Pasen (Eostre)                        >>

Hoogtepunt voorjaarsfeest     >> Pasen A

Dit werd gevierd op de eerste volle maan na de Lente equinox. Bij sommige volkeren viert men dit feest al op de Lente-equinox zelf. Later werd dit feest op 1 april vastgezet.

In de vroege prehistorie tijdens het sterrenbeeld Leeuw ging men op weg naar een heilige bron of rivier waar men zich verzamelde. Men vroeg daar de godin genezing, vruchtbaarheid en voorspoed. Het water op de ochtend na de volle maan had speciale krachten. Soms offerde men daartoe voorwerpen in het water. De jonge kinderen die al in het voorjaar waren geboren werden besprenkeld met het bronwater en ze kregen nu pas een officiële naam (werden nu levensvatbaar verklaard). Verder hield men spellen en probeerde men een partner te vinden. De jonge mannen boden de eerstgevonden eieren (rood beschilderd) van wilde vogels (sneeuwgors, later in mei; ooievaars/ kraanvogels) en hazen als cadeaus aan de jonge meisjes. De eieren zijn zowel een teken van vruchtbaarheid als geluk. April-mei was de paartijd van hazen en beren. Ook werden de jonge meisjes door de jongens nat gegooid met het Paaswater. Daarna ontstak men voorjaarsvuren en vierde men een groot feest waarbij men veel eieren at en ook werden er dieren geslacht want men mocht na het vasten weer vlees eten. Het bloed van deze geslachte dieren was ter ere van de Godin. De vrouwelijke of mannelijke winter God werd symbolisch als pop verbrand en teruggestuurd naar de onderwereld. Hij nam daarmee al de ziektes, en slechte dingen mee van het vorige jaar. Men zag het ook als overwinning van de lente over de winter. Soms gebeurde dit bij andere volkeren eerder tijdens de Carnaval of lente-equinox. Het hing ook af van de plaats en klimaat.

De maan en de leeuw: Tijdens volle maan gaan de leeuwen meer jagen en vallen meer mensen aan. Daarom staat de maan in verband met de leeuw (en gevaar). De nieuwe of volle maan gaf voor de kalender het begin van het jaar aan en was daarom erg belangrijk (nog steeds bij vele culturen).

(de kelk zien we terug in het sterrenbeeld krater in verband met het verhaal van de raaf, zie sterrenbeelden; beker)


In de Landbouwtijd:

In de periode van Stier offerde men een stier en dit deed men ter ere van het 7 gesternte (7 zusters, de Plejaden). De stier stond dan letterlijk voor het sterrenbeeld Stier. De strijd tussen zomer en winter. Hierbij stond de stier met zijn gevecht ook voor nieuwe levenskracht. Dit uitte zich in gevechten door de jeugd met twee partijen die een trofee van elkaar moesten bemachtigen In de volgende periode van Ram offerde men een ram.

Nu zitten we in de periode van Vissen en eet men vissen met Pasen (ook vanwege de nieuwe visvangst want tegenwoordig varen de vissers uit).


De naam Pasen komt overeen met het Engelse; Easter en de Griekse godin Eos, haar eerste zonnestralen in de oostenzon zijn genezend. (Andere namen; Eostre, Aurora, godin Ostara, en bijbehorende godinnen Venus/ Aphrodite). Het woord Ea lijkt ook veel op het woord "ei". Voor Pasen hield men een vastenperiode (dit deed men al in Romeinse tijd en wellicht nog veel eerder) van 40 dagen lang. In de 16de eeuw begon de Gregoriaanse kalender op 1 april. Het werd toen gevierd als een nieuwjaarsdag met geschenken en grapjes en zelfs de koningen deden hier aan mee. Tegenwoordig is 1 april in Nederland en andere landen alleen nog een dag waarop men grapjes maakt. De mythe die eraan gekoppeld is vertelt dat de Spaanse Alva op 1 april Den Briel zou zijn verloren (1572). Maar deze dag is een speciale dag in vele landen. Opvallend is dat de 1 april de vis in het teken van de grap staat (vooral in Frankrijk). De 1 april grap zou waarschijnlijk ook in verband staan met het Romeinse Hillaria feest dat eind maart werd gevierd.

Voor hete bronnen van de Grieken zie Hercules in de volgende periode. Ook voor de baden van Solomon.

Grieken: Hera waste zich in de bronnen van de rivier Burrha na haar huwelijk met Zeus. En elk jaar vernieuwde ze haar maagdelijkheid door zich de baden in de bron van Canathus. Demeter waste zich na haar gemeenschap met Poseidon. Aphrodite baadde zich na haar gemeenschap met Adonis. Cybele werd gebaad in de rivier (zie Attis). Zo zouden de mensen zich ook geestelijk reinigen. Het magische eiland Delos "de bloeiende". Apollo werd door de zwanen ontvoerd naar de andere wereld, het huis van de zwanen: Hyperboreeën en roofvogels die het goud bewaakten. Hier werd hij ingewijd in de geheimen van Zeus. Daarna ging hij naar de bron in het diepe woud bij de nimf Tempusa.

Artisjokken waren vroeger in de koude tijd in april rijp (nu in maart) in Griekenland.

De Romeinen vereerden waternimf Egeria als godin van de heilige helende bronnen (deze bronnen waren in en rond Rome). Ze stond ook bekend als geboortegodin. We kennen de Romeinse goden Egeria en Egerius als heilig paar dat zou afgeleid zijn van de Griekse Aegeria en Aegerius. Wat hetzelfde betekent als Eikgodin en Eikgod. Zo werd dit feest ook gewijd aan legendarische Romeinse keizer Numa (vereerd als vuurgod). Niet toevallig zou deze keizer ook geboren zijn op 21 april (zie Sint Joris).

De Romeinen offerden bij de heilige bron alle jonge dieren van de schapen, geiten, koeien en zwijnen die de vorige lente waren geboren tussen 1 maart en de laatste dag van april. Dit deed men vooral als er een oorlog te overwinnen was (zoals het gevecht tegen Hannibal).

Romeinen: Rome: Het bloed van het paard dat geofferd en onthoofd werd op 15 oktober ter ere van Mars rond de herfstequinox werd bewaard tot 21 april wanneer de Vestaalse maagden het vermengden met het bloed van de ongeboren kalveren die 6 dagen eerder voor het voorjaarsfeest werden geofferd. Dit mengsel werd aan de herders gegeven om hun vee vruchtbaar te maken zoals men de oogstpop bewaarde voor dit doel in het voorjaar. Het paard zou dan staan voor de geest van het gewas.

Romeinen: Palilia/ Palilium: Het feest ter ere van godin Pales eerst op 21 april (later 21 maart). Zij was de beschermgodin van de herders en kudden. Volgens de latere Varo zou men de mythische stichtingsdatum van de stad Rome (Lavinium) op het feest van Pales hebben geplaatst in het 3e jaar van de 6e Olympiade (maar de stad is veel ouder) . Waarschijnlijk is haar naam verbonden aan de Palatijnse heuvel die in het centrum lag.
Men wil hier ook graag het heiligdom van Lupercal aan toeschrijven. Bij be stichting zou Romulus de grens  aangeven door het land ritueel te ploegen bij de Palatijnse heuvel . Romulus en Remus raakten in gevecht en Remus stierf (hij overschreed de grens).

Rome: Bij de godsdiensten van de Griekse Dionysus en Perzische Mithras hield men ook een doop. Een ritueel waarbij men gereinigd werd van zonden door gezegend water.

Voor de invoering van de Gregoriaanse kalender in 1582 liep het jaar voor velen van 1 april tot 31 maart. Hierna zou de nieuwjaarsdag 1 januari worden. Degene die 1 april aanhielden werden; gekken, narren, dwazen of zotten genoemd. Maar het maken van grapjes doet men van oudsher meestal vlak voor het nieuwe jaar. zie ook de Carnaval en 28-31 december.

De naam Pasen zelf komt van het Russische woord Paskha wat kaastaart betekent. Tijdens het vasten mocht men geen dierlijke producten zoals eieren melk en kaas eten en tijdens Pasen viert men dit met een kaastaart en natuurlijk vele eieren.


Germanen: De term is verouderd en komt uit oude boeken. Eigenlijk bestond geen echte Germaanse cultuur maar alleen de Germaanse taal. De Germanen zijn een grote groep van verschillende volkeren die een mengcultuur bezaten zoals de Kelten en de Galliërs. De Germanen waren een mix van o.a. Noorse, Keltische, Gallische, Griekse, Slavische, Mediterraanse, culturen met invloeden van zowel Egypte als het Midden Oosten. De naamgeving van al deze volkeren is in het Latijn en hoeft niet op waarheid zijn berust.

De Germanen ontstaken in deze periode voorjaarsvuren. Men sprong door de vlammen en dreef het vee er doorheen. De Neerslaande rook en het verkoolde hout schonken vruchtbaarheid. (En bood bescherming tegen bliksem).Tevens verbrande men het oude en versleten gerei van de winter. De meisjes werden door de jongens met houtskool zwart gemaakt. Eieren werden gegeten en mogelijk ook in de akkers begraven of van de heuvels gerold om hun vruchtbaarheid over te brengen op het land.

Rond deze tijd eet men de eerst pas gemaakte kaas van de koeien die pas hun kalveren hebben geworpen.

MIDDELEEUWEN: Voorjaarsvuren. Eieren werden van oudsher al beschilderd en gegeten. Kinderen zoeken verstopte eieren. Paaskermis op de paasweide met eierspelen. Eierspelen als: eieren-werpen, eieren-rollen, eieren-tikken, de winnaar was degene met het ei die heel bleef. In het vuur werd ook een pop verbrand die de winter of de dood voorstelde (in Tsjechië op Palmzondag). Ook liep men in een lange rij zingend om het vuur en door het dorp, zelfs door de huizen heen. (Waarschijnlijk ook een oud gebruik). Men trok de beste kleding aan ("Op je Paasbest"). Men beschouwde Pasen vaak als nieuwjaar. Vroeger stuurde men elkaar ook wenskaarten met Pasen (vrolijk, gelukkig, zalig Paaschfeest).

JOODS:  Op 14 Nisan slachtte men 's avonds een lam "het Pesach offer "(of Paaslam). Daarna volgde het Pesach feest op 15 Nisan (betekent "doorgang, overgang"), de volle maan in de eerste maand van de joodse kalender (na de lente equinox). Het feest duurt 8-9 dagen. (volgens de joodse telling begint de dag met de avond en eindigt bij de volgende zonsondergang). De dag ervoor wordt het huis gereinigd. Men houdt een Sedermaaltijd, waarbij ter ere van het verhaal een ongedesemd/ ongerezen brood (Matses) word gegeten 7 dagen lang. Het Sedermaal bestaat uit 6 onderdelen zoals; een lamsbot was een aandenken aan het geofferde lam en een geroosterd ei met roet als aandenken aan de tempelvernietiging. De profeet Elijah zou elk gezin en maaltijd bezoeken daarom zet men voor hem een glas wijn neer en zet men de deur open. Het valt ook gelijk met het begin van de gerstoogst in Israël (vanaf begin april in het Jordaandal tot begin mei in de berggebieden. Men begint met de Omertijd waarbij men 7 weken lang de dagen telt die begint met het offer van een Omer gerstekorrels (Lev. 23:9-17). Dus eigenlijk begint het tellen vanaf de Carnaval (vanaf de 14 de van de maand Adar). Later werd het feest gevierd ter herinnering aan het plotselinge vertrek en vlucht van de Hebreeërs uit Egypte naar Israël en de bevrijding uit de slavernij. Het verhaal van de Egyptische Farao die alle pasgeborenen (Hebreeërs) liet doden want hij was bang dat deze slaven in opstand zouden komen. Jochewed legde haar zoon in een mandje. Haar dochter Mirjam liet het drijven over de Nijl en hield het in de gaten. Het mandje werd gevonden door de dochter van de Farao en ze noemde het Mozes (opvallend is de overeenkomst met de Egyptische mythe van godin Isis).

Mozes de schaapsherder hoorde de stem van God uit de brandende doornenstruik. Hij ging naar de Farao en vertelde hem de Hebreeërs te bevrijden anders zouden er 10 plagen komen. Bij de laatste plaag zouden alle Egyptische pasgeboren kinderen worden gedood. Daarom smeerden de Hebreeërs hun eigen deurpost in met lamsbloed ( van het geofferde lam) als herkenning opdat de Engel van de dood die naar de aarde zou komen, hun huis voorbij zou gaan. Op hun tocht liet Mozes de Rode zee in tweeën splitsen als doorgang. (soms worden 14 en 15 Nisan wel eens als een feest samen genoemd). Ook de geest van de profeet Elia zou tijdens de Pesach avond elk huis komen bezoeken en voor hem staat symbolisch een beker wijn klaar. De maand Nisan/Abib is in het Midden Oosten de bloemenmaand.

KERK: Het Laatste avondmaal van Jezus is volgens sommigen het Pesachmaal. Waarbij Jezus wist dat hij zou worden verraden door Judas Iskariot. Het brood kreeg een andere betekenis; het lichaam van Jezus en de wijn kreeg de betekenis van het bloed van Jezus. Volgens anderen is het avondmaal op de avond voor Pesach (14 Nisan) en zou dan slaan op dat Jezus zichzelf offerde en als paaslam werd gedood opdat anderen zouden worden gespaard zoals het bloed van de lammeren de dood aan de huizen van de Israëlieten voorbij liet gaan. Hij word dan ook vaak "lam van God" genoemd. Het paaslam dat in de tempel werd geslacht, werd in verband gebracht met de ram in het Abrahamverhaal. (In Jeruzalem worden nog steeds lam offers gebracht met Pasen).

325 nChr: Eerste Concilie van Nicea: Hierin werden vele Christelijke kwesties vastgelegd. Men stelde vast dat de kruisiging/ Passie van Jezus als start van de datum-telling moest dienen. De precieze dag was niet echt bekend. Volgens het Johannus Evangelie was dit op 14 Nisan. Volgens Marcus en Johannus op een vrijdag. Men heeft sinds kort berekend dat dit
op vrijdag 3 april 33 nChr zou hebben plaatsgevonden tijdens een maansverduistering (de maan kleurde rood).
Pas in de middeleeuwen werd de geboortedag van Jezus de start van de telling.

KERK (Christus dood en verrijzenis): Jezus Christus (Jezus de Messias) werd ook gezien als de lente god , de 'vroegeling'. Paasprocessie naar de paasweide waar iedereen samenkwam. In plaats van het paasvuur ontsteekt men nu een paaskaars.

Pas rond 1000 na Christus ontstond het beeld van Jezus die aan het kruis was genageld. Rond 1200 werd hij afgebeeld als een lijdend figuur met hangend hoofd.
Daarna kwamen er steeds meer symbolen bij. Opvallend is het beeld dat Christus werd doorboord met een grote speer door een Romeinse soldaat. Het bloed zou daarbij zijn opgevangen door Maria in de beker (zie sterrenbeeld beker).

Overigens is zijn er verschillende meningen over de kruisiging van Jezus in diverse geloofsrichtingen. Sommigen geloofden dat Jezus niet echt werd gekruisigd, dat zou immers niet kunnen omdat hij voor hun goddelijk was. Anderen dachten dat het "leek" alsof hij gekruisigd was of dat er een magische plaatsvervanger was. Sommigen noemen hierbij Simon van Kyrene die zijn kruis had gedragen. De Joodse messias zou de joden komen bevrijden en de tempel van Solomon herbouwen. Hij zou de mensen bevrijden van hun zonden door te hangen aan het kruis. In de Koran is Jezus geen bevrijder als messias maar meer een profeet, hij sterft niet aan het kruis en staat hoger aangeschreven dan Mohammed.

Rond 350 n.Chr werden door onder andere de Bisschop Cyrillus programma's bedacht voor kerkdiensten en feesten die gehouden moesten worden men Pasen. Het bijbel verhaal van Jezus lijden en opstanding moest letterlijk worden nagebootst door processies etc. in Jeruzalem en later in heel Europa. Het speelde in de "goede, of grote week". Op Palmzondag ging men in processie naar de kerk, wuivend met palmen en zingend al de intocht in Jeruzalem". Op witte donderdag hield men een avondmaal net als het laatste avondmaal en een nachtwake. Op goede vrijdag liet men horen wat Jezus voor de mensen had geleden tijdens zijn geseling. Op zaterdag hield men een paaswake waarbij de nieuwe gelovigen werden gedoopt. Ten teken van hun 'opstaan tot hun nieuw leven' gingen zij naar de opstandingskerk waar 's morgens ook de andere gelovigen kwamen. Men ontstak de paaskaars (licht van Christus). Op paaszondag las men dan het paas evangelie voor dat Christus was opgestaan. In Mexico en op de Filipijnen speelt men de lijdensweg van Jezus nog op een bloedige manier na...Ook het kruis van Jezus werd steeds meer aanbeden en zelfs de nagels waaraan hij werd gekruisigd werden heilig. De protestanten gingen goede vrijdag steeds groter vieren dat het Pasen zelfs overschaduwde. In het christendom van het westen staat Pasen voor 'zonde en lijden' terwijl het in het Oosten voor 'dood en (eeuwig) leven' staat. Daar gedenkt men dat Jezus naar de hel afdaalde en de zondaars bevrijdde en meenam naar de hemel. De nadruk ligt daar op het glorieuze van Pasen, op Christus als Overwinnaar.

Ook zou Sint Ambrosius uit Milaan (Ambrogio) ter gelegenheid van de doop van Augustinus met Pasen het lied van Te Deum hebben gezongen. Te Deum werd ook wel het Ambrosiaanse lofzang genoemd ontstaan rond 400 na Chr.

Vasten (zie ook Kerkelijke feestdagen); rond 350 n.Chr heeft de kerk ook de 40 dagen durende vastentijd bedacht voor Pasen. Het waren dagen voor inkeer. Later kwam er onenigheid over omdat men het in ging delen in weken en de zaterdagen (sabbatten) en zondagen, die als feestdagen golden, ook in het geheel moesten passen. Dus het verschilde wel eens plaatselijk. Het getal 40 is van oudsher een heilig getal in vele culturen, het staat in de bijbel en in vele mythen en legenden. Men vast of lijdt of doet boete 40 dagen, men bereid zich 40 dagen voor op de doop, men rouwt 40 dagen of men feest 40 dagen lang. Pasgeboren kinderen (zo ook Jezus) werd pas na 40 dagen levensvatbaar geacht en gepresenteerd en een vrouw is na de geboorte van een zoon 40 dagen onrein (met een meisje 80). Waarschijnlijk komt dit omdat het precies past in de ideale zonnekalender met de equinoxen en eveningen. Zodat men aan de hand van de zonnestand een feest precies kon plannen en volkeren konden samenkomen om het feest dan te vieren. Het gaat dan vaak om de 40 ste dag voor of na een equinox of zonnewende.

Het paasevangelie bevat 12 lezingen uit het oude testament; o.a.: het scheppingsverhaal (lente als begin van de wereld), de zondvloed en de ark (doop), Abraham die zijn zoon Isaäk wil offeren (offerlam), exodus(Pesach). Jona (Hebreeuws voor 'duif') in de vis (Walvis) (herboren uit de dood of de 3 dagen van Christus in de onderwereld)

In de 12de Eeuw zocht men een soort zondebok als vervanger voor Jezus aan het kruis. Wellicht ook doordat men meer de nadruk ging leggen op de Joden die zogenaamd de schuld zouden hebben aan de dood van Jezus. Men noemt als vervanger van Jezus aan het kruis; Simon van Kyrene, Barabbas de moordenaar, Judas, de schaduw van Christus of de 13de apostel. Zie ook de latere middeleeuwse geschreven evangelie van Barnabas. Jezus, in sommige versies van de Koran, werd een soort rechter of scheidsrechter die de antichrist (Dajjal) doodde. Judas Iskariot heeft attributen zoals de Judaspenning; de plant met de zaden in de vorm van geld. Judas was ook de naam voor de winterpop die men ging verbranden en hij werd behandeld als de zondebok (zie ook het verbranden bij Carnaval).

Katholieke kerk: op Paasavond (zaterdag voor de Paaszondag) was het gebruik om alle lichten in de kerken te doven en om nieuw vuur te maken. Soms met vuursteen en ijzer, soms met een brandglas/ vergrootglas. Aan dit nieuwe vuur werd de grote Paschal of Paas kaars aangestoken. Hiermee werden vervolgens alle andere kaarsen en lampen in de kaars aangestoken. In sommige landen ontstak men het grote heilige vuur, de stokken hierin gestoken of de resten waren heilig en gebruikt als afweermiddel. Ook het water in de doopvont werd vernieuwd en gezegend. Dit water werd ook gebruikt als afweermiddel.

Het was een Katholiek gebruik om de kerkklokken niet te luiden gedurende twee dagen tussen middag van de donderdag voor Pasen tot de middag van Paaszaterdag. Tijdens deze periode werden houten kleppers gebruikt in plaats van klokken. In sommige landen was het van middernacht op de woensdag voor de donderdag voor Pasen tot de morgen van Paaszaterdag.

------

25 maart Maria Boodschap

Op Paasavond werd het graan uit de oogstkrans (gemaakt tijdens de oogstfeesten uit de oogstpop) door een zevenjarig oud meisje er uit gewreven en verdeeld over het graan dat gezaaid ging worden. Zo kwam de vruchtbare kracht van de geoogste graanmoeder in het nieuwe graan en de aarde. Vaak werd de oogstpop bewaard voor men opnieuw ging ploegen en zaaien in vele landen.

In Griekenland heet deze dag elkosti-pempti Martiou. Men viert een kerkdienst ter ere van de heilige maagd en de aartsengel Gabriël (een oud feest al sinds de vijfde eeuw). Het word een bijzondere feestdag wanneer deze dag samenvalt met Pasen en heet dan Kyriopascha. De volgende is pas in 2075.

Sint Fabiola (ook vereerd op 27 december) van de riijke gens Fabia familie in Rome zou zich tot het christendom hebben bekeerd op de dag voor Pasen. Onder de beroemde bijbelvertaler Sint Hieronymus (Jerome, geboren 27 maart/ gestorven 30 september). Zij zou het eerste ziekenhuis gesticht hebben in Porto bij Rome rond 399.

1 April Sint Irene: Heilige Irene uit Thessaloniki. Het eiland Santorini (Thera) is naar haar vernoemd.

1 April: Sint Walricus/ Walrick/ Walarik (Frans: Valéry). Franse heilige bekeerd door de leer van sint Columbanus (23 november). Bekeerder en omhakker van heilige bomen. Tevens feestdag op 1 mei en op 12 december in Amiens. Patroon van de schippers. In het Gelderse Overasselt zou een zomereik als Koortsboom staan ter ere van sint Walrick en later sint Willibrord. Pelgrims gingen naar de Sint Walrickkapel (Zou opgericht zijn door Karel de Grote zelf nadat hij 777 lapjes in de boom gehangen zou hebben) op de vrijdagen in de vastenperiode en op tweede Paas- en Pinksterdag.

1 April: Sint Huigen: "Op sint Huigen valt de sneeuwman in duigen" .We kennen ook het Nederlands volksliedje waarin met hand in hand in een cirkel danst; "Jan Huigen in de Ton met een hoepeltje erom, Jan Huigen, Jan Huigen en de ton die viel in duigen" (zie ook het opblazen van het biervat van Wodan). Hierna valt men uit elkaar op de grond zoals de ton die uit elkaar valt. Het lied zou in verband staan met de Zeevaarder Jan Huygen van Linschoten (1563-1611). Hij zou op Maelsoneiland in de Barentszzee een baken hebben geplaatst. Hij kopieerde Portugese kaarten en geschriften voor de reizen naar de oost. Op 8 april 1583 zeilde hij naar Indië. Hij schreef verschillende boeken.

Paasgebruiken rond 1 april:

De paaseieren werden al sinds oudsher beschilderd en versierd. Eieren waren een belangrijk symbool van vruchtbaarheid. Ze werden ook beschreven met teksten bv voor een geliefde aan wie het ei dan stiekem werd gegeven (meestal door de meisjes aan de jongens). Men hield ook al heel lang eierspelen (eieren tikken, eieren van een heuvel laten rollen, en zelfs eierdansen). Een rood ei stond voor hoop en beschermde het huis en het land tegen hagel en onheil. Ze werden gegeven om geluk/ vruchtbaarheid te brengen bv bij een huwelijk, vroedvrouw, herder of ongetrouwd iemand. In Bulgarije tekent "groot"moeder met het natte rode ei een rood kruis op de gezichten van een gezin om hen te zegenen/ beschermen. Zelfs de lege eierschalen werden overal opgeplakt en neergestrooid om het huis en land te beschermen tegen onheil (ze werden ook in de akkers ingegraven om ze vruchtbaar te maken). In Duitsland maakte men de eieren ook vaak groen. In Polen gaan de meisjes al op Palmzondag de eieren schilderen.

Volgens de Kerk begon men na het vasten de eieren te eten met Pasen. Dit waren dan de 46 eieren die men had opgespaard vanaf Aswoensdag. Volgens een christelijke legende in Bulgarije stroomde het bloed in de mand van de maagd Maria die de eieren daarin rood kleurden. Het ei werd symbool voor de verrijzende christus (als het kuiken eruit komt) en in oude kerken is Christus graf soms eivormig afgebeeld. Ook gebruikte men de adelaar als symbool voor deze verrijzenis. Door de eieren te eten kregen zij een genezende en onheil-werende kracht.

Paasvogel; De lentevogel of hemelvogel was meestal van oorsprong de ooievaar in het Westen en de kraanvogel in het Oosten. De ooievaar komt naar Europa via de straat van Gibraltar en de Bosporus in de lente. Men zag hem dus ook als teken van lente en vruchtbaarheid. Hij zou bij de heilige bronnen de kikkers vangen en deze als kinderen bij de mensen bezorgen. Nu staat de ooievaar nog steeds bekend als kinderbrenger. In Marokko keert hij terug met de herfst. Daar betekent hij nou juist precies het tegenovergestelde; de haler van dode zielen (zie ook Sint- Maartens vogel). Ook in Japan en China werd de kraanvogel die in de herfst vanuit Siberië kwam overwinteren gezien als de haler van dode zielen. Verder kende men ook de zwaluw als voorjaarsbrenger. De zwaluw was en is nog steeds geliefd onder de mensen omdat hij de schadelijke insecten weg vangt. Zie ook de Melkweg. Pas in de late middeleeuwen ontdekte men weer waar deze trekvogels eigenlijk vandaan kwamen.

Hierna werd de gewone haan ook bekend om zijn vruchtbaarheid (maar de haan is pas met de Romeinen ingevoerd via de Frigiërs zie Attis). Deze was beroemd als wekker en makkelijk te kweken en tevens de brenger van erg veel eieren. Hij werd op de meiboom geplaatst en het paasgebak. Later werd de haan weer vervangen door de exotische papegaai.

Kerk: haan stond symbool van het naderende licht. De haan als symbool voor de verloochening door Petrus. Te vinden op de Palmpaasstok in de vorm van brood.

Paaseten; Met at vooral dingen waarin veel eieren verwerkt waren bv; eierkoeken, pannenkoeken, Paas-brei, paasbrood met krenten ( en ook geglazuurde broodjes met een kruis erop waarvoor het kruis ook als symbool voor bescherming kan staan.). We zien ook veel gevlochten broden.

Ook verstopte men krakelingen/ pretzels net als paaseieren. (zie Sint Lucia). En men eet natuurlijk het bekende paaslam (meestal een jonge ram). Later maakte men een paaslam van boter (boterlam).

Paashaas; Het was al een oud gebruik dat de paashaas de eieren zou verstoppen vooral in Duitsland. Er is al een vermelding van in 1682. Men zegt ook wel dat het een idee was van de Protestanten. Het is wel opvallend dat bij de verschillende godinnen; Freyja, Diana, Aphrodite en vrouw Holle, de hazen een belangrijk attribuut waren of werden geofferd. De haas (of konijn) is een oud symbool voor vruchtbaarheid (en ook waakzaamheid?) omdat hij zich gemakkelijk voortplant. De haas staat ook in verband met de maan, als je goed kijkt zie je in de vlekken op de maan een haas-vorm. In China en Japan en in het Hindoeïsme hadden ze daarom ook verhalen over de haas op de maan. Men dacht ook dat het dragen van een hazenpootje geluk bracht. Er zijn ook aanwijzingen dat men haas at met Pasen. Later werd het in de christelijke traditie een symbool van ontucht en bandeloosheid. Heksen zouden zich in hazen kunnen veranderen. In de achtste eeuw gelastte paus Zacharias aan Bonifatius dat hij het eten van hazenvlees (en hazenbloed) te verbieden (net als het eten van paardenvlees). Een 3-potige haas stond voor iemand die vervloekt was. Er is ook een verhaal dat de godin een vogel veranderd had in een haas zodat hij dus wel eieren kon leggen. Tegenwoordig worden er nog cakes gebakken in de vorm van een haas/ konijn met Pasen en zien we chocolade hazen.

Geboortes: Men dacht dat de baby's (zielen) werden gebracht door de ooievaar, uit een holle boom of put kwamen of uit een kool. De ooievaar werd odevare, oyvaer, euver of uiver genoemd (Oudnoors; audir; "baren"). Zie ook hemelvogel en meifeest.

In Nederland is er een gebruik waarbij men de familie en bezoek van pasgeboren baby's trakteert op beschuit met muisjes. Wit-roze voor meisjes en blauw-roze voor jongens. Eigenlijk stellen dit muizenkeutels voor. Omdat de muis als vruchtbaarheidssymbool zich snel voortplant. Maar ze zijn ook gevuld met anijszaad wat de productie man moedermelk op gang brengt (zo kennen we ook witte gestampte muisjes als broodbeleg). Vroeger deelde men na de bevalling al zoetigheid uit en kende men ook het kraamanijs als drank (anisette) en had het tevens een beschermende werking tegen onheil.

De weerwolf en de nachtmerrie: Vroeger dacht men dat als men 7 kinderen van hetzelfde geslacht achter elkaar kreeg, de laatste hiervan bijzondere gaven zou hebben. In sommige streken werd het 7de jongetje werd een weerwolf genoemd en het 7de meisje een nachtmerrie. Zij zouden dan s' nachts gaan ronddwalen en mensen en dieren belagen/ plagen. De weerwolf viel dan mensen en het vee aan, vooral als ze iets roods droegen (de volgende dag te zien aan de wonden op zijn lichaam). Zoals de nachtmerrie op de borst ging zitten en men het benauwd kreeg en slecht slaapt of dat ze de manen van paarden ging vlechten. Hiermee kon men dan onvoorziene gebeurtenissen verklaren (als zondebok) en kon men tegengaan met speciale voorzieningen. Het kan ook als spel zijn nagespeeld. Maar soms had de zevende zoon ook juist voordeel zoals genezende krachten. Wellicht komt hier ook het sprookje van de wolf en de 7 geitjes vandaan. Het kan slaan op de 7 gezusters van het sterrenbeeld van de Plejaden. Zie ook de wolvenjacht.

-Paasos; de paasos werd versierd met een krans om buik en hals etc. en soms ook nog gekroond, vaak liep deze voor de processie/optocht. Ook bij de Grieken en Romeinen was het gebruikelijk om de stierenkop voor het offeren te versieren met een guirlande. Het was het paasoffer van de Germanen, later werd deze vervangen door het paaslam (van de christenen of van de volkeren uit het oosten) Er werd ook kaas of kaaskoek gegeten opdat de koeien veel melk zouden geven.

Paaswater; het water dat op een speciale manier uit een bepaalde bron of beek werd gehaald op Paasmorgen (of voor zonsopgang) bevatte dan speciale heilzame krachten. Meestal deden de meisjes dit en mochten hierbij niet praten. Jonge meisjes gingen ook vaak baden in het water, dat schonk ze schoonheid en vruchtbaarheid. Soms leidde men het vee door een bepaalde beek om het te beschermen. Bij voorkeur liep de rivier in de richting van de opkomende zon. Tegenwoordig worden in sommige landen de meisjes met Pasen nog wel eens nat gegooid met een emmer water door de jongens of in het water gegooid (Tsjechië). In Hongarije moesten de meisjes juist als dank voor het natgooien de jongen een rood ei geven of een cadeautje. Tegenwoordig sproeit men ook met parfum. Het paaswater had dus diverse functies: reinigen, zegenen, genezen, beschermen, vruchtbaarheid brengen, regen oproepen voor het gewas. De kleur rood staat voor nieuw begin.

Wellicht bracht men dan ook offers in de vorm van voorwerpen aan de bron of rivier om zo genezing te vragen voor een ziekte. Deze voorwerpen houden dan verband met de goden van de maand maart zoals mars (wapens) en Minerva.

Het dopen met het heilige of genezende water speelt ook een belangrijke rol in islamitische culturen en culturen in het oosten. Om het water nog sterker te maken maakte men hem van koper of voegt men er zilveren voorwerpen aan toe. Men telt 40 lepels water en het kind wordt pas daarna een naam gegeven. Ook de haren en nagels worden voor het eerst geknipt (soms pas na een paar jaar). Daarom werd bedacht dat het ideaal was als de beker of schaal van koper of zilver was gemaakt. In Kazachstan heeft men een enorme kelk gemaakt uit de 7 verschillende basis metalen zodat het water nog meer kracht zou krijgen en helend werkt. Zie ook het sterrenbeeld kelk.

Noord Germanen:

Vroeger gooide men het land ook nat om het vruchtbaar te maken. Dit veranderde in het natgooien tijdens het eerste ploegen en laatste oogsten van het land. Tevens natgooien van bruid en bruidegom bij het betreden van boerenerf. En de nieuwe knechten en meiden werden met water nat gegooid totdat ze de haard of haalketting hadden aangeraakt. De Kerk heeft dit paaswater aangepast in het dopen voor Pasen op Zaterdagnacht. De nieuw gedoopten kregen een week witte kleding aan als teken van hun vernieuwing. Later werden alleen nog de kinderen gedoopt in witte kleding. (De kleur wit werd ook meestal gedragen bij heilige rituelen).

-Paaskruid, bloemen en planten (tijdens de koude middeleeuwen). de bekende Judaspenning (Lunaria Rediviva) begint nu met bloeien en is zo genoemd omdat de ronde platte zaden de penningen (geld) zouden voorstellen die de verrader van Jezus; Judas zou hebben aangenomen. Maar het kruid wordt ook "maankruid" genoemd. Wellicht stonden de ronde zaden juist voor de maan. Een andere plant die aan Judas is gewijd is de Judasboom (Cerxis Siliquastrum). Deze bloeit in het voorjaar.

Een ander Paaskruid is de Maretak of Vogellijm (Viscum Album). "Misteln" betekent door poep van vogels verspreiden en hier komt de naam Mistletoe vandaan Deze begint rond april te bloeien en zou bijzonder krachtig zijn als deze op een eik groeit. Vooral op een plek waar de bliksem was ingeslagen (vandaar de naam donderbezem). Ze zou ook gebruikt kunnen zijn als vuurstok. Zes dagen na de nieuwe maan zou men naar een eikenboom gaan met een Druïde (andere naam voor sjamaan). Onder de boom werd gevierd, gegeten en gedronken. De Druïde zou in een wit gewaad en met een gouden sikkel (geen ijzer) de plant oogsten zonder dat het de grond mocht raken, dus werd het opgevangen op een witte doek (dit vertelt meer over de symboliek, anders verloor het zijn kracht). Bij de oogst offerden de Kelten vroeger ook twee witte ossen, dus dat zou ook in deze periode kunnen zijn (paasos). De tak staat voor liefde, geluk, een goede oogst en heeft een afwerende werking. Tevens is de tak genezend, werkt tegen vergiften en maakt ook vruchtbaar. Men geloofde dat als een vrouw de martetak bij zich droeg, ze sneller een kind zou krijgen (dit geloofde men ook in Italië). Het zou ook vee vruchtbaarder maken. Dus wellicht ook het land zelf. Aangetoond is dat de plant het immuunsysteem versterkt en het zou wellicht ook tegen kanker werken.Tegenwoordig haalt men de tak ook met kerst in huis als decoratie met bessen; in Amerika kust men elkaar onder de opgehangen tak. Opvallend is dat parasitaire planten vaak als vuurstokken werden gebruikt. Maar tevens als basis voor hallucinogene middelen, gemengd met andere kruiden en honing. Hierdoor worden ze vaak gekoppeld aan het feest van de Plejaden om in contact te komen met de voorouders en de kosmos (zie ook de meifeesten). Vaak kiest men ook voor twee dualiteiten zoals een mannelijke en vrouwelijke plant om de symboliek te versterken. Omdat de maretak op de eik groeide kreeg deze automatisch ook de eigenschappen van de eik zoals bliksemafweren en bescherming. Het zou vuur doven. In zweden hing men de speciale maretak daarom ook op aan het plafond om het huis te beschermen (Zie ook de Maretak in Japan). Het is goed mogelijk dat ze in deze periode ook een krans maakten van de maretak want dit deed men vaker en deze werd ook om de nek gehangen. Het zou als prijs kunnen gebruikt zijn bij sporten, zie ook de balspelen. (zoals de Grieken hun lauwerkrans nu maakten voor de Olympische spelen voor de volgende periode). De ring of krans kan ook een rol gespeeld hebben bij de initiatieriten van de volgende periode.

Voor meer soorten Maretak zoals Loranthus vestitus en benamingen zie: The golden bough, Sir James George Frazer, Part VII, Balder the Beautiful, Vol II, blz: 317,318. Volgens Frazer werd de maretak vooral geoogst tijdens de zomerzonnewende. Maar eigenlijk werd de maretak op diverse feesten in het jaar geoogst.

Het Speenkruid (Ficaria Verna) is een van de eerste voorjaarsbloeiers. De naam Ficaria zou van het Latijn ficus= vijg afstammen vanwege de vorm van de wortelknollen. De bladeren zijn hartvormig.

Ook het Maarts Viooltje (Viola Odorata) heeft hartvormige bladeren en bloeit vroeg. Het is de parfum van de liefde en gewijd aan Aphrodite, godin der liefde en Symbool van Athene. De bloemen werden op de grond gestrooid van vloeren en kerken. Driekleurig Viooltje (Viola tricolor) bloem van de liefde die men aan de geliefde schonk. Tevens symbool van de drievuldigheid en Herba Trinitatis genoemd.

Het Madeliefje (Bellis Perennis) begon nu te bloeien tot november. Dit hoort bij het Romeins feest van de voorjaars godin Anna Perenna. Ook het kleine hoefblad (Tussilago farfara) met hartvormige bladeren begint te bloeien. Het werd als hoest verdrijvend middel gebruikt.

Hondsdraf (Glechoma hederacea) bloeit met hartvormige blaadjes. Vroeger ook als geneesmiddel gebruikt. Maagdenpalm (Vinca), een genezend en magisch kruid. Sleutelbloemen (Primula) bloeien; sleutels zijn een symbool voor het "openen van het voor-jaar".

De Narcis (Narcissus) hoort bij Pasen. De naam komt uit de Griekse Mythologie van de jongeman Narkissos en de nimf Echo. Hij keek naar zijn spiegelbeeld in de vijver en werd verliefd op zichzelf.

Op de donderdag voor Pasen (Gründonnerstag Duitsland) verzamelde men geneeskrachtige kruiden waaronder ook het Zevenblad (Aegopodium podagraria). Opvallend is dat deze plant nu niet bloeit en ook geen zeven bladeren heeft. De naam betekent in het Grieks "geitenvoet" en zou genezend zijn voor voetjicht. De plant is eetbaar en het is logisch dat men deze ging oogsten na de lange winter.

De godin die veranderd in een boom (zie ook het feest van Sint Joris en de meiboom/ hemelboom) sinds de periode van Stier:

In het zuiden en oosten begon de bloei al van Perzik en Amandel daarom werden deze vroege bloeiers heilig en gekoppeld aan het voorjaar. De amandel werd duizend voor Christus door de Frygiërs in Klein-Azië beschouwd als de heilige boom des levens. Volgens de oude Grieken was Phyllis door de goden veranderd in een Amandelboom na haar zelfmoord omdat ze dacht dat haar verloofde Demophoön haar had verlaten. De Grieken beschouwden de boom als het symbool van vruchtbaarheid. Ook zou de Amandel Aäron zijn staf hebben gegeven. Soms verstopt men met oud en nieuw ook wel eens een amandel in een taart (zie kerst).

Een gelijksoortig verhaal gaat over de Steenlinde (Phillyrea Latifolia) die in het zuiden en oosten groeit. Deze bloeit ook nu en geeft later op olijven gelijkende eetbare vruchten. De boom is gewijd aan de knappe zeemeermin Philyra. Kronos, de jongste zoon van Hemel en Aarde en vader van Zeus was verliefd op haar. Omdat hij al getrouwd was met Rhea veranderde hij zichzelf en Philyra in paarden zodat hij haar kon beminnen opdat zijn vrouw het niet zou merken. Hierdoor werd de Centaur Chiron geboren; half paard, half man. Philyra was zo geschrokken van haar zoon dat ze aan de goden vroeg om in een boom te worden veranderd en dit gebeurde.

Hetzelfde verhaal vinden we in het zwarte peperboompje (Daphne Laureola). Deze bloeit erg vroeg (in de koude tijd rond maart). De Griekse rivier-nimph Daphne werd door Apollo achtervolgd en op haar smeekbeden door de grote godin in een Laulierboom veranderd.

Ook de olijfboom (Olea europaea) bloeit rond deze tijd en is erg heilig. Gewijd aan de grote godin van moeder aarde Athena die de boom deed ontstaan. In Griekenland waren de olijven het hoofdvoedsel naast brood. Van de olijven wordt olie geperst en vervolgens gebruikt voor bakken, verlichting als om de heilige godenbeelden mee in te smeren. Ook de takken werden gebruikt bij rituelen; een krans werd gebruikt voor de winnaar van de Olympische spelen. Ook legde men de doden op de bladeren bij begrafenissen. En natuurlijk werd het gebruikt als geneesmiddel. Andere bloemen uit de Olijffamilie (Oleaceae) bloeien ook nu zoals de Es, Sering, Forsythia, Liguster en de Jasmijn.

De Citroenboom begint ook in april te bloeien en geeft vruchten in oktober-begin november. Net als de andere bomen is het een heilige vrucht. Gebruikt tijdens het Joodse Loofhuttenfeest in september. Hierbij gebruikt men ook de takken van de Myrte. Myrte begint ook te bloeien met Pasen en is een oud heilig kruid gebruikt voor het offeren.

De kraakwilg Salix Fragilis (Knotwilg) en de Katwilg (Salix viminalis). Bloeien vroeg in het voorjaar met witte "katjes", ook zo genoemd omdat ze op kattenstaartjes lijken. De takken worden gebruikt voor vlechtwerk en de wortels van de kraakwilg werden gekookt om de purperen kleurstof te krijgen voor het verven van de paaseieren.

Voor het wildemanskruid zie Pasen C.

-Palmpaaslopen; met paaszondag en maandag vormden volwassenen en kinderen soms lange rijen die een bepaalde route moesten afleggen.

-Paasvuren; op meiavond of paasmaandag. Dit wordt in vele landen gedaan.

-Schijvenslaan; een oud gebruik dat ook op vastelavond werd gedaan in Zuid Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Het Scheibenschlagen; gloeiend gemaakte houten schijven worden weggeslagen vanaf een plank waarbij men een wens uitspreekt met betrekking tot de vruchtbaarheid. (het werd al in 1091 vermeld)

-Balspelen; meestal geven jonggehuwden kinderen een bal om een soort slagbal mee te spelen op het Paasveld. Zie ook Sint Pieters-bal-slaan.

Balspelen hadden vroeger de betekenis om naast plezier ook het land vruchtbaar te maken voor de zaai. In Nederland kennen we het Klootschieten of Aole. De Kloot of kogel was gemaakt van steen, hout of metaal. De houten kloot werd ingeboord en verzwaard met lood. De bal werd vroeger ook wel vergeleken met een opgerolde egel. De stenen en metalen kogels die vroeger door de kanonnen werden afgeschoten noemde men ook "donderkloten". Men sprak van tevoren een punt af wat het doel zou zijn en men moest er in zo min mogelijk worpen naar toe gooien (zoals golf). Een variant was wie met de minste worpen rond de wallen van de stad kwam (dus langs de stadsgrens). Men probeerde later het spel te verbieden en rond 1500 na Christus kreeg het een negatieve bijnaam. Het zou alleen een spel zijn van de armen; "het klootjesvolk". Maar nu is het in ere hersteld en een echte sport. Gelijksoortige sporten werden al sinds de prehistorie gespeeld in vele landen. Zie Hurling in Engeland. De Grieken kenden het spel als Phaininda of Episkyros. De Romeinen kenden het spel als Harpastum. Er is overigens wel een vermelding dat er iets met echte stier-kloten werd gedaan bij het Romeinse feest van Attis en Cybele (wat precies is nog onduidelijk).

Een andere variant is het Kaatsen (Fries; keatsen). Ook bekend als Pelota in andere landen. Het spel werd ook gespeeld door de Maya's en Azteken en in Egypte. (Zie het Nationaal Belgisch Kaatsmuseum en het Nederlands Kaatsmuseum in Franeker).

-Paaslopen/ Spiraal; In Nederland in Ootmarsum gaan de katholieke vrijgezellen in regenjas en hoed gekleed. Samen met de inwoners lopen ze hand in hand door het hele dorp in een lange rij (Vlöggeln) ook door de huizen. Hierbij zingt men religieuze liederen. Aan het eind verzamelen de mensen zich spiraalsgewijs op het plein nog de handen vasthoudend. Het dansen in een spiraal zien we ook terug bij de meifeesten. Wellicht stamt dit nog uit oude tijden want de spiraal was een symbool van de godin Venus.

-Uitkloppen; met Pasen werd er door je jeugd symbolisch de winter (of vastenperiode) uitgeklopt met stokken en bezems, men sloeg hiermee op de huizen. Wie het vroegst was kreeg de meeste eieren. Ze gingen langs de huizen zongen voor de deuren over paaseieren. Zo verzamelden ze eieren maar ook geld, en dat werd ingezameld door ene "Judas". Als ze niks kregen zongen ze een scheld-rijmpje en sloegen ze wild op de deuren en luiken.

Het slaan met de levensroede; Het lichtjes slaan met een tak (vaak berk of wilg) of een bosje takken roede. Het word ook Stiepen, Pietschen, Futteln , Fuen, Schmackostern genoemd. Dit was oorspronkelijk een vruchtbaarmakende en voorspoed-schenkende handeling (maar ook om te reinigen en boze geesten en ongeluk te verdrijven). Van oorsprong waren het meestal de jongemannen die de vrouwen en meisjes met de levensroede sloegen maar later de kinderen die de volwassenen een tik gaven. Soms werd ook het vrouwelijk vee geslagen. Het gebruik werd ook bij andere feesten toegepast; Sinterklaas-feest, onnozele kinderen 28 december/ St. Steffen, op Vastenavond/ St. Pieter en met Pasen. Met Pasen sloegen later de kinderen in ruil voor eieren en lekkers. Zie ook de Paasstok bij de christelijke dagen voor Pasen.

In Egypte, Mesopotamië en Zuidelijke landen was de Palmboom ook heilig en de oude Egyptenaren wuifden met palmtakken om de boze geesten te verdrijven zoals bij begrafenissen.

In Zuid Ethiopië bij het Hamar volk laten de vrouwen zich nog steeds bij sommige feesten slaan met dunne takken door de mannen. Dit doen ze om de mannen te bedanken voor de verkregen spullen. De mannen mogen de vrouwen tot bloedens toe slaan en de vele littekens zijn dan het bewijs. Dit geeft de ondergeschikte rol van de vrouw weer.

-Paasstok/ Palmpaasstok; stelt eigenlijk de meiboom/levensboom voor. De kinderen droegen deze in optocht. Het was een stok met dwarsstok, boven op een broodhaantje of zwaan en versierd met palmtakken, koek, suikergoed, sinaasappelen, vijgen en droog fruit (als kettingen geregen), vlaggetjes etc. De Palmpaas-takken (meestal wilgentakken) werden door de kerk gezegend en werden ook op de hoeken van de akker geplant als bescherming (anders gebruikte men berkentakken)

Markt; In Nederland duurde de Paasmarkt wel 4 weken. Later werd het een jaarmarkt. Zie ook het hoofdstuk over markten.

Paaskip of haan: In sommige landen is er ook een traditie van hanengevechten. In Nederland is de kip pas door de Romeinen ingevoerd. In de natuur vechten de kemphanen en hoenders ook rond deze tijd met elkaar. Tegenwoordig vinden we de kip of haan terug in de vorm van brood (zie ook meifeest).

4 april: Sint Isodorus van Sevilla, Sint Isodoor, weerheilige; datum voor de laatste vorst. Kenmerken ganzenveer, boek en bijenkorf. Ook de heilige Ambrosius van 4 april en 7 december (In de Syrisch-Ortodoxe kerk zelfs ook op 21 december vereerd). Vereerd in Duitsland en Italië. De bijen zouden hem als baby honing in zijn mond hebben gedruppeld. Zie Eustorgius in Milaan bij de Kersttijd. (We kunnen hem vergelijken als lente baby en kerst baby).

4 april: Ambrosius: De naam zou afstammen van Ambrotos, ambrozijn de spijs/ drank der goden. Ook Minlic Ambrosius genoemd. Op de middeleeuwse kalender staat een pot met 3 poten.

10 april: Sint Ezechiël: weerheilige. Zaaien van vlas mocht wel op deze tijd. Ezechiël is tevens een Hebreeuws Bijbelboek. Met het roepingsvisioen bij de rivier, waarschuwingen tegen valse profeten en profetieën. Verhalen over Daniël (Danel), Noach en Job etc.

14 april: Op de merkstaf/primstav van degene die verdeeld zijn in 2 delen: zomer en winter. Liep de zomer van 14 april tot en met 13 oktober (zie periode 7). Weergegeven door een grote boom.

14 april: Sint Tibertus/ Tiburti/ Tiburtius van Rome, weerheilige . Na de noen (12 uur) zouden alle velden groen worden en bladeren aan de bomen komen. „Kommt Tiburtius mit Sang und Schall, bringt er Kuckuck und Nachtigall“. "Komt Tibertius met zang en schel (geluid): brengt hij de koekoek en de nachtegaal", In de Romeinse mythologie is Tibertus de god van de rivier Anio, een zijrivier van de Tiber. De Tiber is de belangrijkste rivier in Rome. De legende vertelt over Tiburtius dat hij, samen met zijn broer Valerianus, de bruidegom van Cäcilia, ter dood werd veroordeel. Daarom wordt zijn broer Valerianus ook op deze dag vereerd. Volgens de legende was Valerianus, een heidense jongen, getrouwd met de christelijke maagd Cecilia (Cäcilia). In de bruidskamer onthulde ze hem dat er een engel aan haar zijde was als de beschermer van haar zuiverheid. Valerianus gaf haar ongerepte toestand toe op voorwaarde dat hij de engel kon zien. Ze vroeg hem om de bejaarde Romeinse bisschop Urban I te bezoeken, die hem zou bekeren en dopen, zodat hij de engel kon zien. Een heilige oude man verscheen aan Valerianus en hield hem een boek omhoog geschreven in gouden letters Valerianus kwam tot geloof en werd gedoopt door Urban.

Toen Valerianus bij Cecilia terugkeerde, zag hij de engel met haar, die hen kransen van lelies en rozen overhandigde, die de kamer met een hemelse geur vulden. Toen Valerianus 'broer Tiburtius langs kwam, stond hij versteld van de geur van rozen en was ook bekeerd. Cecilia van Rome is zelf een weerheilige en noodhelper (ook vereerd op 22 november, ze voorspelt de dan de winter, of het waait en sneeuwt). Ze staat voor de zangers, dichters en muzikanten. Vaak weergegeven met een orgel of viool.  Ook roos en zwaard. Ook de bekeerde bewaker maximus zou tevens gedood zijn en werd in de zesde eeuw toegevoegd. Zodat het samen 3 heiligen werden. Tibertius staat afgebeeld op de middeleeuwse kalender op 14 juli.

14 of 15 april: Sint Justijn/ Justinus de martelaar (Engels: Saint Justin/ Latijn: Iustinus), ook vereerd op 1 juni. Oude Griekse weerheilige. Zou de kou verdrijven. Zijn grootvader heette niet toevallig de Griekse Bacchius. Wijsgeer en filosoof.

16 april: Op de merkstaf/ primstav: een stok met x en een punt/ driehoek er boven op. Noors: Magnus Orknøyjarl (Magnus Erlendsson) (født ca. 1076, død 16. april 1115). Magnus was een earl van Orkneyeilanden, die bekend werd na zijn dood als Sint-Magnus. Attributen zwaard en bijl.

16 april: Tiberius Julius Caesar Augustus (geboortenaam: Tiberius Claudius Nero; Rome, 16 november 42 v.Chr. – Miseno, 16 maart 37 n.Chr.) was de tweede princeps van Rome, als opvolger van Imperator Caesar Augustus (eerste mythische keizer).

19 april: Romeins Feest van de Romeinse graangodin Ceres. Hierbij lieten de Romeinen vossen rondrennen met brandende toortsen aan hun staarten. Vossen staan in verband met het graan (zie oogstvos bij de oogstfeesten). Tegenstrijdig werd dit gebruik verklaaard als zijnde een straf voor de vossen omdat eens een vos een graanveld zou afgebrand hebben op deze manier. Volgens een verhaal in de bijbel (Rechters XV. 4 sq.) zou de held Samson de graanvelden van de vijand de Filistijnen op deze manier in brand hebben gestoken. In het voorjaar is er echter nog geen graan om te verbranden (of is het nog jong en groen) en zal het eerder zijn gedaan om het land vrij te maken van ongedierte en/ of vruchtbaar te maken. Sommigen plaatsen het Ceresfeest op 12 of 13 april. (Ceraalis: aan Ceres gewijd. Bv. brood of bouwland).

18 en 19 april 1636 werden er door de Rederijkers al spelen opgevoerd waarbij men ook al mei-liederen zong (zie voor het feest de volgende periode).

21 april: Sint Anselmus/ Anselm of Canterbury: nieuwe Engelse weerheilige. Einde zware vorst, overgangsdatum naar nieuwe sterrenbeeld.

-------

Periode van Vissen (nu):

Moderne Paasfeest in Nederland:

Men wenst elkaar gelukkig Pasen. Op veel scholen en in familieverband houdt men een uitgebreid Paasontbijt. Een vrolijk versierde tafel met versierde eieren, boter in de vorm van een schaapje en paasbrood/ Paasstol (witbrood met rozijnen/krenten, amandelspijs en evt. noten). Ook broodjes in de vorm van een haas met een ei in de armen en gevlochten brood. Soms doet men nog aan eierspelletjes zoals eitje tikken. Kleine kinderen gaan chocolade paaseitjes zoeken in de tuin (of in huis) die de paashaas s' nachts zou hebben verstopt. Of men schenkt elkaar chocolade paasfiguren zoals kippen, grote eieren en hazen. In huis staan versierde kronkel takken van de hazelaar of wilgentakken met katjes. En narcissen of andere bolgewassen die men heeft opgekweekt zodat ze nu uitlopen. Als teken van de lente en het jonge groen. Vooral veel gele en frisgroene kleuren. In sommige dorpen lopen de kinderen nog met de Palmpaastak als christelijk gebruik. Ook houdt men de Paasmis in de kerk.

Begin april: aankomst van de oeverzwaluw en huiszwaluw. De kruisbes bloeit, rode aalbes bloeit en bomen krijgen bladeren. Maagdenpalm opent zich. Meerkoet en waterhoen gaan broeden. Soms gaat de spreeuw al broeden. De sleedoorn gaat bloeien en lokt insecten aan zoals de eerste bijen en hommels. Eekhoorn gaat nestelen. Gouden regen en lijsterbes worden groen. Speenkruid gaat bloeien. Rond half april hoort men de mooie nachtegaal voor het eerst zingen. Zwarte aalbes gaat bloeien. Koekoek en tuinfluiter hoort men weer en zijn teruggekeerd. Men hoort de tortelduiven, de braamsluiper en de ortolaan komt terug (heden als broedvogel uitgestorven in Nederland en België). Eind april gaan de meiklokjes bloeien, de kleine karekiet komt aan.

Naar het volgende feest