken-dag; kinderen moeten de mensen s' morgens met luid kabaal wakker maken. Als ze doorslapen hingen ze brandnetels, en dode ratten aan de deur (bel). Ook kadavers van katten honden of varkens werden aan raam of deur gehangen. Ze bonden deurknoppen aan elkaar vast zodat ze niet gemakkelijk meer buiten konden komen. Ze gooiden met stenen op de huizen en brachten verniellingen aan. Kwam hij naar buiten, dan werd hij met brandnetels geslagen. (Waarschijnlijk is dit een oud gebruik). Hij kreeg een krans van gras en brandnetels om de nek gehangen en werd door de straten geleid. Ook moest de luilak trakteren op luilakbollen of andere zoetigheid. De brandnetel wordt ook wel pinksterbloem genoemd. (In Zweden gevierd op 27 juli). Op Luilakdag hield men in Nederland bloemenmarkten (Lustwarandemarkt in Haarlem). Men draaide wafels en kocht gouden torren. Zo werd luilak ook wel Klisseboer genoemd. Klissen betekent; "betrappen of aanhouden". In sommige plaatsen gingen de jongeren brandstapels of barricades maken op drukke verkeerswegen en straatlantaarns uitschakelen. Ook feestvuren, optochten en tochten met kleine wagentjes (korries) waarop de luilak werd gezet. Dit werd later allemaal verboden. Zie ook St. Thomasdag 21 dec, Onnozele kinderen 28 dec. en Grapjesdag 1 april.

In Nederland kent men het lied van "Broeder Jacob slaapt gij nog" (zie de heilige Jacobus op 3 mei hieronder) ofwel; "vader Jacob, vader jacob, slaapt gij nog, slaapt gij nog, alle klokken luiden, alle klokken luiden, bim bam bom, bim bam bom".

LuieMotte: werd gevierd op 1 mei in Genemuiden en is hetzelfde als Luilakdag. Kinderen werden in nachthemd of pyama op een ladder gezet versierd met bloemen omdat ze te lang hadden uitgeslapen door andere kinderen. Zo werden ze ten schande gezet. Wellicht werd men vroeger zelfs in de meiboom gezet maar meestal werd de luilak uitverkoren en verkleed als de groene man (Hercules figuur) zelf (zie Duitsland).

Pinksterkoe: In Coevoorden keken de jongeren op de ochtend van de eerste pinksterdag naar de koe die als laatste de stadspoort uitging naar de weide. Dit was de luie koe en tevens uitverkorene. In de avond kreeg de koe pinksterbloemen als versieringen. Ze brachten haar binnen de stad onder het zingen van: "Pinksterbroed, oranjezoet. Hoe zit je zoo diep in de veere. Had je eerder opgestaan, dan had je geen nood gekregen. Dus deze werd verkozen tot meikoe en geofferd.

1 mei: Sint Walricus/ Walrick/ Walarik (Frans: Valéry). Franse heilige bekeerd door de leer van sint Columbanus (23 november). Bekeerder en omhakker van heilige bomen. Tevens feestdag op 1 april en op 12 december in Amiens. Patroon van de schippers. In het Gelderse Overasselt zou een zomereik als Koortsboom staan ter ere van sint Walrick en later sint Willibrord. Pelgrims gingen naar de Sint Walrickkapel (Zou opgericht zijn door Karel de Grote zelf nadat hij 777 lapjes in de boom gehangen zou hebben) op de vrijdagen in de vastenperiode en op tweede Paas- en Pinksterdag.

De ontsteking van lymfeklieren in de nek (door het drinken van besmette melk) werd ook "koningszeer" genoemd omdat de heilige Marcoen of Marculphus (Frans: Saint-Marcoul of Saint-Marcouf) uit Normandië (gedenkdag 1 mei) de ziekte door handoplegging zou kunnen genezen. Later zou hij deze gave door hebben gegeven aan de Franse koning Childebert I en zijn nazaten Hij was de zoon van Clovis I. Zijn zus genaamd Clothilde evenals zijn moeder die tot heilige is uitgeroepen.

Op 1 mei werd de schepenenklok van het stadsbestuur die de aanvang van de rechtszitting aangaf, geluid om half acht als die dag op een onthoudingsdag (visdag) viel. Maar om 7 uur als die dag een niet-onthoudingsdag (vleesdag) was.

In de middeleeuwen ging de jager met zijn groengesierde boog op jacht. De meiboom werd behangen met groene festoenen en goud- en zilveren papieren lovertjes. Hierop stonden
teksten geschreven. Voor overledenen en begunstigers, armen voor de rijken, scholieren voor hun onderwijzers en kinderen voor ouders en minnaars voor hunne minnaressen. Men dronk ook de zogenaamde meidrank. Jongeren stuurden elkaar mei-giften en bloemen en zongen meiliederen. De vrijsters (huwbare meisjes) droegen witte gewaden. Rond de boom en in de avond danstte men in de straten met muziek.

De wachters van de Staten van Holland en Westfriesland kregen op 1 mei nieuwe wapenuitrustingen en uniformen geschonken. Pages en lakeien van de Prins van Oranje kregen nieuwe uniformen.

Meikoopdagen: In Zeeland werden verkopen en verpachtingen van boerderijen geregeld in mei. Degene die een bod deed stak een kaars aan (barnende keerse: brandende kaars), of soms een pijp. Was deze opgebrand, dan kon men niet meer bieden. In Drenthe gingen de boerenpachters op 1 mei in hun boerderij wonen.

Middeleeuwse kalender 1 mei: 2 heiligen aan weerszijde van een boom. Wellicht apostel Jakobus, zoon van Alphäus , ofwel Jakobus de jongere. En apostel Philippus (later samen verplaatst naar 3 mei). Merkstaaf/primstav: boom met bovenop de vogel. Volgens de Noren zou deze dag gewijd zijn aan de gauk: koekoek (Cuculus canorus). Ook een voorjaarsvogel.

Apostel Jakobus de mindere/ jongere . Hij zou een broer zijn van Jezus en precies op hem lijken. Zijn attributen zijn een vaan, het boek en de staf. Deze Jacobus staat voor de lente/ zaai de andere Jacobus voor de oogst op 25 juli. In Drenthe werd Sint Jacobus: Sunt Jobk genoemd. Het land, voor de nieuwe verhuisde pachters (op 1 mei), werd oogstbloot geleverd op deze dag . Vaak was de winterrogge al wel hierop gezaaid en de nieuw huurder kon dan de rogge niet oogsten. Als vergoeding kreeg hij van elke akker de derde garve (de schoof, die normaal aan de eigenaar toebehoorde). Hij was verplicht om ditzelfde te doen voor zijn opvolger als hij ging verhuizen.

Apostel Filippus. Hij was tegen de verering van de god Mars. De proconsul van Hierapolus was kwaad en liet Filippus, zijn zus Mariamne en zijn gezel Bartholomeüs martelen. De twee mannen werden ondersteboven gekruisigd, terwijl Filippus bleef prediken. Dit had tot gevolg dat de menigte Bartholomeüs bevrijdde van het kruis, maar Filippus drong aan hem te laten hangen en stierf zo de kruisdood. Maar Filippus zou ook verplaatst zijn van 1 en 11 mei naar 3 mei. Attributen: ang (meestal T-vormig) kruis, brood en vis, Marsbeeldje, draak, slang, boek of rol (met de tekst descendit ad inferna, "hij daalde af in de hel"). Bartolomeüs of Bartholomeus (Hebreeuws: בר־תלמי, Bar-Tôlmay, "zoon van Tolmai" of "zoon van de ploegvoren". In 1515 werden eveneens relieken van de heilige overgebracht naar de Sint-Bartholomeuskerk van Geraardsbergen. Sindsdien is er ieder jaar een grote ommegang in de stad, de zogenaamde Processie van Plaisance, op de zondag na 24 augustus, feestdag van de heilige.






Meiboom/ midzomerboom en krans; Op 1 mei of de avond ervoor werd de meiboom/ pinksterboom opgericht (symbolisch geplant). Vaak door een meigilde van huwbare jonge mannen: "De Junkheit". Meestal op een centrale plaats van het dorpsplein, later op het kerkplein. De onderzijde werd van takken ontdaan en versierd met slingers van eieren, bloemkransen, kleurige linten, vruchten, flessen, blikken, worsten, cakes, vlaggen en eventueel een meidoorntak. Het plaatsen van versiering bovenop de boom noemde men ook; "De boom kronen". Bovenin werd soms een hemelvogel geplaatst. De boom en of de kransen op de boom werden na het feest verbrand vaak pas tijdens de zomerzonnewende in juni of het jaar erna op de volgende meidag. De meiboom wordt nog steeds in sommige landen opgericht vooral in Duitsland en Oostenrijk (zie de foto van de moderne meiboom). In Nederland vinden we de meiboom terug op Pinksterzondag in Limburg; In Banholt-Terhorst en Noorbeek.  In Banholt-Terhorst blijft de oude meiboom het hele jaar staan om het dorp te beschermen (een dennenboom met vlag in de top).

In de middeleeuwen stond er op de vlag vaak een nationalistische spreuk in het Latijn. Men versierd de kerk en het plein. En de boom wordt eerst omgeduwd door "De Junkheit"; een groep van ongetrouwde jonge mannen. Hierna eten ze traditioneel eieren en spek bij de pastoor (denk aan het kiesliedje; bim bam beieren want vroeger werd dit bij de huizen opgehaald). Dan komen de "kapmannetjes"/ "kapmannekes de sherpe alsch" (bijlemannen) die de boom omkappen in het bos. De boom wordt gelegd op een wagen getrokken door versierde paarden. Een man (kapitein van de Junkheit) zit op de stam en draagt de vlag. Soms rijden meerdere op de stam. Ook houdt men dan een processie (De Bronk). Voor de kerk wordt de boom opgezet in een aantal uren. Voor de dorpen is het ook een wedstrijd wie de hoogste boom heeft. De traditie is later gekoppeld aan de heilige Sint Gerlachus van Houthem (feestdag 5 januari). De boom werd in 1881 Sint Gierlingsboom of Sint Gerlachusden genoemd. Deze mythische man was een ridder die streed in een toernooi. Hij ging 7 jaar naar Jeruzalem. Later werd hij een monnik en kluizenaar die zou leven in een holle eik. Hij ging ook wonderen verrichten zoals het water van de bron 3 keer in wijn veranderen en mensen genezen. Jaloerse monniken zouden kwaad over hem zijn gaan spreken en de Bisschop hebben geadviseerd om zijn eik om te hakken want daar zou zich een schat onder bevinden. De eik werd gekapt en niets werd gevonden, de Bisschop had daar later spijt van. Hij werd beschermheilige van vee, veld en gewassen.

Na het opzetten van de boom ontstak men vuren en de jongens en meisjes dansten rond de boom tot  diep in de nacht. Ze zongen meiliederen. Zo konden ze de juiste partnerkeuze maken. In de nacht plantten de jongens een klein meiboompje voor et huis van hun geliefde. Een dennetak was een liefdesverklaring, een kersetak betekende dat hij niet van haar op aan kon.

Op koekplanken weergegeven als; levensboom met haan, rad en zesster.

De meiboom stelt de hemelboom voor en is vertegenwoordigd in het sterrenbeeld van de Plejaden, in de periode van Stier. Deze boom vormt de verbinding tussen hemel, aarde en onderwereld. Het omhakken van de meiboom zien we tijdens het feest van de held en de Draak en het planten van deze boom staat voor de bevruchting (De boom stelt de man voor en het gat, de vrouw. Deze gedachte komt overal ter wereld voor en wordt ook op deze manier in vrijwel alle culturen en in deze periode gevierd. Tevens is het van oudsher een gebruik (zeker in Afrika) om een boom te planten bij de geboorte (geboorteboom). De nageboorte en navelstreng en soms ook de eerste geknipte haren en nagels werden bij de boom begraven. Men geloofde dat de boom de tweede ziel was van het kind, een soort beschermengel. Niemand mocht de boom aanraken of fruit er van eten. De boom werd gemerkt door een ring om de stam of een steen erin te plaatsen. Men keek of de boom snel en goed groeide zo zou het ook met het kind gaan. Daarom werd de boom goed verzorgt. Wellicht dat deze boom geplant werd in een speciaal heilig bos. Sommige bomen waren verbonden aan een familie of aan een groep. Een vallende tak zou een dood voorspellen en een tak die snel aangroeide een geboorte.

Dans van de Zevensprong: Men danste rond een oude boom ( bij voorkeur een heilige eiken- of lindeboom). Hieromheen maakte men zeven kuiltjes. Daarna moest men met de hand aan de boom, zeven maal om de stam heen springen, hierbij de kuiltjes met de voet aanraken. Als dit lukte kreeg men geluk en zeven extra levensjaren. Wellicht deed men vroeger een soort voorzaai rond de boom voor het echte zaaien begon. Vroeger geloofde men dat een mensenleven uit 63 jaren bestond (7 x 9). Vanaf 63 jaar moest men oppassen. Later ging men zonder de boom dansen met stampen en beurtelings de grond aanraken met eerst de knieën, dan de ellebogen en als laatste de neus. Vervolgens terug in omgekeerde volgorde. Soms begroef men ook geld, sieraden of andere dingen bij de boom om te genezen van een bepaalde ziekte. Zie ook het liedje van "zakdoekje leggen".

Op Pinksteren voerden de Rederijkers in 1590 het spel op van Eleazar Makkabeüs uit de Bijbel: Mak 6/7. Over een moeder met 7 zonen. Bij de spelen hield men ook vaak loterijen (zie het rad).

3 mei: Pinksterdrie (dinsdag na Pinksteren)

+ Het kerkelijk feest van het kruis. Volgens de kerk zou Helena ook hier een kruis hebben gevonden. Op de middeleeuwse kalender en op de merkstaaf/primstaf vinden we een kruis. (Noors: krossmesse/ krossvår).

Het schieten van de hemelvogel uit de boom: werd gedaan op de ochtend van de maandag of dinsdag na Pinksteren. Door de kerk werd hiervoor een duif gekozen, waarna de markt of kermis volgde. Vroeger hield men ook wedstrijden waarbij men moest rennen of rijden naar de meiboom en de winnaar een rode doek kreeg van een jonge vrouw.

Germanen/ Kelten: Men dacht dat onder de bast van de boom boze geesten zaten. Daarom werd de bast spiraal­vormig afgeschild. Bovenop stond een levende vogel; hoender, duif, eend of gans als symbool van de wintervogel/ hemelvogel (iedere stam of volk had zijn eigen vogel).

Vooral de kwartel was belangrijk. Men zegt dat hoe vaak en hard de kwartel in de lente schreeuwt over de velden in de lente, men kon voorspellen hoe goed het graan ging groeien (Dit dacht men in Frankrijk, Zwitserland en Toscane). De kwartel legt zijn eieren ook op de grond tussen het graan. De kwartel is een trekvogel en werd ook beschouwd als hemelvogel en brenger van de lente (en vertrekt met de herfst). De kwartel was voor de invoering van de haan door de Romeinen belangrijker voor Europa. In Saksisch Transsylvanië, Oostenrijks Silezië, Frankrijk kende men ook nog de oogstkwartel (zie de oogstfeesten). De kwartel stond voor de geest/ vruchtbaarheid van het graan. Vooral hoenderachtigen zouden gevoelig zijn voor de Plejaden. Ze gaan hoger zitten (op stok) als de Plejaden rijzen.

De groene kransen die de boom versieren stellen het zonnerad voor, in de lente werd deze rondgedragen of een berg opgerold om de zon bij haar nieuwe omloop weer op gang te helpen. De boom werd versierd door vrouwen. Tijdens het feest dansten ze onder de boom en hielden orgieën om het land vruchtbaar te maken en om kinderen te krijgen. De samenkomst met diverse stammen was daar een goede gelegenheid voor en gaf een sterk nageslacht (door vermenging van DNA). Men geloofde ook dat de zielen van ongeboren kinderen sneller zouden worden worden ontvangen via de boom op deze heilige plaats (Plejaden).

MIDDELEEUWEN De meiboom was de voorbode van het feest in de lente. Later werd er een versierde ring of spiraal geschilde palmpaasstok gebruikt. Verder werd de meiboom versierd met groene kransen.

Bovenin de boom, in een vaatje of mand werd een haan gehangen (door de Romeinen ingevoerd, maar vroeger leefde in Nederland ook de auerhoen), zoals de Frigische Priesters (Galli; hanen, van de haan; "gallus") van Attis en Cybele uit Antatolië/ Turkije) en op de dwars stokken werden vogels vastgemaakt. De haan (vaak gestolen) moest de meimaand inkraaien en de vogels werden doodgeschoten als sport op Pinkstermaandag. Hiervan werd een feestmaaltijd bereid. De haan stond voor vruchtbaarheid. De schutterskoning van het voorgaande jaar mag als eerste schieten en daarna komt een lagere in rang. Degene die de vogel als laatste eruit schiet is de nieuwe schutterskoning en deze kreeg een gratis maaltijd en bovendien een nieuwe hoed. Maar hij moest ook weer bier aan de schutterij terugbetalen. Deelnemers buiten de schuttersgilde moesten betalen om mee te mogen doen aan het schieten. De latere papegaai werd ook graag gebruikt als schuttersvogel door de edelen en werd een koningsvogel genoemd. Bovenop stond later een papieren, houten of broden vogel.

Op het eiland Schiermonnikoog zijn nog wat oude gebruiken bewaard; het Kallemooifeest. In de nacht voor Pinksteren werd een bepaalde haan gestolen (besloten door de Kallemooicommissie). Daarna werd de haan met eten in een mand opgehangen in de Kallemooiboom. Zijn taak was om zoveel mogelijk te kraaien (hiervoor zou hij drank in zijn eten hebben gekregen). Dinsdag na Pinksteren werd de mand met haan weer na beneden gehaald. In latere tijd werd de haan vrijgelaten op Pinksterdrie.

Vroeger werd de haan dronken gevoerd en met slingers versierd en opgehangen boven de bruiloftsmaaltijd. Als symbool van vruchtbaarheid en ter verdrijving van boze geesten.

De haan is een symbool van kracht (en ook van de godin). Samen met de neushoornvogel werden ze gezien als de hemelvogel , van de herfst in Oost Azië (China, Borneo en Maleisië). Verbonden met bovenwereld, goud, adel en de zon. Op Bali offert men deze dieren. De Iban-Dayak van Maleisië, geloofden dat hun vooroudergod de neushoornvogel Sengalong Burong was. Men kent ook de Oogsthaan (zie oogstpop bij de oogstfeesten). De haan werd dan als geest van het gewas gezien. Hij gaf het nieuwe graan vruchtbaarheid.

Een papegaai was voorbehouden aan de rijken als huisdier omdat hij van verre werd ingevoerd. Maar hij werd ook wantrouwig bekeken omdat hij zijn spraakvermogen wel eens van de duivel gekregen zou hebben. In het oosten beschouwde men de papegaai als slimme vogel en de uil als dom. Het kan zijn dat hij in de rijke steden soms als schuttersvogel kan zijn gebruikt. In andere landen wordt in plaats van een haan ook een kleine tak gebruikt. Dit werd dan de Meikroon/ Pinksterkroon of hoed genoemd. Jonge mannen moesten deze als eerste uit de boom zien te bemachtigen en werden dan als meikoning gekroond. In Estland is de hoed de herdershoed die op de herdersstaf geplaatst word. De herdersstaf stelt dan de meiboom voor.

Dansen om de Pinksterkroon of Pinksterhoed: Dit stamt af van het dansen rond de meiboom. Hoge staken waarop hoepels zijn bevestigd of een hoepel of krans die wordt opgehangen ,versierd met bloemen of als grote kroon. Hier vanaf liepen slingers van bloemen of gekleurd papieren linten. Hieromheen en onder werd dan gedanst en gezongen. Vaak ging dit gepaard met veel springen en lawaai en werd in 1679 in Deventer verboden waarna het ook in vele andere steden niet meer werd gedaan.

Veel niet-christelijke activiteiten zijn aan Pinksteren gekoppeld bv.; kermissen, markten, veemarkten, schuttersfeesten, wedstrijden bv. ringrijden en stierenvechten. Koekhappen. Processies en bedevaarten; deze werden op pinkstermaandag en vaak op Pinksterdrie (dinsdag) gehouden of op de tweede dinsdag in mei. Later werd dit feest gekoppeld aan de bevrijding van de Spanjaarden in Nederland in 1576. Middeleeuwse spelen: Gansrijden (waarbij men de ganzenkop er af moest trekken), zwijnsknuppelen of katknuppelen. Bij het katknuppelen hing men bijvoorbeeld een ton op met een kat er in, die met een knuppel kapotgegooid moest worden. Ook hing men we een haan op in een oude bijenkorf.

Het ringrijden was nog niet zo gemakkelijk want men moest in volle galop te paard en zonder zadel een stok in een kleine opgehangen ring proberen te krijgen. Dit gaat terug op de riddertijd waarbij de ridder met zijn lans drie keer door een ring moest steken. Hierna werd hij gehuldigd door de jonkvrouw.De winnaar kon kostbare prijzen winnen zoals gouden of zilveren ringen, schorthaken en machetknopen. De verliezer kreeg een reuzen pollepel van hout. Hij moest een rondje op jenever of brandewijn trakteren. In de noordelijke provincies werd er ook op de ring gereden met een sjees. De man moest mennen en de vrouw ernaast ging de ring steken.

-Mei-bruidegom/-koning/ Pinksterbruidegom/ Pinksterbloem/ Pinksterhaan

Later; jongen in witte kleding met een hoge spitse muts die was versierd met vlaggetjes van klatergoud. Hij was degene die de vogel schoot in de meiboom en werd tot koning gekroond. Ter zijn ere werd muziek gemaakt en met de vendels gezwaaid. Al dan niet met echte kroon of de grote meikroon als symbool. De koning krijgt het zogenaamde ‘Span’of ‘Gespan’ omgehangen. Dit was een zilveren schild met vogel en eventueel meerdere zilveren voorwerpen. (Van oorsprong misschien ook dierlijke amuletten) Het was ook de bedoeling dat deze borstversiering kon rinkelen tijdens het lopen door middel van plaatjes, munten of bellen. Vaak mocht hij de Mei/ Pinksterbruid kiezen en dan hielden ze samen een paradetocht. Dit deed hij door zijn bloemenkrans (meiken) naar het meisje van zijn keuze te werpen. Pinksterbruid en bruidegom werden versierd met groen en bloemen, maar ook met zilver, want hoe rijker de tooi, hoe vruchtbaarder het jaar zou zijn. Versierd met groen, papier, uitgeblazen eieren en bloemen. Tevens deelde men broden uit aan de armen op kruispunten bij de velden. Op de kruispunten richtte men ook hagelkruisen op. Hoge masten met een dwarslat en soms een houten haan om het graan te beschermen tegen de hagel.

De jongens verkochten op straat de hanenkollen; De zoete bolletjes waarop het jonge riet groeit.

-Mei-bruid/-maagd/ koningin/ Pinksterbruid/ Pinksterbloem;

Zij kon soms ook een slechte kant hebben als wintergodin en dan werd zij symbolisch verkocht.

Later; jong meisje in witte jurk trok zingend langs de huizen evt. samen met andere kinderen (in wit geklede maagden). Van de boeren werd verwacht dat zij gul al hun glanzende goud en zilveren voorwerpen afstonden of uitleenden aan het meisje gaven (en ook wat lekkers). Hiermee werd zij versierd en met bladeren en bloemen en een meitak. Daarna maakte zij een rondgang langs de huizen en toonde zij al ronddraaiend (oud gebruik) haar bellen en sieraden etc. (Soms was ze zo zwaar geworden dat ze gedragen moest worden op een draagstel of burrie). Men geloofde dat hoe rijker de pinksterbruid was uitgedost, hoe rijker de komende oogst zou zijn. In de Achterhoek van Nederland werd een meisje opgehaald door haar bruidegom in een wagen met een symbolisch bruidsbed en spinnewiel om werkelijk te trouwen. Hierbij nemen ze ook vele langs de deuren opgehaalde spullen, melk en eten mee en zelfs een versierde bruidskoe wordt meegenomen. Ook brandhout voor een groot vuur. Onderweg wordt de weg versperd met een touw of andere zaken en moeten ze betalen om door te gaan. Het liedje van "Wie zal dat betalen? Zoete lieve Gerritje en zoete lieve Meid" werd hierbij gezongen. De bruidegom rooft dus symbolisch de bruid mee en betaalde hiermee aan de ouders. In het huis van de bruidegom werd symbolisch het bruidsbed opgemaakt waarna het als spel door de familie van de bruid telkens werd afgehaald. Op het einde van de week erop volgt pas de officiële bruiloft. Deze wordt vrolijk aangekondigd door een bode bij de familie. In Veel landen werd het jonge meisje vervangen door een pop of men kleedde een kleine boom aan als een bruid en ging ermee rond. Omdat  de stoet erg groot werd en uitbundig feest ging vieren met dronkenschap. En de liederen die gezongen werden te lichtzinning (seksueel) van aard waren werd de rondgang verboden in 1612 in Amsterdam en in de andere plaatsen tot 1700.

In Leiden en andere plaatsen in de late middeleeuwen: Gaf men op tweede Pinksterdag de wezen, Pinksterbloemzangsters, een koekje met een stuiver. Somskregen ze ook Duvekaters zoals met Nieuwjaar en het Paasfeest. De bloemen werden vervangen door een papieren versiering.

Noord Germanen: Aan de meikoning en koningin moest men offers geven. De vrouwen werden vaak ritueel in het water gegooid (zie spelevaren). Er werd ook een speciale mannendans/ offerdans/ zonneraddans gehouden. (Zie het liedje van de zevensprong).

Kermis: Deze werd vroeger 'Wildemarkt' genoemd. Deze naam verwijst naar het wilde spel van Joris en de draak waarbij ook wilden (Hercules figuren rondliepen), vaak ook gevierd op 3 mei of later. Vroeger kon deze kermis heel lang duren en wel tot 25 juni (tot de zomerzonnewende). Tijdens de Kermis of Foor werd er ook toneelspel opgevoerd. In sommige plaatsen werd tijdens de kermis de jaarrekening betaald hierdoor werden de armen niet vergeten en werd er ook aan hen eten uitgedeeld. Oude kermisspelen: palingtrekken, ganstrekken (kop moest men eraf trekken), katknuppelen, katbranden. Hondenwerpen.  Dit werd later verboden.

3 mei is de dag van Ansfried/ Ansfridus/ Aufridus/ Ansfried de jongere (zogenaamde zoon van Lambertus, zie herfst). Een heel bijzondere man en overal vereerd (In Luik en Aken). Hij zou kloosters hebben gesticht. Onder andere die in Thorn in Limburg. En HoHorst in Leusden en de HoHorst (van Sint-Vitus) in Gladbach. Graaf van Hoei, ridder, wijze monnik en later zelfs bisschop van Utrecht. Hij huwde met Hereswint/ Hilsondis/ Hilsuïndis/ Hildewaris/ Hereswijt/ Hilvaren/. Samen zouden ze de abdij van Thorn hebben gesticht. Later zou hij blind zijn geworden (wat hij niet erg leek te vinden) en zou op de HoHorst bij beek een monnikencel hebben gebouwd (de Heiligenberg) bij Utrecht. Bekend als genezer. Zijn dochter Benedicta wou dat haar vader begraven werd op de HoHorst en er brak oorlog uit over het relikwie van zijn lichaam. Uiteindelijk zou hij in de Dom van Utrecht zijn begraven. Zie ook de Strijensage.

Spelevaren: Men ging in bootjes varen op de rivieren en grachten waarbij men liederen zong en men elkaar de liefde verklaarde. Een ander gebruik was het dat de jongen zijn liefde naar de zee droeg en in het water bracht tot even boven haar laarsjes. Hierna werd ze ingezouten met fijn duinzand. Als ze hieraan toegaf betekende dat ze een gewillige bruid zou worden.

4 mei (Orthodox)/ 2 juni: Erasmus van Formiae. Ook bekend als sint Elmo/ Eramo van het Sint Elmo's vuur (bliksem). Hij was praktisch niet te doden. Al zijn tanden zijn uit zijn mond getrokken, hij werd op een windas (kruisteken) gelegd en zijn darmen zouden eruit zijn getrokken en daarom zijn dit zijn attributen. Een ander attribuut is de raaf. Hij is een van de 14 noodhelpers.

6 mei: Apostel Johannes (Oudgrieks: Ἰωάννης, afgeleid van het Hebreeuwse יוחנן, Jochanan, "JHWH heeft genade getoond"). Ook op 27 december vereerd. Attributen: Adelaar, boek (als Evangelist), slang in een kelk.

12 mei: Cyriacus. Hij werd ook wel Judas genoemd en zijn naamgenoten worden ook rond deze datum vereerd. Hij zou een prinses hebben bevrijd van de duivel en daarom wordt hij afgebeeld met een duivel. In het najaar zou hij worden onthoofd (8 aug/ 28 oktober). Hij is een van de 14 noodhelpers.

1 oktober was gewijd aan Sint Bavo van Gent. Geboren als Allowin of Adlowinus van een zeer opvallende heilige familie. Zijn moeder was Ida van Nijvel. Ook Itta of Iduberga genoemd (8 mei). Ze zou de abdij van Nijvel gesticht hebben. Zijn vader was Pepijn van Landen/ De oudere Pépin le-Vieux (Hofmeier, hoofd van het koninklijk hof). Broer van Gertrudis van Nijvel/ Geertrui/ Gertrud/ Limburgs: Truuj (17 maart). Zie ook Geertruidenberg. De tweede abdis was haar nicht Wilfetrudis (30 november). Broer van vrouwelijke Begga (17 december) van wie haar man Ansegisel (tevens hofmeier) overleed. Broer van Grimoald die werd verbannen naar Ierland. Zie ook de Amanduskerk te Wezeren in Vlaams-Brabant. Zie ook 10 oktober de dag van Sint Bavo/ Sint Baaf.

8 mei (en 20 mei: overgang naar sterrenbeeld Tweelingen) Ida van Nijvel, ook Itta of Iduberga genoemd. (Valt tijdens het feest van de doden, Lemures). Ze zou gezien worden als afstammeling van waldrade, koningin van de Franken. Of zou daar aan verbonden zijn. Ida is een belangrijk persoon in de kerstening (zie 17maart) met haar dochter Geertruid. Ze zou het klooster in Nijvel hebben gesticht. Ida als heilige berg komt voor op 2 godenbergen. De hoogste berg van Kreta van Zeus en Rhea en de berg in Anatolië bij Troje, van Cybele en de 3 godinnen. (Beschermster tegen huidziekten en tandpijn).

8 of 9 mei, Sint Macharius, weerheilige (zie Mercurius). Nieuwe weerheilige. Aan de pest zou een einde komen als hijzelf en zijn gezellen zouden sterven. Op Witte donderdag op 10 april (of rond Pasen) zou hij zijn dood hebben gezien in een visioen en hebben aangekondigd waarna hij zich dus opofferde en stierf. Hij is verbonden met Sint Bavo van Gent van 1 oktober.

10 mei. Sint Job. weerheilige. Patroon tegen allerlei ziekten. In de bijbel zou Job worden gestraft voor zijn zonden. Hij staat in verband met het planten van bonen. De jongeren van rotterdam gingen zich uitleven op de dag van Sint Job op 9 of 10 mei in Schoonderloo (Schoorlo). Op de laatste dag op 28 april 1625 werd dit wilde feest ; schoorlokeren verboden.

11 mei staat in het teken van de heilige Walbertus. Zijn hele gezin, ook zijn dochter Waltrudis en zijn schoonzoon Vincentius werden vereerd als heilige rond deze Pinkstertijd omdat zij als voorbeeld dienden voor de eerste Frankische Adellijke die zich bekeerd zouden hebben. Hun namen en verhalen komen veel overeen met de oude gebruiken. Let ook op het woord "Wal" in de naam, zie boven. 11 mei werd ook wel Sint-Walburgisnacht genoemd op de kalender maar toen was het feest al 11 dagen uitgelopen.

11 mei: Sint Mamertus van Vienne. Staat in verband met Hilarius van 28 februari met wie hij ruzie zou hebben gehad over bisschop Marcellus. Hij voerde de drie kruisdagen in, de drie boetedagen voor Hemelvaart waarbij men bescherming afriep tegen bliksem, noodweer, aardbevingen, ziekte, hongersnood en oorlog. Zijn naam zou afstammen van het Franse "Mamma"; moederborst. Hij werd hierdoor ook heilige voor zogende moeders en minnen en aangeroepen tegen ziekten en droogte en ander onheil. Een van de drie ijsheiligen, nu zou er geen ijs en vorst meer zijn. Naast zijn staf en lamp draagt hij ook een rol opgerolde darm (want hij zou beschermen tegen ingewandenziekten).

11 mei: Sint Gangulfus/ Gangolf van Bourgondië. Oude Franse heilige en ridder met adellijke afkomst. Hij staat verband met de bron en overspel. Patroon van schoenmakers, genezer.

12 mei: In een oud kerkboek vinden we op 12 mei de dag van Cyriacus (zie Sint Joris en de draak), de dag van de heilige Afroditus, heilige Achilles en de heilige maagd Sother.

12 mei: Sint Pancras/ Pancreas (Sint Pancratius van Rome). Vroeger liet men het hoofd aan de mensenmenigte zien (zie de dubbele betekenis van onthoofding). Was ook een ijsheilige naast Sint Servatius, Sint Mamertus. Hij was nog een jongen van 14 toen hij de martelaarsdood stierf door het zwaard. Attributen; zwaard, palm en kroon. Een van de drie ijsheiligen. Soms noemde men 12 mei ook wel Sint-Pietersdag: Op deze dag zou het bijna zomer zijn.

Zomer: Tweede van de Quartertemperdagen (woensdag, vrijdag en zaterdag na Pinksteren) Van quattuor tempora: De vier jaargetijden. Katholieke kerkdagen van bezinning gebed en soms ook vasten.

13 mei IJsheiligen: Drievuldigheidsdag (zondag na Pinksteren)

Na deze datum zou er geen vorst meer optreden en was het veilig om gewassen te zaaien of planten. In de meeste landen houdt men een zaaiceremonie waarbij de zaden in de vier richtingen worden verspreid in moeder aarde. Voorbeeld: s' morgens vroeg verwijderde de boer 4 stroken turf verwijderen van de vier kwarten van het land. De priesters komen hierbij bidden waarna een offer wordt gegeven aan de grond in de vorm van voedsel, drinken, takjes (zaaitak, zie Pasen)en andere heilige stoffen zoals speciaal as en ook gewijd water. Dit zou de grond extra vruchtbaar maken. Hierna werd de grond weer toegedekt en sprak de boer een heilige zin of formule uit opdat het land vruchtbaar werd en het zaad zich snel zou vermeerderen en groeien. Zie hier ook weer het terugkomend thema van de Plejaden met de 4 richtingen.

Vooral aangebrandde takken en as van het feestvuur die in en over het veld werden gestoken/ gestrooid zouden de grond vruchtbaar maken. Dit was een oud prehistorisch algemeen gebruik.

Romeins 7-15 mei: Het feest van de Lemures waarbij men de overledenen eert. 14 mei hield men de Argei: De Vestaalse maagden gooiden biezen poppen in het water. 15 mei was gewijd aan Mercurius (Mercularis).

Middeleeuwen: Vroeger was deze dag ook allerzielen/ allerheiligen. Een dag waarop de doden geëerd werden. De kerk heeft deze dag weggehaald en men zou het alleen nog vieren op het tegenoverliggende 11 november (1 november) op de ronde kalender. Tevens was het de dag waarop men alle martelaren eert die gestorven zijn voor het geloof.

Op drievuldigheidszondag werden op een wagen door de stad getrokken 3 heiligen: Ter ere van Reinildis van Saintes (16 juli), samen met Grimoald/ Grimoald II, (16 sept, zoon van Ida of van Plectrudis) en Gondulfus van Maastricht/ Bettulfus (16 juli). (Zie ook Monulfus van Maastricht (16 juli)).

IJsheiligen: 3 grimmige nachtvorsten/ijsmannen die ervoor zorgen dat er in de lente plotselinge vorst optreed. Want bij kou rond half mei bloeit de meidoorn juist goed. Later veranderd in heiligen; Mamertus, Pancreas, Servaas (zie boven).

13 mei: Servatius van Maastricht/ Servaas. Een van de drie ijsheiligen. Heilige Bisschop uit het oosten soms weergegeven als kind in de familie van Jezus (met een aan de geboorte van Jezus gelijk verhaal). Hij kreeg de sleutel van de Apostel Petrus om de hemel te openen. Hij zou een bron hebben ontstaan, begeleid worden door een arend en wordt aangeroepen tegen ziekten. Ook werd hij afgebeeld met een verslagen draak aan zijn voet die hij gedood zou hebben met zijn staf (dit zou het verslagen Arianisme moeten voorstellen). Verder wordt hij afgebeeld met een engel en met klompen. De Arianen vonden dat een mens als Jezus niet kon geboren worden uit een God. Daarom werden ze door het Concilie van Nicea (onder Constantijn de Grote) beschouwd als ketters die uitgeroeid moesten worden. Als het weer nat en kil was bakte men spekpannenkoeken en offerde men een dozijn eieren om dit weer te behouden. Servaas werd ook wel de wijndief genoemd want na Servaas was het feest voorbij en het was zomer.

14 mei: Bonifatius van Tarsus (Bonifaas) van 25 februari: de vierde ijsheilige is er later bij bedacht en hoorde er eigenlijk niet bij. Daarom werd hij later verwijderd. Maar eigenlijk gaat het om zijn vrouw Aglaë, de weldoenster. Zij werd genoemd als 4e ijsheilige naast de anderen. Zie ook Sofia op 22 mei hieronder.

14 mei: Sint Corona (en Victor). Corona betekent krans en Victor betekent winnaar (zie Griekse feesten). Corona was een 16 jarig meisje en ze zou sterven door het "buigen van palmtakken". Ook vereerd op 24 november (orthodox 11 november). Haar vriend Victor zou de ogen uitgestoken zijn. In de kerk van Sint Corona in het dorp van Koppenwal in Duitsland is een gat in de steen waarop het altaar rust. Tijdens de dienst gingen de mensen door het gat kruipen en hoopten dat ze geen rugpijn zouden krijgen tijdens de oogst. Zie het gelijknamige sterrenbeeld Noorderkroon (bij Draak).

15 Mei: Sophia van Rome. In het Duits werd zij Sophie genoemd (Sofietje/ Sofia Iswibili). Zij werd ook de 4e ijsheilige genoemd als afsluiting van de ijsheiligen periode (daarom staat ze ook op 22 mei). Met een zwaard zou zij onthoofd zijn. Ze werd aangeroepen bij ziekten. Op 1 augustus en 17 september wordt ze ook vereerd. Ze is de moeder van de 3 heilige vrouwen; Fides, Spes en Caritas (geloof, hoop en liefde)(zie de 3 jaargetijden). Haar attributen zijn zwaard, palm en boek. Zie ook de kerk van Hagia Sophia: Ἁγία Σοφία „heilige Wijsheid" Turks: Ayasofya-i Kebir Camii kurz Ayasofya). Gebouwd in het centrum van de christelijke wereld.

Op de middeleeuwse kalender zien we op 15 mei een soort: 𓇳 zonne-symbool op een paal, bestaande uit een dubbele cirkel. Dit zien we ook terug op de merkstaaf/ primstaaf. Volgens de Noren zou het lijken op een molensteen/ maalsteen en gewijd zijn aan Sankt Hallvard. Een Noorse heilige Hallvard Vebjørnsson (ca. 1020–1043) van 15 mei. Volgens de legende werd Hallvard vermoord toen hij probeerde een vrouw te redden die ten onrechte werd vervolgd en klaagde over diefstal. Hallvard werd gedood met drie pijlen en doorzocht in de Drammensfjord met een molensteen om zijn nek. Na een tijdje schaamde het lijk zich. Toen was zijn huid net zo gezond en had de rieten tak die de steen om zijn nek bond, verse scheuten gekregen. Hallvard was de patroonheilige van Oslo, die nog steeds de drie pijlen en de molensteen als schild bidt. Ook vereerd in Noorwegen, IJsland en West-Zweden. In Oslo is 15 mei een feestdag met verschillende evenementen. St. Hallvard's Day is ook de datum voor de uitreiking van de St. Hallvard-medaille.

16 mei: Sint Vitus/ Guy zie 15 juni (zijn feest liep uit naar 28 juni op de oude kalender). 16 mei is 40 dagen voor de Zomerzonnewende/ Feest van Sint Jan op 24 juni en dus erg belangrijk voor de kalender. Sint Vitis draagt een beker met een haan of een leeuw. Bekend voor de wilde Sint Vitus dans. Een van de veertien heilige helpers. Beschermt tegen dierenaanvallen en te laat wakker worden. In Nederland kende men de jaarlijkse Sint Vitusmarkt.

-Zaaien en water: Vroeger maakte men de ploeger en zaaiers nat met water opdat het graan sneller groeide en genoeg regen kreeg. Dit deed men in verschillende landen. Men gooide water over hen of gooide ze zelfs in de vijver.

Heilig Sacramentsdag/ Corpus Christi/ Fronleichnam (Duits); 63 dagen na de paasdatum op een zondag/ de tweede donderdag na Pinksteren/ 10e dag na Pinksteren. Vaak gevierd met bloemenmozaïeken/ bloementapijten en processies. Jezus Christus geeft zich als brood en wijn en met name de hostie aan de gelovigen.

Nederland: In Boxmeer houdt men twee weken na Pinksteren de heilige Bloedprocessie ter ere van het bloed van Christus sinds 1400 na Christus. Dit ook ter ere dat Jezus Christus zich geeft als brood en wijn en de hostie aan de gelovigen. Deze Processie wordt ook "Vaart" genoemd en wordt begeleid door drie gilden en muziek.

18 mei: Erik IX Jedvardsson, koning van Zweden (1156-1160). Erik Jedvardsson werd vermoord op Hemelvaartsdag op 18 mei 1160. in de strijd na een mis in Östra Aros, in het huidige Uppsala. Erik werd vermoord door de Deense prins Magnus Henriksson, eiser van de troon van de moeder die afstamt van de familie stenkilska. Volgens de legende van de heiligen had Erik geweigerd in veiligheid te zitten, maar hij hoorde de mis tot het einde en werd toen aangevallen toen hij de kerk verliet. Zijn hoofd zou zijn afgehakt terwijl hij op de grond lag. Volgens de legende liep er een bron naar de plaats waar hij werd vermoord (waar wonderen zouden hebben plaatsgevonden)

Later als heilige vereerd (Niet heilig verklaard door de Paus). De lancering van Erik als heilige vond plaats tijdens het lange bewind van zijn zoon Knut Eriksson 1167-1195 / 96. Ook de orde van Saint Birgitta heeft voor zijn heilig verering een belangrijke rol gespeeld. Bekeerder van Finland. Ook vereerd op 19 januari bij de Hindersmässa: obstakelmis. Op de middeleeuwse kalender. Er is ook een St. Eriks källa: een bron.

Op de middeleeuwse kalender staat een soort 3 puntig blad , Esdoorn of ahorn (Acer)of Plataan (Platanus), (berenpoot?) Op de merkstaaf/primstav staat een bijl, zwaard of kroon.

22 mei bij Noors: Bjørnevòk, op de merkstaaf/primstaaf staat lijkt meer op een kroon met 5 punten. Dit vormt tevens de overgang naar de volgende periode. Noors: Bjørnevòk: Op de merkstaaf/primstav staat een berenpoot afdruk: bjørnefot. Dit werd genoemd bjarnvardsvaka/Bjarnvards messe. Bjarnvard zou gevierd worden op 20 mei. Ter ere van wellicht Bernhard/Bernardinus van Siena (1444) Er werden er vreugdevuren van de ijdelheden gehouden tijdens zijn preken waarin mensen werden aangespoord om alle voorwerpen van verleiding te verbranden. Hij was grondlegger van de Bernhard orde. Maar hij is een late heilige en heeft geen bijzondere attribuut. Later heeft men de dag gemerkt op 22 mei. De naam Bernhard zou afstammen van "bero" (Bär) (betekenis: Beer) en "hard" (betekenis: hard, sterk, moedig). De naam kan dus samengevat worden als sterk en/of moedig als een beer.

20 mei en de nacht van 21 mei (St. Constantijn en zijn moeder Helena: Agios Konstantínos kai Agia Eléni) zie Griekenland.

Plant en bloem: Elk volk kent zijn eigen hemelboom (zie het sterrenbeeld Plejaden). In Egypte veranderde de godin zich in de hemelboom. De Grieken kende godin Daphne die zich veranderde in een Laurierboom (na het boogschietconflict van Eros en Apollo). Let ook op de verwijzing naar de navel en de eenhoorn. In Israël staat het teken van de levensboom (Menora) bij godin Elatm (vrouw van Baäl) uit 1220 vChr. Koning Manasse van Juda (687-642 vChr) liet het beeld van godin Asjera (andere naam voor Elatm) in de tempel van Jeruzalem afbeelden als de levensboom. Zo zijn er beeldjes van drie vrouwen die dansen rond de boom Asjera uit Cyprus bekend (Replica in museum Oriëntalis, Nederland). Tevens werd ze afgebeeld met twee steenbokken. Het idee dat een hemelboom vrouwelijk was komt door de vergelijking van een boom vol fruit en een zwangere vrouw (Dit gold ook voor rijp graan of rijst). Voor meer hemelbomen zie Plejaden.

De meidoorn Crataegus laevigata (Crataegus oxyacantha) was een heilige boom bij vele volkeren en werd graag gebruikt als heg. Daarom heeft deze boom erg veel namen geweid aan Godin Maia en later aan de kerkelijke Maria. Bij de Grieken en Romeinen staat de boom in verband met het huwelijk. In de middeleeuwen ook speelkoren genoemd.De meitak wordt nog steeds op het huis geplaatst als het hoogste punt bereikt is of als het dak bedekt is waarna men soms een klein feestje houdt. Want de meidoorn zou bliksem en onheil afweren. Net als de hagedoorn, de wilde lijsterbes en de berk. Ook de Gewone Vogelkers (Prunus Padus L, familie van de roos) en alles met doorns en stekels zou het huis en de stal beschermen tegen het kwaad.

Noord Germanen: De meidoorntak staat voor vruchtbaarheid, hierin woont de goede huisgeest Tomtegub met zijn helpers (en deze weerde onheil af).

In Zweden werd elk jaar een levensgrote pop van een god (Frey(r) ?van vruchtbaarheid van dier en land en tweelingbroer van godin Freya) rond het land gereden in een wagen. Deze werd verzorgd door een mooi meisje die de vrouw van de god werd genoemd. Zij was ook zijn Priesteres in zijn tempel in Upsala. Mensen offerden aan hen als ze voorbij kwamen voor een vruchtbaar jaar. Volgens een verhaal zou een Noorweegse Gunnar Helming zichzelf zo uitgegeven hebben als de god Frey en zo rondgereden hebben. Ze kregen een kind en later ging hij er vandoor met zijn gezin en al het goud en zilver en de offers.

Verder kennen we ook de heilige Tamarisk boom/ struik. Bloeit rond mei. Voor de Egyptenaren heilig. Op de blaadjes verzamelt zich zout die kan worden geoogst. Tevens kan van het blad thee worden gemaakt. In de bijbel zou Abraham deze boom hebben aangeplant. In de tempeltuin lag vaak een vijver met waterlelie (lotus) en werd omringd door papyrusplanten. Zie ook Plejadentuin onder het sterrenbeeld Plejaden.

Essenkruid (Dictamnus Albus). Ook wel vuurwerkplant of Engels: Burning-Bush (de brandende struik, vanuit het Hebreeuws: Seneh) of Dittany. bloeit vanaf mei. In Zuid Europa, Noord Afrika en Azië. Deze kan spontaan vlam vatten door de etherische olie. Zoals blauwe vlammetjes. Maar is ook aan te steken en kan spetteren als vuurwerk. Gebruikt als medicijn tegen diverse ziekten, antiseptisch, zou ook werken tegen reuma en malaria. De Romeinen koppelden deze plant aan de geit voor genezing. Plinius de Oudere zei dat als het hert geraakt werd door een pijl hij deze plant at om te genezen. Dus  erg belangrijk. Wellicht in de bijbel vergeleken met de brandende struik. In het boek van Exodus zou de struik staan
op Mount Horeb (de heilige berg) in verband met Mozes. Als we de struik vergelijken met de hemelboom is de naam Es (zie de boom) heel logisch.

Bloemen rond Pinksteren (in de koude middeleeuwen): de bekendste is natuurlijk de Pinksterbloem (Cardamine pratensis). Ook de Paardenbloem (Tarazacum Officinalis) begint nu met bloeien, eigenlijk niet echt geliefd door paarden maar wel door geiten en varkens maar het jonge blad was een welkome voorjaarsgroente. Scherpe boterbloem (Ranunculus acris) en het Madeliefje (Bellis perennis) was het symbool van de Babylonische godin Ishtar. Fluitenkruid of kikkerbloem (Anthriscus sylvestris) werd gebruikt om fluitjes van te maken en in Friesland werd dit kruid ook Pinksterbloem genoemd. Verder kennen we ook Lelietje-van-dalen of meibloem (Convallaria Majalis) (In Parijs is 1 mei naar deze bloem vernoemd) veel gebruikt in bruidsboeketten. Een andere meibloem was de Lievevrouwbedstro (Gallium Odoratum) door zijn bijzondere vorm van de blaadjes; 6-9 spakig wiel. Maar ook omdat het gebruikt werd in de kinderwieg (Walstro genoemd). Het kruid was een afweermiddel tegen ziekten en demonen en gewijd aan de godin Freya, later aan Maria. Dit kruid werd opnieuw gebruikt in juni om het huis te beschermen. Freerkens (1951) zou onderzoek gedaan hebben naar de antibiotische werking van Lievevrouwebedstro (asperula odorata). Wanneer deze geplukt
werd in de maand april (vroeger mei) was de werking groter van deze plant dan in andere maanden. Violier, gewijd aan de 3 godinnen. Waterviolier Hottonia palustrisi, water-pinksterbloem genoemd, bloeit in mei. Echte Koekoeksbloem: Silene flos-cuculi (Lychnis flos-cuculi), Fries: Kraneblom (naar de kraanvogel?), Engels: Ragged Robin (wilde Robin). Blauwe akelei werd in de middeleeuwen ook aangeduid als "korenaar" (en behorend bij de meifeesten).

Ook de fruitbomen bloeiden in de koude middeleeuwen pas met mei. Verder kennen we het Vergeet-mij-nietje (Myosotis). In het Grieks betekent het "muizenoortje". De dotterbloem (Caltha palustris) .In het Engels onder de naam: Meadow Bright, Marsh Marigold, Kingcup, May blob, cowslip, water dragon (waterdraak). De dotterbloem kunnen we ook vergelijken met de lotusbloem van de Plejaden.

Ook vierde men in België het Kersenbloemfeest van de kersenbomen die begin mei (nu in de tweede helft van april) gaan bloeien ter ere van de heilige Sint. Truiden. De boomgaarden worden gezegend en men houdt volksdansen.

Ook de Vijg (Ficus Carica) wordt rond de middellandse zee in oktober geoogst (en in mei). Vrijwel alle volkeren beschouwen deze als de meest heilige boom. Daarom stonden deze vruchten wellicht ook voor de "gouden appels" van de levensboom.  In India werd Boeddha verlicht onder de heilige Bodhiboom (soort vijg). In de Bijbel werd Adams naaktheid bedekt met een vijgenblad. De vruchten waren gewijd aan de Griekse god van de wijn: Dionysus (Romeinse god Bacchus) en aan zijn feesten ("Dionysia"). Gehouden vanaf 9 oktober maar ook in februari en mei. Tijdens dit feest in mei werden ook stierenvechten gehouden. Deze plant hoort bij de Moerbijfamilie (Moraceae). Voor de Romeinen was deze boom ook heilig zie het sterrenbeeld Tweelingen en de maand juli. Bij de Egyptenaren was de Sycamorevijg/ Vijgenmoerbij gewijd aan godin. Deze werden langs dodenwegen en in graftuinen en tempeltuinen geplant.

De Perzische koning at tijdens een ritueel vijgen, zure melk en de bladeren van de Terpentijnboom (Pistacia Terebinthus). Van de laatste plant werden veel dingen gemaakt zoals terpentine (dit deed men al 2000 vChr). De heilige boom Terebint werd ook beschreven in het oude testament en deze bloeit ook in het voorjaar met rode bloemen.

Een bijzondere boom is de Granaatappel: Punica granatum waarvan de vruchten werden geoogst vanaf half oktober. Deze boom werd al door de Egyptenaren gekweekt en is ook erg heilig bij vele volkeren. Vooral bij de Armeniërs want dit is hun nationale vrucht en tijdens de kerst eet ieder een granaatappel ("Norna"). Eigenlijk is dit geen appel maar een bessensoort. De boom bloeit drie keer per jaar en de vruchten verkleuren van geelwit naar rood (de wilde soort blijft geelwit). De vruchten van de eerste bloei in mei zijn het grootst en ze bevatten erg veel gezonde stoffen (anti-oxidanten). De vele vruchtjes in de harde schil (besjes) lijken op edelgesteentes (Granaten) en als de gedroogde vrucht op de grond valt schieten de zaden weg. Men zeg dat de vrucht 365 besjes bevat, een voor iedere dag. Ze zijn bijzonder gezond. De Griekse Godin Persephone had 6 zaden van de Granaatappel gegeten en moest daarvoor met de god Hades mee naar de onderwereld voor twee derde van het jaar (vanaf herfst). De granaatappel was een Koninklijke vrucht omdat het de eter een langer leven zou schenken en werd zelfs meegegeven als offergave aan de doden. Beren zijn ook dol op deze vruchten. Deze vrucht werd ook vergeleken als de vrucht van de heilige boom van het paradijs. Zie ook andere bomen in de volgende periode (dodenfeest).

In de warme tijd ging men de meidoorn (Crataegus Monogyna) gebruiken in deze feestmaand. Deze heilige boom was zeer geschikt als stekelige heg rond het weiland. Zo komt deze heg voor in vele mythen. De eerste christenen brachten hem in verband met Jozef van Arimathea (de geheime discipel van Jezus).

De "heidewachter" de Jeneverbes; Juniperus communis (gorsboom). Want de jeneverbes bloeide in mei. Zo kennen we ook de Juniperus sabina: De zevenboom. Het blad werd gebruikt om een abortus op te wekken. Verder als afweermiddel waarbij het werd verbrand om boze geesten te verdrijven (ook door de Thompson Indianen van Brits Columbia). Om vlees te roken. In de prehistorie werden de takjes al gebruikt als lont in de olielampen (sinds het Paleolithicum). Deze lont werd nog gebuikt tot in de middeleeuwen. Dus stond het tevens voor licht en vuur. De Egyptenaren gebruikten het jeneverbes olie van de naalden om de doden te mummificeren en als heilig geneesmiddel. De bessen worden gebruikt als keukenkruid en om jenever op smaak te brengen. Waarschijnlijk was de boom ook belangrijk bij de Mesopotamiërs. Zie ook de Griekse godin Medea, de tovenares en haar jeneverbes tak.

Wede: Isatis Tinctoria (Engels: Woad, Duits: Waid). Grieks: Isazo: glad maken, vrij van rimpels. Gebruikt tegen huidziekten. Tinctoria is "verfleverend". Het is de leverancier van de belangrijke blauwe kleurstof. Volgens Julius Caesar zouden de Britse krijgers hiermee zich beschilderd hebben en zo afschrikwekkend eruit hebben gezien. Het wedeblauw werd ook pastel genoemd, van de naam pasta. Blauw is in het noors/ zweeds en deens: blå. Dus kan wijzen op de letter P of B. Vanaf de 16 de eeuw werd het gedeeltelijk vervangen door dezelfde kleurstof uit de Indigoboom uit India .

In  mei ging men eekschillen: Hiebij haalde men de bast van het eikenhakhout. Bij voorkeur het achtjarig hout laat in mei het gemakkelijkste los. Dit werd gebruikt voor de leerlooierij.

----------

Periode van Ram (nu). In Nederland vieren we nog de kermisfeesten, in sommige dorpen hakt men hiervoor nog de meiboom om. Men doet soms nog aan vogelschieten in het teken van de schutterij. De Kermis is uitgegroeid met veel grote attracties. Sommige oude daarvan hebben nog een dubbelzinnige betekenis. Denk maar aan het reuzenrad, de kop van Jut, het spiegeldoolhof.

In deze tijd gaan de tulpen bloeien, de duiven koeren. De slangen zoals de adder en ringslang gaan paren. De Gierzwaluw keert terug, vastgesteld op 30 april (Apus Apus: pootloos, zie de paradijsvogel), andere namen: koninginnedagvogel, honderddagenvogel, duivelsvogel, torenzwaluw, paradijszwaluw .Begin mei: bloeit het meiklokje, gegeven als geschenk aan maagden en vrouwen. Luisteren naar de nachtegaal. De oeverloper is aan de waterkant. De meeste vogels hebben een nest of ei. Maar de slechtvalk en meerkoeten hebben al jongen. Er zijn ook jonge vossen. Gekrulde rabarber, lijsterbes en wilde kastanje bloeien. Soep van jonge brandneteltoppen. De meidoorn gaat bloeien en geeft aan dat het binnen 3 maanden oogsttijd is. De sojaboon en de hop groeien al snel (Hop reeds 7 voet hoog, verwijzing naar bier). Als de spotvogel terug is moest men bonen planten. De boer wou graag een koele en natte meimaand. De kwartel is te horen. De kwee-boom en de gouden regen bloeien. Rond 12 mei: Lammert de ooi (schaap), trekt de aal, verhuisd de boerenmeid en varen de schippers. Half mei. klaver bloeit, meeuwen komen al uit hun ei. Men luistert in het riet naar de karrekiet, tuinfluiter, zwartkop en probeert het komende landbouwseizoen te voorspellen. Smeerwortel bloeit. Het duinroosje gaat bloeien. De nachtegaal broed. Eind mei: De koekoek legt zijn ei in andermans nest. Brem en frambozen gaan bloeien. Katten gaan lawaai maken om te paren. Vele insecten ontpoppen. De meikevers, Melolontha melolontha, vliegen rond vanaf mei.  Het vergeet-mij-nietje bloeit. Paardenkastanje gaat bloeien.


Naar het volgende feest